Juni nieuwsbrief

Beste leensters, leners en andere belangstellenden,

Vorige week heeft dichteres Astrid Lampe de PC Hooftprijs in ontvangst genomen. Tegelijk verscheen Zachte landing op leeuwenpootjes, haar nieuwe dichtbundel.
De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde is de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs voor een oeuvre. Deze staatsprijs, ingesteld in 1947 wordt jaarlijks toegekend, afwisselend voor verhalend proza, beschouwend proza en poëzie. De eerste P.C. Hooft-prijs werd gedeeld tussen een man, Arthur van Schendel, en een vrouw, de in de Parkstraat in Utrecht geboren Amoene van Haersolte (voor haar verhalenbundel Sophia in de Koestraat uit 1946). Tot 1955 werd de prijs toegekend voor een enkel boek, daarna werd het een oeuvreprijs.

Sinds 1947 is de prijs 73 keer toegekend, 59 keer aan een man, 1 keer gedeeld aan een man en een vrouw dus, en 12 keer aan een vrouw. Het literatuurmuseum, waar de prijs doorgaans wordt uitgereikt, heeft op 8 maart, Internationale Vrouwendag, een online expositie ‘gelanceerd’, Wel verdiend maar niet ontvangen. Hiermee hoopt het museum aan te zetten tot reflectie en discussie over het feit dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn bij literaire prijzen, én vooral de oeuvres van enkele vrouwelijke auteurs onder de aandacht brengen. Een onafhankelijke jury, bestaande uit Karin Amatmoekrim, Jacqueline Bel, Yra van Dijk, Jos Joosten en Mathijs Sanders, heeft een overzicht samengesteld van 33 overleden schrijfsters, die deze prestigieuze prijs wel verdiend hadden, maar nooit ontvangen. Uit die lijst kozen zij vijf auteurs die het verdienen om extra aandacht te krijgen: Maria Dermoût (verhalend proza; dit voorjaar verscheen een nieuwe herdruk van haar De tienduizend dingen), Sonja Prins (poëzie; over haar schreef Lidy Nicolasen de roman De eeuw van Sonja Prins), Ellen Warmond (poëzie, over wie binnenkort een biografie verschijnt), Andreas Burnier (beschouwend proza; zij schreef ook verschillende romans) en Bea Vianen (verhalend proza; over haar opnieuw uitgebrachte roman Strafhok hebben we eerder deze maand een bespreking geplaatst op onze website).
Meer info en bezoeken van de online expositie: https://literatuurmuseum.nl/nl/ontdek-en-beleef/literatuurlab/online-exposities/vrouwen-en-de-pc-hooft-prijs/het-juryrapport en https://literatuurmuseum.nl/nl/ontdek-en-beleef/literatuurlab/online-exposities/vrouwen-en-de-pc-hooft-prijs.

Ook presenteerde het museum op Internationale Vrouwendag een nieuw kunstwerk, Het Conversatiestuk. Beeldend kunstenares Renske van Enckevort portretteerde een literaire vriendengroep, bestaande uit acht vrouwen en een man: Hanna Bervoets, Maartje Wortel, Niña Weijers, Nina Polak, Marjolijn van Heemstra, Lieke Marsman, Ellen Deckwitz, Maurits de Bruijn en Alma Mathijsen. Deze vriendengroep maakt deel uit van een literaire generatie waarin vrouwelijke auteurs, meer dan voorheen, op de voorgrond treden. ‘Geen tegengeluid, maar een nieuwe realiteit.’ Het kunstwerk is te zien in het Literatuurmuseum.

Ook over Astrid Lampe staat een artikel op literatuurmuseum.nl. Hierover schreef ik al eerder in de januari-nieuwsbrief van dit jaar. Inmiddels is het aangevuld met o.a. haar uitgebreide dankwoord tijdens de uitreiking van de PC Hooftprijs. “Tijdens dit dankwoord benadrukte ze hoe bijzonder het was om de prijs in ontvangst te mogen nemen: ‘Zo gewoon is het niet. Poëzie bedrijven. Dagdagelijks boven de omgekiepte blokkendoos, in een wereld vol conflicterende belangen, in opgeruimdheid te volharden….In een wereld vol uitsluitingsmechanismen en nauwelijks verhuld cynisme. Waarin gevaarlijke gekken dronken van macht de toon zetten. Twittermessiassen het algoritme het vieze werk voor hen laten opknappen. Nostalgische populisten TikTok-politiek bedrijven om kind en lentekriebels aan hen te binden. Paljassen kans zien hun dominante narratief op te tuigen, nefast rond te pompen, uitsluitend om wat krom is recht te praten. In zo’n kromme wereld, u herkent hem, is leven een kunst en kunst een vorm van georkestreerd overleven.

