Open in april

Wij zijn deze maand open op:
donderdag 4 april 10.00u – 14.00u,
vrijdag      5 april  13.00u – 18.00u,
zaterdag   6 april  10.00u – 14.00u,
vrijdag     12 april 13.00u – 17.00u,
zaterdag  20 april 10.00u – 14.00u,
en op afspraak

Voor eventuele veranderingen en extra tijden zie kalender/agenda op de website. Daarnaast kun je altijd bellen of mailen om een afspraak te maken: info@vrouwenbibliotheek.nl




Literatuur door en over vrouwen, voor iedereen: Vrouwenbibliotheek Utrecht

De Vrouwenbibliotheek Utrecht wil literatuur en informatie door, resp. over vrouwen aanbieden aan een breed publiek in Utrecht.

In de vrouwenbibliotheek kun je boeken lenen en inzien, deelnemen aan een leesgroep of poëziegroep, of actief zijn als recensent/vrijwilliger. Als vriend(in) van de bibliotheek ontvang je elke maand onze nieuwsbrief met informatie over de openingstijden, het reilen en zeilen van de bibliotheek en nieuws op het gebied van literatuur en vrouwen.

De kern van de collectie wordt gevormd door literatuur geschreven door vrouwen en informatie over zaken die voor vrouwen van wezenlijk belang zijn. De collectie bevat waardevolle doch breed toegankelijke actuele werken en klassiekers op de volgende gebieden:

  • Fictie: proza en poëzie
  • Kunst
  • Biografieën
  • Filosofie
  • Geschiedenis
  • Psychologie
  • Seksuologie
  • Lesbisch en biseksueel leven.

Open:
1e donderdag van de maand 10.00u – 14.00u
1e vrijdag van de maandag 13.00u – 18.00u
1e zaterdag van de maand 10.00u – 14.00u
3e zaterdag van de maand  10.00u – 14.00u
Meestal ook vaker per maand (zie agenda op de website), en op afspraak!

Voor tarieven e.d. zie deze post.

Belangstellenden die correspondentie op prijs stellen, graag je e-mailadres doorgeven aan info@vrouwenbibliotheek.nl.

Stichting Es Scent                vrouwenbibliotheek                  tel 030-2543 450
Gansstraat 161 a                vrouwenbibliotheek.nl   
              Marjolein Datema 
3582 EG Utrecht            bank NL18 RABO 03660 43005             06-4849 8545

 




April nieuwsbrief

Beste leensters, leners en andere belangstellenden,

In de week na het rondsturen van de vorige nieuwsbrief kregen we een tweetal ‘interview’-verzoeken binnen in het kader van Internationale Vrouwendag. Om er iets op 8 maart over te kunnen schrijven, wilden zowel ‘In de buurt-Utrecht’ als studenten van de School voor journalistiek iets meer weten over de Utrechtse vrouwenbibliotheek. Ze hadden vragen als: Wat is de Vrouwenbieb precies? Waarom heeft Utrecht een Vrouwenbieb? Voor wie is de Vrouwenbieb bedoeld? Wat is de geschiedenis van de Vrouwenbieb? Heeft de Vrouwenbieb in Utrecht nog bestaansrecht in 2024?
Een artikel is nog in de maak, het andere hebben we ook op onze eigen website geplaatst:
https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/03/09/37064/ en https://indebuurt.nl/utrecht/genieten-van/mysteries/mysterie-opgelost-daarom-heeft-utrecht-een-vrouwenbibliotheek~403920/

* Chantal Anne Akerman was een Belgisch filmregisseuse, actrice, auteur, producente en componiste. Ze woonde in Parijs, maar werd geboren in Brussel, in een Joods-Pools gezin van Holocaust-overlevers. Chantal Akerman was een van de meest onbevreesde filmmakers van haar generatie. In haar werk vervagen de grenzen van tijd en ruimte, van film en kunst. Haar werk was van grote invloed op feministische filmmakers en de avant-garde cinema in het algemeen. Ze is grotendeels onbekend gebleven bij het grote publiek, maar wordt vereerd door cinefielen, beeldend kunstenaars en filmmakers. Haar bekendste film, Jeanne Dielman, 23 quai du Commerce, 1080 Bruxelles, maakte ze toen ze 25 was, en was gebaseerd op haar nauwkeurige waarneming van de handelingen en gebaren van haar moeder bij alledaags huishoudelijk werk. In 2022 werd de film door het British Film Institute gekozen tot beste film aller tijden. Het maakt de impact van haar filmwerk op de internationale cinema heel duidelijk.
Dit jaar brengen het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, Bozar (t/m 21 juli) en Jeu de Paume in Parijs (najaar) hulde aan Chantal Akerman met de eerste grote overzichtstentoonstelling over de Brusselse artieste,
Chantal Akerman. Travelling.
In de catalogus bij de tentoonstelling komen mensen aan het woord die het dichtste bij Akerman stonden en unieke inzichten kunnen bieden: de mensen die met haar samenwerkten of zich door haar lieten inspireren.
Eveneens t/m 21 juli brengt CINEMATEK, het Koninklijk Belgisch Filmarchief in Brussel, een volledige retrospectief van haar films met daarnaast een selectie films die voor haar belangrijk waren.

 

*Chantal Akerman schreef ook, o.a. Mijn moeder lacht . In 2013 werd haar moeder ziek. Ze vloog terug van New York naar Brussel om voor haar te zorgen, en ondertussen schreef ze: over haar jeugd, de ontsnapping van haar moeder uit Auschwitz waar ze niet over sprak, de moeilijkheid om van haar vriendin C. te houden, haar angst voor wat ze zou doen wanneer haar moeder zou overlijden. Tussen deze ontroerende en ontluikende fragmenten over haar leven plaatste ze ‘stills’ uit haar films. Mijn moeder lacht is zowel een samenvatting van de thema’s waar Chantal zich gedurende haar hele leven mee bezighield, als een versie van de eenvoudigste en meest gecompliceerde liefdesrelatie van allemaal: die tussen een moeder en een dochter. “Er is geen uitweg, niet voor Akerman en niet voor de lezer. Dat maakt het een huiveringwekkend goed boek.”, schreef Dieuwertje Mertens erover in Het Parool.
“Chantal Akerman verliet het leven een jaar na de dood van haar moeder.” Uit het artikel: https://www.antwerpenleest.be/leestips/mijn-moeder-lacht-mensen-zijn-niet-vrij

Onlangs uitgebrachte titels
– Bep (Elisabeth) Rietveld was de oudste dochter van ontwerper en architect Gerrit Rietveld. Haar relatie met hem was ingewikkeld: de jonge Bep is dol op haar vader, maar dat verandert als hij zijn gezin in de steek laat. Bep is razend op haar vader en jaloers op zijn vriendin, Truus Schröder. Bep wil schilder worden maar haar vader vindt dat de schilderkunst sinds Mondriaan dood is. Kunstenares Charley Toorop is het niet met hem eens en geeft Bep schilderles, totdat deze zich in een onbezonnen huwelijk stort en na een scheiding in een tweede huwelijk vlucht, dit keer in Indië. Als de oorlog uitbreekt, belandt Bep met haar drie kinderen in een Japans interneringskamp. Daar tekent ze portretten van medegevangenen in ruil voor voedsel. Na de oorlog vindt ze rust in een derde huwelijk en bij haar zes kinderen. Ze ontwikkelt zich tot portretschilder maar de gecompliceerde band met haar vader blijft haar parten spelen.  schreef een sfeervolle roman over het bijzondere leven van deze opmerkelijke kunstenares, Waar kleur is, is leven. Op 10 april gaat Liliane Waanders in gesprek met Tineke Hendriks over haar roman tijdens Bazarow.LIVE in bibliotheek Neude.
En aanvullend: aan de hand van de portretten, die Bep Rietveld maakte in de Japanse interneringskampen, is Erika Prins op zoek gegaan naar de families achter deze portretten en hun verhalen.  Ze heeft ze opgetekend in Het Indische licht dat ook onlangs is verschenen.
– Sarah Neutkens’ romandebuut Een blote man beminnen (2022) paste in geen enkel vakje, en dat doet de nieuwste roman van deze schrijfster, die ook componiste, kunstenares en model is, evenmin. Op het eerste gezicht gaat Toneelspelen over een jonge vrouw Sarah die een getrouwde man ontmoet, met hem een ­relatie aanknoopt die ­gedoemd is te mislukken, wat inderdaad ook ­gebeurt. Wat ze al onderzocht in haar debuut -hoe om te gaan met verloren liefde- legt ze ook nu weer onder de loep. De vorm nu is echter heel anders en vraagt veel aandacht. Sarah ontmoet de naamloze man bij een toneelvoorstelling genaamd Dingen die je niet kan repareren. Dat stuk schreef Sarah Neutkens eerst en de zeven scènes ervan zijn verdeeld over het boek, waardoor ze als het ware in gesprek gaan met de andere tekst. Het is een tamelijk abstracte voorstelling waarin een man en een vrouw hun relatie tegen het licht houden. Daarbij ligt de vrouw gedurende het hele stuk bovenop de man. De lopende tekst van Toneelspelen is verdeeld in akten, die gaan van akte 1 tot 7 en vervolgens weer terug tot 1, niet voor niets spiegelbeeldig. Spiegels, fotografie, zien en gezien worden, daar staat dit boek vol mee. (bron: Trouw)
 In Van ver gekomen probeert  haar complexe relatie met haar moeder en haar oudste zus, die onlangs kort na elkaar zijn overleden, te ontrafelen. Hoe bepalend ook, die relatie heeft haar niet verhinderd om met vallen en opstaan haar eigen weg te banen, en nieuwe banden te smeden, onder andere met ‘vervangzussen’, zoals documentairemaakster Heddy Honigmann  met wie ze bevriend was en in wie ze veel van zichzelf herkent. Geleidelijk aan heeft ze haar angst voor mensen leren overwinnen. Sinds drie jaar woont ze opnieuw de mis bij. Het was alsof iemand – God? – langdurig op haar schouder tikte. Ze mepte de hand weg. Jarenlang stond ze niet bepaald op goede voet met religie en in haar romans, essays en uitspraken schuwde ze (seksuele) taboes niet. Uiteindelijk gaf ze zich gewonnen en stond zichzelf toe de verbondenheid met God te voelen. Maar wat bewoog haar als weldenkend, intellectueel en kritisch schrijfster om terug te keren bij het geloof? Dat vraagt Kristien Hemmerechts zichzelf ook af.
– Moederland is de debuutroman van de Curaçaos-Nederlandse schrijfster en tv-maakster Milouska Meulens. Daarin belandt Milouska in een depressie als eerst haar vader overlijdt, dan haar tweede huwelijk strandt en vervolgens raakt ze ook haar baan kwijt. Als de pandemie ‘toeslaat’, kan ze niet meer. Ze besluit haar kinderen bij hun vader te laten en naar haar moeder te gaan. Daar mag ze schuilen. Haar moeder draagt een onbarmhartig verleden met zich mee en leerde haar om zich groot te houden. En haar moeder bleef toen haar vader het gezin in de steek liet en terugging naar Curaçao. Milouska moet in deze donkere periode van haar leven op zoek naar wie ze echt is en waar ze thuis is: vaderland of moederland? Die vraag kan ze alleen beantwoorden als ze weet waar ze vandaan komt, waar haar moeder en vader vandaan komen, als ze stopt met vluchten en eindelijk de façade afbreekt. Met de antwoorden begint het herstel.
– De Amerikaanse pionier van de moderne dans Isadora Duncan tart de normen en wetten van haar tijd, zowel in haar persoonlijke leven als in haar kunst. Voor het eerst in de geschiedenis danst ze op blote voeten en in losse gewaden, geïnspireerd op de bewegingen van de natuur. Wanneer ze zwanger raakt van een gehuwde man, trekt ze zich in 1906 enkele maanden terug in een villa in de duinen van Noordwijk aan Zee. Hopelijk ongezien door de paparazzi wil ze hier in Nederland haar eerste kind krijgen. Als ongetrouwde vrouw zet Isadora alles op het spel. Dat doet ze welbewust. Ze vindt dat een vrouw kinderen moet kunnen krijgen zoals zij dat wenst en ze kiest uit volle overtuiging voor de Britse toneelvernieuwer Edward Gordon Craig. Ze is vrij, maar raakt toch verstrikt in haar obsessie voor deze man.  schreef een roman over haar, Alles wat beweegt.

