‘Hier komen wij vandaan’ door Leonieke Baerwaldt

Een bureau maakt op het moment reclame met een variatie op het sprookje van Hans en Grietje. Betaal niet te veel WOZ-belasting voor je huis. Laat de belastingdienst niet aan je huisje knabbelen. Wij vragen voor u informatie op. Gratis! Vrolijk, positief.
Leonieke Baerwaldt baseert zich in Hier komen wij vandaan op de sprookjes De kleine zeemeermin van Hans Christiaan Andersen en De visser en zijn vrouw van de gebroeders Grimm. Dit zijn grimmige sprookjes en zij schrijft een grimmig verhaal. Want wat een hoeveelheid rampspoed, onvermogen, ziekte, armoede en verdriet komen er voorbij.

Leonieke Bearwaldt schrijft in mooie, korte zinnen en in kleine stukjes, vaak maar 1 of 2 pagina’s lang. Haar stijl spreekt mij aan en de vorm is echt knap. Het is spannend om te lezen hoe ze de personages mengt, af en toe in de tijd niet alleen vooruit gaat maar soms ook achteruit, hoe ze toewerkt naar de climax. Het feit dat je van te voren weet dat die oude sprookjes haar geïnspireerd hebben tot dit moderne sprookje geeft ook lekker houvast. Beeldend beschrijft ze deze aarde, hoe mooi en lelijk die is en hoe moeilijk het is om je in onze huidige maatschappij te kunnen handhaven. En helaas, in dit moderne sprookje zijn alleen maar verliezers.

De karakters van de personages komen vooral tot uiting door wat ze doen en laten en door wat ze meemaken aan ziekte, dood, ongelukken, seksueel misbruik, alcoholisme en hoe ze daar mee omgaan. Om soms wanhopig van te worden.

De kleine zeemeermin (Miriam) wil per se haar prins aan de wal zoeken, Brenda en Loek willen een huis bouwen op een verlaten industrie terrein, Alex wil een aquarium en later een aquariumwinkel. De kleine Ondine laveert daar overal tussendoor. Zij wordt beschreven vanuit het ik-perspectief, ze is 11 jaar en verreweg de meest verstandige. Mevrouw Stern laat Miriam en Ondine in haar huis logeren om op de kat te passen. Ze is de enige volwassene die ‘zomaar’ iets positiefs doet voor een ander, maar ook daar zit wel een rafeltje aan. In hoofdstuk IV (er zijn 6 hoofdstukken) komen de personages op de een of andere manier bij elkaar en dat levert een aantrekkelijk wending op in het verhaal. De ontknoping is dramatisch. En het einde helemaal open.

De moraal van die twee sprookjes is: niet te veel wensen hebben, niet te hebzuchtig zijn. Afgezien van de kleine zeemeermin die de grote wens heeft haar prins te gaan zoeken, hebben de andere hoofdpersonages in dit moderne sprookje niet van die extreme wensen. Ze willen een gewoon huis, een eigen winkel, een baby. Het lukt allemaal niet. De zeemeermin mag aan land, dat deel van de wens wordt dus gehonoreerd. Maar daarna is alles even treurig. De wensen van alle anderen krijgen ook eerst een klein beginnetje maar lopen daarna helemaal mis. Wat is de moraal van dit nieuwe sprookje? Misschien kun je zeggen dat dit sprookje geen moraal heeft maar een boodschap: de mens is zwak.

Ik ben ondanks alle somberheid benieuwd naar de verhalen die Leonieke Baerwaldt na dit debuut gaat schrijven.

Aan de uitgever heb ik de vraag waarom het boek zo gedrukt wordt dat je de tekst aan de gebonden zijde van de pagina’s zo moeilijk kunt lezen. Je moet het boek met kracht open drukken, steeds maar weer, om te kunnen lezen.

Uitgeverij     Querido, 2021
Pagina’s       217
ISBN            978 9021 421 278

Recensie door Vera Berendsen, maart 2023