Op de achterflap van haar nieuwste, inmiddels 13e dichtbundel, Zachte landing op leeuwenpootjes, staat geschreven:
Voorouders werken door in het heden. Een heden waarin de narratieven opnieuw worden opgetuigd, want aan onze schermpjes geplakt raakten we wellicht wat kort van memorie. Verre voorouders brachten de Siberische kou mee. De taiga wordt herinnerd, de Taag bezongen, en de oorlog, die niet bij naam wordt genoemd, kruipt in de krasloten.
‘Lampe dicht met een diabolische intensiteit over het moderne leven, in zinnelijke en ontembare taal die vraagt om herlezing en herbeluistering.’ Jury P.C. Hooft-prijs 2024.

Onlangs uitgebrachte titels
– Voor haar roman Onderland trok  met negen mensen op die, net als zijzelf, seksueel misbruik hebben meegemaakt. Allemaal hebben ze decennialang gebouwd aan een minutieus uitgedachte binnenwereld. Ze vonden hun eigen magische strategieën uit, die normaal verborgen blijven. In Onderland komen hun coping mechanismes voor het eerst aan het licht, in een sprookjesachtige wereld waar slachtoffers van seksueel geweld zich niet hoeven te verbergen en hun nachtmerries leven. In een interview in het Parool zegt de schrijfster: “ ‘Ik voelde een woedend vuur, er op deze manier over te schrijven bracht verlichting, ook al was het zwaar. Ik zat soms huilend tegenover mijn redacteur.’
 vertelt in Ma Yenko de geschiedenis van opeenvolgende generaties vrouwen op Anguilla, Sint Maarten, Curaçao en uiteindelijk Nederland. De verschillende vrouwen leven in een maatschappij die zich langzaam ontdoet van slavernij en kolonialisme. Ze worden allemaal gemangeld door de tijd en zijn tegelijkertijd geen van allen zielig. Ze helpen elkaar en nemen regie waar dat lukt. Steeds in zichzelf bespiegelend, op zoek naar het juiste moment. Ze hebben plezier, er wordt muziek gemaakt, er wordt gezongen en gegeten. Maar het leven kan hard, benauwend en verdrietig zijn. In contact met hen die er niet meer zijn zoeken ze naar oplossingen die op onbekende manieren en plekken gevonden worden. Ma Yenko (in de Ghanese taal twi betekent dit ‘laten we lopen’)met de ondertitel Een caraïbisch levensverhaal verschijnt in twee delen.
– Vos is het eerste deel in de historische romanreeks Het laatste weeshuis. Samen met Lotta Magnusson en Jacqueline Rogers bedacht Elle van Rijn deze romanserie en schreef zelf dit eerste deel. Het is 1961. Isabel is 17  jaar oud en groeide op in een weeshuis. Nog één jaar en dan wil ze viool gaan studeren aan het conservatorium in Parijs, samen met haar beste vriendin in het weeshuis: Victoria. Maurits, geestelijk vader van het weeshuis, probeert de nobele orde die het weeshuis altijd heeft gefinancierd, te overtuigen om de ambitieuze toekomstplannen van de kinderen te ondersteunen. Maar de orde blijkt andere plannen te hebben voor de kinderen. Gaandeweg ontdekt Maurits de verborgen agenda van de orde en probeert hij de kinderen hiervoor te behoeden.
, bekend om haar rauwe Afrikaanse poëzie, debuteert met haar eerste roman Kompoun, waarin ze, gevoed door haar diepe persoonlijke ervaringen, verlies en familiebanden verkent. Ze is geïnspireerd door de orale traditie en benadrukt dat haar schrijven een vorm van monument is voor de verloren verhalen. Ze weigert haar werk te laten reduceren tot louter politieke statements, terwijl ze haar poëzie beschouwt als een eerlijke reflectie van haar realiteit en ervaringen, ongeacht hoe heftig die voor anderen mag lijken. In Kompoun schrijft ze over leven op de Cape Flats na de apartheid, met oog voor de armoede en de omgang met vrouwen. “Meedogenloos, schandalig, giftig, maar altijd vol humor en genegenheid”, schrijft Adriaan van Dis erover.
– In De Stem van Sulina van Anneleen van Offel reist een vrouw in een busje langs de oevers van de Donau, terwijl een donkere schaduw over de weerkaarten van Midden-Europa glijdt. Ze reist van de bron in het Zwarte Woud tot de monding in de Zwarte Zee. Welke stemmen stijgen op uit de rivier? Archeologische opgravingen en eeuwenoude verhalen, confronterende vragen en dromen, lichamelijke transformaties en vergeten vrouwen geven richting aan de mentale reis van een jonge schrijfster die moeder wordt.
– In De instructies van Carolina Trujillo komt Mol na jaren zijn jeugdvriendin Nora tegen. Die blijkt flink te zijn geradicaliseerd als strijder voor dierenrechten. Net als vroeger sleept Nora hem moeiteloos mee in wat ze ook onderneemt. Ook in het activistische van haar huidige leven. Tegen de tijd dat Mol aan bezinnen toe is, ligt hij in een sloot langs het grootste slachthuis van het land dat hij zojuist met Nora en haar handlangers in brand heeft gestoken. Het tot bezinning komen lijkt goed te gaan, tot blijkt dat Nora ook daarin de richting bepaalt. Van haar moet hij instructies schrijven over hoe een slachthuis in brand te steken en welke fouten je moet vermijden. Onder protest doet hij dat.
– Lale Gül debuteerde met de openhartige roman Ik wil leven, waarin ze haar persoonlijke strijd tegen de verstikkende tradities en verwachtingen binnen haar streng religieuze gemeenschap beschreef. Ze verlangde naar vrijheid, en die zou ze krijgen. In Ik ben vrij kijkt ze terug op de eerste jaren van haar nieuwe leven. Dat heeft haar succes gebracht, prijzen, steun, nieuwe ontmoetingen en vriendschappen, en vooral vrijheid. Maar aan de andere kant is ze bedreigd en wordt ze uitgekotst door haar familie, vrienden van vroeger, de moslimgemeenschap en zelfs haar zusje, dat nog wél gelovig is en met volle overtuiging een hoofddoek draagt. Voor haar vrijheid heeft ze een hoge prijs betaald. Was die het waard? Daar schrijft ze ook nu weer openhartig over.