Vertaalde romans
– Jenny Erpenbeck is geboren in Oost-Berlijn. Haar vader was filosoof en schrijver, haar moeder vertaalster. Na een studie theaterwetenschap en muziektheaterregie ging ze werken als operaregisseur. Ze begon met het schrijven van toneelstukken en in 1999 verscheen haar eerste roman Het verhaal van het oude kind. Inmiddels geldt ze als een van de belangrijkste hedendaagse Duitse auteurs, maar is ze bij ons toch weinig bekend. Andere romans van haar zijn Een handvol sneeuwHuishouden, Gaan ging gegaan. Haar nieuwste roman Kairos speelt zich af in haar geboortestad, in 1986. Katharina en Hans ontmoeten elkaar toevallig in de bus en even later vallen ze als een blok voor elkaar. Zij is een studente van 19, hij is 34 jaar ouder, getrouwd en een succes­vol schrijver en radiomaker. De twee beleven een ‘allesverzengen­de’ liefde, die echter verre van gelijkwaardig is. De oudere Hans leert Katharina over het leven, maar als zij haar eigen weg begint te gaan, ontwikkelt hij een agressie jegens haar, die sadistische en paranoïde trekken vertoont. En ondertussen voltrekt zich een ingrijpende maatschappelijke en politieke omwenteling.
– “In december 1938 werd de tienjarige  vanuit Wenen met honderden Joodse lotgenootjes op het eerste Kindertransport naar Engeland vervoerd. In haar nu vertaalde romandebuut uit 1964 beschrijft ze hoe ze zeven jaar doorbracht in Huizen van anderen (Cossee). Hoe ze werd opgevangen door een reeks zéér uiteenlopende pleeggezinnen. En hoe ze haar ouders middels brieven eveneens in veilige Britse haven wist te krijgen, waar haar vader, van topaccountant tot tuinman gedegradeerd, spoedig stierf. Een indringend, verrassend geestig relaas, ook door de nadruk op het soort details dat een scherpkijkend kind bezighoudt. Dat meegesmokkelde worst die in de trein tot haar gêne een intense rottingsgeur verspreidt, bijvoorbeeld. Commentaar van een reisgenote: ‘En hij is niet eens koosjer.’” (VPRO)
– Volgens de mythe is Baba Jaga een oude heks die kinderen kidnapt en in een hutje woont dat op kippenpoten staat. Maar wat heeft zij te maken met de reis die de schrijfster maakt naar de Bulgaarse stad Varna, waar haar moeder vandaan komt? Of met een drietal oudere vrouwen die een week doorbrengen in een Tsjechisch kuuroord? Veel meer dan wij denken, zo blijkt in het laatste deel van Baba Jaga legde een ei. Dubravka Ugrešic verbindt de verschillende verhaallijnen in een eigen kijk op een eeuwenoude mythe, een bezwerend en magisch boek over ouder worden en de kracht van verhalen.
– J.M. Coetzee schreef over Een klein detail van : “Adania Shibli neemt een gok door onze toegang tot de belangrijkste gebeurtenis in haar roman – de verkrachting van en moord op een jonge bedoeïenenvrouw – toe te vertrouwen aan twee diep in zichzelf verzonken vertellers -een Israëlische psychopaat en een Palestijnse amateurspeurder met een hoog autismegehalte-, maar haar indirecte methode rechtvaardigt zichzelf volledig naarmate het boek zijn hartverscheurende conclusie bereikt”. Uit een andere review: “Een meditatie over de herhalingen van de geschiedenis, over het verleden als een terugkerend trauma”. De Palestijnse schrijfster schuift de twee indringende verhaallijnen over elkaar om een heden op te roepen dat wreed en onontkoombaar door het verleden wordt achtervolgd.
– Met haar roman Demon Copperhead vestigt Barbara Kingsolver de aandacht op wat in de verpauperde oude mijnstreek de Appalachen gaande is. Damon Fields, het zoontje van een alleenstaande tienermoeder, woont in een trailer in de bergen van de zuidelijke Appalachen. Hij heeft hetzelfde koperkleurige haar als zijn overleden vader, aan wie hij ook de bijnaam Demon Copperhead te danken heeft. Afgezien van goede looks, bijtende humor en overlevingsdrift zit hem weinig mee in het leven. Zijn moeder worstelt met haar verslaving aan pijnstillers. Nadat ze in het ziekenhuis terechtkomt met een overdosis, belandt Demon in het ene na het andere pleeggezin. Hij krijgt te maken met kinderarbeid, verwaarlozing en mishandeling, en met de gevolgen van de opiatencrisis die grote delen van de VS treft. Toch is er ook hoop als blijkt dat hij talent heeft voor American football. Zijn geluk is echter van korte duur. Wanneer hij geblesseerd raakt en zware pijnstillers krijgt, dreigt de cyclus van verslaving in zijn familie zich te herhalen. Maar zelfs op het dieptepunt overheerst zijn wil om te overleven. Een Amerikaanse David Copperfield.
– De vrouw op de berg van de Spaanse  bevat de drie korte romans, Permafrost, Boulder en Mammoet. Het zijn metaforen voor de drie hoofdpersonen. Permafrost is de mentale staat waarin een vrouw verkeert: met een permanent bevroren laag die haar isoleert en beschermt tegen een agressieve maatschappij. Boulder verwijst naar de immense keien die geïsoleerd liggen in woestijnen, valleien of midden in de oceaan. Ze lijken alles te kunnen dragen, maar verslijten door de wisselvalligheid van het weer, zoals de tweede hoofdpersoon, die door haar geliefde Boulder wordt genoemd. En bij de derde vrouw is er de associatie met een mammoet. Zo ziet ze zichzelf: een prehistorisch dier, uitgestorven, dat het doelwit werd van jagers. “De boeken van Eva Balthasar bieden een ongefilterde en intense kijk op menselijke emoties, verlangens en kwetsbaarheid. Haar rauwe en eerlijk schrijfstijl neemt lezers mee op een introspectieve reis, waarbij taboes doorbroken worden en diepe psychologische inzichten worden geboden.” (Cosimo-website)
– In Al het blauw van de hemel van de Française Mélissa da Costa wordt bij Emile jong-alzheimer vastgesteld. Hij besluit het ziekenhuis en het medeleven van zijn familie en vrienden te ontvluchten. Stiekem koopt hij een camper en plaatst een advertentie voor een reisgezel. Hij ontvangt een antwoord van Joanne, een mysterieuze jonge vrouw. Het is de start van een adembenemend mooie roadtrip.
– Vienna van de Oostenrijkse  is opnieuw uitgegeven na het succes van haar vorige roman Dunkelblum zwijgt. Het is een Joods-Weense familiegeschiedenis geïnspireerd op het verhaal van de vader van Eva Menasse. De familieleden vertellen de kinderen en kleinkinderen graag de kleurrijke verhalen over aangetrouwde ooms, aan lagerwal geraakte neven en andere verre familieleden. Over de oorlogsjaren wordt in alle toonaarden gezwegen. Tot de inmiddels volwassen geworden jongste generatie nieuwsgierig en hardnekkig op zoek gaat naar het zwijgen achter die verhalen, en hun verdrongen joodse identiteit.

Poëzie: –

Verhalen
– De verhalen uit de bundel Zandweg 17 van  worden de mooiste verhalen over het dorpsleven genoemd. De Volkskrant-columniste is geliefd om haar herkenbare, geestige en scherpe observaties. De dingen in het dorp gaan niet altijd van een leien dakje, en dat is nou net waar de schoonheid in zit. Een peuter ontpopt zich tot een kleine Medusa, een schoonmaakster moet misschien naar de gevangenis, de glazenwasser met zijn stille dochter, de opvoeding van drie dochters en het leven met hun vader. Het zijn de verhalen van mensen wier krachten nooit worden omcirkeld, terwijl ze kinderen grootbrengen, palen slaan en bergen verzetten. Samen vormen ze een humoristische en herkenbare kroniek van het moderne Nederland.

 

Non-fictie
– Elementaire Deeltjes is een serie boekjes die kennis toegankelijk wil maken voor een breed publiek. Je kan er snel veel kennis uit op doen over allerlei onderwerpen. Experts nemen je mee op een ontdekkingsreis waarbij elk thema in de meest beknopte vorm volledig uitgediept wordt. Nr. 83 draagt de titel Feminisme en is samengesteld door Ze beschrijft de lange geschiedenis van verzet tegen de ondergeschikte positie van vrouwen, in Nederland en daarbuiten. Van de middeleeuwse ‘strijd om de broek’ tot de ‘querelle des femmes’ en de ‘vrouwenquaestie’. En van de suffragettes en Dolle Mina’s tot intersectionaliteit en MeToo. Een geschiedenis die voert langs verhalen, ideeën, pamfletten, organisaties, demonstraties en parlementaire moties. En vrouwen: van Mary Wollstonecraft en Betje Wolff tot Simone de Beauvoir en Joke Smit. De mannelijke overheersing lijkt zo oud als de mensheid, maar wordt al even lang bestreden.
Historica Els Kloek (1952) heeft jarenlang gedoceerd en ge­publiceerd over vrouwen in de Nederlandse ge­schiedenis. Tussen 2003 en 2022 was ze projectleider van het Digitaal Vrouwenlexicon van Neder­land, een project dat resulteerde in 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis.
– Bitch van  gaat over vrouwtjesdieren. Daarin stelt ze je voor aan opmerkelijke vrouwtjesdieren en de wetenschappers die hen bestuderen. Van moordzuchtige stokstaartjesmatriarchen tot pseudopenisdragende vrouwtjeshyena’s, van lesbische albatrossen tot sluw jagende orka-oma’s. Het verandert de lang bestaande blik op de rol van vrouwtjesdieren. Lucy Cooke komt in opstand tegen de stereotypen over vrouwelijke passiviteit en de rol van onzelfzuchtige moeder, die door de heiligverklaring van Darwin lang standhielden. Zijn vrouwenhaat zit diep verankerd in zoölogie.

 

