‘Dans om het hart ‘ door Dola de Jong

In november vorig jaar verscheen Dola. Over haar schrijverschap en de hele mikmak waarin Mirjam van Hengel de levensgeschiedenis van Dola de Jong beschrijft, een Nederlands-Amerikaanse schrijfster, journaliste en balletdanseres van Joodse afkomst.
Dorothea Rosalie de Jong (1911-2003) is niet erg bekend als schrijfster. Ze schreef kinderboeken, romans, korte verhalen en reisverhalen. Haar roman Dans om het Hart uit 1939 wordt als haar literaire debuut beschouwd. Bekender werden haar romans En de akker is de wereld (1947) en De thuiswacht (1954) die dan ook al eerder herdrukt werden. De publicatie van het boek van Mirjam Hengel was voor uitgeverij Cossee een goede reden om in samenwerking met Dola’s zoon Ian Joseph ook haar eerste roman opnieuw uit te geven in hetzelfde jaar. Dola beschrijft er een deel van haar eigen leven in.
Al heel jong wilde ze danseres worden, maar dat wil haar vader niet. Dansen deed je niet als fatsoenlijke vrouw. Ze volgde dus eerst een journalistieke opleiding, maar ging toch dansen. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze als Joodse vrouw voor de Nazi’s, eerst naar de autonome internationale zone Tanger in Marokko, waar ze danste in een rondreizend circus en later een balletschool oprichtte, en toen naar de VS. Ze is drie keer getrouwd en kreeg een zoon, Ian. Van danseres werd ze schrijfster, was daarmee succesvol en won prijzen. Desondanks bleef ze altijd ontworteld. Haar moeder stierf toen ze vijf jaar was en haar vader gaf haar weinig aandacht. Na de oorlog bleken haar vader, stiefmoeder en een broer te zijn vermoord. Hoe haar leven als danseres was, lezen we in Dans om het Hart.

Enny woont samen met Peter. Beiden zijn dansers, maar Peter danst als hij zin heeft en gaat zijn eigen gang. In Enny heeft Dola het meest zichzelf weergegeven. Enny’s nichtje Luca, een bevlogen danseres, is getrouwd met Wouter, een kunstcriticus. Ooit stimuleerde hij de carrière van zijn vrouw, maar allengs vindt hij dat zij alleen hem toebehoort en dat ze dat dansen maar op moet geven. Naast deze vier personen spelen Luca’s broer Fré en zijn neef Jacques een bijrol. Fré weet precies wat hoort en wat niet hoort en vermijdt het echte leven. Jacques is de eeuwig rebellerende strijder tegen onrecht die een tijdlang de partner zal zijn van de derde danseres: Dolly.
In de tijd van het Interbellum verwijten de jongeren de ouderen dat ze hen hebben opgezadeld met een vernielde wereld. Zij zoeken hun eigen wereld en willen dat vooral zelf doen, zonder inmenging van ouders. De ouderen hebben het misprijzend over de ‘moderne jeugd’ die brutaal en eigengereid is en geen verantwoordelijkheidsgevoel heeft. Dola de Jong zegt daarover: “Maar niemand weet wat er achter die vermeende eigenschappen schuilgaat. Behoefte aan liefde en hartelijkheid, aan begrijpen. Verlangen naar een eerlijke verdeling in het leven, de wil tot een betere wereld, de overtuiging dat hun alleen de eerlijke kansen ontbreken.”

Ballet stond rond 1938 niet in hoog aanzien. Het was een wereld van keihard werken om een bestaan te kunnen hebben. Het salaris was slecht, je werd vernederd door mannen, collega’s waren altijd jaloers op elkaar want je was nooit zeker van je baan en iedereen keek op je neer. In de kleedkamers hing altijd ‘een benauwde sfeer van vette schminklucht, poeder, oud parfum, kleren, en de zure lucht van balletschoenen’. Waarom Luca, Enny en Dolly dan per se willen blijven dansen is niet duidelijk. Ze zijn heel bevlogen, maar nergens is iets te vinden over de schoonheid van het dansen of het plezier daarin. Tegen de klippen op ploeteren de meisjes maar voort.
Ook in de relationele sfeer is het zwoegen. Peter verdwijnt met een buitenlands gezelschap en laat probleemloos Enny in de steek, zonder dat hij ooit te weten is gekomen dat ze zwanger van hem was. Een abortus was de enige oplossing. Die periode wordt prachtig beschreven zonder dat het woord zwangerschap of abortus ook maar één keer valt. Luca voelt zich verscheurd tussen haar liefde voor Wouter en haar passie voor dansen. Dolly houdt niet echt van haar Jacques, maar hij biedt haar veiligheid. Als de Spaanse Burgeroorlog uitbreekt, voelt hij zich geroepen mee te gaan vechten en laat hij zijn Dolly zitten.

Enny zal geestelijk de sterkste blijken. Zij heeft dan ook een moeder die altijd voor haar klaar staat. Op haar manier houdt ze de anderen overeind, vooral als de drie uiteindelijk bij gebrek aan beter terecht komen bij het laagste van het laagste: de revue. Luca is nooit gelukkig en zal dat ook niet worden als ze uiteindelijk toch voor Wouter kiest. Hoe het verder gaat met Dolly, Jacques en Fré krijgen we niet te horen.
Het verhaal heeft dus geen eind. We hebben alleen een kort tijdsbeeld gekregen van een groep jonge mensen in Amsterdam in de jaren dertig en hoe ze worstelen met de tijdgeest en met zichzelf, op weg naar hun volwassenheid. Hun positie als werkende vrouwen moet zwaar bevochten worden en al helemaal omdat ze dansen.
De sfeer is doorlopend grijs en neerslachtig. Het gevoel van hopeloosheid en uitzichtloosheid is prachtig en ontroerend beschreven. Daar is niets ouderwets aan, ondanks dat het hele verhaal duidelijk gedateerd is. De spelling is aangepast, dus dubbele klinkers, naamvallen etc. zijn er niet meer, maar allerlei begrippen wel, zoals een kolenboer, een maintenee, hospita’s en ouderlijke toelagen die ingetrokken kunnen worden. De sfeer van de tijd wordt daarmee prima weergegeven terwijl de thematiek van alle tijden is. Wat storend, maar helemaal passend bij een eerste roman, is dat alle psychologie uitgespeld wordt waar die onuitgesproken uit de handeling zou moeten blijken. Daarentegen is Dola de Jong indrukwekkend als ze haar levensfilosofieën laat uitspreken door haar karakters. Al met al een zeer lezenswaardige roman die voorzien is van een interessant nawoord door Mirjam van Hengel.

Uitgeverij     Cossee, 2022
Pagina’s       204
ISBN            978 9464 520 576

Recensie door Janny Wildemast, februari 2023