Vertaalde romans
Kenmerkend voor het werk van de vriendelijke Frans-Senegalese schrijfster  is dat underdogs doorgaans de hoofdrol spelen, en meestal vrouwen. Alledaagse situaties ontwikkelen zich tot steeds beklemmendere psychologische drama’s, waarbij magische, bovennatuurlijke krachten vaak als katalysator fungeren. Ze is bekend van eerdere romans als Drie sterke vrouwen, Ladivine en Lieve familie. Haar nieuwste roman De wraak is aan mij gaat over een advocate die door een oude bekende wordt gevraagd de verdediging op zich te nemen van zijn vrouw, die hun drie kinderen heeft vermoord. Ze neemt de zaak aan, maar raakt al doende verscheurd.
– Het Parool introduceert De nacht beeft van Nadia Terranova met: “Een gevoelige, ontroerende roman over natuur- en menselijk geweld  een aanrader.” De Siciliaanse schrijfster vertelt over de meest vernietigende Europese aardbeving, die in 1908 Zuid-Italië trof. Als de stad Messina in puin ligt, zullen de levens van een 11-jarige jongen en een rebelse jonge vrouw elkaar kortstondig kruisen. Maar tussen het puin en het verdriet wacht ook de vrijheid die verwoesting teweeg kan brengen. De hoofdstukken gaan afwisselend over Nicola en over Barbara, waarbij elk hoofdstuk begint met de omschrijving van een tarotkaart, met een verwijzing naar hetgeen zal volgen in het hoofdstuk. Geloof en bijgeloof spelen voor alle personages in dit boek een grote rol. Droomvisioenen krijgen ook een belangrijke plaats in het verhaal.
– Het mes in het vuur van  wordt aangekondigd als een bekroonde Noorse bestseller, een epische, historische roman met prachtige natuurbeschrijvingen en een sterke, autonome vrouw in de hoofdrol. Die vrouw is Brita Caisa Seipajærvi die zich in 1859 opmaakt voor een lange tocht van Finland naar Noorwegen. Ze is weggestuurd door de plaatselijke kerk vanwege haar affaire met een getrouwde man. Brita Caisa is een mooie, onafhankelijke vrouw met twee zoons, beiden buitenechtelijk geboren van verschillende vaders. Het doel van haar reis is Bugøynes, een plek waar de zee vol zit met kabeljauw en waar ze een vriendelijke visser hoopt te vinden om mee te trouwen.
, Russisch dichteres en activiste (bekend van Pussy Riot) debuteert met Wond, een moedig en poëtisch geschreven verhaal over rouw, lesbisch zijn en moederschap in Rusland. Bij verschijning bleek het in strijd met nieuwe Russsische wetten waarin verspreiding van informatie over ‘niet-traditionele’ seksuele relaties verboden is. De roman, die dus niet zo maar verkrijgbaar is, is geïnspireerd door de dood van Oksana’s moeder, die stierf aan borstkanker. Dat verlies vormt Oksana’s wond. Ze onderzoekt de verbondenheid met haar moeder en hoe haar moeders vrouwelijkheid zich verhoudt tot de hare. Ze brengt  haar moeders as naar haar Siberische geboortedorp, terwijl ze mijmert over haar familiegeschiedenis, haar lesbische identiteit en worstelt met de absurde bureaucratie van de Russische begrafenis.
 Kaliane Bradley is een Brits-Cambodjaanse schrijfster. Eerder schreef ze korte verhalen en nu debuteert ze met Het Ministerie van Tijd, een sciencefictionverhaal, komedie en romance over een vrouw die als ambtenaar aan de slag gaat in de functie van ‘bridge’ -een contactpersoon, helpende hand en huisgenoot- in een experimenteel project dat expats uit het verleden naar de 21e eeuw brengt.  Haar taak is om een 19e-eeuwse marine-commandant Graham Gore bij te staan. Hun volstrekt zakelijk relatie verandert in iets diepers, en er komen ongemakkelijke waarheden boven tafel. Daardoor worden ze gedwongen de werkelijkheid van het project dat hen heeft samengebracht onder ogen te zien.
– Door uitgeverij Oevers wordt de 2e roman van de Zweedse Strega, aangekondigd met “… een filmische doom-roman die zich in het grensgebied bevindt tussen ‘The Grand Budapest hotel’ en ‘Melancholia’.” En ergens anders vond ik: “modern gothic verhaal van negen jonge vrouwen die op het punt staan ​​de onderwerping van de samenleving aan geweld te erven, en de eeuwenoude mythen die dit in stand houden.” In een verlaten hotel in het afgelegen bergstadje krijgen negen meisjes de stijve uniformen van seizoensarbeiders en leren ze van het strenge personeel strijken, koken en de bedden opmaken. In hun vrije momenten zijn ze samen, plukken kruiden in de tuin, lezen in de bibliotheek en genieten van het landschap. Een van de meisjes verdwijnt tijdens een ruig feest.