Activiteiten in Utrecht en daarbuiten:
– Het zal de meesten niet zijn ontgaan: t/m 14 juli is er in het Stedelijk in Amsterdam een grote overzichtstentoonstelling van Marina Abramović. Sinds de jaren 70 is ze een prominente figuur in de performance- en body art en wordt beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van deze kunstvorm. Ze gebruikt haar eigen lichaam en test de grenzen van haar fysieke en mentale uithoudingsvermogen. Samen met haar geliefde Ulay, die ze in 1975 in Amsterdam ontmoette, werd ze wereldwijd beroemd met langdurende performances waarin zij hun grenzen tot het uiterste op de proef stellen. In haar latere solowerk richt zij zich meer op het verkennen van spiritualiteit en het creëren van een wisselwerking, waarin het publiek actief onderdeel wordt van haar werk en een gedeelde energie. Marina Abramović’ performances waren legendarisch. Van de scheermesjes, uien- en wurgslang-acts en haar eerste confronterende act met publiek Rhythm 0, via de wandeling van twee kanten af met haar scheidende partner Ulay over de Chinese muur en haar tweede grote act met publiek The Artist is Present in het MoMA.
Voor wie meer over haar en de tentoonstelling wil lezen en of luisteren: https://www.theaterkrant.nl/recensie/marina-abramovic-is-gelukkig-terug-in-amsterdam/marina-abramovic/, https://nos.nl/nieuwsuur/video/2512670-performance-ster-abramovic-vond-amsterdam-lastig-iedereen-was-hier-bloot, een videoportret n.a.v. de voorstelling Life and death of Marina Abramović.
Er zijn natuurlijk ook lezingen en andere activiteiten in het kader van de tentoonstelling, bijvoorbeeld in Zeist op 11 april: https://kunstuitzeist.nl/Marina-Abramovic en bij de Vrije Academie op 21 april en 16 juni: https://www.vrijeacademie.nl/ons-aanbod/lezing-abramovi-godmother-van-de-performancekunst/.
Meer info: https://www.stedelijk.nl/nl/tentoonstellingen/marina-abramovic.
– Het Ragazze kwartet bestaat uit 4 Nederlandse getalenteerde jonge dames die worden geprezen om hun volwassen bevlogen strijkkwartetspel, vol eigenheid en muzikaliteit, organisch en in pure zuiverheid. Sinds het uitkomen van hun nieuwe album, But not my soul, op 8 maart -Internationale Vrouwendag- toeren ze met het gelijknamige concert door Nederland (en ook België). Ze breken daarin een lans voor Florence Price, een Amerikaanse componiste uit begin 20e eeuw. Ze was de eerste Afro-Amerikaanse vrouw die erkend werd om haar symfonieën. Toch was haar muziek jarenlang in de vergetelheid geraakt. Haar werk is een aangename mix van Europese romantiek, haar ‘Southern’ roots, de opkomende blues en de Afro-Amerikaans spirituals. De Ragazze combineren de muziek van Florence Price met het ‘Amerikaans kwartet’ van Antonín Dvořák, een grote inspirator van Price, en een nieuw werk van singer-songwriter Rhiannon Giddens. Die schreef een lied naar aanleiding van een advertentie die ze zag uit de tijd van de slavernij, waarin een jonge vrouw te koop werd aangeboden met haar negen maanden oude baby.
Meer info: https://ragazzequartet.nl/programme/but-not-my-soul/
Eerder deze maand speelde het kwartet They have waited long enough, waarin drie componistes het verhaal vertelden van drie Grieks-mythologische vrouwen in hedendaagse klanken. De schrijfster van de teksten Gaea Schoeters heeft gezocht naar woorden die deze vrouwen recht doen: ontroerend én bevrijdend. Was Medea een wraakzuchtig monster of een moeder verteerd door compassie? Was Circe een kwaadaardige heks of een heldin vol grootse menselijkheid? En wat met dat zogenaamd weerloze wachten van Penelope? De stukken staan vooralsnog niet meer op het programma, maar misschien komt dat toch nog weer.
– Zoals in de vorige nieuwsbrief ook al vermeld is er op 25 april bij de ILFU BookClub een avond over de nieuwe roman van Marijke Schermer, In het oogeen verhaal over relaties beëindigen en beginnen, kijken en bekeken worden, schuld en verantwoordelijkheid. Door een relatie van twee mensen bloot te leggen, laat de schrijfster zien welke nieuwe moge­lijkheden zich aandienen als je aangeleerd ­gedrag durft te bevragen. Het verhaal begint op het moment dat Nicola hoort dat de aanvraag voor haar onderzoek is afgewezen. Uitgerekend op die dag is haar vriendin Bee haar ondoorgrondelijkheid zat en vertrekt. Dat verlies brengt eerdere verliezen naar de oppervlakte bij Nicola, een vrouw die floreert als onderzoeker, maar zich het comfortabelst voelt als ze zelf in de schaduw blijft. Roos van Rijswijk zal het gesprek voeren met o.a. Marijke Schermer zelf.
Meer info: https://ilfu.com/agenda/ilfu-book-club-marijke-schermer
– T/m 21 juni presenteert museum De Lakenhal de tentoonstelling Kimsooja – Thread Roots. Het werk van de Koreaanse kunstenares is sterk geworteld in de tradities van haar geboorteland en krijgt vorm in verschillende media. In haar kunst combineert ze persoonlijke geschiedenis met globale thema’s als migratie, bewegingsvrijheid en het gevoel ergens thuis te zijn. Textiel speelt als materiaal en symbool een terugkerende rol in haar installaties, performances, sculpturen, films en foto’s. Zo verwijzen haar bekende veelkleurige bottari, geknoopte bundels van Koreaanse bedspreien, waarin persoonlijke bezittingen worden vervoerd, naar de relatie tussen textiel en migratie. In Korea worden ze al eeuwenlang gebruikt. Bij de tentoonstelling is elke zondag een workshop Botarri’s maken.
Meer info: https://www.lakenhal.nl/nl/verhaal/kimsooja-thread-roots?mc_cid=799f7cca82&mc_eid=abd749ef32 en https://www.lakenhal.nl/nl/verhaal/activiteiten-bij-kimsooja-thread-roots
– Een andere tentoonstelling, ook met veel textiel, is Weaving Resilience van Kristina Benjocki, van 14 april t/m 9 juni te zien in museum Rijswijk. De kunstenares woont al bijna 20 jaar in Nederland, maar groeide op in Zrenjanin, een van de grootste textielproducerende steden in voormalig Joegoslavië. De traditie van weven is nauw verbonden met de manier waarop voorgaande generaties vrouwen in haar familie wisten te overleven. Het garen was cruciaal voor het ondersteunen van hun gezin als alleenstaande moeders in verschillende tijden.
Meer info: https://museumrijswijk.nl/tentoonstellingen.php
– In 2021 legde kunstenares  haar tuin aan, The Arched Garden. “Het is mijn pigmententuin, overkoepeld door gewelfde wilgentakken. Mijn studio is daar vlakbij, in de zolder van een oude hooitas, omringd door grond gevuld met herinneringen.” Het is de plek waar ze is opgegroeid, “waar ik altijd in bomen klom en met planten en beesten praatte,” Sophie werkt met pigmenten die ze maakt van haar eigen planten en schildert er prachtige natuurlijke patronen mee; ondergrondse wortelstelsels, boomschors en sterrenhemels. “Motieven en lijnen,” zegt ze, “die de mystieke verbinding tussen mens en natuur weerspiegelen.” Op 20 april organiseert ze samen met plantenkenner Anke Riesenkamp van See All This ’s morgens en ’s middags een ontvangst in haar atelier, met een rondleiding door de tuin en aansluitend mogelijkheid tot vragen.
Meer info: https://seeallthis.com/event/event-in-de-tuin-met-sophie-steengracht/#:~:text=Op%2020%20april%20bezoeken%20we,het%20buiten%20drassig%20kan%20zijn
– Monica Nouwens is een Nederlandse beeldend kunstenares, fotografe en activiste die al meer dan 25 jaar maatschappelijk betrokken projecten realiseert in Los Angeles. Haar werk komt voort uit haar ervaringen in de straten van South East Los Angeles. Haar filmische beeldtaal refereert direct aan de Hollywood Noir. Speciaal voor het Nederlands Fotomuseum creëerde ze een ruimtevullende video-installatie met twee grote, half doorzichtige projectieschermen en geluid, This One Is For You Serra, en is te zien tot en met 16 juni.
Meer info: https://www.nederlandsfotomuseum.nl/tentoonstelling/monica-nouwens/.
En als je dan toch naar het fotomuseum wilt gaan, t/m 31 juli is daar ook de themaroute Wie zijn de Vrouwen in de Eregalerij? te zien, een kennismaking met hen. De route neemt je mee langs tien beelden die opgenomen zijn in de Eregalerij van de Nederlandse fotografie. Negen van deze werken zijn gemaakt door vrouwen. Eén werk is gemaakt door een man en verbeeldt een vrouw.  Wie zijn deze fotografes en wat motiveerde hen? Wat is de relatie van de fotograaf met het beeld? Op 3 april is er een speciale rondleiding
Meer info: https://www.nederlandsfotomuseum.nl/tentoonstelling/themaroute-wie-zijn-de-vrouwen-in-de-eregalerij-van-de-nederlandse-fotografie/. T/m juli

Bibliotheeknieuws:
– In april zal de bibliotheek open zijn op de aangegeven tijden.
Iedereen die wil komen rondkijken en/of boeken lenen en terugbrengen is van harte welkom.
– Artikelen n.a.v. 8 maart: zie bovenaan: https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/03/09/37064/
– Met enige regelmaat krijgen wij mails met de vraag naar een leesgroep voor jonge vrouwen. Er is op dit moment een groep die haar bijeenkomsten (deels) in de bibliotheek wil gaan houden (heel leuk!), maar ze zitten vol. Mochten er meerdere jonge vrouwen zijn die belangstelling hebben voor een leesgroep – wij kunnen hen/jullie samenbrengen en een nieuwe groep faciliteren.

Nieuwe boeken in de bibliotheek
Kairos van Jenny Erpenbeck, Waar kleur is, is leven van Tineke Hendriks, Een soort eelt van Rinske Bouwman, The Island of Missing Trees van Elif Shafak, Eens was god als vrouw belichaamd van Merlin Stone, Moeders. Heiligen van Dieuwertje Mertens, Nachtouders van Saskia de Coster.

Nieuwe recensies van deze maand als link bijgevoegd:
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/03/06/ragnarok-door-a-s-byatt/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/03/10/de-schoft-door-marente-de-moor/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/03/17/empusion-door-olga-tokarczuk/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/03/28/meisje-ontmoet-jongen-door-ali-smith/

De leenbijdrage voor 2024 is vastgesteld op € 27,50. Je kunt hiervoor onbeperkt boeken lenen en/of vriendin/vriend van de bibliotheek zijn. Iedereen die boeken leent en/of wil gaan lenen wordt vriendelijk verzocht dit bedrag over te maken op ons banknummer NL18 RABO 0366 0430 05 ten name van Stichting Es Scent ovv naam en ‘leenbijdrage 2024’. Meer overmaken om de vrouwenbibliotheek extra te ondersteunen mag natuurlijk altijd. Eenmalig een boek lenen kan ook. De bijdrage hiervoor is € 1,- per boek, met een startbedrag van € 5,- per kalenderjaar.Op www.vrouwenbibliotheek.nl is meer informatie over de bibliotheek te vinden en veel recensies; de nieuwsbrief is ook te lezen via onze website.

Marjolein Datema                                                                                                              Utrecht,  1 april 2024




‘Meisje ontmoet jongen’ door Ali Smith

De ondertitel De mythe van Iphis is een verwijzing naar een van de meest vrolijke verhalen uit de Metamorfosen van de Romein Ovidius. Ali Smith maakt er een geestig, kritisch, hedendaags sprookje van. 

“Ik ga jullie vertellen over toen ik een meisje was, zegt grootvader”. Met deze prachtige zin begint het sprookje. De hoofdpersonen zijn twee zusjes, Anthea en Imogen. Ze zijn gezellig op zaterdagavond bij grootvader en grootmoeder, oefenen onder leiding van grootvader koprollen en radslagen, kijken televisie en zitten op schoot bij grootvader die verhalen vertelt. Ali Smith weet stemming te creëren maar presenteert ook onmiddellijk veel verschillende verhaallijnen, dubbele boodschappen en tegendraadse gedachten. Pas bij tweede lezing kalmeert dat en kun je rustiger lezen. Het dubbele, tegendraadse blijft, is vaak geestig, is een doel. Het verhaal speelt zich af in Inverness, een stad in Schotland. De volwassen zussen wonen inmiddels in het huis van hun overleden grootouders. Ze houden van elkaar, zijn alle twee slim en hoogopgeleid, maar verschillen erg in de manier waarop ze in de wereld staan. Imogen is eerzuchtig, heeft een goede baan bij Pure, een bedrijf dat gebotteld water verkoopt. Ze gaat tot het uiterste om in de smaak te vallen van collega’s en vooral van haar baas, Keith. Deze Keith heeft de rol van boze tovenaar. Sinds kort werkt Anthea ook bij Pure maar ze houdt dat slechts een paar dagen vol. Zij bekijkt het bedrijf en wat er gebeurt met weerzin. Tijdens de eerste grote vergadering, die ze bijwoont, wordt buiten het uithangbord van Pure beklad. Ze pakt al haar spullen om nooit meer terug te komen, loopt naar buiten waar al veel mensen staan te kijken en leest “in prachtige rode letters: WEES NIET STOM, WATER IS EEN RECHT VAN DE MENS, ELKE MANIER VAN VERKOOP IS MOREEL VERKEERD.” Is degene die aan het mooi schrijven is een jongen, een meisje? “Zij was de mooiste jongen die ik ooit gezien had.” Het is Robin Goodman, een meisje. Anthea en Robin worden stapelverliefd op elkaar. Tot grote ontzetting van Imogen. Via haar gedachten en een ontmoeting met mannelijke collega’s (vazallen van de boze tovenaar) lezen we alle vooroordelen over gender die je kunt bedenken. Gelukkig eindigt het hoofdstuk positiever. Totaal dronken gevoerd komt Imogen thuis en ontmoet Robin. De twee komen nader tot elkaar. Robin geeft haar een glas water (Eau Caledonia, het water van Pure!). Imogen vraagt: “Wat is het correcte woord voor jou?……Het juiste woord voor mij, zegt Robin Goodman, is ik.”

Anthea en Robin genieten van hun verliefd zijn. Robin vertelt de mythe van Iphis aan Anthea. Ali Smith doet dat mooi, grappig. In het kort komt het verhaal er op neer dat twee meisjes, Iphis en Ianthe, met elkaar willen trouwen. Door de hulp van godin Isis verandert Iphis op de dag voor het huwelijk in een jongen.  

