‘Breuklijnen van begeerte’ door Shubhangi Swarup

Enthousiast begon ik aan Breuklijnen van begeerte. Het verhaal speelt zich af in Zuid-Azië (India, Myanmar/Birma en het Himalaya-gebied) en bestaat uit vier delen. In elk deel beschrijft de auteur een of twee hoofdpersonen met hun onderlinge relatie en hun relatie met de natuur. Het feit dat deze regio erg gevoelig is voor aardbevingen speelt een belangrijke rol, zoals de titel ook al aangeeft.

Het eerste deel (Eilanden) beschrijft het leven van Girija Prasad en Chanda Devi op de Andaman eilanden, vanaf het begin van hun huwelijk tot aan de dood door een tsunami van Girija. Chanda is dan al overleden bij de geboorte van hun dochter. Chanda is helderziende en kan met bomen praten, Girija voelt zich sterk verantwoordelijk voor de eilanden en hun natuur. Hun gelijkwaardige relatie is in deze tijd en regio ongehoord, maar wordt geaccepteerd door het ontzag dat men heeft voor de geesteskracht van Chanda. Het echtpaar ontfermt zich over Mary, een Karen-vrouw die als alleenstaande moeder gedwongen wordt haar kind af te staan.

In het tweede deel (Breuklijn) volgen we hoe het Mary’s zoon Plato vergaat, een opstandige student die gevangen is genomen en gemarteld wordt door het regime van Myanmar, dat toen nog Birma heette. Een vriend van Plato, Thapa, weet Mary op te sporen en is de verbindingspersoon tussen beiden. Aan het eind van dit deel komt Plato door amnestie vrij en ontmoet hij voor het eerst zijn moeder. Daarna vlucht hij naar India, waar hij zich bij opstandelingen aansluit.

Deel drie (Vallei) gaat over de inmiddels 60-jarige Thapa, die als smokkelaar is aangeland in Thamel, een verlopen wijk in Kathmandu, Nepal. Thapa voelt, net als Chanda uit het eerste deel, de bewegingen van de aarde en weet wat de toekomst gaat brengen. Toen hij een jongeman was is zijn dorp, met zijn hele familie, door een aardbeving en aardverschuiving verwoest. In Thamel wacht hij op Plato, met wie hij een smokkelactie op touw wil zetten. Die mislukt en Thapa blijft berooid en alleen achter in het hooggebergte. Hij vindt tijdelijk onderdak bij Apo, het oude stamhoofd van de Drakpo.

Over Apo en zijn liefde voor de eveneens bejaarde Ghazala gaat deel vier (Sneeuwvlakten). In deze periode speelt zich een strijd af tussen India, Pakistan en China over Tibet en Kasjmier. Apo krijgt bezoek van militairen en een wetenschapper die zich verdiept in gletsjers en de bewegingen van het Himalaya-gebergte. Deze wetenschapper, Rana, blijkt de kleinzoon van Girija uit het eerste deel te zijn. Apo en Rana zijn het erover eens dat de bewegingen van het gebergte alleen zullen ophouden als het bloedvergieten stopt, want dat sijpelt in de spleten van het land.

Tot slot beschrijft de auteur het samenkomen van de zon en de maan als ultieme vorm van liefde die een nieuwe wereld verwekt met ‘daarbinnen, de mogelijkheid van jou en mij’.

Zoals gezegd begon ik enthousiast met lezen. Uit de samenvatting blijkt wel dat er veel gebeurt en dat de verschillende verhaallijnen in elkaar grijpen. Toch kon het verhaal mijn aandacht op den duur niet goed vasthouden. De metafysische beschrijvingen van de verschillende natuurverschijnselen zijn vermoedelijk voor de auteur een essentieel onderdeel van het boek, maar voelden voor mij als lezer niet altijd overtuigend. Deze beschouwingen en de verschillende deelvertellingen (die ik hierboven niet allemaal genoemd heb) vormen een groot deel van de tekst, maar voelen soms wat gekunsteld aan en hebben niet altijd een organische relatie met het hoofdverhaal. Dat maakte het voor mij een traag verhaal.

Op de achterflap staat de aanbeveling ‘een bijzonder lyrisch debuut over liefde en verlangen tussen de mensheid en de aarde zelf’, dat ’een wervelend inzicht (geeft) in de mensheid; onze schoon- en lelijkheid, onze capaciteit om te verwonden en om lief te hebben en onze mysterieuze en heilige relatie met de natuur.’ Voor mij was het geen wervelend lezen en ook het lyrische zag ik niet terug. Ik voelde me als lezer niet echt ‘meegenomen’ in het verhaal. Daarvoor is het te complex en krijg je teveel informatie over de feitelijke achtergronden van de hoofdpersonen. Daarbij komt ook dat veel kennis wordt verondersteld over de geologie, geografie en geschiedenis van de regio, zoals ik ook verwoord zag in andere reviews: “De plot springt van de hak op de tak en is door alle sprongen in tijd en gedachten lastig te volgen. De afstandelijke schrijfstijl vergroot deze verstoringen in de begrijpelijkheid van de plot.”

De Indiase auteur en journaliste Shubanghi Swarup heeft duidelijk veel research gedaan naar de plekken waar zij over schrijft en naar de verhalen en geschiedenissen die zich daar afspelen of ermee samenhangen. Het is jammer dat ze er niet echt een mooi, indringend verhaal van heeft weten te maken.
Overigens heeft deze debuutroman diverse prijzen gewonnen en heeft Shubanghi Swarup voor haar journalistieke werk gerelateerd aan haar werk met straatkinderen in Mumbai, eerder ook prijzen gewonnen.

Uitgeverij       Hollands Diep, 2021
Pagina’s        349
Vertaald        uit het Engels door Anne Jongeling (Latitudes of Longing, 2018)
ISBN             978 9048 852 536

Recensie door Marianne van der Weiden, januari 2024