Mijn eerste ingang voor nieuw verschenen boeken vind ik op de website https://www.allesoverboekenenschrijvers.nl. Daarnaast kijk ik in kranten en tijdschriften, en bekijk ik de boekentips in de VPRO-gids. Regelmatig overlapt er veel, maar deze maand vond ik bij de VPRO-boekentips juist boeken die ik elders nog niet was tegengekomen. Daarom hier een paar op een rij:
– Over Boven aarde, beneden hemel van : “Hoewel Suzu zichzelf niet als ‘radicale einzelgänger’ beschouwt, is ze graag alleen. Intimiteit gaat ze uit de weg, aan haar hamster heeft ze genoeg gezelschap. Als ze een lijst maakt van haar sterke punten noteert ze onderaan: ‘Kan goed overweg met de zwabber’. Dat treft, want wanneer ze solliciteert op een wat onduidelijk baantje, blijkt ze beland bij een bedrijfje dat zich specialiseert in het opruimen en schoonmaken van woningen waar mensen in eenzaamheid zijn gestorven. Kodokusha, noemen de Japanners zulke overledenen. In haar ontroerende, lichtvoetige roman gebruikt Milena Michiko Flašar deze eenzame doden om de sociaal onhandige Suzu uit haar zelfverkozen isolement te verlossen en de waarde van vriendschap te ontdekken.”
– Over De zomers van Alice Elliott Dark: “Het is nu al een heerlijke vakantiekofferpil. Spil is kinderboekenschrijfster Agnes Lee (80) die, nu na een derde borstkankerdiagnose het einde nadert, veel te beschermen heeft. Geheimen, zoals het feit dat ze onder pseudoniem vernietigende semiautobiografische satires voor volwassenen publiceert. Zoals een gekoesterd stuk ongerepte natuur aan de kust van Maine dat in handen van projectontwikkelaars dreigt te vallen. En bovenal haar levenslange vriendschap met één van de mede-eigenaren daarvan, Polly Wister, die zich tot Agnes’ frustratie volledig wijdde aan haar echtgenoot, een hilarisch pompeuze filosoof, en haar zoons, die dat paradijsje wél willen verkopen. Darks proza is kalm, beeldend en raak, haar psychologisch inzicht vlijmscherp.”
– Over Ballade van het bos van : “De juf is nooit bang geweest voor het bos waar ze als kind elke boomwortel kende en in het aardedonker zocht naar eekhoorntjesbrood. Nu is ze 42 en loopt ze datzelfde bos in, maar ditmaal verstopt ze zich. Een van haar leerlingen is uit het raam gesprongen en verdronken in de rivier. De juf, ‘een wat vreemde, maar bescheiden vrouw die haar hele leven probeert andermans aandacht te ontvluchten’, heeft in dat drama een rol gespeeld. Het verhaal, dat gaat over een Italiaans dorp dat in rep en roer verkeert na de verdwijning van de ongrijpbare maar geliefde juf, is geïnspireerd op een ware gebeurtenis. Een intrigerende, knappe en spannende debuutroman.
– “In Elizabeth O’Connors’ schitterende debuutroman, Walvistij wordt het doodkalme leventje van de 18-jarige Manod, met haar broer, zus en vissersvader op een afgelegen Welsh eilandje, anno 1938 stevig opgeschud. Eerst door het aanspoelen van zo’n altijd symbolisch geladen zeezoogdier. Vervolgens, veel heviger, door de komst van de Oxford-etnografen Joan en Edward, die de archaïsche, bedreigde levenswijze van eilanders komen boekstaven en de pientere Manod, die als hun tolk en assistente optreedt, ieder op hun eigen manier doen dromen van een totaal ander bestaan op het vasteland. Beschrijvingen van hun verlokkingen en verraad, afgewisseld met Manods gezinsgeschiedenis en neerslagen van de getuigenissen en volksverhalen van haar eilandgenoten, leveren een haast Claire Keegan-achtig geserreerd (=compact van stijl, MD), poëtisch en hartverscheurend geheel op.”
– Over Geliefd en gemist van Susie Boyt: “Verwaarloos je kinderen en ze zullen de rest van hun leven door je geobsedeerd zijn, las Ruth ooit, ‘maar wat als ze jou verwaarloosden?’ Deze zachtmoedige lerares Engels gaat gebukt onder een groot verdriet: haar dochter Eleanor groeide van opstandige puber uit tot een junkie die niets met haar moeder te maken wil hebben. Als ze zelf een kind krijgt, slaagt Ruth erin de baby mee naar huis te nemen. Eindelijk kan ze haar versmade moederliefde kwijt. Susie Boyt weet in haar roman de emoties van deze vrouw volmaakt overtuigend te beschrijven: het verdriet om haar verloren dochter en de constante angst om ook haar kleindochter kwijt te raken. Hartverscheurend prachtig.”

