‘Alle bessen kun je eten, alleen sommige maar één keer’ door Gemma Venhuizen

Op grond van de beschrijving leek Alle bessen kun je eten een interessant boek te zijn. Dat kwam alleen al door de zinsnede “op zoek naar liefde bij -30 graden”. Een temperatuur waarbij ik zelf al snel zou zijn uitgezocht om naar +30 af te reizen. Volgens de achterflap gaat het boek over het leven buiten kaders, verlangen naar wat voorgoed voorbij is en wat nooit zal zijn, de angst voor verkeerde keuzes.

Alle bessen kun je eten is de debuutroman van Gemma Venhuizen, in het dagelijks leven journalist en schrijfster van onder meer een wekelijkse column in de Volkskrant.

Het verhaal gaat over de 23-jarige Jasmijn. Voor een fotografieproject van haar opleiding wordt ze naar Spitsbergen gestuurd. Waarom ze deze opleiding volgt, is mij niet duidelijk geworden. Veel ambitie in die richting en vertrouwen in haar eigen fotografische kwaliteiten lijkt ze niet te hebben. Haar ervaringen op Spitsbergen worden afgewisseld met terugblikken op gebeurtenissen in haar leven en haar voettocht door Noorwegen. Een voettocht die duidelijk later plaatsvindt dan het fotografieproject. In Spitsbergen woont Jasmijn samen met een groep studenten in een appartement en vanaf het eerste moment is zonneklaar dat ze verliefd gaat worden op Lars. Al snel blijkt dat haar voettocht in Noorwegen alles met Lars te maken heeft.

Normaal gesproken vind ik verschillende verhaallijnen in een roman bijdragen aan de spanning. Dit boek is daarop een uitzondering. Juist door de verhaallijnen naast elkaar is de afloop geen verrassing meer. Het enige dat nog rest is de vraag hoe dat zo kon gebeuren, wat was de verwachting van Jasmijn bij het maken van de voettocht? Dat laatste wordt overigens nergens duidelijk, de lezer kan dit slechts vermoeden.

De hoofdpersoon Jasmijn ging mij gaandeweg het verhaal steeds meer tegenstaan. Wat een egocentrische zeurpiet. Alleen maar met zichzelf bezig, geen enkel empathisch vermogen. Pubergedrag. Geen daadkracht of zelfredzaamheid. Bij de eerste de beste tegenvaller terug naar papa en mama. Van de andere personages in het boek kan je niet zoveel vinden. Ze blijven oppervlakkig. Ook voor de schrijfster lijkt alles om Jasmijn te draaien. De ouders, haar medebewoners in het appartement, haar vriend, ze zijn allen slechts bijzaak.

Het boek zou moeten gaan over het maken van keuzes. Dat zegt Gemma Venhuizen zelf ook in een interview. Dromen versus de werkelijkheid en het loslaten van verwachtingen.
Als dat de bedoeling van de schrijfster was, dan is dat wat mij betreft in het het boek niet tot uitdrukking gekomen. Ik zie Jasmijn geen keuzes maken, eerder het tegendeel. Zij laat zich leiden door regels van anderen, door een verliefdheid, door een leraar in haar opleiding. Het is het verhaal van een puber met zelfbeklag en liefdesverdriet.

De schrijfstijl van Venhuizen is luchtig, makkelijk leesbaar. Ze kan mooie sfeerbeschrijvingen van het landschap in Spitsbergen respectievelijk Noorwegen neerzetten. Het boek leest dan ook lekker weg. Leuk voor een regenachtige zondag in een luie stoel. Niet meer dan dat. Jammer, een volgende roman van Gemma Venhuizen zal ik niet snel oppakken.

Gemma Venhuizen heeft een eigen website, www.gemmavenhuizen.nl.

Uitgever         Nijgh & Van Ditmar, 2013
Pagina’s        255 blz
ISBN             978 9038 896 335

Recensie door Janny, mei 2013




‘Villa Triste’ door Lucretia Grindle

Hier en daar had ik wat positieve geluiden opgevangen over het boek en daarom was ik blij met de mogelijkheid om het boek voor de Vrouwenbieb te kunnen recenseren. Met de schrijfster en haar boeken was ik helemaal niet bekend. Een eerste kennismaking dus.

