‘Niemand zoals ik’ door Miriam Toews

Op de achterflap van Niemand zoals ik vermeldt de uitgever: Een autobiografisch verhaal over twee zussen. Dat klopt, Yolandi en Elfrieda zijn de zussen, maar Yolandi  is duidelijk het hoofdpersonage. Miriam Toews laat haar het hele verhaal in de ik-vorm vertellen. Elf heeft zeker een belangrijke rol. Ze is vanaf haar 17edepressief en doet regelmatig zelfmoordpogingen waarmee ze de familie erg bezighoudt. Elfrieda is ook een gevierde concertpianiste en ze is gelukkig getrouwd met Nic. Yoli is auteur van paardenboeken (maar nu gaat ze een echte roman schrijven) en rond haar 40e is ze twee keer gescheiden en ze heeft een zoon van 18 en een dochter van 14.

Elf en Yoli zijn zeer verschillende persoonlijkheden, maar ze zijn dol op elkaar, hebben hetzelfde gevoel voor absurde humor, zijn slim en belezen. Yoli begint haar verhaal als zij ongeveer 8 jaar is en Elf 14. Het gezin, de hele familie woont in een mennonitisch dorp en Yoli weet dat beklemmend en geestig te beschrijven. Het is een prachtige scène wanneer de alfamennoniet samen met zijn gebruikelijke troep oudsten het gezin overvalt met een bezoek om te laten weten dat het ongepast is dat Elfrieda muziek gaat studeren. Terwijl al die mannen in de woonkamer zitten, laat Elf vanuit de logeerkamer waar de piano staat een ontroerend mooie prelude van Rachmaninov horen. De mannen druipen af maar “het was ook het moment waarop mijn vader alles in één keer kwijtraakte: de goedkeuring van de oudsten, zijn gezag als gezinshoofd en zijn dochter, die nu vrij was en daarom gevaarlijk.”

Elfrieda is inmiddels beroemd en woont met Nic in Winnipeg, Yolandi woont met haar dochter Nora in Totonto, omdat Nora daar een dansopleiding doet. Moeder woont ook in Winnipeg, vader is overleden (zelfmoord), zoon Will studeert in New York. Omdat Elfrieda weer een zelfmoordpoging gedaan heeft en in het ziekenhuis ligt, komt Will naar huis om op Nora te passen, zodat Yoli naar Winnipeg kan. Zo druk en ingewikkeld als dit hier staat, zo druk en ingewikkeld wordt ook het schrijven en leven van Yoli. Op zich is dat heel knap gedaan door de auteur. Ze weet het langzaam op te bouwen. Er zijn ook rustige momenten. Door de gesprekken aan het bed bij Elf leren we hoe hun levens zijn verlopen. Elf vraagt of Yoli met haar naar Zwitserland wil waar reguliere zelfdoding mogelijk is.

Elf wordt ontslagen uit het ziekenhuis en doet na enige tijd weer een zelfmoordpoging (moeder is weer op tijd om haar te redden) en ze komt weer in dat ziekenhuis. Er breekt een ware chaos uit. Tante Tina met haar man komt ook, Tina krijgt een hartaanval, de echtscheiding moet nog geregeld, nicht Julie is er voor veel drank en eten. Wat een energie vraagt alles. Dan volgt de mooiste, meest cruciale scène uit het boek. Elf is fysiek weer wat herstelt, kan weer praten. Yoli zit zeer verslagen aan het bed van Elf.

Ik liet mijn hoofd weer heel, heel ver naar de grond hangen.
Goed, goed, zei ze. Hou daar mee op. Je ziet er zo verslagen uit.
Hoe zou ik er in hemelsnaam anders uit moeten zien, Elfie? vroeg ik.
Maar het is belangrijk voor mij dat het goed met je gaat, zei ze. Het is belangrijk voor mij-
Neem je me verdomme in de maling of zo? zei ik. Het is belangrijk voor jóú dat het goed met míj gaat? Godsamme. Moet je jezelf zien liggen! 
(pag 161)

Lees het vooral zelf verder. Ze praten over wat je elkaar aandoet bij een zelfmoord, en over de zin van het leven.

Over het ziekenhuis, het verplegend personeel, de psychiater, de hele medische wereld wordt alleen negatief gesproken. Moet dat het lijden, het verdriet uitbeelden? Net zoals alle, soms best grappige, maar toch negatieve dingen die Yoli over zichzelf vertelt?

U begrijpt, het verhaal loopt slecht af. Er volgt weer een zelfmoordpoging en deze keer lukt het. Yoli kan de wanhoop en het verdriet goed beschrijven. Eerlijk gezegd dacht ik toen, waarom is het verhaal nu niet klaar? Omdat nog verteld moet worden hoe moeilijk de periode erna is? In ieder geval lezen de laatste hoofdstukken als een naschrift. Moeder komt bij Yoli en Nora in huis wonen. Het huis dat Yolandi daarvoor in Toronto koopt is oud, lelijk en vies, op vervuilde grond en naast vervuild water. Mag ze van zichzelf geen prettig huis? Moeder vindt het een huis met stijl, charmant. Als laatste schrijft Yoli een afscheidsbrief aan Elf. Een prachtige brief waarin ze aan het einde fantaseert dat ze toch samen naar Zürich zijn gevlogen.