Imogen vertrekt naar Londen voor een promotiebespreking met Keith. Tijdens de reis komt ze uit de ban van de boze tovenaar. Ze ervaart dat Pure een bedrijf is dat verkeerde dingen doet (b.v. dat ze ergens in India een filtreerdam bouwen om Pure laboratoria te bevoorraden, maar die dam blokkeert de toegang tot vers water voor de plaatselijke bevolking), dat Keith een absoluut verkeerde man is en dat ze de baan niet wil. Ze vlucht weg en in de trein terug verklaart ze haar collega Paul (geen vazal!) haar liefde, die door hem beantwoord wordt. Hij staat op het station in Inverness en leidt haar langs diverse gebouwen waar teksten op geschreven staan, ondertekend met Iphis en Ianthe en die teksten gaan allemaal over maatschappelijke misstanden: “Wereldwijd worden 2 miljoen meisjes bij hun geboorte gedood omdat ze geen jongen waren. Dat is officieel.(Helaas staat er niet bij per welke tijdseenheid.) “Tel daarbij de officieuze schatting van nog eens 58 miljoen meisjes, gedood omdat ze geen jongen waren. Dat maakt 60 miljoen meisjes. Vrouwen verdienen nergens hetzelfde loon als mannen.” En zo nog veel meer teksten. Imogen en Paul zijn gelukkig, met elkaar en met de situatie. 

Als Anthea de grote verandering bij Imogen waarneemt, roept ze: “Het wonder. Dat de hemel mijn zus voor jou heeft geruild, wie je ook bent.” En Imogen antwoordt: “Een met liefde gegeven glas water, daar komt het door.” Zoals in de mythe Iphis verandert van een meisje in een jongen, zo verandert in dit sprookje Imogen van een behekste vrouw in een tot zichzelf gekomen vrouw. 
Het sprookje eindigt met een prachtig gedroomd huwelijksfeest van Robin en Anthea, een waar happy end. 

Ali Smith heeft een originele, mooi geschreven variatie geschreven op de oude mythe. Achterin het dankwoord schrijft ze dat de op de muren geschreven teksten berusten op statistieken verzameld door Womankind, een Britse liefdadigheidsorganisatie. Dat zijn dus geen sprookjes! 
Ali Smith schreef Meisje ontmoet jongen als onderdeel van de serie Canongate Myth Series, boeken van uiteenlopende schrijvers die een klassieke mythe hervertellen. Uitgeverij Orlando is gespecialiseerd in het uitgeven van mythologische hervertellingen, vertaald in het Nederlands. Er zijn zeker al 14 titels verschenen.

De vertaling uit het Engels door Hi-en Montijn is ook mooi gedaan.  

Uitgeverij          Orlando, 2023                    
Pagina’s           158 
Vertaald            uit het Engels door Hi-en Montijn (Girl meets boy) 
ISBN                 978 9083 335 803 

Recensie door Vera Berendsen, maart 2024                          




‘Empusion’ door Olga Tokarczuk

Een natuurgeneeskundig griezelverhaal

Op het eerste gezicht kan Empusion moeilijk toegankelijk zijn. De titel spreekt niet voor zich. Ik wist in ieder geval niet dat een empousa in de Griekse mythologie een vrouwelijk demonisch figuur is, die zich zou voeden met mensenvlees en geassocieerd werd met de nacht. Ook de vergelijking met De Toverberg van Thomas Mann was niet direct een aanbeveling: een vuistdikke roman over mannen die tijdens hun herstelperiode in een sanatorium eindeloos filosoferen. Empusion zou hierop een feministisch antwoord zijn. Toch had ik er zin in. Een paar jaar geleden heb ik genoten van Olga Tokarczuks roman Jaag je ploeg over de botten van de doden (2009, vertaald in 2020), al vond ik de titel noch het omslag van de Nederlandse vertaling uitnodigend.

Empusion begint met de aankomst van een jongeman, Mieczysław Wojnicz, in een kuuroord in Görbersdorf, het huidige Poolse Sokołowsko. Het is 1913 en hij is 24 jaar. Hij lijdt aan tbc en de lucht in het hooggelegen bergdorp moet genezing brengen. Omdat er nog geen plaats is in het sanatorium, verblijft hij in een herenpension, samen met vier andere mannen. Het verhaal wordt grotendeels verteld vanuit het perspectief van Wojnicz, maar aan het begin en soms op latere momenten zijn er andere stemmen die alles heel precies observeren. Geen personen, maar aanwezigheden uit een ver verleden.

De vijf heren dineren gezamenlijk met de eigenaar van het pension en maken ook regelmatig wandelingen, naar het sanatorium voor hun behandelingen, of door het dorp en in de omgeving. Bij die gelegenheden wordt er volop gefilosofeerd. Nou ja, er worden opvattingen gespuid, onder andere over het wezen van de vrouw. Op Wojnicz’ eerste dag in het pension overlijdt de echtgenote van de pensioneigenaar door zelfdoding. Dat is bij het avondeten aanleiding tot uitspraken als ‘Bij een man kan een sterke wil bepaalde verleidingen van gekte overwinnen, maar vrouwen zijn daar bijna geheel van verstoken en beschikken over geen enkel krijgswapen.’En later in het boek: ‘De vrouw is als het ware een evolutionaire lanterfant. Terwijl de man al voortgang heeft geboekt en nieuwe vaardigheden heeft opgedaan, staat de vrouw nog altijd op haar oude plek en ontwikkelt ze zich niet verder.’ Aan het eind van het boek somt de Poolse schrijfster op waar ze alle misogyne opvattingen over vrouwen en hun plaats in de wereld gevonden heeft: een lange lijst van 36 auteurs door de eeuwen heen.

Wojnicz arriveert in september. Vanaf het begin van zijn verblijf hoort hij van zijn medegasten dat er in het dorp en omgeving herhaaldelijk mensen vermoord worden. Op de begraafplaats ziet hij inderdaad dat er opvallend veel graven zijn van mensen die in november zijn overleden. Elk jaar komt er een man om, soms twee, in stukken gereten in het bos. Dat lijkt terug te voeren op een gewelddadige confrontatie tussen twee religieuze kampen ten tijde van de reformatie. Enkele vrouwen werden van ketterij en hekserij verdacht. Een van hen noemde onder marteling de namen van alle vrouwen die ze kende in de omgeving. Dat leidde ertoe dat alle vrouwen uit angst de bergen in vluchtten en mannen, kinderen en huishouden achterlieten. Toen daardoor alles uit de hand liep, kwam uiteindelijk van hogerhand de opdracht te stoppen met de martelingen. Maar een aanzienlijk deel van de gevluchte vrouwen is nooit meer teruggekeerd, zo gaat het verhaal.

Op een van de uitstapjes naar de bergen bezoeken de heren ook een kamp van houtskoolbranders. Dat zijn nogal ruwe lui die daar het hele seizoen bivakkeren. Om in die periode aan hun gerief te komen maken ze een soort vrouwenfiguren in de grond. Deze episode roept een beklemmende sfeer op. De suggestie wordt gewekt dat zij iets te maken hebben met de mysterieuze moorden.

Ook verder in het boek is er weinig sprake van vrolijkheid of lichtheid. Wojnicz probeert zich staande te houden door zich niet teveel in te laten met de anderen. Hij lijkt een geheim met zich mee te dragen en is bang ontmaskerd te worden als hij zich teveel laat zien. Ook is hij er niet erg op gebrand weer terug naar huis te gaan. Volgens zijn vader en zijn oom (die officier in het leger is) is hij veel te zacht, ‘hij lijkt wel een wijf’. Zonder de clou van het verhaal te verklappen kan ik wel zeggen dat dat uiteindelijk juist zijn redding is.

Ik heb Empusion met veel plezier gelezen. Olga Tokarczuk heeft er een echte thriller van weten te maken, door het oproepen van de beklemmende en geheimzinnige sfeer, steeds kleine stukjes informatie te geven over Wojnicz en de raadselachtige moorden. Ze werkt toe naar een climax die je nog wel kon zien aankomen, maar een verder onverwacht einde. In het boek staan enkele foto’s van het dorp en in de epiloog lezen we wat er met enkele personages na de beschreven gebeurtenissen is gebeurd. Een waargebeurd verhaal dus? Wat mij betreft een mooie mix van realiteit en fantasie.

Olga Tokarczuk (1962) is de belangrijkste Poolse auteur van haar generatie. Na haar studie psychologie had ze enige tijd een praktijk, maar al snel begon ze haar literaire carrière. Vanaf 1996 kreeg ze daarin succes. Ze won verschillende literaire prijzen, met als bekroning de Nobelprijs voor Literatuur 2018. De reden voor de toekenning is volgens de jury ‘voor een verhalende verbeelding die met encyclopedische passie het overschrijden van grenzen voorstelt als een vorm van leven’. Daar is Empusion een mooi voorbeeld van.

Uitgeverij      De Geus, 2023
Pagina’s        361
Vertaald        uit het Pools door Karol Lesman (Empuzjon – Horror przyrodoleczniczy Empuzjon – Horror przyrodoleczniczy)
ISBN             978 9044 548 655

Recensie door Marianne van der Weiden, maart 2024




‘De Schoft’ door Marente de Moor

De Schoft van Marente de Moor is typisch een ideeënroman. Handelingen vinden nauwelijks plaats, terwijl gedachten de hoofdrol spelen, en met name die in het hoofd van journalist Tom Willems.

Het onderwerp van het verhaal is actueel: bootvluchtelingen. Ze worden opgevangen door het naamloze schip van stichting Archangel dat ‘bemand’ wordt door vrouwen. Hun namen wisselen want die zijn niet belangrijk. De vluchtelingen op de Middellandse Zee noemen zij ‘evacués’. Aan het hoofd staat ‘Lady Aga’ die haar idealisme luidkeels uitroept: “Wat nou vluchtelingencrisis? Het Westen verwoest de planeet en is de oorzaak van de oorlogen op het zuidelijk halfrond. Hier is niets eerlijks aan, goddammit!”

Hoofdpersoon Tom Willems, die eigenlijk Tomasz Wilenski heet, is de zoon van een anticommunistische Oekraïens-Joodse vader, die gevlucht is voor de Russen, en een moeder, die zich fanatiek met arbeidsmigranten bezighoudt. Tom was journalist, maar eruit gewerkt wegens te rechtsextremistische ideeën, waar overigens weinig van naar voren komt. Hij krijgt van een oude vriend de kans om toch weer een reportage te maken en wel op het schip. Daar komt hij onder pseudoniem omdat hij anders afgewezen zou kunnen worden door mensen die zijn ideeën kennen. Hij was altijd voor niets of niemand bang, maar aan boord van het schip voelt hij zich voortdurend bedreigd. Waardoor is niet duidelijk. Hij is een introverte, mensenschuwe, aan alles twijfelende man van vijftig met smetvrees en voelt zich uitgerangeerd.

De vluchtelingen die aan boord gehaald zijn geen wanhopige, uitgeteerde mannen en vrouwen, maar uitsluitend jonge, sterke mannen die elkaar onderling wantrouwen. Wegens plaatsgebrek zal Tom zijn hut moeten delen met een van hen en dat wordt Adama, een Senegalese vluchteling, die het alter ego van Tom lijkt te zijn. Hij is de enige die zijn naam van begin tot einde houdt. Bedoeld of onbedoeld lijkt die te verwijzen naar de eerste mens op aarde, terwijl alle andere namen niet van belang zijn. Ze voeren talloze gesprekken waarbij Adama de wijze man is en Tom het angstige kind.

De hele situatie is op zich interessant. Een groep linkse vrouwen tegenover een groep gelukzoekende moslimmannen, en een rechtse toeschouwer die dit alles mag beschrijven in de besloten ruimte van een schip, waar het voedsel op begint te raken als er nergens aangemeerd kan worden. Opvallend is dat de linkse kant overkomt als schreeuwerig en dogmatisch en de rechtse kant als doordacht en veel realistischer én niet echt rechts.

Tom krijgt geen letter op papier. Wat hij niet durft te vragen is of de vrouwen met hun schip niet medeplichtig zijn, omdat ze de handel in vluchtelingen faciliteren. Als hij vraagtekens zet bij Aga’s goede werk ”zal hij de rest van zijn leven worden onderbroken, afgebroken, overschreeuwd.” Hoe erg zou dat zijn voor zijn dochter Lauren? “Zij zal door het leven moeten als het kind van die schoft.” Hij zit ingeklemd tussen enerzijds het mantra van de vrouwen “het doet er niet toe wie we redden, maar dat de mensen die we redden, gered moeten worden.” en anderzijds “kun je afzijdig blijven als je getuige bent van een misdaad?

