‘Ragnarök’ door A.S. Byatt

De ondergang van de goden

Uitgeverij Canongate in Edinburgh was bezig een serie samen te stellen over mythen en legendes en vroeg de zeer gelauwerde en in de adelstand verheven Antonia Susan Byatt – oudere zus van schrijfster Margaret Drabble – om een bijdrage. Ze aarzelde geen moment en koos voor haar versie van Ragnarök -godenschemering-, een noordse mythe waarin de goden allemaal vernietigd worden. Als kind had ze Asgård en de Goden gelezen en herlezen naast The Pilgrim’s Progress van John Bunyan. Ze was vanwege astma vaak bedlegerig en las dus veel.
In haar bewerking van de mythe speelt ze gefictionaliseerd de hoofdrol als ‘het tengere kind’ dat Asgård en de Goden van haar moeder krijgt. Ze leest het en denkt erover na. Ze krijgt geen naam of leeftijd, maar ze leeft ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, die voor haar ouders reden was  om van de stad naar het platteland te gaan. Van de oorlog merkt ze niet veel maar ze voelt wel de angst voor het vergaan van de wereld die gekoppeld wordt aan de ondergang van de Asen.

Laat ik het eerlijk toegeven: ik weet niets van noordse mythen op wat namen na die ik ooit gehoord heb en naar Wagners Götterdämmerung luister ik niet vrijwillig. Nu lees ik A.S. Byatt’s roman en ik word overladen met drie verhalen die samengeperst zijn tot één verhaal, vol gruwelijkheden en weerzinwekkende details, en met een hoeveelheid onuitspreekbare namen die je doet duizelen. Hoe een kind zich door de wereld van strijdende goden, die werkelijk nergens voor terugdeinzen, heen heeft geworsteld is me een raadsel. Het boek was ook nog eens in het Duits. Heel verwarrend voor het kind dat zich afvroeg of de oude germanen dezelfden waren als de ‘Germans’, de Duitsers.

Het verhaal geeft het ontstaan van de wereld weer, de strijd tussen de goden met als voornaamste opponenten Odin en Loki, en vervolgens het vergaan van de wereld. De goden zijn niet onsterfelijk en hun macht is eindig. Ragnarök betekent ongeveer het noodlot van de goden en Asgård is het domein van de Asen – lees: de goden – waarin zich ook het Walhalla bevindt.
Steeds wordt de godenwereld gespiegeld aan de christelijke wereld. Het kind, met een Quakerachtergrond, leert in de wekelijkse Bijbelles over ‘de boze grootvader, de gefolterde goede man en de klapwiekende witte vogel’. Haar worden blijde en goede dingen voorgespiegeld om de moed erin te houden tijdens de oorlog, maar ze gelooft niet dat ze haar vader, die ergens in Afrika vecht, ooit zal terugzien. Door haar paradijselijke wereldje vol bloemen op het platteland loopt ze met haar gasmasker aan haar arm. Als ze de noordse mythen vergelijkt met het christelijke verhaal ziet ze alleen een andere mythe die veel minder boeiend is. Het zoete en duidelijke verhaal van The Pilgrim’s Progress lijkt in de verste verten niet op de mysterieuze chaotische magie van Asgård en de Goden.

Geleidelijk aan raakte ik toch onder de indruk van die merkwaardige wereld van de levensboom Yggdrasil, de onberekenbare Odin, de geniepige Loki en zijn dochter, de slang Jörmungandr die de wereld omvat en van zoveel anderen. Naast rommelige delen zijn er ook prachtige samenhangende delen, zoals dat over de dood van Baldur, met wie schoonheid, licht en hoop verdwijnen. Het kind vergelijkt hem met Jezus: ook ‘een en al witte zachtheid en gouden glans’ en ook een god die gedoemd was te sterven. Dat doet dan toch ook even denken aan de zoon die A.S. Byatt verloor bij een verkeersongeluk.
Daarnaast zijn er stukken waar je moeilijkt doorkomt, want Byatt kan zelden één ding noemen zonder meteen alles te noemen. Een voorbeeld: “Er waren massa’s krabben: porseleinkrabben, gewone spinkrabben, gestekelde sponspootkrabben en steenkrabben, helmkrabben, cirkelronde krabben, eetbare krabben, havenkrabben, zwemmende krabben, vierkante krabben, allemaal met hun eigen gebied.“ Daar staan prachtige poëtische beschrijvingen tegenover: “(Loki) was mooi, dat werd overal bevestigd, maar zijn schoonheid was moeilijk vast te leggen of te zien, want hij schitterde, sprankelde, flakkerde en versmolt met zijn omgeving, hij was een vormeloze vlam, hij was de wervelende kolk van naaldjes in de vormeloze massa van de waterval.”
Ook wat over het kind verteld wordt, raakt. Ze is zo eenzaam. Haar vader is er niet en haar moeder is helemaal opgeleefd omdat ze weer les mag geven, wat ze als getrouwde vrouw zonder de oorlog niet had gemogen. Alleen via literatuur lijkt ze een band te hebben met haar kind, maar verder is ze niet echt moederlijk. Daar is dan dat kind dat midden in een wereldoorlog troost en een vluchtweg zoekt in de noordse mythologie. Wat ze vaag aanvoelt aan angst over de oorlog, ziet ze verwoord in de oude verhalen. Ook de goden kenden angst. Haar verbeelding wordt erdoor gestimuleerd waardoor ze later zal gaan schrijven.

Al lezend kom je erachter dat A.S. Byatt in drie heel verschillende stijlen schrijft. Gaat het over de mythologische wereld, dan is ze niet te houden en schrijft ze vol passie in de meest kleurrijke bewoordingen en zodanig dat de vonken eraf spatten. Gaat het om de wereld van het kind, dan schrijft ze beschouwend, kalm en lieflijk. Aan het eind van haar boek geeft ze een beschouwing over mythologie en komt de academica tevoorschijn.

Het gaat in Ragnarök niet om goed of kwaad, of oorlog en vrede, maar om chaos en orde en over de vergankelijkheid van de mens én van de aarde die wij kapot maken. Ragnarök, het noodlot, is in feite klimaatverandering waaraan de wereld ten onder gaat en verstard in sneeuw en ijs eindigt. Door wat de goden doen zien wij hoe wij de wereld naar de ondergang brengen.

Om zoveel in één dun boek samen te brengen moet je van goeden huize komen en dat komt A.S. Byatt. Jammer alleen dat ze aan het slot een mini-essay heeft toegevoegd over mythologie. Het haalt de magie van het voorafgaande af. Ook jammer dat de meest prachtige staalgravures, afkomstig uit het boek van Wägner maar zonder vermelding van de maker, veel te klein zijn afgedrukt, zodat de betekenis ervan deels verdwijnt.

Byatt laat de lezer achter met een dubbele boodschap. Enerzijds blijft het tengere kind geloven in ‘de eeuwige herhaling van alles wat groeit’ maar anderzijds wil ze niets weten van het vervolg op het door haar gelezen verhaal waarin een soort wederopstanding plaatsvindt. Byatt laat dat gedeelte heel bewust weg.

Tot slot een groot compliment aan de vertaalsters die alleen al hun handen vol gehad moeten hebben aan het vertalen van talloze bekende en onbekende of uitgestorven plant- en diersoorten.