Poëzie

Verhalen

Non-fictie
– Het verhaal van Jack the Ripper (een verzonnen naam, want de moordenaar is nooit gepakt) houdt mensen al ruim een eeuw bezig. Elke dag zijn er in de Londense wijk Whitechapel rondleidingen langs de plekken waar ‘de vijf’ werden vermoord. Maar over de vrouwen zelf weet men doorgaans weinig. Met diepgaand bronnenonderzoek en een mooie stijl vertelt Hallie Rubenhold in De vijf van Whitechapel over Victoriaans Londen en zet ze alles wat je over deze zaak dacht te weten op zijn kop. Ze reconstrueert vakkundig de levens van Polly Nichols, Annie Chapman, Elizabeth Stride, Kate Eddowes en Mary Jane Kelly. Hun overeenkomst: ze belandden in de goot omdat ze als vrouw alleen in Victoriaans Engeland vrijwel onmogelijk in hun eigen onderhoud konden voorzien, maar ze waren zeker niet allemaal prostituees.
Bahareh Goodarzi en Daan Borrel schetsen in Baren buiten de box aan de hand van interviews met wetenschappers en beleidsmakers in de geboortezorg een confronterend beeld: niet onze genen of biologie, maar sociaal-maatschappelijk factoren, waaronder de geboortezorg zelf, zijn bepalend voor de verschillen in gezondheid tijdens zwangerschap en geboorte. Het geheel is een onderzoek naar ongelijkwaardige zorg tijdens de zwangerschap en baring, en het biedt handvatten voor een meer rechtvaardige geboortezorg.
– Zij/haar: een ABC van lesbische literatuur is een verzameling essays over meesterwerken uit de lesbische literatuur, samengesteld door Minke Douwesz, Marie-José Klaver en Laurie Bastemeijer. Het zijn 26 persoonlijke verhalen van verschillende bekende en minder bekende auteurs over eveneens bekende en minder bekende lesbische romans, over wat deze boeken voor hen hebben betekend en wat ze nog kunnen betekenen voor een nieuwe generatie lezers. In elke bijdrage staat de persoonlijke betekenis van auteur en roman centraal. Enkele van de auteurs zijn: Emma Donoghue, Doeschka Meijsing, Andreas Burnier, Nina Polak, Anna Blaman, Audre LordeJeanette Winterson, Dola de Jong, Angela Carter en Bernardine Evaristo.

Een kleine twee jaar geleden schreef ‘onze eigen’ vrijwilligster Gianna Mula de tweedelige verkenning Lekker lesbisch lezen voor onze website. Toen ze in contact kwam met de Vrouwenbibliotheek, beloofde ze zichzelf dat ze aandacht zou besteden aan de collectie boeken, die de ware geschiedenis van de lesbische literatuur vertelt en die sinds de jaren tachtig is aangelegd. Hierbij nog een keer de link, zie: https://vrouwenbibliotheek.nl/2022/08/22/lekker-lesbisch-lezen-een-2-delige-verkenning-door-gianna-mula/ en https://vrouwenbibliotheek.nl/2022/09/17/lekker-lesbisch-lezen-ii-een-2-delige-verkenning-door-gianna-mula/