Tussen de bedrijven door staan cursief gedrukte delen van heiligenlevens uit Legenda Aurea van Jacobus de Voragine. Tom leest die graag, aangevuld met verhalen over mythologische vrouwen uit de Oudheid. Alle fragmenten gaan voornamelijk over vrouwen die hun lichaam offerden voor hun geloof of ideaal. “Waarom oogsten vrouwen pas bewondering als ze lijdend en strijdend ten ondergaan voor hun idealen”, vroeg Marente de Moor zich af. Die gedachte lijkt zij niet te koppelen aan haar verhaal. De vrouwen op het schip komen hoegenaamd niet heldhaftig uit de verf en lijden doet alleen degene die wordt verkracht. Maar daar wordt de volgende dag al niet meer over gepraat. Waarom dan die lijdende strijdende vrouwen? Marente de Moor zegt hierover in een interview: “Toen ik me verdiepte in de activisten die op de ­Middellandse Zee migranten redden, bleken dat vaak vrouwen te zijn. Met een nogal gesloten wereldbeeld. Ze deden me denken aan vrouwelijke heiligen uit de katholieke canon. Die heilige meisjes van toen (…) ­waren ook activisten, maar dan voor Jezus Christus”.

Van het ene op het andere moment verandert het karakter van het boek. Tom springt overboord en komt aan land na een soort mythologische ervaring. Wat werkelijkheid is of niet, wordt niet duidelijk. Tom is nu ook een vluchteling zonder geld of paspoort. In een kerk spreekt een man in een visserstrui hem aan. Hij lijkt sprekend op Toms vader en zegt: “Tegenwoordig is niemand meer heilig. Zowel onder de toeristen als onder de vluchtelingen heb je lieverdjes en schoften. Wat ben jij? Een lieverdje of een schoft?” Tom reageert alleen met: “Dat ligt aan wie je het vraagt.
De slotgedachte is dan: “Je moet toch een verhaal hebben. De geschiedenis vormt zich door besluiten. Wat men besluit door te vertellen en wat men besluit te verzwijgen.” 

Zo eindigt deze roman vol tegenstellingen. Het gaat wel en niet over bootvluchtelingen, wel en niet over links contra rechts, wel en niet over strijdende vrouwen, die zichzelf opofferen. Uiteindelijk gaat het alleen maar over een man die op zoek is naar een verhaal en dan wel voornamelijk over zichzelf.

Marente de Moor zegt in een interview dat haar missie geslaagd is als de lezer zich voortdurend afvraagt wie er nou eigenlijk een schoft is. Ze heeft daarnaast een lans willen breken voor de twijfel. Dat je altijd mag vragen ‘Is dat wel zo?’, zonder onder verdenking te worden geplaatst. Twijfel wordt in onze cultuur gezien als een teken van zwakte. “Twijfel is juist een teken van verdraagzaamheid. Als je die toelaat, erken je dat een verhaal altijd twee kanten heeft. Tegenwoordig oordelen mensen meteen: ‘Is dit een fout mens of een goed mens? Een schoft of niet?’ ”

Uitgeverij      Querido, 2023
Pagina’s        221
ISBN              978 9021 475 530

Recensie door Janny Wildemast, februari 2024




“Mysterie opgelost: daarom heeft Utrecht een vrouwenbibliotheek”

*Hieronder het artikel dat ‘In de buurt Utrecht op 8 maart, Internationale Vrouwendag, plaatste op haar website.

Is het een bieb waar alleen vrouwen welkom zijn? Zijn alleen dames eigenaar? De Vrouwenbibliotheek in Utrecht roept vragen op. De naam klinkt feministisch en misschien is deze plek dat ook. Indebuurt zocht uit waarom Utrecht een vrouwenbibliotheek heeft.

Vrouwenbibliotheek Utrecht is opgericht door een groep Vrouwenhuis-vrouwen in 1984, de tijd van de tweede feministische golf legt Marjolein Datema uit. Ze is beheerder van de Vrouwenbibliotheek in Utrecht. “De vrouwen wilden een plek met feministische literatuur, documentatiemateriaal en non-fictieboeken die toegang gaven tot de vrouwencultuur.” Dat begon klein, maar groeide vrij snel uit.

Vrouwenhuis Utrecht  Vrouwenhuis Utrecht

Gezicht op de onderpui van het pand Twijnstraat 69 (het Vrouwenhuis) in Utrecht. Foto: collectie Het Utrechts Archief/859023  en
Gezicht op de voorgevel van het Vrouwenhuis, een rechtswinkel voor vrouwen in Utrecht. Foto: collectie Het Utrechts Archief/71764

De bieb bloeide op

De Vrouwenbibliotheek kreeg subsidie van de gemeente en verhuisde naar een ruimere plek aan de Wittevrouwenkade. Marjolein: “De bibliotheek bloeide met een uitdijende collectie. Er was veel documentatie die ingezien en gebruikt kon worden (er was nog geen internet en vrouwenstudies aan de universiteit was nog klein), een leestafel met tijdschriften en andere activiteiten.”

Geen subsidie meer

Vanaf 2000 kortte de gemeente de subsidie. De bieb verhuisde naar een kleiner pand aan het Janskerkhof. In 2008 werd de stekker er helemaal uit getrokken. Het lukte niet om een organisatie te vinden waar de collectie in zijn geheel bij elkaar kon blijven. “Alle leden van de bibliotheek ontvingen een brief met de tekst: ‘de boeken gaan in de verkoop, en de documentatie gaat naar het oud papier.”

Gered door vrijwilligers

Marjolein vond dit zo zonde, dat zij en haar man ruimte boden voor de collectie in hun werkplek aan de Gansstraat. “Met de belofte om de bibliotheek openbaar toegankelijk te houden.” Rond Vrouwendag in 2010 ging de Vrouwenbibliotheek weer open. “Vrij snel wandelden helpende handen binnen en is de bieb vanaf ‘doodgebloed’ weer helemaal opgebouwd. De openingstijden zijn beperkt, maar er is veel mogelijk.”

De rol van de bieb nu

Tegenwoordig is iedereen welkom bij de Vrouwenbibliotheek, dus ook mannen. Je kunt er terecht voor zowel fictie als non-fictie. Marjolein: “De fictie is geschreven dóór vrouwen. Dat zijn romans, verhalen, poëzie en ook thrillers. Daarbij maakt het niet uit waar het boek over gaat. Ze kunnen over allerlei personages, gebeurtenissen en onderwerpen gaan.”

De non-fictie gaat óver vrouwen. “Daarbij maakt het niet uit wie het schreef, al blijkt in de praktijk dat vooral vrouwen over vrouwen schrijven. Maar dat hoeft dus niet. Een voorbeeld: vorige week kregen we het boek binnen Heksenjacht, geschreven door een man die zich daarmee bezighield.”

 

Aandacht en bewustwording

Volgens Marjolein is het nog steeds belangrijk om aandacht te besteden aan de ontwikkeling en bewustwording van de collectieve geschiedenis van vrouwen. “Literatuur kan daar een onderdeel van zijn. Dat geldt voor de non-fictie, die betrekking heeft op vrouwen en op wat voor vrouwen belangrijk is. Maar ook voor ‘onze’ fictie, vanuit het vrouwelijke perspectief (’the female gaze’). Een invalshoek, die inspirerend en ondersteunend kan werken.”

Bovendien zegt Marjolein, worden vrouwelijke schrijvers nog steeds minder gelezen, minder gewaardeerd en minder gerecenseerd dan mannen. “Ze mogen dus best wat extra aandacht krijgen, al komt er gelukkig wel steeds meer belangstelling voor schrijvende vrouwen en voor ‘vergeten’ schrijfsters. We hopen met onze collectie daar aan bij te kunnen dragen.”




‘Ragnarök’ door A.S. Byatt

De ondergang van de goden

Uitgeverij Canongate in Edinburgh was bezig een serie samen te stellen over mythen en legendes en vroeg de zeer gelauwerde en in de adelstand verheven Antonia Susan Byatt – oudere zus van schrijfster Margaret Drabble – om een bijdrage. Ze aarzelde geen moment en koos voor haar versie van Ragnarök -godenschemering-, een noordse mythe waarin de goden allemaal vernietigd worden. Als kind had ze Asgård en de Goden gelezen en herlezen naast The Pilgrim’s Progress van John Bunyan. Ze was vanwege astma vaak bedlegerig en las dus veel.
In haar bewerking van de mythe speelt ze gefictionaliseerd de hoofdrol als ‘het tengere kind’ dat Asgård en de Goden van haar moeder krijgt. Ze leest het en denkt erover na. Ze krijgt geen naam of leeftijd, maar ze leeft ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, die voor haar ouders reden was  om van de stad naar het platteland te gaan. Van de oorlog merkt ze niet veel maar ze voelt wel de angst voor het vergaan van de wereld die gekoppeld wordt aan de ondergang van de Asen.

Laat ik het eerlijk toegeven: ik weet niets van noordse mythen op wat namen na die ik ooit gehoord heb en naar Wagners Götterdämmerung luister ik niet vrijwillig. Nu lees ik A.S. Byatt’s roman en ik word overladen met drie verhalen die samengeperst zijn tot één verhaal, vol gruwelijkheden en weerzinwekkende details, en met een hoeveelheid onuitspreekbare namen die je doet duizelen. Hoe een kind zich door de wereld van strijdende goden, die werkelijk nergens voor terugdeinzen, heen heeft geworsteld is me een raadsel. Het boek was ook nog eens in het Duits. Heel verwarrend voor het kind dat zich afvroeg of de oude germanen dezelfden waren als de ‘Germans’, de Duitsers.

Het verhaal geeft het ontstaan van de wereld weer, de strijd tussen de goden met als voornaamste opponenten Odin en Loki, en vervolgens het vergaan van de wereld. De goden zijn niet onsterfelijk en hun macht is eindig. Ragnarök betekent ongeveer het noodlot van de goden en Asgård is het domein van de Asen – lees: de goden – waarin zich ook het Walhalla bevindt.
Steeds wordt de godenwereld gespiegeld aan de christelijke wereld. Het kind, met een Quakerachtergrond, leert in de wekelijkse Bijbelles over ‘de boze grootvader, de gefolterde goede man en de klapwiekende witte vogel’. Haar worden blijde en goede dingen voorgespiegeld om de moed erin te houden tijdens de oorlog, maar ze gelooft niet dat ze haar vader, die ergens in Afrika vecht, ooit zal terugzien. Door haar paradijselijke wereldje vol bloemen op het platteland loopt ze met haar gasmasker aan haar arm. Als ze de noordse mythen vergelijkt met het christelijke verhaal ziet ze alleen een andere mythe die veel minder boeiend is. Het zoete en duidelijke verhaal van The Pilgrim’s Progress lijkt in de verste verten niet op de mysterieuze chaotische magie van Asgård en de Goden.

Geleidelijk aan raakte ik toch onder de indruk van die merkwaardige wereld van de levensboom Yggdrasil, de onberekenbare Odin, de geniepige Loki en zijn dochter, de slang Jörmungandr die de wereld omvat en van zoveel anderen. Naast rommelige delen zijn er ook prachtige samenhangende delen, zoals dat over de dood van Baldur, met wie schoonheid, licht en hoop verdwijnen. Het kind vergelijkt hem met Jezus: ook ‘een en al witte zachtheid en gouden glans’ en ook een god die gedoemd was te sterven. Dat doet dan toch ook even denken aan de zoon die A.S. Byatt verloor bij een verkeersongeluk.
Daarnaast zijn er stukken waar je moeilijkt doorkomt, want Byatt kan zelden één ding noemen zonder meteen alles te noemen. Een voorbeeld: “Er waren massa’s krabben: porseleinkrabben, gewone spinkrabben, gestekelde sponspootkrabben en steenkrabben, helmkrabben, cirkelronde krabben, eetbare krabben, havenkrabben, zwemmende krabben, vierkante krabben, allemaal met hun eigen gebied.“ Daar staan prachtige poëtische beschrijvingen tegenover: “(Loki) was mooi, dat werd overal bevestigd, maar zijn schoonheid was moeilijk vast te leggen of te zien, want hij schitterde, sprankelde, flakkerde en versmolt met zijn omgeving, hij was een vormeloze vlam, hij was de wervelende kolk van naaldjes in de vormeloze massa van de waterval.”
Ook wat over het kind verteld wordt, raakt. Ze is zo eenzaam. Haar vader is er niet en haar moeder is helemaal opgeleefd omdat ze weer les mag geven, wat ze als getrouwde vrouw zonder de oorlog niet had gemogen. Alleen via literatuur lijkt ze een band te hebben met haar kind, maar verder is ze niet echt moederlijk. Daar is dan dat kind dat midden in een wereldoorlog troost en een vluchtweg zoekt in de noordse mythologie. Wat ze vaag aanvoelt aan angst over de oorlog, ziet ze verwoord in de oude verhalen. Ook de goden kenden angst. Haar verbeelding wordt erdoor gestimuleerd waardoor ze later zal gaan schrijven.