Uitgeverij      Orlando, 2023
Pagina’s        192
Vertaald        uit het Engels door Gerda Baardman en Marian Lameris (Ragnarok. The End of the Gods)
ISBN             978 9083 293 844

Recensie door Janny Wildemast maart 2024




‘Breuklijnen van begeerte’ door Shubhangi Swarup

Enthousiast begon ik aan Breuklijnen van begeerte. Het verhaal speelt zich af in Zuid-Azië (India, Myanmar/Birma en het Himalaya-gebied) en bestaat uit vier delen. In elk deel beschrijft de auteur een of twee hoofdpersonen met hun onderlinge relatie en hun relatie met de natuur. Het feit dat deze regio erg gevoelig is voor aardbevingen speelt een belangrijke rol, zoals de titel ook al aangeeft.

Het eerste deel (Eilanden) beschrijft het leven van Girija Prasad en Chanda Devi op de Andaman eilanden, vanaf het begin van hun huwelijk tot aan de dood door een tsunami van Girija. Chanda is dan al overleden bij de geboorte van hun dochter. Chanda is helderziende en kan met bomen praten, Girija voelt zich sterk verantwoordelijk voor de eilanden en hun natuur. Hun gelijkwaardige relatie is in deze tijd en regio ongehoord, maar wordt geaccepteerd door het ontzag dat men heeft voor de geesteskracht van Chanda. Het echtpaar ontfermt zich over Mary, een Karen-vrouw die als alleenstaande moeder gedwongen wordt haar kind af te staan.

In het tweede deel (Breuklijn) volgen we hoe het Mary’s zoon Plato vergaat, een opstandige student die gevangen is genomen en gemarteld wordt door het regime van Myanmar, dat toen nog Birma heette. Een vriend van Plato, Thapa, weet Mary op te sporen en is de verbindingspersoon tussen beiden. Aan het eind van dit deel komt Plato door amnestie vrij en ontmoet hij voor het eerst zijn moeder. Daarna vlucht hij naar India, waar hij zich bij opstandelingen aansluit.

Deel drie (Vallei) gaat over de inmiddels 60-jarige Thapa, die als smokkelaar is aangeland in Thamel, een verlopen wijk in Kathmandu, Nepal. Thapa voelt, net als Chanda uit het eerste deel, de bewegingen van de aarde en weet wat de toekomst gaat brengen. Toen hij een jongeman was is zijn dorp, met zijn hele familie, door een aardbeving en aardverschuiving verwoest. In Thamel wacht hij op Plato, met wie hij een smokkelactie op touw wil zetten. Die mislukt en Thapa blijft berooid en alleen achter in het hooggebergte. Hij vindt tijdelijk onderdak bij Apo, het oude stamhoofd van de Drakpo.

Over Apo en zijn liefde voor de eveneens bejaarde Ghazala gaat deel vier (Sneeuwvlakten). In deze periode speelt zich een strijd af tussen India, Pakistan en China over Tibet en Kasjmier. Apo krijgt bezoek van militairen en een wetenschapper die zich verdiept in gletsjers en de bewegingen van het Himalaya-gebergte. Deze wetenschapper, Rana, blijkt de kleinzoon van Girija uit het eerste deel te zijn. Apo en Rana zijn het erover eens dat de bewegingen van het gebergte alleen zullen ophouden als het bloedvergieten stopt, want dat sijpelt in de spleten van het land.

Tot slot beschrijft de auteur het samenkomen van de zon en de maan als ultieme vorm van liefde die een nieuwe wereld verwekt met ‘daarbinnen, de mogelijkheid van jou en mij’.

Zoals gezegd begon ik enthousiast met lezen. Uit de samenvatting blijkt wel dat er veel gebeurt en dat de verschillende verhaallijnen in elkaar grijpen. Toch kon het verhaal mijn aandacht op den duur niet goed vasthouden. De metafysische beschrijvingen van de verschillende natuurverschijnselen zijn vermoedelijk voor de auteur een essentieel onderdeel van het boek, maar voelden voor mij als lezer niet altijd overtuigend. Deze beschouwingen en de verschillende deelvertellingen (die ik hierboven niet allemaal genoemd heb) vormen een groot deel van de tekst, maar voelen soms wat gekunsteld aan en hebben niet altijd een organische relatie met het hoofdverhaal. Dat maakte het voor mij een traag verhaal.

Op de achterflap staat de aanbeveling ‘een bijzonder lyrisch debuut over liefde en verlangen tussen de mensheid en de aarde zelf’, dat ’een wervelend inzicht (geeft) in de mensheid; onze schoon- en lelijkheid, onze capaciteit om te verwonden en om lief te hebben en onze mysterieuze en heilige relatie met de natuur.’ Voor mij was het geen wervelend lezen en ook het lyrische zag ik niet terug. Ik voelde me als lezer niet echt ‘meegenomen’ in het verhaal. Daarvoor is het te complex en krijg je teveel informatie over de feitelijke achtergronden van de hoofdpersonen. Daarbij komt ook dat veel kennis wordt verondersteld over de geologie, geografie en geschiedenis van de regio, zoals ik ook verwoord zag in andere reviews: “De plot springt van de hak op de tak en is door alle sprongen in tijd en gedachten lastig te volgen. De afstandelijke schrijfstijl vergroot deze verstoringen in de begrijpelijkheid van de plot.”

De Indiase auteur en journaliste Shubanghi Swarup heeft duidelijk veel research gedaan naar de plekken waar zij over schrijft en naar de verhalen en geschiedenissen die zich daar afspelen of ermee samenhangen. Het is jammer dat ze er niet echt een mooi, indringend verhaal van heeft weten te maken.
Overigens heeft deze debuutroman diverse prijzen gewonnen en heeft Shubanghi Swarup voor haar journalistieke werk gerelateerd aan haar werk met straatkinderen in Mumbai, eerder ook prijzen gewonnen.

Uitgeverij       Hollands Diep, 2021
Pagina’s        349
Vertaald        uit het Engels door Anne Jongeling (Latitudes of Longing, 2018)
ISBN             978 9048 852 536

Recensie door Marianne van der Weiden, januari 2024

 




‘Onze kinderen’ door Renée van Marissing

Alles blijft
Alles gaat voorbij
Alles blijft voorbij gaan           -Jules Deelder

Met dit toepasselijke motto begint Renée van Marissing haar roman Onze kinderen. Mia’s vader is net overleden en Mia’s partner Sally is zwanger van hun eerste kind. Het zijn dus hectische tijden, het komen en gaan van een generatie.

Mia, de ik-figuur, is de oudste van een gezin met twee dochters. Vrij snel na de geboorte van zus Iris zijn hun ouders gescheiden. Moeder blijft met de meisjes in Amsterdam wonen, vader verhuist na enkele jaren naar Oudemirdum in Friesland. Als kind gaan de zusjes geregeld bij vader logeren. Iris is inmiddels getrouwd en heeft 2 kinderen, Mia en Sally wonen in een klein appartement in Amsterdam en worden dus binnenkort moeders.

Onze kinderen is geschreven in korte hoofdstukken in een goede stijl, en is makkelijk leesbaar. De intro van het verhaal is het laatste etentje op de Prinsengracht van Mia met vader Nico. Vader verslikt zich erg, maar na enkele minuten op het toilet en een biertje lukt het ademen weer. Twee weken later, alleen thuis in Friesland verslikt hij zich zodanig dat hij er aan sterft. De schrik is bij iedereen groot. Mia en Iris moeten de begrafenis gaan regelen en het huis in Friesland leeghalen. De baby op komst bepaalt het leven van Sally en Mia daarnaast sterk. Mia verdient de kost met het schrijven in opdracht, en voor haar eigen plezier schrijft ze ook essays. Als ze daarover vertelt, schrijft ze de prachtige zin: “een essay (is) niet het verslag van een zoektocht, maar de zoektocht zelf”. Op een gegeven moment overdenkt ze hoe haar eigen begrafenis zal zijn. Hoe Sally en hun zoon op de eerste rij zullen zitten en het Agnus Dei van Rufus Wainwright zal klinken, waarin het Lam Gods wordt aangeroepen. Op een geestige manier gaat ze in dialoog met het Lam. Mia is onzeker, bang voor haar eigen ontoereikendheid in het algemeen, maar zeker nu als aanstaande ouder. Geef me vrede, Lam, en rust. Doe het zelf! Zegt het Lam. Stel je niet aan, zet thee voor je vriendin.