Activiteiten in Utrecht en daarbuiten:
– In juni twee evenementen bij boekhandel Savannah Bay:
Op 2 juni is de boekpresentatie van Zij/haar: een ABC van lesbische literatuur. De essaybundel (zie ook hierboven) bespreekt 26 werken uit de lesbische literatuur. Tijdens de boekpresentatie in Savannah Bay zullen schrijfsters Minke Douwesz en Inge Schilperoord en Savannah Bay-eigenaresse Marischka Verbeek geïnterviewd worden over hun bijdragen en het belang van lesbische en queer literatuur.
Meer info: https://www.savannahbay.nl/2-juni-boekpresentatie-zij-haar/
Op 13 juni is de vierde editie van dit voorjaar van Savannah’s Feminist Book Club. Besproken zal worden Zami, a new spelling of my name van In deze roman combineert de Caraïbisch-Amerikaanse schrijfster geschiedenis, biografie en mythevertelling. Het is een coming-of-age-verhaal’ van een zwarte lesbische vrouw in New York.
Meer info: https://www.savannahbay.nl/feminist-bookclub/
– En in juni drie evenementen bij de Utrechtse Boekenbar (waarvan de eerste overigens nog vanavond):
Op 30 mei komt Alma Mathijsen vertellen over haar nieuwe roman Onderland (zie bij onlangs verschenen titels). Yentl van Stokkum zal een lofrede voordragen om te vieren dat Onderland er is.
Meer info: https://www.deutrechtseboekenbar.nl/product/ticket-onderland-live-met-alma-mathijsen-teddy-tops-en-yentl-van-stokkum-30-05-2024/
Vrijdag 7 juni komt  vertellen over haar onlangs verschenen romandebuut De dragersDaarin zoeken personages naar wat dragen betekent: kinderen en het moederschap, maar ook de tijd waarin je leeft, het verleden en de toekomst.
Meer info:https://www.deutrechtseboekenbar.nl/product/de-dragers-daan-borrel-op-naam-gesigneerd/
Boek & Brekkie’ is een leesclub-concept van de Utrechtse Boekenbar. Eens in de zoveel tijd is er een samenkomst op zondagochtend om te ontbijten en te praten over een boek. Tijdens deze tweede editie op 23 juni wordt Waar ik liever niet aan denk van Jente Posthuma besproken.
Meer info: https://www.deutrechtseboekenbar.nl/product/ticket-boek-brekkie-2-waar-ik-liever-niet-aan-denk-jente-posthuma-zondag-23-juni-0930-uur/
– Op 14 juni is er een ‘appeltaartconcert’ in de Utrechtse Domkerk. Het programma, Belle en beesten staat in het teken van Belle van Zuylen. Tijdens het concert treedt mezzosopraan Karin Strobos op met een ensemble. Er worden composities gespeeld van Belle van Zuylen, die bij ons als schrijfster veel bekender is, van haar leermeester Zingarelli en haar inspiratiebron Mozart.
Maar info: https://appeltaartconcerten.nl/speellijst/
– Op zaterdagmiddag 15 juni komt de Amerikaanse schrijfster, filmmaker en kunstenares Miranda July naar Utrecht voor de presentatie van haar nieuwe roman All Fours. Janine Abbring zal Miranda interviewen en Micha Wertheim brengt een lofrede op haar werk. Miranda July kreeg wereldwijd bekendheid met de speelfilm Me and you and everyone we know uit 2005, waarvoor ze het scenario, de regie en de hoofdrol op zich nam. All Fours gaat over een 45-jarige semi-bekende kunstenaar die zichzelf opnieuw probeert uit te vinden.
Meer info: https://ilfu.com/agenda/ilfu-book-talk-miranda-july
– Op 31 mei opent in het Cobramuseum de tentoonstelling I challenge you to love me een overzicht van het werk van fotografe en kunstenares Diana werd geboren in Montevideo uit een Nederlandse vader en een Argentijnse moeder. Ze woonde in Colombia en Guatemala en studeerde sociologie in Mexico City. In 1974 emigreerde ze naar Amsterdam en ontwikkelde zich tot een zeer succesvolle fotografe en kunstenares. In haar werk richt ze zich op het portretteren van personen voor wie gender, (culturele) identiteit en seksuele voorkeuren niet vastomlijnd zijn. In zekere zin zijn al haar projecten ingebed in vormen van samenwerking. Samenwerkingen met andere kunstenaars, met schrijvers, met acteurs en vooral: met de geportretteerden.
Meer info: https://cobra-museum.nl/tentoonstelling/diana-blok-i-challenge-you-to-love-me/
– Ana Navas is een Equadoriaanse multidisciplinaire kunstenares. Ze studeerde in Duitsland en woont momenteel in Rotterdam. Sinds januari  heeft ze voor 6 maanden haar intrek genomen in een van de ateliers van de HKU temidden van de studenten fine art op de academie. Daar gaat Ana werken aan haar praktijk en samenwerken met de studenten. Ondertussen is in zijruimtes van de Oude Kerk in Amsterdam een presentatie te zien van een serie van haar glaswerken-glascollages, De kleuren en vormen zijn ontleend aan details uit kleding en objecten uit vrouwenportretten van andere, vaak heel bekende schilders. Een rode draad in Ana’s werk is haar fascinatie voor details en motieven in de beeldcultuur die zich voortdurend verplaatsen tussen verschillende disciplines, zoals kunst en design, maar ook genres en tijdperken.
Meer info: https://oudekerk.nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/ana-navas-a-veil-as-a-glaze/26779

Bibliotheeknieuws:
– In juni zal de bibliotheek open zijn op de aangegeven tijden.
Iedereen die wil komen rondkijken en/of boeken lenen en terugbrengen is van harte welkom.