Al lezend kom je erachter dat A.S. Byatt in drie heel verschillende stijlen schrijft. Gaat het over de mythologische wereld, dan is ze niet te houden en schrijft ze vol passie in de meest kleurrijke bewoordingen en zodanig dat de vonken eraf spatten. Gaat het om de wereld van het kind, dan schrijft ze beschouwend, kalm en lieflijk. Aan het eind van haar boek geeft ze een beschouwing over mythologie en komt de academica tevoorschijn.

Het gaat in Ragnarök niet om goed of kwaad, of oorlog en vrede, maar om chaos en orde en over de vergankelijkheid van de mens én van de aarde die wij kapot maken. Ragnarök, het noodlot, is in feite klimaatverandering waaraan de wereld ten onder gaat en verstard in sneeuw en ijs eindigt. Door wat de goden doen zien wij hoe wij de wereld naar de ondergang brengen.

Om zoveel in één dun boek samen te brengen moet je van goeden huize komen en dat komt A.S. Byatt. Jammer alleen dat ze aan het slot een mini-essay heeft toegevoegd over mythologie. Het haalt de magie van het voorafgaande af. Ook jammer dat de meest prachtige staalgravures, afkomstig uit het boek van Wägner maar zonder vermelding van de maker, veel te klein zijn afgedrukt, zodat de betekenis ervan deels verdwijnt.

Byatt laat de lezer achter met een dubbele boodschap. Enerzijds blijft het tengere kind geloven in ‘de eeuwige herhaling van alles wat groeit’ maar anderzijds wil ze niets weten van het vervolg op het door haar gelezen verhaal waarin een soort wederopstanding plaatsvindt. Byatt laat dat gedeelte heel bewust weg.

Tot slot een groot compliment aan de vertaalsters die alleen al hun handen vol gehad moeten hebben aan het vertalen van talloze bekende en onbekende of uitgestorven plant- en diersoorten.

Uitgeverij      Orlando, 2023
Pagina’s        192
Vertaald        uit het Engels door Gerda Baardman en Marian Lameris (Ragnarok. The End of the Gods)
ISBN             978 9083 293 844

Recensie door Janny Wildemast maart 2024




maart nieuwsbrief

Beste leensters, leners en andere belangstellenden,

Elk jaar vinden in maart deze beide terugkerende ‘evenementen’ plaats, Internationale Vrouwendag op 8 maart en De boekenweek meestal in de 2e helft van de maand.

Eén wereld, duizend vrouwen is dit jaar het thema voor Internationale Vrouwendag 2024 en gaat over de verschillen én overeenkomsten tussen vrouwen in Nederland maar vanuit verschillende culturen. Daarbij zijn subthema’s die gaan over culturele verschillen bij geboorte, huwelijk, werk en de dood. Alle vrouwen zijn uniek en verschillend, maar hebben ook overeenkomsten. Met het thema ‘Eén wereld, duizend vrouwen’ kunnen vrouwen elkaar inspireren en van elkaar leren. Om dit vorm te geven vinden allerlei activiteiten door het hele land plaats en ook digitaal, bijvoorbeeld: van 8 t/m 17 maart kun je gratis kijken naar films over krachtige vrouwen via HER Film Festival. HER staat voor Health, Empowerment and Rights: belangrijke thema’s die wereldwijd spelen rond de positie van vrouwen. Door verhalen van krachtige vrouwen te delen, wordt er meer bewustwording, verbinding en actie gecreëerd. Die kunnen vrouwen inspireren de leiding te nemen over hun eigen leven.

Het Literatuurmuseum presenteert op 8 maart een nieuw kunstwerk: Het Conversatiestuk. In opdracht van het museum portretteerde beeldend kunstenaar Renske van Enckevort de schrijfsters Hanna Bervoets, Maartje Wortel, Niña Weijers, Nina Polak, Marjolijn van Heemstra, Lieke Marsman, Ellen Deckwitz, Maurits de Bruijn en Alma Mathijsen. Deze vriendengroep maakt deel uit van een literaire generatie waarin vrouwelijke auteurs, meer dan voorheen, op de voorgrond treden. Het museum wil een moderne en vrouwelijke tegenhanger hebben van het in 2019 aangekochte schilderij De Herenclub, een ‘Damesclub‘ in een weergave van een vriendenkring die verder reikt dan de fysieke begrenzing van het doek: een groep die middenin de samenleving staat en geen enkel gespreksonderwerp schuwt. Beide groepsportretten horen in de traditie van Conversatiestukken; informele groepsportretten die in de 17de eeuw in de Lage Landen zijn ontstaan.
Vanaf 9 maart is het portret voor het publiek te zien in het museum, samen met een expositie over vrouwelijke auteurs en de P.C. Hooft-prijs. Sinds 1947 is deze prijs 73 keer toegekend, waarvan slechts 13 keer aan een vrouw. De ondervertegenwoordiging van vrouwen vormt het uitgangspunt van deze exposities waarin een aantal overleden vrouwelijke auteurs wordt uitgelicht die de prijs volgens een onafhankelijke jury wél hadden verdiend.

Meer info: bit.ly/3OYOfJw.

De Boekenweek 2024 vindt plaats van 16 t/m 24 maart. Het thema dit jaar is ‘. Iedereen maakt deel uit van een familie. Veel hangt samen met familie, maar familie is soms niet alles, je kunt elkaar ook kwijtraken of erger. Als familie ter sprake komt, komen meestal allerlei verhalen los. De literatuur kent dan ook veel familieverhalen. Op de website van de boekenweek worden uitgebreid aanbevelingen gedaan om te kunnen kiezen uit boeken over familie.
Sinds 1932 is de Boekenweek hét jaarlijkse feest om de liefde voor het boek vieren in en met boekhandels, uitgeverijen, auteurs, bibliotheken en de media. Daar wordt van alles georganiseerd, m.n. ook ontmoetingen met schrijvers. De Boekenweek is ontstaan om zoveel mogelijk mensen te inspireren nieuwe boeken te kopen en lezen.
Meer info: https://www.boekenweek.nl

 

Onlangs uitgebrachte titels
–  In de bibliotheek hebben we met de leesgroep eerder dit seizoen de klassieker De tienduizend dingen van Maria Dermoût gelezenDeze maand is het opnieuw uitgegeven. Het verhaal speelt zich af op een Moluks eiland in de nadagen van de Nederlandse kolonisatie. Felicia, ‘mevrouw van Kleyntjes’, woont er alleen met haar bedienden op een afgelegen plantage aan een baai. Met weemoed maar berustend in haar lot herinnert ze zich de doden en de levenden, en ziet ze een veelvoud van dingen aan zich voorbijgaan – van de kleinste voorwerpen, de schelpjes van het strand, tot de omringende mensen. Meer dan alleen een levendig portret van een voorbije tijd is de roman een tijdloze verkenning van het menselijk leven.
– Nog een roman over Nederland en Indonesië: Aisha Dutrieux is schrijfster en voormalig rechter. Ze schreef eerder Het leven noemen en Wees niet bangWat wij verzwijgen van Aisha Dutrieux is een autobiografische roman over de Nederlands-Indische zwijgcultuur en het overschrijden van grenzen. Na het overlijden van haar oom gaat Mia naar zijn appartement. Het is er leeg, vies en schimmelig. Vijfentwintig jaar geleden zagen ze elkaar voor het laatst. De dag dat ze haar ouders vertelde wat zich tussen hen had afgespeeld, viel haar Indische familie uiteen. Ze begint de woning leeg te halen en schoon te maken. Ondertussen praat ze tegen haar oom, vertelt hem hoe haar leven is verlopen en vraagt zich af welk leven hij heeft geleid. En ze ontrafelt welk aandeel het Indische zwijgen heeft gehad in de geschiedenis van haar familie, en in haar eigen verleden. Een ontroerend, schrijnend en kwetsbaar verhaal.
– In Dans dans revolutie beschrijft  Dans, dans, revolutieeen fictieve, gruwelijke oorlog die veel lijkt op die in Oekraïne. De roman laat zien hoe makkelijk het is om weg te kijken. Oekraïne is het moederland van Lisa’s oma, en in haar debuutroman Aleksandra ploos ze die kant van de familiegeschiedenis uit. Het boek verscheen een paar maanden voor de Russische invasie van Oekraïne in 2022 en bood veel inzicht in de historische en geopolitieke achtergronden van de oorlog, die al speelt sinds 2014. ‘Onze dans is als een heel smal steegje,’ schrijft Lisa Weeda in haar bijna magische vertelling, waarin zij het gevecht aangaat met de medeplichtigheid aan oorlog, ‘waar je zijlings nog net je lichaam doorheen kan proppen om aan de andere kant van iets te geraken. Weg van het kwaad, dichter bij de lichte dingen van het leven. Onze dans heeft vele mensen geholpen, en ons altijd op het nippertje gered.’
– In het oog, de nieuwe roman van Marijke Schermer “is goedkoper dan therapie, en misschien wel doeltreffender.”, schrijft Trouw als kop van haar recensie. En verder: “Je kun het lezen en herlezen terwijl je over je eigen leven nadenkt. Door de relatie van Nicola en Louis bloot te leggen, laat Marijke Schermer zien welke nieuwe moge­lijkheden zich aandienen als je aangeleerd ­gedrag durft te bevragen.” Het verhaal begint op het moment dat Nicola hoort dat de aanvraag voor haar onderzoek is afgewezen. Uitgerekend op die dag is haar vriendin Bee haar ondoorgrondelijkheid zat en vertrekt. Dat verlies brengt eerdere verliezen naar de oppervlakte bij Nicola, een vrouw die floreert als onderzoeker, maar zich het comfortabelst voelt als ze zelf in de schaduw blijft. Eind april is er een ILFU Book Club met Marijke Schermer over In het oog. https://ilfu.com/agenda/ilfu-book-club-marijke-schermer)
– Maskerziel is een autobiografische roman van actrice en theatermaakster Dolan Yurdakul, waarin ze vertelt over een/haar familie waarin tot aan de derde generatie sporen van een migratietrauma doorlopen. Het zijn mensen, die veel verdriet kennen, en die zichzelf nieuwe gewoonten en persoonlijkheden hebben moeten aanmeten om in Nederland te passen; mensen met maskers. De roman laat heel inzichtelijk de verscheurdheid zien van velen die een moeder- en een vaderland hebben, maar ook de autonomie van de auteur.
– Bloedlijn is de nieuwe historische roman van Simone van der Vlugt. Dit keer over machtsstrijd en een onmogelijke liefde in een middeleeuws familie-epos met Koning Willem II en Floris V. Zowel de levens van de hoogste kringen als die van het gewone volk worden beeldend beschreven.
– In van Rosanna ten Have is Suzanne  het enige kind dat ooit zakte voor haar zwemdiploma. Twintig jaar later ziet haar life coach dat als een aanleiding voor haar passieve levensinstelling en sociale isolement. De coach dringt aan om weer te gaan zwemmen, om zo in contact met haar emoties en met anderen en te komen. Ze waagt de sprong in het diepe.