Zowel Iris als Mia hebben alleen negatieve herinneringen aan hun vader. Als ze er met z’n tweeën over praten, vergoelijkt Mia de nare dingen eerder dan Iris. Daardoor ontstaat er ruzie: Mia kiest vaders kant volgens Iris. De herinneringen die langskomen zijn inderdaad erg naar en soms vreselijk. Vader was alcoholist en gedroeg zich naar zijn dochters vaak onverantwoordelijk en egoïstisch. Hij kleineerde de meisjes, reed dronken met de kinderen in de auto, en werd heel snel heel kwaad. Echt schokkend is de herinnering dat de zoon van 10 van een van de vriendinnen van vader de meisjes verschrikkelijk pest en Mia (dan 6) een keer aanrandt. Met daarna een lauwe, tot geen reactie van Pa.

Vooral Mia besteedt veel tijd aan het leeghalen van het huis in Friesland. Jammer genoeg beginnen de herinneringen steeds meer op elkaar te lijken zodat ze het beeld van vader niet vergroten.  Ook jammer dat moeder nauwelijks wordt uitgewerkt. Op de laatste avond alleen in het Friese huis drinkt ze veel te veel en wordt met een kater wakker. Toen Sally en Mia besloten een kind te nemen, wist Mia onmiddellijk dat zij het kind niet zou dragen. Haar genen waren daar niet geschikt voor met zo’n vader. Mia neigt zelf niet naar alcoholisme. Is deze kater bedoeld als een hommage aan vader? Ze blijft veel zachter in haar oordeel over vader dan zus Iris. Op de laatste bladzijde fantaseert ze erover zelf in het huis te gaan wonen, zij en Sally en hun toekomstige kinderen. Een open einde dus.

Uitgeverij     Querido, 2021
Pagina’s       164
ISBN            978 9021 414 461

Recensie door Vera Berendsen, december 2023

 




‘Alledaags geweld’ door Eva Keuris

“’Dus je moeder waste je haar tot je veertien was?’ vroeg Floor.
‘Ja, maar het was niet raar of zo. Ik bedoel, ik zit in bad, onder het schuim en dan zat zij op de badrand en kamde door mijn natte haar. Misschien was het wel raar.’
Een beetje wel.”

Het zijn passages zoals de bovenstaande, die de lezers van Alledaags geweld van Eva Keuris in eerste instantie op het verkeerde been zetten. De flaptekst van Alledaags geweld vermeldt dat Jonah zijn moeder van de ene op de andere dag niet meer wil zien. Als lezer ben je meteen benieuwd wat Heleen, de moeder, voor iets verschrikkelijks heeft gedaan dat haar zoon haar een heus contactverbod oplegt.

In onze huidige maatschappij is volop aandacht voor familiepatronen en het functioneren binnen een gezin. Boeken over familiesystemen gaan als warme broodjes over de toonbank en halen zelfs geregeld de bestsellerslijsten. Ook buiten de behandelkamer valt steeds vaker therapietaal. “Typisch iets voor het jongste kind”, hoorde ik een collega laatst fluisteren over haar leidinggevende, die geen verantwoordelijkheid nam voor zijn fouten. Alledaags geweld, het romandebuut van Eva Keuris, weet deze actuele thematiek knap te verwerken tegen de achtergrond van een schijnbaar alledaags leven.

Heleen trouwt op jonge leeftijd met Emile, een beroemde theaterregisseur met een hang naar drank en sterke verhalen. Emile is op zijn beurt opgevoed door zijn alleenstaande oma, omdat zijn moeder was weggelopen en zijn vader kort daarna bezweek aan de drank. Heleen wil een kind van Emile en Emile stemt daarmee in, op de voorwaarde dat Emiles carrière niet hoeft te wijken voor hun kind. Heleen voedt hun zoon, Jonah, grotendeels alleen op en mag van Emile nauwelijks werken of lang van huis wegblijven. Als Emile sterft aan slokdarmkanker, blijven Heleen en Jonah samen achter. Een golf van opluchting mengt zich met hun verdriet en Jonah en Heleen zijn voortaan op elkaar aangewezen.

Jonah gaat naar het conservatorium en woont als jongvolwassene drie jaar in New York, waar zijn carrière in elektronische muziek een kickstart neemt. Verschillende vriendinnetjes passeren de revue: Iris, een stil meisje met wie hij bijna trouwt, Mirthe en uiteindelijk Floor. Jonah en Floor ontmoeten elkaar tijdens het contactverbod met Heleen, maar dankzij enige digitale stalking krijgt Heleen genoeg mee over het liefdesleven van haar zoon. Met een gebroken hart ziet ze via haar telefoon hoe haar zoon achtereenvolgens gaat samenwonen met Floor, een huis koopt in Loosdrecht op nog geen kwartier afstand van haar, en daarna een kind verwekt. Op Jonahs verjaardag belt Jonah Heleen plotseling op met de vraag of ze wil komen eten. Het etentje verloopt soepel en naderhand legt Jonah de reden van het contactverbod uit: Heleen is zijns inziens te bemoeizuchtig, te opdringerig, te dichtbij. Heleen beredeneert dat Jonah zich maar al te graag laat bemoederen en vertroetelen, maar dat haar moederliefde ineens wordt uitgelegd als bemoeizucht als zij Jonah een advies geeft dat hem niet bevalt.

In deze nieuwe verstandshoudingen wordt Tobias geboren, de zoon van Floor en Jonah en het eerste kleinkind van Heleen. De geschiedenis herhaalt zich: waar de zorg van Jonah volledig op Heleens schouder lag, zo ziet Floor zich gedwongen haar carrière op te geven ten behoeve van haar pasgeborene. Jonah sluit zich af en vindt het vanzelfsprekend dat Floor hele dagen alleen met Tobias doorbrengt. Ook wordt hij steeds feller en snauwt hij Floor soms toe. De verhoudingen komen op scherp te staan en uiteindelijk besluit Floor haar schoonmoeder, Heleen, in vertrouwen te nemen: ligt het aan haar, vraagt Floor zich af, of zit Jonah fout?

Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te vinden. Toch vinden de vrouwen elkaar in hun gedeelde verhalen over hun moeilijke en gebroken mannen. Alledaags geweld legt de familiepatronen op ingenieuze wijze bloot, zonder dat het overdreven gemaakt of onecht is. Daarnaast weet Eva Keuris in een kort tijdbestek – een kleine 220 pagina’s met groot lettertype – niet alleen het verhaal van Jonah en Heleen te vertellen, maar ook de liefdesgeschiedenis van Floor uiteen te zetten. Alledaags geweld is een zowel aangrijpende als ingetogen roman die me nog een tijd zal bijblijven.

Uitgeverij         Prometheus, 2023
Pagina’s           212
ISBN                 978 9044 636 956

Recensie door Lieke Polak, januari 2024




‘Bijeen’ door Natasha Brown

Dit boek is geen pagetuner. En hoewel het een dun boekje is, lees je het niet in een keer uit. Alleen als je het langzaam leest, dringen de woorden tot je door. En ‘wat vind jij ervan?’ lijkt de de auteur de lezer te vragen. Een mooie vraag.

