‘Zwaarte’ door Jeanette Winterson

De mythe van Atlas en Herakles

In 2005 begon de Schotse uitgeverij Canongate met een serie Myths, hervertellingen van oude mythes. Tot aan 2013 waren er achttien titels verschenen, zowel bewerkingen van de ons vertrouwde Griekse en Romeinse mythes, alsook van die uit andere delen van de wereld, vooral uit Azië. Na 2013 zijn geen nieuwe titels verschenen.

Jeanette Winterson werd in 2005 als een van de eerste auteurs benaderd om aan deze serie mee te werken, en in het voorwoord zegt ze dat ze direct al wist welke mythe ze wilde gaan behandelen, namelijk die van Atlas. Zoals ze meermaals in het boek herhaalt: ‘Ik wil het verhaal opnieuw vertellen’. Daarbij benoemt ze het streven naar vrijheid: grenzen en verlangen. Ze vergelijkt de last van Atlas, die de hele wereld op zijn schouders torst, met haar eigen last. Het is een meerlagig verhaal, dat je eigenlijk meer dan één keer moet lezen om alle draden aan elkaar te verbinden. Naast de verhalen van Atlas en zichzelf voegt ze er namelijk nog een derde aan toe, hoe de aarde is ontstaan en zich ontwikkelt, en hoe de verschillende aardlagen en daarin vastgelegde fossielen daarvan getuigen.

Atlas draagt als straf van Zeus de Kosmos op zijn schouders, omdat hij met de andere Titanen in opstand was gekomen tegen de Olympische goden. In het begin vindt hij het een monsterlijke last, maar gaandeweg raakt hij eraan gewend en krijgt hij oog en oor voor wat hij draagt. Daarvóór was hij vrij en had hij een mooie tuin waar hij liefdevol voor zorgde. In die tuin groeide een appelboom van de godin Hera. Niemand mocht die appels plukken.

Op een dag komt Herakles naar Atlas toe. Ook hij draagt een straf, omdat hij in een vlaag van waanzin zijn kinderen heeft vermoord. Hij moet twaalf taken vervullen voor koning Eurystheus. Een van de opdrachten is hem drie appels van Hera’s appelboom te brengen. Herakles vraagt aan Atlas om ze te gaan halen en in die tijd zal hij de Kosmos even op zijn schouders nemen. Naast de geduldige Atlas (zijn naam betekent ‘lankmoedig’) wordt Herakles als een grove, impulsieve en egoïstische vrouwenjager beschreven, bijna op het komische af. Zijn stiefmoeder Hera spot met hem en zijn heldendom. Als Atlas de appels gaat halen is Herakles niet blij: “De wereld was veel zwaarder dan hij had gedacht. Zijn kracht lag in actie, niet in volharding. … Zijn lichaam was net zo sterk als dat van Atlas, maar zijn karakter niet. Wat dat betreft had Hera gelijk. Herakles’ kracht was een dekmantel voor zijn zwakheid”.

Als Atlas terugkomt met de appels heeft hij eigenlijk niet zoveel zin om de wereld weer te gaan dragen, maar door een smoesje van Herakles pakt hij de last even aan, en zit er dan weer voorgoed aan vast. “Langzaam, als om geen druppel melk te morsen, liet Atlas de Kosmos weer op zijn schouders zakken en bukte zich onder de last. Dat deed hij met zoveel gratie en gemak, zo voorzichtig, liefdevol welhaast, dat Herakles even beschaamd was. Hij had de wereld graag aan diggelen gegooid als dat hem verlost zou hebben. Nu zag hij dat Atlas datzelfde kon doen, maar het niet deed, en hij respecteerde hem, maar wilde hem niet helpen”. Atlas ziet zijn verleden, heden en toekomst (gesymboliseerd door de drie appels) verdwijnen: “Nu had zijn leven geen afbakeningen, geen grenzen meer. Er was niets, en was dat niet wat hij had gewild? Maar waarom was niets zo zwaar als niets?”

Dan komt de auteur op haar eigen lot als geadopteerd en afgewezen kind. Ze ervaart haar verleden als een last, en beseft dat ook de toekomst, hoewel onzichtbaar, gewicht heeft. Het is moeilijk, voor de meeste mensen onmogelijk, om daaraan te ontsnappen, ondanks “fraaie ideeën over vrije wil en zelfhulpcursussen die ons leven richting geven… We zijn hulpeloos overgeleverd aan de kracht van overerfde patronen en patronen die opnieuw ten uitvoer worden gebracht door ons eigen gedrag. De last is ondraaglijk. Hoe meer ik deed, des te meer droeg ik met mij mee. … Ik wil het verhaal opnieuw vertellen”.

Terug naar Atlas. De tijd is verdergegaan, Herakles is dood en de Olympische goden spelen geen rol meer. De mens richt zich op de ruimtevaart en zoekt de grenzen van het heelal. Atlas filosofeert over de aarde en droomt over grenzen en verlangen. Tijd was betekenisloos geworden. Atlas vindt de aarde het mooiste van het heelal. Wat zou er gebeuren als hij haar – voorzichtig – zou neerleggen? Parallel daaraan is de auteur op zoek naar een uitweg uit de wereld zoals ze die voor zichzelf heeft gecreëerd. Ze stelt uiteindelijk vast: “Laat ik onder deze wereld die ik heb gemaakt vandaan kruipen. Zij heeft mij niet meer nodig. Vreemd genoeg heb ik haar ook niet nodig. Ik hoef die last niet. Laat maar los. Er zijn reserves, er is spijt, maar laat toch los. Ik wil het verhaal opnieuw vertellen.” Atlas besluit de kosmos, zijn last neer te leggen. En er gebeurt niets! Het kan dus gewoon.

De blurb op de achterkant van het boek beschrijft Zwaarte als “een onvergetelijk verhaal over eenzaamheid en isolement, over afwijzing en liefhebben, over vrijheid en verantwoordelijkheid.” Dat vind ik een passende karakterisering.

Jeanette Winterson (1959) is een Britse auteur. Op haar website (www.jeanettewinterson.com/author) kun je lezen hoe ze zich op 16-jarige leeftijd vrijmaakt van haar adoptiefamilie en hoe ze ertoe komt haar ervaringen te verwerken in haar eerste boek Oranges are not the only fruit (1985). Hiermee oogstte ze veel lof. Ze heeft het verwerkt tot een succesvolle miniserie van de BBC (1990). Naast romans publiceert ze verhalen, essays en kinderboeken. Ze kreeg eredoctoraten aangeboden, waarvan ze er twee accepteerde, van Oxford, waar ze gestudeerd heeft, en van haar geboortestad Manchester. Sinds 2013 is ze parttime Professor of Creative Writing aan de University of Manchester.

Uitgeverij      Orlando, 2023 (oorspronkelijk 2005, herziene Nederlandse vertaling)
Pagina’s        149
Vertaald        uit het Engels door Maarten Polman (Weight, 2005)
ISBN             978 9083 335 780

Recensie door Marianne van der Weiden, november 2023