Ik heb de roman steeds in kleine delen gelezen. Miriam Toews houdt het leesbaar door de geestige en kritische personages. Iets minder chaos had van mij gemogen.

De vertaling is prima, maar het is me een raadsel waarom de titel All my puny sorrows in het Nederlands Niemand zoals ik is geworden. Beide titels hebben in ieder geval wel als overeenkomst dat ze ironisch en vol zelfspot zijn.

Uitgeverij        Cossee, 2022
Pagina’s          317
Vertaald           uit het Engels door Josephine Ruitenberg en Claudia Visser (All my puny sorrows)
ISBN                978 9059 369 986

Recensie door Vera Berendsen, juni 2022




‘De blokkade’ door Renate Dorrestein

Renate Dorrestein is een bevoorrechte schrijfster, die zielsveel van haar werk houdt. Romans schrijven maakt haar echt gelukkig, totdat ze begin 2012 door een schrijversblokkade wordt overvallen. Als ze haar werkkamer binnengaat, moet ze kokhalzen van angst. Ze wordt misselijk bij de gedachte aan een nieuwe roman, die trouwens al in haar hoofd ligt te marineren. Misschien iets te snel na haar succesroman uit 2011 De Stiefmoeder.

Ze vertelt over deze nieuwe roman, die Schoondochter zal gaan heten. Haar werkwijze van schrijven is: gaan zitten en dan komt het verhaal dankzij haar Muze aanwaaien. Niet dat het gemakkelijk is, om in woorden uit te drukken, wat niet in woorden wordt ‘aangeleverd’. De schoonmoeder uit het verhaal lijkt op één van haar eigen schoonmoeders. Als Dorrestein dat ontdekt, voelt ze dat er iets mis is met deze nieuwe roman.

Wat gebeurt er opeens dat haar zelfvertrouwen wankelt na zes maanden hard werken aan Schoonmoeder? Het lijkt te komen doordat in het verhaal de ex-man van de schoonmoeder zelfmoord heeft gepleegd. Dat is een verband naar Renate Dorresteins jongste zusje, die in 1981 op haar twintigste zelfmoord heeft gepleegd. Over deze ingrijpende gebeurtenis heeft ze geschreven in de autobiografie Het perpetuum mobile van de liefde uit 1988. Dat is inmiddels dertig jaar geleden. Toch blijkt, dat zelfmoord de achterblijvers opzadelt met een levenslange fantoompijn: “Had ik de zelfmoord kunnen voorkomen?” Haar dode zusje dringt haar bewustzijn dus binnen tijdens het schrijven aan de nieuwe roman. De roman blijft levenloos en wordt verwijderd uit haar computer. Een half jaar hard werken met één handeling weggegooid. De creatieve blokkade is een feit. Dorrestein voelt zich geen schrijfster meer!

In De Blokkade beschrijft zij in non-fictie als een detective haar zoektocht naar wat de oorzaak kan zijn van haar geblokkeerd zijn. Om iets om handen te hebben, schrijft ze maandenlang iedere avond vellen vol dagboekaantekeningen. Als ze haar huis opruimt voor een opgeruimde geest, komt ze een bundel brieven tegen. Deze brieven schreef ze aan haar dode zusje in 1991 op aanraden van haar toenmalige therapeut. Ze leest de brieven en constateert, dat er in al die jaren niet veel is veranderd. Blijkbaar is ze na al die jaren geen stap verder gekomen. De angst om fictie te schrijven, lijkt te wijzen naar haar dode boulimiazusje. Ze voelt de schaamte om afgewezen te zijn door de Muze en haar eigen lot niet in de hand te hebben.

Uiteindelijk ontdekt ze, dat zijzelf de Muze heeft weggestuurd, die haar wilde inspireren tot het schrijven van haar steeds uitgestelde levenswerk. Zij heeft de Muze gedumpt, omdat die aanspoorde tot een roman over zelfmoord, die ze niet durft te schrijven. De Muze neemt haar aan het einde van De blokkade weer in genade aan. En wie weet werkt Dorrestein inmiddels aan haar ultieme roman, waarin iemand zelfmoord heeft gepleegd.

Naast deze mooi beschreven zoektocht is er veel te leren over het schrijfproces van Renate Dorrestein, die al jarenlang met haar romans lezers troost en herkenning biedt.

Uitgeverij           Podium, 2013.
Pagina’s             186
ISBN                   978 9057 595 622

Recensie door Thilde Kuit, 1 juli 2013