In Bijeen vertelt Natasha Brown over het leven van een jonge zwarte vrouw. Aan de buitenkant heeft de hoofdpersoon succes. Maar van binnen wordt ze opgevreten door de smaad die ze als zwarte vrouw oploopt in werkrelaties, in haar liefdesrelatie met een witte man, en bij de dokter.

In die verhaallijnen komt steeds dezelfde problematiek naar voren: de alledaagse vernederingen die de jonge vrouw moet incasseren. Ze laat de lezer weten hoe racisme en seksisme voelt en wat het bij haar teweegbrengt.

Wat dat bij haar aanricht vertelt ze op blz. 49
“Ik heb gevoelens.
Emoties,
Maar ik probeer naar gebeurtenissen te kijken alsof ze iemand anders overkomen. Een andere entiteit. Je hebt de denkende en redenerende ik. En de handelende en ervarende zij. Ik aanschouw haar welwillend. Van een afstand. Uit zelfbescherming koppel ik mezelf los.”  

De hoofdpersoon moet zich voortdurend verhouden tot de percepties van witte mensen. En is daardoor altijd op haar hoede. Dat wil ze niet meer en onderzoekt in dit verhaal de ruimte om andere keuzes te maken. Dat is de urgente en pijnlijke boodschap van Bijeen.

Uitgeverij       De Geus, 2021
Pagina’s         111
Vertaald          uit het Engels door Nadia Ramer (Assembly)
ISBN               978 9044 545 135

Recensie door Paulien ten Bode, november 2023




‘Nachtgevechten’ door Miriam Toews

De Canadese auteur Miriam Toews werd geboren in een mennonitische gemeenschap in Manitoba, Canada. Deze strenggelovige achtergrond, waarvan ze op haar achttiende wegvluchtte, verwerkt ze regelmatig in haar romans. In de gemeenschap lag de nadruk op schuld, discipline en schaamte, vrouwen werden er klein en onwetend gehouden. Ook in Nachtgevechten speelt die achtergrond, maar de toon is anders.

Swiv, een 9-jarig meisje, heeft het niet gemakkelijk. In brieven aan haar vader beschrijft ze wat er thuis allemaal gebeurt. Ze weet niet waar haar vader is. De brieven zijn meer een manier om van zich af te schrijven dan dat ze antwoord verwacht. Het is een krakkemikkig huishouden, waar Swiv woont met haar moeder en haar oma. Vrij kort geleden hebben haar opa en haar tante Momo een eind aan hun leven gemaakt. Dat dompelde moeder en oma, die toen nog in haar eigen huis woonde, in diepe rouw. Bij de moeder speelt daarnaast nog mee dat ze bang is erfelijk belast te zijn met de wens zichzelf te willen doden. Oma gelooft daar niet in en houdt haar voor dat ze een sterke vrouw is die goed kan vechten. Als Swivs moeder als actrice voor een filmproject een tijd naar Albanië gaat, raakt vader aan de drank. Daar voelt moeder zich bij terugkomst verantwoordelijk voor. Om het gezin weer samen te brengen raakt ze zwanger, maar vader houdt het voor gezien en vertrekt. Oma trekt bij Swiv en haar moeder in.

In de periode van rouw hadden Swivs moeder en oma nauwelijks aandacht voor haar. Swiv probeerde het huishouden voor haar vader draaiende te houden. Ook nu oma bij hen woont, is ze voortdurend bang en bezorgd. Ze is bang dat haar moeder zichzelf zal doden en probeert Gord (de naam van de baby zolang niet bekend is of het een jongen of een meisje is) voor te bereiden op het hectische leven met hun onstuimige en onvoorspelbare moeder. Oma is hartpatiënt en heeft hulp nodig met douchen, steunkousen aantrekken en medicijnen innemen. Dat doet Swiv allemaal. Ze is continu waakzaam of het wel goed met oma gaat en of ze zich niet teveel inspant. Als je dit zo leest denk je dat oma een zielig oud vrouwtje is, maar zij is juist de krachtigste vrouw in het verhaal.

Oma is een vechter en laat zich niet uit het veld slaan. Ze houdt van het leven en maakt overal en altijd gemakkelijk contact. Ze wil Swiv ervan doordringen dat je het recht hebt van het leven te genieten en dat het belangrijk is daarvoor te vechten. Swiv heeft het advies om te vechten en voor zichzelf op te komen iets te letterlijk genomen en is van school geschorst. Daarom krijgt ze nu thuis les van oma, op nogal onorthodoxe wijze. Doordat het verhaal door de ogen van Swiv verteld wordt, blijft de voorgeschiedenis van oma een beetje onduidelijk. Wel is duidelijk dat ze uit een grote familie komt en dat er mensen zijn, aangevoerd door ene Willit Braun, die vinden dat vrolijkheid en genieten zondig zijn. Oma, die zich met enkele van haar familieleden daaraan heeft ontworsteld, houdt hem daarom verantwoordelijk voor de zelfdoding van opa en Momo. Ze wordt nog steeds op de huid gezeten door Willit en zijn medestanders.

In deel 2 gaan oma en Swiv naar Fresno, Californië, om Lou en Ken op te zoeken. Dat zijn twee neefjes, zoals oma het noemt, maar die zijn inmiddels ook al flink op leeftijd. Voor oma wordt het een soort afscheidsreis, voor Swiv een kennismaking met een heel andere wereld, waar mensen van elkaar houden en ondanks tegenslag voluit van het leven (proberen te) genieten. Van Lou en Ken hoort Swiv herhaaldelijk hoe sterk ze haar moeder vinden. Daar is ze blij om. Oma wil alles uit het bezoek halen, maar zoals Swiv al vreesde, gaat dat ten koste van haar gezondheid. Ze vliegen eerder terug naar huis, waar oma direct op de intensive care van het ziekenhuis wordt opgenomen. Tijdens het bezoek van moeder aan oma beginnen de weeën en die nacht wordt de baby geboren. Swiv pendelt heen en weer tussen haar moeder en oma op de verschillende etages van het ziekenhuis, en slaagt erin haar nieuwe zusje (Gord blijkt een meisje te zijn) uit de kraamafdeling mee te nemen naar oma om haar te laten zien. Daar vindt moeder haar en begrijpt ondanks haar schrik en boosheid wel waarom Swiv dat gedaan heeft. Oma laat het leven los nu ze haar nieuwe kleindochter heeft gezien en weet dat Swiv, haar moeder en haar nieuwe zusje samen verder kunnen. In het laatste hoofdstuk klinkt Swiv inderdaad optimistisch en minder tobberig.

Het is een zware thematiek. Toch is het boek geen zware kost. Je krijgt het verhaal mee door de ogen van Swiv, die alles van dag tot dag neemt zoals het komt en ongefilterd beschrijft. Dat leidt tot komische en geestige beschrijvingen. Dat haar familie in de ogen van anderen wellicht niet helemaal ‘normaal’ is, komt niet bij haar op. Hoewel ze zich zorgen maakt om haar moeder en oma blijkt uit alles dat ze dezelfde pit en harde kern heeft als die twee. Het komt wel goed met Swiv, daar ben ik van overtuigd.

Miriam Toews (1964) vertrok op 18-jarige leeftijd naar Montreal en Londen en studeerde er film en journalistiek. Ze heeft inmiddels acht romans geschreven, waarvan de laatste drie ook in het Nederlands zijn vertaald (zie ook de andere twee recensies op de website van de Vrouwenbibliotheek*). In bijna al haar boeken gebruikt ze haar eigen ervaringen, vooral het leven en volwassen worden in een sektarische gemeenschap en de zelfdoding van naaste familieleden. Meestal zijn haar boeken hoopvol, doordat de betrokken vrouwen zich aan hun situatie weten te ontworstelen. Het is knap hoe ze dezelfde thematiek op steeds verschillende manieren uitwerkt. Een aantal van haar boeken is met succes verfilmd.