Vertaalde romans
– Over  van Susan Taubes: “de vertaling van haar autobiografische roman Scheiden was al een fijn ontregelende (her)ontdekking, Susan Taubes’ (1928-1969) recent ontdekte, postume novelle Treurzang voor Julia blijkt minstens zo sterk. In deze compacte tragikomedie volgen we het leven van Julia Klopps, van haar Midden-Europese kindertijd in een verarmend landhuis, tussen opgezette dierenkoppen en even versufte bourgeoisouders, via adolescentie en eerste liefdesaffaires, tot de (hier) droefstemmende berusting van moederschap en huwelijksleven. Maar het is vooral de verteller die de show steelt. Een ongrijpbare superegoachtige instantie, deels moederkloekbeschermengel, deels verongelijkt spookneefje van Humbert, die haar levensloop beschrijft en becommentarieert. In soms barokke zinnen, vol liefdesbetuigingen, tirades en wanhopige smeekbedes, die het geheel een haast Nabokoviaanse allure verlenen.” (VPRO-gids)
– De zaaier wordt omschreven als een geweldige klassieker van de Afro-Amerikaanse  (1947-2006), schrijfster van baanbrekende romans en als een apocalyptische roman voor apocalyptische tijden. De zaaier is geschreven in1994 en nu vertaald. Het verhaal volgt de 15-jarige Lauren Olamina in een parallel 2024, hoe ze de door armen en pyromane drugsverslaafden belegerde omheinde gemeenschap nabij Los Angeles ontvlucht, om met een groepje gelijkgestemden door een door klimaatverandering geteisterde Mad Max-woestenij naar een veiliger oord te trekken. Daarbij gehinderd door ‘hyperempathie’ (ze voelt andermans genot én pijn), en gesteund door haar zelfontwikkelde religie, Aardezaad, met als motto ‘God is Verandering’. Een raak en wijs nachtmerrieavontuur.
Een leuke ontdekking: de vertaling is mede van de hand van een goede bekende van onze bibliotheek, Reshma Jagernath.
– Nu in november van Josephine Johnson maakt net als De zaaier deel uit van de Schwob-Lenteactie, een vergeten klassieker die het verdient herontdekt te worden. Arnold Haldmarne vertrekt met zijn vrouw en drie dochters van de stad naar het platteland om een nieuw leven op te bouwen. Het zijn de crisisjaren in het Amerikaanse Midwesten en het gezin worstelt met het zware leven op hun boerderij, waar droogte zich meester maakt van het land. Marget, de middelste dochter, blikt terug op die beproevingen: de dorst van het land dat wacht op de regen die maar niet valt; en de dorst van de mensen die verlangen naar verbinding, liefde en rechtvaardigheid, en naar brood op de plank. Josephine Johnson schetst een genuanceerd portret van een familie die worstelt met armoede en zich teweerstelt tegen de verraderlijkheid van het klimaat. Haar scherpe observaties over klasse, ras, gender en klimaat zijn bijna negentig jaar later nog net zo urgent.
– Kort nadat Leslie Jamison moeder is geworden van een dochter komt er abrupt een einde aan haar huwelijk. Ze wordt verscheurd door beide gebeurtenissen samen. Scherp en onverschrokken vertelt de Amerikaanse schrijfster in  haar eigen gevoelens, twijfels, angsten en falen. Ze zoekt naar antwoorden op moeilijke levensvragen: Hoe gaan we om met verlies? Durven we voor onszelf te kiezen na de pijn die we anderen hebben aangedaan? Hoe gaat een vrouw om met de benauwende verwachting alles tegelijk te moeten zijn: moeder, schrijver, docent, dochter en geliefde? En hoe laat je nieuwe liefde en hoop toe op de scherven van een huwelijk dat ooit van liefde en hoop vervuld was? Over Leslie Jamison is men in de pers al vaker enthousiast. Om een idee te geven: ze wordt vergeleken met Joan Didion en Susan Sontag.
– Sara Nović is een Amerikaans(-Kroatische) schrijfster, vertaler en professor creatief schrijven. Daarnaast is ze ook een dovenrechtenactiviste en heeft geschreven over de uitdagingen waarmee ze als dove romanschrijfster te maken heeft gehad. Haar meest recente roman, Zoals onder water, gaat over een levendige dovengemeenschap, een dovenschool waarvan de leerlingen een normaal leven willen leiden, met eerste liefdes, tentamens en ouders die niet steeds voor hen bepalen wat ze nodig zouden hebben. Een aantal van hen zijn: een opstandig leerling die van een reguliere school komt, de populairste jongen van de school wiens leven op z’n kop wordt gezet door de geboorte van een zusje dat wel kan horen, en het schoolhoofd dat zelf een horend kind van dove ouders. Zij vecht voor het voortbestaan van zowel de school als haar huwelijk, maar het lijkt onmogelijk om allebei te redden. Haar positie komt op losse schroeven te staan wanneer drie leerlingen van haar school vermist worden.
De rode stukken  is de autobiografie van een rechtszaak. Op een novembermiddag wordt schrijfster, essayiste en dichteres Maggie Nelson gebeld door haar moeder: de zaak rondom de onopgeloste moord op Maggies tante Jane wordt heropend. Aangenomen werd dat Jane in 1969 het slachtoffer was geworden van een beruchte seriemoordenaar, maar de zaak werd nooit opgelost. Nu is er met behulp van DNA-onderzoek nieuw bewijs gevonden en lijkt een arrestatie aanstaande. Maggie Nelson volgt het onderzoek en de rechtszaak samen met haar moeder. Het zet haar aan het denken over geweld tegen vrouwen, over de deken van angst die haar jeugd en familie overschaduwde – en over haar eigen complexe verhouding tot haar moeder en de rest van haar familie. Maggie Nelson schreef o.a. de veelgeprezen boeken De Argonauten en Over vrijheid.
Waar we gaan is nacht is de historische debuutroman van de Amerikaanse Tracey Rose Peyton over zes tot slaaf gemaakte vrouwen die in opstand komen tegen de plantage-eigenaar. Ze zijn dan wel gekocht, maar ze weigeren bezit te zijn. Het speelt zich af in Texas, 1852. De zes vrouwen wonen en werken op een noodlijdende plantage. ’s Nachts glippen ze uit hun hut en komen met andere tot slaaf gemaakten in het bos bij elkaar. Hun eigenaren – die zij de Lucy’s noemen, naar Lucifer – hebben namelijk plannen om de plantage winstgevend te maken, die verregaande gevolgen voor hen zullen hebben. Elke vrouw staat daardoor voor de keuze: afzijdig blijven óf met de rest samenspannen tegen de Lucy’s, wat veel gevaar met zich meebrengt.
– Schoon van de Chileense Alia Trabucco Zerán begint met een onontkoombaar feit: er is een meisje gestorven. Estela heeft haar moeder in het zuiden van Chili verlaten om te gaan werken bij een gezin in Santiago, waar ze schoonmaakt en hun dochtertje opvoedt. Ze beschrijft de familie waarvoor ze zorgt, haar eigen familie die ze op het platteland achterliet, en de eenzaamheid, die zo ernstig is dat ze een nauwe relatie opbouwt met een zwerfhond die regelmatig langskomt. Langzamerhand komen de scheve machtsverhoudingen tussen haar en het gezin bloot te liggen en wordt duidelijk hoe onzichtbaar de rol van inwonende huishoudster is. Er is niemand die echt naar Estela luistert of zich voor haar ideeën interesseert. In de loop van zeven jaar verandert haar ogenschijnlijk simpele leven in een repetitieve en uiteindelijk gewelddadige nachtmerrie door haar emotionele afstomping, haar woede en de uitputting.
speelt zich af op het dak van een flatgebouw in Manhattan tijdens de covid-pandemie. Na een week in lockdown beginnen de bewoners – van wie sommigen elkaar nauwelijks kennen – in het geheim samen te komen op het dak om elkaar verhalen te vertellen. Elke avond komen er meer bewoners bij, die plaatsnemen op stoelen, kratten en omgekeerde emmers, en langzamerhand worden ze echte buren. Margaret Atwood wordt aangegeven de schrijfster te zijn (waarschijnlijk vanwege de alfabetische volgorde), maar ze blijkt niet de enige te zijn. De verrassende twist in de roman is dat elk personage van deze groep heel verschillende New Yorkers wordt beschreven door een andere literaire stem. Het zijn er elf, waarvan 8 vrouwen: Margaret Atwood, Candace Bushnell, Emma Donoghue, Louise Erdrich, Rachel Kushner, R.O. Kwon, Celeste Ng en Nora Roberts. Zou je hun verschillende aanpak en stijl terugvinden in de roman?

Poëzie: –

Verhalen
– Claire Keegan is een Iers schrijfster, bekend geworden om haar korte verhalen. “Hoe leg je in een paar regels uit waarom het werk van Claire Keegan tot de buitencategorie behoort? De drie verhalen in Op het allerlaatste moment zijn zó goed dat je er na afloop een beetje stil van bent. Waarna je ongelofelijk baalt dat je ze uit hebt. Neem alleen al het eerste verhaal, over Cathal die Sabine ten huwelijk vraagt maar schrikt als de verhuiswagen arriveert en ze overal in huis foto’s neerzet van mensen die hij niet kent. ‘…en ze zag er anders uit zonder make-up, ze liep rond in een trainingspak, zwetend en dingen optillend…’ Bedrieglijk eenvoudig, maar de onderhuidse spanning is in vrijwel elke zin voelbaar. Beter dan Keegan wordt het niet.” (VPRO-gids). Claire Keegan schreef ook korte romans, juweeltjes: Pleegkind en Dit soort kleinigheden. Beiden zijn verfilmd.
– Machteld Siegmann werd bekend met haar debuutroman De kaalvreterover een Joods meisje dat in 1942 ondergebracht wordt bij een liefdevol, gelovig boerengezin en zich aan haar pleegouders hecht. Ook in haar verhalenbundel Aloha vertelt ze over de lichte en donkere kant van de menselijke zoektocht naar verbinding. Een enkele ontmoeting kan je leven op z’n kop zetten. Vooral de onverwachte ontmoetingen, die anders lopen dan je denkt. Veel van de verhalen in Aloha gaan over zulke ontmoetingen-op-het-tweede-gezicht.

 

Non-fictie
– Vorige maand over het hoofd gezien (hoe dat kan begrijp ik niet helemaal), een essaybundel samengesteld door  over het werk van Anjet Daanje: Over leven, dood en bramenjam. De bundel is uitgegeven ter gelegenheid van de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs aan de Groningse schrijfster . “‘Magistraal’, ‘onvergelijkelijk epos’, ‘betoverend’, ‘literair monument’, ‘de onsterfelijkheid van grote literatuur’: de superlatieven vliegen je om de oren bij het lezen van de pas verschenen essaybundel over het (veelzijdige MD) oeuvre van Anjet Daanje. Dat klinkt alsof de schrijvers Daanje adoreren – en in zekere zin is dat zo. Maar de essays bieden tegelijk wel degelijk interessante perspectieven op haar leven en werk. Daanje werd lange tijd niet breed opgemerkt, maar sinds de verschijning van De herinnerde soldaat (2019) en zeker sinds Het lied van ooievaar en dromedaris (2022) is ze overal. Of, beter gezegd, de lof voor haar is overal…” voor haar buitengewone verteltalent. De essays zijn van Beatrice de Graaf, Marie-José Klaver, Maaike Meijer, Iduna Paalman, Rik Peels en ‘last bus not least’ Yentl van Stokkum.
– In  onderzoekt Sarah Sluimer haar eigen leven. Het is een verslag van alle transformaties die een vrouw in deze tijd doormaakt wanneer ze moeder wordt, carrière maakt, een huwelijk aangaat en zich moet verhouden tot haar eigen verleden. Ze probeert een weg te vinden voor haarzelf en haar gezin. Ze beschrijft zowel het dagelijkse geploeter als de grote schoonheid die ze in het kleine leven vindt, maar daarnaast ook de strijd die vrouwen moeten voeren om een gelijkwaardig leven te kunnen leiden. Op 6 maart is ze een van de sprekers tijdens een avond in de Balie (A’dam) naar aanleiding van Geef je over, waarin het gezin belicht en besproken wordt in al zijn facetten. In de aankondiging staat: ”In Geef je Over: Een Modern Leven maakt schrijver Sarah Sluimer van het beschrijven van gezinsleven een literair kunstwerk, waarmee ze de waarde van het gezin en ouderschap verhoogt.”
– Rond deze tijd verschijnt Kapitalisme en seksisme, een pamflet van Doortje Smithuijsen. Ze analyseert aan de hand van persoonlijke ervaringen hoe schijnbaar onschuldige fenomenen als moedervloggers en Rocycle onderdeel zijn van een systeem dat vrouwen blijft marginaliseren. Ze laat zien hoe moeilijk het is om als vrouw binnen dit systeem vrije keuzes te maken. Binnen het kapitalisme wordt de ongelijkheid tussen man en vrouw schaamteloos uitgebuit. Ze leven in een wereld die rijker wordt aan wellness, maar steeds armer aan autonomie en onderlinge verbinding. Op 2 maart komt Doortje Smithuijsen naar de Utrechtse Boekenbar en op 8 maart (internationale vrouwendag) is er een de Balie (A’dam) een avond naar aanleiding van haar ‘pamflet’ en stelling ‘Kapitalisme is slecht voor vrouwen’.
– In Hormonen en vrouwen beschrijft  alle fases waarin het lichaam van een vrouw drastische hormonale veranderingen doormaakt: de menstruele cyclus, het gebruik van de pil, en de perioden rondom de zwangerschap en de menopauze. Wat is de impact van deze veranderingen op hersenen, gedrag en emoties? Gelardeerd met herkenbare ervaringsverhalen