Nieuwe boeken in de bibliotheek
Virrie’s kinderen van Rob Oudkerk, De brul van de jaguar van Micheliny Verunschk, De ovale dame van Leonora Carrington, Wonder van Victoria Mas, The surreal Life of Leonora Carrington van Joanna Moorhead, en Daar waar de rivierkreeften zingen van Delia Owens.

Nieuwe recensies van deze maand als link bijgevoegd:
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/06/klytaimnestra-door-costanza-casati/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/14/dit-verhaal-moet-goed-verteld-worden-door-jennifer-nansubuga-makumbi/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/17/strafhok-door-bea-vianen/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/21/de-meisjes-van-de-katoenfabriek-door-susanna-alakoski/

De leenbijdrage voor 2024 is vastgesteld op € 27,50. Je kunt hiervoor onbeperkt boeken lenen en/of vriendin/vriend van de bibliotheek zijn. Iedereen die boeken leent en/of wil gaan lenen wordt vriendelijk verzocht dit bedrag over te maken op ons banknummer NL18 RABO 0366 0430 05 ten name van Stichting Es Scent ovv naam en ‘leenbijdrage 2024’. Meer overmaken om de vrouwenbibliotheek extra te ondersteunen mag natuurlijk altijd. Eenmalig een boek lenen kan ook. De bijdrage hiervoor is € 1,- per boek, met een startbedrag van € 5,- per kalenderjaar.Op www.vrouwenbibliotheek.nl is meer informatie over de bibliotheek te vinden en veel recensies; de nieuwsbrief is ook te lezen via onze website.

Marjolein Datema                                                                                                         Utrecht,  30 mei 2024




‘Mammie’ door Ronelda Kamfer

Ronelda Kamfer is 16 juni 1981 geboren in Blackheath, op het Kaapse Schiereiland.
Als ze drie is gaat ze bij haar grootouders wonen, op de fruitboerderij. Daar is de plek waar ze leert lezen en waar haar persoonlijkheid wordt gevormd. Ze krijgt een waardenpatroon mee van ‘eerlijk zijn en van anderen behandelen zoals zij door hen behandeld zou willen worden’. Ook het belang van familie wordt benadrukt en het niet altijd met je vingertje wijzen of de omstandigheden de schuld geven. Ze was erg gesteld op haar grootvader, die haar verhalen vertelde.
Op haar tiende komt ze bij haar ouders terug. Ze verhuizen naar Eersterivier op de Kaapse Vlakte, waar ze kennis maakt met de beruchte bendecultuur. Een voorbeeld van wat dat voor haar betekent: voor haar ogen wordt een schoolgenoot dood geschoten.
In 2011 overlijdt haar moeder onverwachts (aan een hersenvliesontsteking), waarover ze indringende gedichten schrijft.
Wanneer Ronelda Kamfer tien jaar is schrijft ze haar eerste gedichten.
Na haar schooljaren werkt ze als verpleegster, kelner en administratief medewerkster.

Maar dan krijgt ze een beurs voor een honneursstudie aan de universiteit van West-Kaap, waar Antjie Krog een van haar professoren wordt. Antjie Krog en Alfred Schaffer stellen een bundel van nieuwe Afrikaanse gedichten samen. Uit de inzending van meer dan vierduizend gedichten worden twee van de gedichten van Ronelda Kamfer uitgekozen, Bedrevenheid en Kunst.
De samenstellers zijn er zeer van onder de indruk hoe zij en andere jonge, Afrikaanse dichters de taal vernieuwen: de Engelse woorden worden in de spreektaal geïntegreerd, zonder nog cursief te staan. Antjie Krog zegt ervan dat de Engelse woorden een ingeslikt deel vormen van de brei van het Afrikaans, die de schrijnende ondertoon met ironie bedekken. En ze zegt dat de dichters erin geslaagd zijn om hun nieuwe wereld in hun gedichten tot een geheel te maken, door de manier waarop ze de taal, die de jeugd spreekt, overdragen op hun poëzie.
Antjie Krog en Alfred Schaffer schrijven hoe jaloers ze zijn op de bruine dichters die over een nog onontgonnen nieuwe woordenschat beschikken, over achtergrond en thema’s die voor de eerste keer in het Afrikaans gehoord worden.