Uitgeverij      Cossee, 2023
Pagina’s        219
Vertaald        uit het Engels door Ineke van den Elskamp (Fight Night, 2021)
ISBN             978 9064 521 146

Recensie door Marianne van der Weiden, november 2023

*
–  https://vrouwenbibliotheek.nl/2021/03/27/wat-ze-zeiden-door-miriam-toews/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2022/06/10/niemand-zoals-ik-door-miriam-toews/




‘Dagen in de geschiedenis van stilte’ door Merethe Lindstrøm

Het leven is niet makkelijk en ook niet vrolijk. Dat weet Merethe Lindstrøm je goed in te peperen.

Het verhaal begint als een thriller. Er zijn dingen gebeurd en je mag als lezer niet gelijk weten wat precies. Mij irriteert dat. Pas verder lezend kom je erachter dat dit stijlmiddel heel goed het karakter van de hoofdpersoon Eva weergeeft. Ze benoemt het zelf als lafheid, ontwijking, stilzwijgen. Het hele verhaal is geschreven vanuit het ik perspectief en ook dat is passend. Eva kan niet van zichzelf loskomen. Je gunt haar graag wat meer zelfspot, relativering en humor. Door Merethe Lindstrom’s manier van schrijven wordt het toch een prachtig verhaal. Ze schrijft in makkelijke, korte zinnen. Dagelijkse zaken worden herkenbaar beschreven. Schijnbaar kabbelt het leven rustig voort, maar je voelt de onderhuidse spanning en het verdriet. Veel wordt (op zijn Scandinavisch) niet rechtstreeks benoemd.

Eva is getrouwd met Simon en samen hebben ze drie dochters. Simon was arts en Eva lerares, nu zijn ze beiden gepensioneerd. Pas op pagina 62 lees je dat Eva een kind heeft gekregen toen ze zeventien was en dat ze het jongetje na een paar maanden ter adoptie heeft aangeboden. Simon is de enige die dit weet. Simon moet leven met de herinneringen aan de onderduikperiode met zijn ouders en jongere broertje, de benauwdheid, de stilte en met de uitroeiing van de rest van de familie. Eva en Simon houden van elkaar, maar “We slaagden er niet in om het te aanvaarden van elkaar”. Eva kan het voortdurende, depressief makende verdriet van Simon niet goed begrijpen en Simon kan niet goedkeuren dat Eva doet of ze een totale afwezigheid van verdriet en spijt heeft, en er met niemand over wil praten. Eva heeft nooit met hun kinderen over haar verdriet gesproken, en Simon nauwelijks over zíjn historie.

Op aanraden van hun dochters nemen ze een hulp in de huishouding, Marija. Na een gewenningsperiode blijkt dat ze heel blij zijn met de hulp die Marija biedt, en dat ze min of meer vrienden van elkaar worden. Ze zijn van Marija gaan houden. Vanaf het allereerste begin, en steeds tussen alles door, wordt er verwezen naar het moeilijke en pijnlijke afscheid dat ze van Marija hebben moeten nemen na ruim drie jaar. De kinderen begrijpen het niet en zijn er erg boos om. Waarom, papa, mama? Stilte. Er wordt steeds maar niet verteld wat er is gebeurd.
Met Simon gaat het slecht, zijn gezondheid neemt af en hij vervalt in stilzwijgen. Het komt zo ver dat Simon een paar dagen per week naar de dagbesteding gaat. De kinderen dringen erop aan dat Eva een opname in een huis voor ouderen zal regelen. Voor Eva voelt dat als het ‘afstaan’ van Simon en dat roept herinneringen op aan het afstaan van haar zoontje. Dit alles wordt mooi en invoelbaar beschreven. Op pagina 198 is het dan zover! Als lezer mag je weten wat er is gebeurd met Marija:
Op een dag zijn Simon, Eva en Marija in de keuken en de buurman is langdurig bezig met een lawaaierige grastrimmer. Iedereen ergert zich eraan. Dan zegt Marija: “Het zal wel een jood zijn.” Er volgt een lange monoloog. “Wat ze zei was banaal, zoals een kind dat een sprookje na vertelt… Haatdragend en simpel. De eenvoud van clichés, de taal van de holle frases. Over hen”. Heel mooi lees je hoe Simon en Eva hier samen op reageren, eerst negeren en dan na dagen toch besluiten dat ze iets moeten doen. “We lieten haar gaan”. Wat dat betekent mag je zelf invullen. In ieder geval vertrekt Marija naar haar geboorteland Letland.

Aan het slot lees je eindelijk veel meer over de vreselijke historie van de familie van Simon en vertelt Eva hoe ze haar hele leven de gevoelens die ze had bij het afscheid van haar zoontje heeft weggedrukt. Ontroerend. De dochters weten nog steeds van niets. In die zin heeft het verhaal een open einde.

De titel van het boek past bij de stijl van het verhaal: een beetje vaag en geheimzinnig. De vertaling van Sofie Maertens en Michiel Vanhee vind ik mooi, uitstekend.

Uitgeverij     Oevers, 2023
Pagina’s        244
Vertaald        uit het Noors door Sofie Maertens en Michiel Vanhee  (Dager i stillhetens historie)
ISBN             978 9493 290 341

Recensie door Vera Berendsen, oktober 2023

 

 

 




‘De Kinderen Zijn Koning’ door Delphine de Vigan

De meesterlijke roman De Kinderen Zijn Koning komt van een van de meest succesvolle schrijvers van Frankrijk, Delphine de Vigan, en gaat over het in toenemende mate op social media zetten van filmpjes over kinderen door hun ouders. Zelden heb ik een boek onder ogen gekregen waarin zo scherp een groot maatschappelijk probleem verwoord wordt. Tegelijkertijd leest de roman als een spannend science fiction verhaal waarbij de fiction inmiddels realiteit is geworden.

Mélanie Claux is een ‘gewone’ vrouw. Haar grote droom is “om te worden gezien, erkend, bewonderd.” Door de televisie weet ze dat dat binnen ieders bereik ligt. “Je hoefde jezelf alleen maar te laten zien en in beeld te blijven.” Ze stelt zich regelmatig kandidaat voor reality shows, wordt zelfs een keer uitgenodigd, maar het leidt allemaal tot niets.
Haar tegenhanger is Clara Roussel. Een kleine vrouw die absoluut niet wil opvallen en het liefst in stilte achter de schermen werkt. Zij houdt zich bezig met feiten en niet met dromen.

Mélanie trouwt met Bruno Diore, krijgt twee kinderen, Sammy en Kimmy, maar blijft de leegte in haar bestaan voelen, totdat ze Facebook, Instagram en YouTube ontdekt. Ineens heeft ze “het gevoel dat ze een plaats in de wereld had gevonden, een plek om te bestaan.” Als trotse moeder zet ze filmpjes van haar kinderen op internet. Dat gaat ze steeds vaker doen en ze is niet de enige. Haar filmpjes worden steeds beter, vooral als haar man zijn baan opgeeft om zich te bekwamen in opnameprocedures. Ze krijgen samen zoveel ‘likes’ dat het de aandacht van de commercie gaat trekken. Bedrijven sturen allerlei geschenken die de kinderen dan moeten uitpakken voor de camera. Dat heet ‘unboxing’ en levert de bedrijven en de makers van een filmpje veel geld op. Al gauw ligt het huis van de familie Diore bomvol met cadeaus van allerlei merken: speelgoed, etenswaren, kleding etc. Haar miljoenenbedrijf ‘Happy Playtime’ is zeer zorgvuldig opgezet en beter dan dat van de concurrentie. Er zijn veel individuen en organisaties die fel gekant zijn tegen dit alles, maar Mélanie trekt zich de niets van aan. Zij brengt mensen geluk, met zoenepoentjes en sterrenkusjesl, en wordt beloond met een en al aandacht. Haar kinderen vinden hun ‘werk’ volgens haar ook geweldig. In een interview zegt ze dan ook: “Weet u, bij ons thuis zijn de kinderen koning.”
Wat ze niet ziet, of niet wil zien, is dat haar zoontje braaf alles doet wat hem opgedragen wordt, maar haar dochter niet. Die verzet zich steeds meer, maar haar moeder zegt dat als ze niet meewerkt, niemand meer van haar zal houden.
Dan wordt dochter Kimmy gekidnapt en verandert alles.