Ik dacht een boek te gaan lezen over het Italië in WO II. Over een familie in oorlogstijd en de gevolgen daarvan op hun leven. Ook na een stukje in het boek te hebben gelezen, verkeerde ik nog steeds in die veronderstelling. Begrijp me niet verkeerd, dat is óók zo, maar ik was verrast toen er ineens een sprong in de tijd werd gemaakt. Van 1943 springen we naar het Florence van 2006 en een oude man blijkt te zijn vermoord. Politiechef Pallioti wordt belast met het onderzoek naar de moordenaar. De roman blijkt ineens ook een thriller te zijn.
Het verhaal gaat weer verder in 1943. De zusjes Caterina en Isabella Gammacio wonen nog thuis. Zij hebben achtereenvolgens te maken met de fascisten van Mussolini en de Duitse bezetter. De zusjes en hun familie proberen ieder op hun eigen manier te helpen bij het in veiligheid brengen van Joden en geallieerden. Het bieden van die hulp heeft uiteindelijk ingrijpende gevolgen.

Het duurt even voor het verband tussen beide verhaallijnen duidelijk wordt. Ik heb dan toch al een vijfde deel van het boek gelezen. Een beetje geduld moet je wel hebben. Je hoeft je niet ongerust te maken de draad kwijt te raken want Grindle heeft het niet gecompliceerd gemaakt. Het is altijd volstrekt duidelijk op welke datum en op welke plaats iets zich afspeelt. Persoonlijk houd ik wel van romans met verschillende verhaallijnen die zich afspelen in heden en verleden. Twee verhaallijnen waarvan je vermoedt dat ze met elkaar te maken zullen hebben maar nog geen idee hoe, nodigen uit tot doorlezen. In mijn geval moet ik me bedwingen om niet steeds sneller te gaan lezen .

Grindle geeft de personages relatief veel aandacht. De politiechef komt er wat bekaaid vanaf maar het verhaal gaat ook niet over hem. Hij is een instrument van de schrijver om de verhaallijnen bij elkaar te brengen.

Het boek is vlot geschreven en leest lekker weg. Daarbij is het ook spannend want bij die ene moord blijft het niet en de clou van het verhaal blijft tot het eind bewaard.
Soms vond ik de zinnen wat al te kort geschreven en wat betreft taalgebruik niet zo sterk. Daarbij is het natuurlijk de vraag of de auteur het zo op papier heeft gezet of dat de vertaler niet zo’n beste dag had. Ik heb de originele versie niet gelezen en kan dit daarom niet beoordelen. Denk bijvoorbeeld aan twee zinnen achter elkaar met “toen” als eerste woord. Maar ook een passage waarbij de zinnen achtereenvolgens beginnen met “hij had”, “hij had”, “maar hij had”, “hij keek”, “als hij snel was” en “hij stak over”. Niet zo heel fraai en het stoort enigszins.

Al met al is Villa Triste een lekker boek om te lezen. Voor mijzelf was er een bewustwording van het feit dat ik eigenlijk niet zoveel weet over Italië in de WO II. Er worden naar mijn idee ook aanmerkelijk minder boeken op de markt gebracht met Italië in WO II als thema dan over Duitsland, Frankrijk of Engeland.

Een diepgaande roman moet je niet verwachten maar als je op zoek bent naar een aardig boek voor op vakantie of in je luie stoel tijdens een regenachtig weekend dan is Villa Triste zeer geschikt.

Lucretia Grindle is geboren in Boston, Massachusetts en ze woonde afwisselend in de VS en in Engeland. Ze is freelance journaliste geweest en debuteerde met de psychologische thriller ‘Nachtschimmen’ en heeft inmiddels al meerdere titels op haar naam staan.

Uitgever        A.W. Bruna, 2012
pagina’s        480
vertaald         uit het Engels door Saskia Peterzon-Kotte (the Villa Triste)
ISBN              978 9022 999 462

Recensie door Janny, maart 2013