‘Sloop’ door Anna Enquist

Om Sloop beter te kunnen begrijpen is het handig om iets meer te weten over de schrijfster van deze roman. Anna Enquist, pseudoniem van Christa Widlund-Broer, studeerde klinische psychologie, piano en cello. Ze werkte als psychoanalytica, maar was ook docent aan het Sweelinck Conservatorium. Daarnaast schrijft ze gedichtenbundels en romans. Het is daarom verklaarbaar dat haar hoofdpersoon in Sloop dringend behoefte heeft aan psychotherapie en tegelijkertijd prachtige composities maakt.

Sloop begint letterlijk met sloop. Een muurreliëf van een touwtje springend meisje op een muur van het politiebureau Haagseveer in Rotterdam wordt met gebouw en al gesloopt. Dat is echt gebeurd. Het kunstwerk werd in 1976 gemaakt door Co Westerik en is met het bureau in 1988 gesloopt. Een afbeelding van het meisje staat op de voorkant van het boek.
Een vrouw, Alice Augustus, ziet de video van het gebeuren op haar computer en is diep geraakt. De reden daarvoor wordt al lezend duidelijk: ze wil niets liever dan een eigen kind. In het touwtje springende meisje ziet ze als het ware haar eigen dochter en daarmee een wedergeboorte van haar eigen ik, maar dan in betere omstandigheden. Zelf is ze opgegroeid met een vader die zich niet om haar bekommerde en een moeder die haar consequent de grond in boorde. Daardoor heeft Alice een zelfbeeld gevormd van altijd te kort schieten en nooit goed genoeg zijn. Geen enkele therapeut krijgt het voor elkaar om Alice te laten inzien dat je niet je hele leven je ouders overal de schuld van kunt geven. Waar ze enerzijds zichzelf ziet als mislukt mens, kan ze anderzijds niet ontkennen dat ze een gevierde componiste is geworden. Het componeren gaat als vanzelf, maar een kind krijgen niet. Voortdurend krijgt ze te horen dat een kind het eind van haar carrière zou betekenen, maar ben je als vrouw iets waard als je geen kind hebt? Zo zijn haar hoofd en haar lichaam steeds in conflict met elkaar.

Ooit had ze een vriend, maar die vertrok naar Canada voor een mooie baan. De volgende man is haar veel oudere leraar die er niet mee om kan gaan als zij zwanger van hem blijkt te zijn. Voordat ze op eigen initiatief een abortus laat uitvoeren, krijgt ze een miskraam. Met de derde man trouwt ze. Hij vormt een stabiel rustpunt in haar leven, is jurist en weet niets van muziek, maar begrijpt haar wel. Alleen dat kind komt maar niet, ondanks alle behandelingen in een fertiliteitskliniek.
Een nieuwe Alice komt er ook niet. Er zit in de beschrijving van haar geen enkele karakterontwikkeling. Ze is nooit goed genoeg. Alleen in haar eigen muziekwereld, waarin ze zich helemaal kan terugtrekken uit de werkelijkheid, is ze gelukkig. De manier waarop composities tot stand komen is door Anna Enquist grandioos beschreven. Je hoort gewoon de muziek die Alice maakt. Toch verdient ze haar geld voornamelijk door in het diepste geheim reclamedeuntjes te maken onder pseudoniem. Zelfs op muzikaal gebied leeft ze dus in twee werelden.
Ze spiegelt zichzelf aan haar favoriete componist Joseph Haydn. Van zijn leven meent zij veel te kunnen leren. Ook hij was kinderloos en eenzaam, maar hij wist zichzelf en zijn muziek te waarderen en Alice niet. De manier waarop de talloze passages over hem in het verhaal gewrongen worden, komt evenwel vaak onnatuurlijk en zelfs storend over. Zijn rol is in deze roman niet echt nodig en voegt weinig toe.

Via flashbacks komen we meer te weten over het verleden van Alice. Ze was altijd de buitenstaander. Thuis was geen thuis, op het conservatorium was ze het enige meisje en met mensen omgaan gaat haar niet makkelijk af. Ze heeft één vriendin, maar dat is het prototype van een moedertje. Voor heden en verleden gebruikt Anna Enquist afwisselend de eerste en derde persoon voor Alice.

Alice krijgt de eervolle opdracht om een jubileumstuk te schrijven voor het 100-jarig bestaan van het Koninklijk Symfonie Orkest. Dat ging niet zomaar, want vrouwelijke componisten staan niet in hoog aanzien. Ze laat zich inspireren door de gesloopte muur met het touwtje springende meisje en noemt haar symfonie ‘Sloop’, een tegenhanger van Die Schöpfung, een van de laatste werken van Haydn. Hiermee wordt een hint gegeven dat Sloop ook wel eens een van de laatste werken van Alice zou kunnen zijn.
Tijdens haar eerste gesprek omschrijft ze wat er zal gebeuren: “Een bevruchting is het, er wordt iets in mij geplant en de komende maanden zal dat gaan groeien, gedetailleerder worden, steeds duidelijker een stuk met een specifiek, eigen karakter, groter en groter tot het klaar is om naar buiten te komen.” Dat is impliciet de beschrijving van het krijgen van een kind. Het zal de lezer dan ook niet verbazen dat Alice, na een onenightstand met haar eerste vriend, zwanger is geraakt. Ze heeft het alweer fout gedaan.

Kun je eigenlijk wel kunstenaar én moeder zijn? De mening van Anna Enquist zelf is te vinden in een interview van Wilfred van de Poll in Trouw van 12 december 2021: “Ik denk dat het een biologisch feit is dat we moeten accepteren. Als moeder van heel jonge kinderen moet je enorm op die kinderen gefocust zijn. In die jaren is er niet veel over voor andere dingen.” Zijzelf begon pas met schrijven toen haar kinderen op de middelbare school zaten.

De hele roman is degelijk gecomponeerd. Het thema ‘sloop’ komt netjes terug. Het onderwerp ‘tweeslachtigheid’ is keurig uitgewerkt. Een weinig verrassend verhaal dus, waarin je toch meeleeft met de hoofdpersoon en toch wilt weten hoe het afloopt.  Een verhaal dat ontroert door de afwezigheid van opsmuk, dat heel prettig leest en ook nog eens veel informatie op muziekgebied verschaft. Voorspelbaar of niet, de inhoud raakt. Misschien wel omdat er zoveel mensen zijn die zichzelf nooit goed genoeg vinden.

Uitgeverij       De Arbeiderspers, 2021
Pagina’s        296
ISBN              978 9029 545 136

Recensie door Janny Wildemast, april 2023