Intussen is Clara procesbewaakster bij de Brigade Criminelle van de politie geworden. Als de politie ingeschakeld wordt na de verdwijning van Kimmy raakt Clara betrokken bij de zaak. Zij gaat zich verdiepen in het verschijnsel van kinderexploitatie op internet en is verbijsterd. “Je moet het zien om het te geloven”.
Door haar inbreng krijgt de lezer nu niet alleen een beeld van de situatie van binnenuit maar ook van buitenaf. Waar Clara ziet dat mensen in parallelle werelden kunnen leven, heeft Mélanie dat niet door. Haar schijnwereld wil ze ten koste van alles in stand houden, hoe echt haar verdriet om Kimmy ook is. Een beetje besef is er wel. Ze geniet van de enorm gestegen kijkcijfers na de kidnapping en walgt tegelijkertijd van zichzelf. “Als ze als kind haar sokken uittrok, rook ze er altijd even aan. Dat was precies wat ze nu aan het doen was.” Steun van haar ouders krijgt ze niet, maar “Ze was niet alleen. Ze had een community. Haar echte familie.” Clara ziet op een afstand dat “de hartjes, de likes, het virtuele applaus haar motor, haar levensdoel waren geworden: een soort van emotioneel investeringsrendement waar ze niet meer buiten kon.” Clara is bang dat privacy inmiddels niet meer is dan “een achterhaald, verouderd begrip” of mogelijk zelfs een illusie. “Big Brother was met open armen ontvangen.” Wetgeving om kinderen te beschermen is er niet. Als die er uiteindelijk komt, valt de wet niet te controleren en heel makkelijk te omzeilen.

De kidnapping loopt goed af, op een heel verrassende manier. Daarmee is het verhaal niet klaar. Het wordt voortgezet in het jaar 2031. Sammy is een psychiatrisch ‘geval’ geworden en Kimmy besluit een rechtszaak aan te spannen tegen haar ouders. Tussen broer en zus komt het pas weer goed als Kimmy zich realiseert dat Sammy haar altijd heeft laten rebelleren en zelf alles over zich heen liet komen om haar te helpen ontsnappen.
Vader Bruno verlaat het gezin en Mélanie is alleen. Dat geeft niets. Ze heeft haar camera’s en veel liefde om uit te delen. Er is niets aan de hand.

De stijl waarin deze roman is geschreven doet denken aan een formele rapportage waarin alle feiten genoemd worden. Toch ontbreekt inleving en mededogen absoluut niet. Delphine de Vigan schrijft alsof ze haar woede maar nauwelijks kan bedwingen over iets wat haar na aan het hart ligt zonder dat ze ook maar even uit de bocht vliegt met geschreeuw of gehuil. Al lezend voel je de beklemming in je eigen hart toenemen, want het meest gruwelijke van De Kinderen Zijn Koning is dat Delphine de Vigan geen verhaal heeft verzonnen, maar de werkelijkheid heeft beschreven waarvoor wij liever onze ogen gesloten hadden willen houden. Laten we ook vooral niet vergeten dat er alleen maar kindvloggers zijn als er kijkers zijn.

Uitgeverij      De Geus, 2023
Pagina’s       298
Vertaald        uit het Frans door Floor Borsboom (Les Enfants Sont Rois)
ISBN             978 9044 545 920

Recensie door Janny Wildemast, mei 2023




‘Een eiland’ door Karen Jennings

Het eerste wat opvalt als je Een eiland in handen neemt, is de prachtige omslag met een groen eiland in de vorm van een gezicht en profiel. Het blijkt wonderwel te passen bij de inhoud van het verhaal. Samuel is de enige bewoner, hij is er de ‘alleenheerser’.

Karen Jennings beschrijft 4 dagen uit het leven van Samuel op het eiland. Hij is inmiddels 77 jaar en via zijn herinneringen maak je kennis met zijn vroegere leven. Nergens worden namen van landen of politici genoemd, er zijn geen jaartallen en historische gebeurtenissen worden niet met harde feiten onderbouwd. Karen Jennings schrijft dus een fantasieverhaal over een fantasieland. Dat dit land haar geboorteland Zuid-Afrika moet voorstellen, is daarentegen wel duidelijk.

Het leven van Samuel was moeilijk, vol onrecht, corruptie en geweld. Een paar weken nadat zijn vriendin Meria bevallen is van hun kind doet Samuel mee met een politieke actie en belandt voor tientallen jaren in de gevangenis. Daar gedraagt hij zich lafhartig. Hij zegt over zichzelf: “Ik heb iedereen verraden die ik ken, en velen die ik niet ken.” Hij heeft ook Meria verraden. Als hij eindelijk ontslagen wordt uit de gevangenis bezorgt zijn zus Mary Martha hem de baan van vuurtorenwachter op het eiland.

Op de eerste dag van het verhaal is er een lichaam aangespoeld op het strand. Als blijkt dat er toch nog leven in zit, haalt Samuel de man met de kruiwagen op en brengt hem naar zijn huisje. Daar knapt de vreemdeling na wat eten en drinken wonderbaarlijk snel op en er ontstaat tussen Samuel en de man een relatie van haat en compassie, egoïsme en medemenselijkheid. De vreemdeling spreekt een taal die Samuel niet kan verstaan en dat maakt de communicatie uiterst moeizaam. Als lezer kom je ook niets van de gedachten van de vreemdeling te weten. Ik vind het een prachtige metafoor. Alle gedachten en reacties van Samuel op de vreemdeling zijn echt helemaal van hem, Samuel blijft de ‘alleenheerser’. Karen Jennings weet je prachtig mee te nemen in zijn wereld, in zijn medeleven en wantrouwen. Ze doet dit door de gebeurtenissen uit zijn vroegere leven passend te vertellen, waardoor je beter begrijpt hoe hij tot sommige gedachten komt. Het wantrouwen van Samuel voor de vreemdeling wordt groter en groter. De man is jong en sterk. Wil hij Samuel doden en het eiland, zijn huis, zijn vuurtoren overnemen? Is het zijn land, zijn huis? Mag hij dat denken? Op dag vier doodt Samuel in een vlaag van woede de vreemdeling. Een somber einde dus.

In het verhaal wordt niet over huidskleur gesproken. Stel dat Samuel zwart is. Dan behoort hij tot de oorspronkelijke bevolking van het land. Nieuwkomers hebben zich dan zijn land toegeëigend. Nu hij alleenheerser over het eiland is, heeft hij de nieuwkomer vernietigd, dus overwonnen. Niet somber dus?! Weer dat dubbelspel van Karen Jennings.

Het is echt heel knap hoe dit verhaal met zijn vele metaforen, de heen en weer gebeurtenissen je eigen fantasie weet te prikkelen. Maar het verhaal is ook bedoeld als een grote aanklacht tegen de politiek, de machthebbers, de instituties van Zuid-Afrika. En het heeft als droevige conclusie dat de mens zelf zwak is, zeker zodra het moeilijk wordt.