Ronelda Kamfer vindt het achteraf jammer dat ze altijd wegliep wanneer haar moeder en andere vrouwen uitwisselden, onhoorbaar voor de mannen. Ze was geërgerd en bleef er verre van, maar beseft dat ze veel meer over haar taal had kunnen leren, wanneer ze zich bij het intieme, besloten vrouwengroepje had gevoegd. Dan had ze de specifieke uitdrukkingen van de vrouwen gekend, met alle bijbehorende ondertonen. In dit licht is het prachtig hoe ze het verschil tussen de Amerikaanse feministes en vrouwen als haar moeder beschrijft: “In Amerika vochten ze voor gelijkheid en in Afrika vochten ze voor hun leven.” (!!)
Over het Afrikaans zegt ze: “Afrikaans is een taal; mensen moeten er geen issue van maken of Een Grote Strijd. Er zijn belangrijker dingen om over te bakkeleien, zoals het zijn van een goed mens.”

Er is een nieuwe generatie Zuid-Afrikaanse dichters ontstaan aan de andere kant van de emotionele lijn van de segregatie. En wij kunnen, als Nederlanders, nog steeds veel begrijpen van hun taal! Maar zonder vertaling is misverstaan ook snel gebeurd, dus is de Nederlandse vertaling van Alfred Schaffer niet alleen prachtig, maar ook broodnodig. Gelukkig is de Afrikaanse versie niet weggelaten, want die ‘bekt’ zo specifiek anders dan het Nederlands, zodat die erbij gezocht kan worden. Degene die daar behoefte aan heeft, kan de betekenis van de woorden en de eigen klank van de dichter nu zoveel mogelijk bij elkaar brengen.
Ronelda Kamfer opent de bundel met een kort, indrukwekkend gedicht:

Voor de vogels                                            Vir die voëls

ik heb bloed aan mijn handen                  ek het bloed op my hande
van alle vredes die ik bewaar                   van al die vredes wat ek bewaar
ik heb al jaren weggelogen                       ik het al jare weggelieg
om de verloren tijd goed te maken           om op te maak vir verlore tyd
maar                                                            maar
je kunt jezelf niet                                         mens kan net soveel keer
blijven opbranden                                       jouself uitbrand
en opnieuw beginnen                                 en oor begin    (pag 9/89)

Vrede bewaren leidt niet vanzelfsprekend tot schone handen, nee..
Het overkomt onder andere meisjes die door oom, vader of stiefvader zijn verkracht. Maar Ronelda noemt het onrecht bij naam. Daardoor kan het niet meer onderhuids in stilte door blijven vreten. Ze keurt niet in woorden af, maar de manier waarop ze iemands mening of gedrag beschrijft (fel, zakelijk of ironisch), maakt volstrekt duidelijk hoe negatief het resultaat ervan is. Zoals ze haar vriend Jan neerzet in Quagga! (pag.47) Ze begint met de mededeling “mijn vriend Jan is een vrije geest”. Het doet denken aan Sheakespeare’s ‘but Brutus is an honerable man’. Doordat ze hem uiteindelijk bevraagt, blijft er niet veel over van zijn prachtige vrijheid van geest. Ook hoe ze zichzelf ondermijnt met drugs en drank brengt ze aan het licht.(pag. 21, 38, 45, enz.) En in Gertruida (pag. 74) beschrijft ze hoe de emotionele verwondingen van haar moeder maakten dat ze bang – en met een gebroken hart stierf. Ze beëindigt het gedicht met:
“ik raap de glasscherven op
en begraaf ze onder mijn huid”
Een hartverscheurend, ultrakort verslag van wat heel wat dochters op de een of andere manier doen.

Het gedicht ernaast, ‘De bomen bloeien’, gaat over een grote appelboom, die bij haar grootouders altijd zo mooi bloeide en haar dan deed denken aan het kapsel van haar moeder, zodat ze moest huilen. Alle bloesem van die boom gaat mee in het graf van haar moeder
“omdat zij voor mij de Lente was
en ik het niet meer
nodig had”

Ronelda Kamfer heeft aan de ene kant eindeloos mededogen met haar moeder en aan de andere kant wenst ze haar moeder ronduit toe, dat die maar niet in vrede mag rusten. De verschillende kanten vormen haar waarheid, haar werkelijkheid. Alleen de werkelijkheid is levend, beweegt en zit vol energie, die kan veranderen, helen.
Dat haar moeder deze weg nog niet kon inslaan is verbijsterend duidelijk aan het eind van ‘Stanleymessen’ te lezen. (pag. 29)

Uitgeverij        Podium, 2017
Pagina’s          128
Vertaald           uit het Zuid-Afrikaans door Alfred Schaffer (Hammie)
ISBN                978 9057 598 739

Recensie door Maud Ockers, december 2017