Dat er in dit fantasieland niet over huidskleur gesproken wordt, is dan weer heel positief en opwekkend. Laten we hopen dat het ooit zover komt dat het op aarde niet meer van belang is welke huidskleur je hebt.

De vertaling van Peter Bergsma is prima.

Uitgeverij     Cossee, 2023
Pagina’s       205
Vertaald       uit het Engels door Peter Bergsma (An island)
ISBN            978 9464 520 705

Recensie door Vera Berendsen, mei 2023




‘De rook die dondert’ door Namwali Serpell

De rook die dondert is een hele kluif, niet alleen door de omvang (780 pagina’s), maar ook doordat de verschillende personages en verhaallijnen elkaar steeds kruisen en je je gedachten er goed bij moet houden. Ik was blij met de stamboom die achterin het boek is opgenomen, om zo af en toe op te zoeken wie bij wie hoort. Maar al met al heb ik het met veel plezier gelezen: het verhaal is intrigerend, soms absurd en vaak verrassend, en ik vind het knap hoe Namwali Serpell er zo’n compact geheel van heeft weten te maken. Ze slaagt erin de feitelijke geschiedenis van het ontstaan van de staat Zambia te combineren met sciencefiction, door al aanwezige ontwikkelingen (klimaatverandering, chips en drones) door te trekken naar een mogelijke toekomst waar de personages mee te maken krijgen. Ook andere actuele thema’s verwerkt ze in het verhaal, zoals de aids-epidemie en de rol van buitenlandse mogendheden in de ontwikkeling van Afrikaanse landen. Een maatschappij-kritische roman.
Zonder in te gaan op alle details zal ik het verhaal in grote lijnen schetsen.

Namwali Serpell beschrijft drie generaties van families die van oorsprong heel verschillend zijn, maar die met elkaar verstrengeld raken in de jonge staat Zambia. Een van de families is zwart, de tweede wit en de derde gemengd. Het eerste deel beschrijft de eerste generatie aan de hand van de grootmoeders. De witte familie is van oorsprong Italiaans en komt in Zambia (toen nog een Engels protectoraat/kolonie) terecht doordat Federico, de man van Sibilla, als ingenieur meewerkt aan de bouw van de Kariba-dam in de Zambezi-rivier. Het verhaal van de gemengde familie begint in Engeland, waar Robert, een zwarte student, in de zomer in het landhuis van de familie van Agnes verblijft. Agnes is blind en weet dus niet dat de man op wie ze verliefd wordt zwart is. Ondanks de protesten van de familie zetten ze hun huwelijk door en vertrekken ze naar Afrika. Agnes raakt daar geïnspireerd door een groep marxisten aan de universiteit, een contact dat Robert met succes weet te saboteren. Uit wraak noemt Agnes hun zoon naar Lionel, de leider van de groep. De derde grootmoeder is Matha, die in aanraking komt met Nkoloso, een revolutionair die streeft naar een onafhankelijke staat Zambia. Ze raakt zwanger van Godfrey, een groepsgenoot, maar als die uit haar zicht verdwijnt, raakt ze gemarginaliseerd en vervalt ze in armoede.

In het tweede deel gaat het om de moeders. Sylvia is de dochter van Matha. Samen met een vriendin komt ze eerst in de prostitutie terecht en vestigt ze later een kapsalon. Een van de klanten van vroeger die ze daar tegenkomt en met wie ze een relatie aanknoopt is dokter Lee. Lee is de verkorte naam van Lionel, de zoon van Agnes en Robert. Als hij Sylvia ontmoet is hij getrouwd met Thandiwe, een vrouw van gemengde afkomst, die de tweede moeder in het verhaal is. De derde moeder is Isabella, de dochter van het witte echtpaar Sibilla en Federico. Zij is een onaangenaam persoon en speelt in het verhaal een minder grote rol, behalve dan dat zij trouwt met de Indiase handelaar Balaji, en de moeder wordt van Naila. In dit deel van het verhaal krijg je een indringend beeld van hoe de verschillende bevolkingsgroepen zich tot elkaar verhouden. In feite leven ze geheel gescheiden van elkaar. De rijke witte bovenlaag komt alleen in aanraking met de zwarte bevolkingsgroep door ze als personeel in hun huishouden te laten werken.

Het derde deel gaat om de kinderen: Joseph, de wettige zoon van Lionel en Thandiwe, Jacob, de buitenechtelijke zoon van Sylvia en Lionel, en Naila, de dochter van Isabella en Balaji. Die drie zijn geboren in 1997/1998. Tegen de tijd dat zij volwassen zijn is Zambia politiek een onafhankelijke staat, maar economisch sterk afhankelijk van buitenlandse investeerders. Zo wordt er verwezen naar China dat mijnen exploiteert en in de infrastructuur investeert. China speelt ook een grote rol bij het zoeken naar een vaccin tegen het Virus. Aan dat onderzoek werkt Lionel mee, al blijkt hij tot zijn teleurstelling maar een kleine schakel te zijn in een groot Chinees project. Zowel Sylvia, Thandiwe, het broertje van Joseph, als Lionel zelf raken met het aidsvirus besmet. Lionel meent een vaccin ontwikkeld te hebben, maar bij hemzelf werkt het averechts, waarna hij overlijdt. Zijn zoon Joseph probeert het onderzoek voort te zetten, maar dat verzandt en hij verlegt zijn aandacht naar het werk van Jacob. Jacob is een handige technicus en ontwikkelt samen met Joseph een mini-drone, uiteindelijk zo klein als een mug, die hij aan de machthebbers verkoopt, de Muzkietooz. Deze mini-drones kunnen opereren als zwerm en lijken bijna een eigen bewustzijn te hebben. In dit derde deel ontwikkelt het verhaal zich tot een sciencefictionroman. Er is sprake van een Verandering, die heeft geleid tot een grillig klimaat. Heel Afrika heeft via Afrinet toegang tot internet en mensen kunnen in hun hand een Bead laten plaatsen. Deze Beads (een soort chips) maken je hand tot een smartphone, wat eerst heel handig lijkt, een slimme gadget. Gaandeweg echter wil de overheid bij iedereen een Bead laten plaatsen om ze te kunnen volgen. Ook de mini-drones worden voor surveillance ingezet. Joseph, Jacob en Naila vormen een trio dat zich hiervan bewust wordt en dat zich ertegen wil verzetten. Ze proberen een verzetsgroep op te richten, maar die komt niet van de grond doordat de overheid hun eerste grote bijeenkomst met behulp van de Beads en de mini-drones verstoort. Dan smeden de drie het plan om de hele stroomvoorziening in het land stil te leggen door de sluizen in de Kariba-dam met een zwerm mini-drones deels te blokkeren. Daarin slagen ze feitelijk té goed, want de sluizen worden geheel geblokkeerd en mede als gevolg van het plotselinge noodweer, een terugkerend effect van de Verandering, stroomt het water uit de Zambezi over de dam heen en wordt het hele land overstroomd. Hiermee sluit Namwali Serpell weer een cirkel in het verhaal: het boek begon met de bouw van de Kariba-dam en eindigt met de instorting ervan. Alleen een paar plaatsen, waaronder Lusaka, blijven als eilandjes boven het water uitsteken. De bevolking moet weer terug naar oude tijden. Joseph en Jacob overleven de zondvloed. Naila in eerste instantie ook, maar bij de geboorte van haar zoon overlijdt ze. Of Joseph of Jacob de vader is, weten ze niet, want Naila voelde zich tot beide mannen aangetrokken.

Tussen de verschillende hoofdstukken in staan intermezzo’s, kennelijk uitgesproken door malariamuggen. Zij becommentariëren de historische gebeurtenissen en pochen op hun eigen ontregelende invloed en de zinloosheid van wat mensen, vooral witte mensen, proberen uit te richten. Aan het eind lijken deze muggen veranderd te zijn, of samen te gaan met de Muzkietooz, de elektronische variant. Je vindt ze ook terug als afbeelding tussen de paragrafen binnen een hoofdstuk. Ze geven een laatste boodschap mee: dat de mens alleen kan meedrijven met de draaiingen van de tijd en het heelal. Een filosofisch einde van een fantastisch (in meerdere betekenissen) boek.

De rook die dondert is de debuutroman van Namwali Serpell (Lusaka, 1980). Namwali Serpell werd geboren in Zambia en woont en werkt in de VS. Met dit boek won ze direct vele prijzen, in de categorieën fictie en sciencefiction en als debuutroman. Haar tweede roman The Furrows (2022, over een familietrauma na een vermist kind) en haar eerder gepubliceerde korte verhalen zijn ook enthousiast ontvangen. Als hoogleraar in de Engelse taal, eerst in Berkeley (2008-2020) en nu in Harvard, schreef ze daarnaast wetenschappelijke boeken en essays die eveneens werden genomineerd voor prijzen. Zo won ze met haar essay She’s Capital (2022) de 2023 American Society of Magazine Editor’s Award for Reviews and Criticism. Duidelijk dus alle reden om uit te kijken naar nieuwe boeken van Namwali Serpell

Uitgeverij       Atlas Contact, 2020
Pagina’s        787 (incl. dankwoord, verantwoording en stamboom)
Vertaald        uit het Engels door Linda Broeder (The Old Drift, 2019)
ISBN             978 9025 448 806

Recensie door Marianne van der Weiden, april 2023




‘Het Atelier’ door Sarah Hall

Het Atelier is de meest recente roman van de veelgeprezen, genomineerde en gelauwerde Engelse Sarah Hall. Hierin beschrijft ze de herinneringen van Edith Harkness, die een van de vele slachtoffers is van een pandemie veroorzaakt door het fictieve Hantavirus, ook wel Nova of AG3 genoemd. Vlak voor Edith sterft, houdt ze zich bezig met herinneringen aan haar leven terwijl ze in haar slaapkamer boven haar atelier ligt. Sarah Hall begon met het opschrijven van het verhaal van Edith op de eerste dag van de Covid lockdown in Groot-Brittannië in maart 2020. Covid en AG3 vertonen herkenbare overeenkomsten, maar AG3 doet denken aan de builenpest en is dodelijker.
Herinneringen zijn niet logisch en niet chronologisch. Verwacht dus geen makkelijk leesbare roman, maar wel een die je bezig blijft houden. Je blijft je ook afvragen of het hier om een biografie gaat, maar dat blijkt niet het geval.

Edith herinnert zich haar jeugd, haar kunstenaarschap en haar relatie met de Turkse man Halit. Dit zijn de drie thema’s die in de hoofdstukloze roman aan bod komen.
Zoals Edith jarenlang met een slapend virus in haar lichaam rondliep, zo had haar moeder Naomi waarschijnlijk een aneurisma en kreeg een herseninfarct. Daarna moest ze alles opnieuw leren, terwijl ze een gevierd schrijfster was geweest. Sarah Hall beschrijft dat als volgt: “Toen ik acht was, overleed mijn moeder en kwam Naomi.” Op zulke momenten moet je gewoon doorlezen tot duidelijk wordt dat moeder niet dood is, maar een nieuwe persoonlijkheid kreeg. Haar man liep daarvoor weg en Edith koos ervoor bij haar te blijven. Zo verhuisden die twee naar een eenzaam gelegen cottage en leerden van elkaar. “We groeiden om elkaar heen als ranken die wederzijds steun nodig hebben om overeind te blijven.”
Edith moet versneld volwassen worden vanwege de toestand van haar moeder. Dat gaat met vallen en opstaan. Ze krijgt een fout vriendje dat haar misbruikt, en haar een geslachtsziekte plus een buitenbaarmoederlijke zwangerschap bezorgt. Het is haar moeder die vriend Ali de deur uit werkt.

Edith zal kunstenares worden en gaat enorme houten sculpturen maken die als heel onvrouwelijk gezien worden. Voor houtbewerking leert ze in Japan shou-sugi-ban: hout beschadigen door verbranding en dan de verschroeide houtskoollaag met een staalborstel bewerken om de prachtige nerf eronder te onthullen en tegelijk het hout waterdicht en sterker te maken. Dat is dus vernietigen om te scheppen. Ooit wil ze haar leermeester kunnen zeggen: “Ja, natuurlijk, ik ben het hout in het vuur. Ik heb ondervonden, ben van natuur veranderd. Ik ben verbrand, beschadigd, weerbaarder.
Met de controversiële ‘Feeksie’, een heksachtig gevaarte, ter nagedachtenis aan de (toekomstige) slachtoffers van het novavirus, wint ze een prijs. Van het geld koopt ze een grote loods die geschikt is voor haar enorme ontwerpen. Ze noemt haar nieuwe huis ‘Burntcoat’, een verwijzing naar haar houtbehandelingstechniek.
In een restaurant leert ze de restauranthouder kennen. Hij is van Turks-Bulgaarse afkomst, heet Halit en is eigenlijk scheikundige. Zijn officiële naam is Konstadin Konstadinov, zoon van Deniz Öztürk. Ze kent hem nog maar net als de pandemie uitbreekt en zij samen in haar kleine wereld in lockdown zitten. Er ontstaat een gepassioneerde liefdesrelatie. Over Halit wordt maar heel weinig verteld, behalve dan dat hij een ideale minnaar is. Ze leven samen in Burntcoat, eten van de voorraden van zijn restaurant en vrijen. Zoals Edith hout verbrandt om het sterker te maken, zo brandt hun liefde ook. De pandemie wordt gaandeweg het enige onderwerp in het nieuws. Er sterven miljoenen mensen. De beschrijving lijkt griezelig veel op die van de Covid pandemie. Heel veel wordt er echter niet over gezegd want de focus blijft op Edith liggen.

Dan komt het begin van het einde. Eerst kneust Edith haar pols als ze een man slaat die een brood van een vrouw wil stelen en iets later raakt Halit ook in een gevecht gewond terwijl hij eten haalt in het restaurant. Hij brengt het virus naar Burntcoat en zal eraan sterven. Edith weet dat zij ook bijna aan de beurt is. Ze verzorgt hem en ziet hem aftakelen, terwijl de buitenwereld verandert in de maatschappij zoals we die kort geleden zagen: lege straten, volle ziekenhuizen en contactverboden.

Na zijn dood is Edith aan de beurt. Een ontmoeting met haar halfbroer uit Canada volgt nog, maar had ook weggelaten kunnen worden, want het gaat in Het Atelier om iets anders dan familierelaties. Het gaat in deze roman over liefde en dood, over geaccepteerd worden of niet, en vooral over hoe je omgaat met je sterfelijkheid. “Wie verhalen vertelt, overleeft”, zegt Naomi in de eerste zin van de roman. Misschien is dat het credo van Sarah Hall.
Deze buitengewoon sterke en ontroerende roman moet gelezen worden.

Uitgeverij     AmboAnthos, 2022
Pagina’s       192
Vertaald       uit het Engels door Karina van Santen en Martine Vosmaer (Burntcoat)
ISBN            978 9026 355 189

Recensie door Janny Wildemast, maart 2023