Activiteiten in Utrecht en daarbuiten:
– Op zondag 10 maart is er in literair theater Salon Saffier een middag met een portret van  (1916-1991), een van de belangrijkste schrijfsters van Italië. Ze schreef een zeer divers oeuvre – fictie, non-fictie, essays en toneelstukken. Haar werk is wereldwijd vertaald, vanaf 1965 in het Nederlands, en gewaardeerd. Zeer recent kwam een nieuwe vertaling van haar befaamde herinneringsroman Familielexicon uit. Familierelaties, politiek en filosofie zijn terugkerende thema’s in haar teksten. In haar autobiografisch proza richt ze zich sterk op het geheugen als instrument. Ze werd geboren in Palermo, als Natalia Levi, vijfde en jongste kind van een Joodse vader (wetenschapper) en een katholieke moeder. Ze begon al vroeg met schrijven en leerde er haar eerste man, slavist en verzetsstrijder Leone Ginzburg kennen. Ze overleed in Rome, waar ze gedurende haar laatste levensjaren als lid van de communistische partij gekozen werd in het Italiaanse parlement. Er zal een voordracht worden gehouden door actrice Marjan Volbeda en vertaler Jan van der Haar.
Meer info:  https://www.salonsaffier.nl/Programma+informatie.php?id=323&nav=2
– Vanuit Bibliotheek Neude (Utrecht) gaat de VPRO weer een wekelijks boekenprogramma maken, VPRO Boeken. Daarin zal programmamaakster Lotje IJzermans schrijvers interviewen van literaire fictie en non-fictie van dat moment. In de eerste afleveringen zijn onder anderen te gast: Rinske Bouwman met Een soort Eelt, Lisa Weeda met Dans, dans, revolutieSimone Atangana Bekono met haar dichtbundel Marshmallow.
Meer info: https://www.vprogids.nl/boeken/lees/artikelen/2024/VPRO-boeken-is-terug-met-Lotje-IJzermans.html
– Museum de Fundatie toont t/m 26 mei in haar entree en vide een aantal van de grote doeken van Ruthi Helbitz Cohen. De zes meter lange doeken zijn deels beschilderd, deels met collageachtige elementen beplakt. Tussen deze werken hangt haar Veil of Tears, een gordijn dat is samengesteld uit goudkleurige tranen, gemaakt in de Israëlische stad Ramla samen met Palestijnse en Joodse vrouwen. De tranen lijken in eerste instantie te verwijzen naar (vrouwelijk) leed, maar als geheel vormen ze een sluier die niet alleen bedekt en versiert maar ook beschermt. Ruthi woont en werkt in Israël. In haar werk onderzoekt ze de actuele condition humaine, of liever de condition féminine. Haar doeken en installaties zijn gevuld met half-doorzichtige vrouwenlichamen, omgeven door planten, dieren of losse lichaamsdelen. Zoals een wetenschapper een dier ontleedt, zo haalt zij lichamen uit elkaar en voegt deze daarna weer samen als een puzzel die net niet helemaal klopt. Haar figuren zijn geen portretten maar archetypes. Haar werk reflecteert op het gruwelijke, de afgronden die wij allemaal in ons bergen, maar op een speelse, poëtische, vaak humoristische manier.

Bibliotheeknieuws:
– In maart zal de bibliotheek open zijn op de aangegeven tijden.
Iedereen die wil komen rondkijken en/of boeken lenen en terugbrengen is van harte welkom.
– Met enige regelmaat krijgen wij mails met de vraag naar een leesgroep voor jonge vrouwen. Er is op dit moment een groep die haar bijeenkomsten (deels) in de bibliotheek wil gaan houden (heel leuk!), maar ze zitten vol. Mochten er meerdere jonge vrouwen zijn die belangstelling hebben voor een leesgroep – wij kunnen hen/jullie samenbrengen en een nieuwe groep faciliteren.

Nieuwe boeken in de bibliotheek

Luister van Scaha Bronwasser, Op het allerlaatste moment van Claire Keegan, Heksenjacht van Dick Harrison, De waarheden van mijn moeder van Vigdis Hjorth, Het luik van sneeuw van Emily Holmes Coleman, Gebied 19 van Esther Gerritsen, Dezelfde maan van Dorien Dijkhuis

Nieuwe recensies van deze maand als link bijgevoegd:
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/02/02/een-geest-in-de-keel-door-doireann-ni-ghriofa/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/02/08/bertha-von-suttner-door-greta-noordenbos/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/02/19/het-recht-op-seks-door-amia-srinivasan/

De leenbijdrage voor 2024 is vastgesteld op € 27,50. Je kunt hiervoor onbeperkt boeken lenen en/of vriendin/vriend van de bibliotheek zijn. Iedereen die boeken leent en/of wil gaan lenen wordt vriendelijk verzocht dit bedrag over te maken op ons banknummer NL18 RABO 0366 0430 05 ten name van Stichting Es Scent ovv naam en ‘leenbijdrage 2024’. Meer overmaken om de vrouwenbibliotheek extra te ondersteunen mag natuurlijk altijd. Eenmalig een boek lenen kan ook. De bijdrage hiervoor is € 1,- per boek, met een startbedrag van € 5,- per kalenderjaar.Op www.vrouwenbibliotheek.nl is meer informatie over de bibliotheek te vinden en veel recensies; de nieuwsbrief is ook te lezen via onze website.

Marjolein Datema                                                                                                         Utrecht, 27 februari 2024




Open in maart

Wij zijn deze maand open op:
vrijdag    1 maart 13.00u – 18.00u
zaterdag   2 maart 10.00u – 14.00u
donderdag 7 maart 10.00u – 14.00u
zaterdag   16 maart 14.00u – 13.00u  en op afspraak
vrijdag     22 maart 13.00u – 17.00u

Voor eventuele veranderingen en extra tijden zie kalender/agenda op de website. Daarnaast kun je altijd bellen of mailen om een afspraak te maken: info@vrouwenbibliotheek.nl




‘ Het recht op seks’ door Amia Srinivasan

Feminisme in de 21e eeuw

 “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat seks werkelijk vrij is? Dat weten we nog niet. Het is een kwestie van uitproberen.”    

Seks wordt vaak gezien als iets natuurlijks, iets wat buiten de politiek staat. Volgens de Britse filosofe Amia Srinivasan (Bahrein, 1984) is seks echter een bij uitstek politieke aangelegenheid. De rollen die we spelen, wie geeft, wie neemt, wie begeert, wie begeerd wordt, wie er beter van wordt, wie er onder lijdt: al die regels waren al bepaald voordat we geboren werden. In haar essaybundel Het recht op seks onderzoekt Amia Srinivasan de relatie tussen politiek en seks, en probeert ze de politieke kritiek op seks te vertalen naar de 21e eeuw.

Amia Srinivasan schreef het titelessay, het bekendste van de zes essays in de bundel, in 2018 naar aanleiding van de moord op 6 studenten op een Amerikaanse universiteit door Elliot Rodger, een zgn. ‘incel’ (onvrijwillig celibatair). Voordat hij zichzelf met een vuurwapen doodde, stelde Rodger in een online manifest dat hij op seksueel vlak werd gemarginaliseerd omdat hij niet zou voldoen aan hetero-masculiene normen. Vanwege zijn vrouwelijke uiterlijk en zijn raciale afkomst (hij was half wit en half Aziatisch) zou hij geen seksuele relaties met vrouwen kunnen krijgen, reden waarom hij had besloten ‘alle vrouwen te straffen’ voor hun misdaad hem seks te ontzeggen. Naast afschuw riep zijn daad ook bewondering op bij mannen die zichzelf in hem herkenden. De auteur onderzoekt in dit essay hoe Elliot Rodger tot zijn denkbeelden kon komen, en of er inderdaad zoiets bestaat als ‘het recht op seks’.

Amia Srinivasan benadert haar onderwerp zonder oordeel, en met een onderzoekende, nieuwsgierige geest. Ze is er niet op uit een schuldige aan te wijzen, maar wil de onzichtbare patronen blootleggen die onze menselijke relaties en gedragingen bepalen. In het essay over pornografie, Met mijn studenten in gesprek over porno, gaat ze uitvoerig in op de aard van seksuele verlangens, en in hoeverre die worden beïnvloed door factoren van buitenaf. Want we zijn geneigd te denken dat onze seksuele voorkeuren en verlangens authentiek, uniek en aangeboren zijn, maar in hoeverre worden ze ook bepaald door de heersende westerse en patriarchale normen? Is het toeval dat porno-actrices vaak dezelfde uiterlijke kenmerken hebben (lichte huidskleur, grote borsten, slank) of spelen hier patronen van westerse overheersing en uitsluiting mee?

Persoonlijk vond ik het laatste essay, Seks, carceralisme en kapitalisme, het meest interessante, wellicht omdat de schrijfster hier het meest concreet wordt. Voorstanders van het carcerale feminisme zien wetgeving, inclusief strafrecht, als het ultieme middel om gelijke rechten voor mannen en vrouwen te bewerkstelligen. Denk aan hoge celstraffen voor verkrachting en huiselijk geweld. Hoewel daar op het eerste gezicht niets mis mee lijkt, laat de auteur zien dat ook dit een problematische kant heeft, aangezien rechtssystemen helaas niet voor iedereen hetzelfde werken. Strafrecht werkt vaak in het voordeel van rijke, witte mannen, terwijl zwarte en/of minder rijke mannen en vrouwen juist het risico lopen benadeeld te worden door datzelfde rechtssysteem. Het gevaar van een focus op het strafrecht is dan ook dat je geen misstanden de wereld uit helpt, maar juist een al bestaande ongelijkheid vergroot.

Amia Srinivasan biedt nergens kant en klare oplossingen, ze schetst juist uitvoerig de dilemma’s waarmee hedendaagse feministen te maken krijgen. Neem het verbod op prostitutie: sommige feministen zien prostitutie als het ultieme uitvloeisel van de patriarchale ideologie en vinden een verbod dan ook een belangrijk symbolisch signaal – dat het niet ‘normaal’ is dat mannen zich door middel van geld het lichaam van een ander toe eigenen. Tegelijkertijd brengt een verbod kwetsbare vrouwen in een nog moeilijker positie als zij in het geheim hun werk moeten doen. Maar ook legalisatie leidt niet altijd tot veilige situaties voor sekswerkers, en in sommige gevallen speelt ze juist mensenhandelaren in de kaart. De auteur beschrijft hoe overheden in verschillende landen hiermee omgaan, variërend van een gehele of gedeeltelijke regulering, tot het uitsluitend strafbaar stellen van de klant (het Zweedse model), maar elke variant blijkt naast voor- ook nadelen te hebben, met soms grote risico’s tot gevolg. Een ideale oplossing waar echt àlle sekswerkers van profiteren lijkt er niet te zijn.

Het recht op seks is een boek dat je niet in een paar middagen uitleest, je moet er echt voor gaan zitten en het af en toe wegleggen om de inhoud te laten bezinken. De geschetste problemen en dilemma’s zijn talrijk en een perspectief of een oplossing ontbreekt, waardoor de moedeloosheid je soms bekruipt. De schrijfster is zich hiervan bewust. Al in het voorwoord waarschuwt ze de lezer dat haar essays op een aantal onderwerpen ambivalent zijn, omdat ze complexe zaken niet wil reduceren tot iets makkelijks. Feminisme moet meedogenloos de waarheid vertellen, niet in de laatste plaats over zichzelf. “Feminisme kan zich niet de illusie permitteren dat belangen altijd overeenkomen, dat onze plannen geen onverwachte, onwenselijke gevolgen hebben, dat politiek een troostplek is”, aldus Amia Srinivasan. Haar boek is dan ook vooral een uitnodiging aan iedereen, ook aan feministen, om kritisch naar zichzelf te kijken en zich bewust te zijn van de consequenties van eigen keuzes.   

Om terug te komen op het geval Elliot Rodger: hier is de schrijfster minder ambivalent. Nee, concludeert ze, er bestaat niet zoiets als het recht op seks, wel hebben mensen het recht om niet verkracht te worden. Ook Rodgers argument dat hij seksueel gemarginaliseerd werd vanwege zijn gebrek aan stereotiepe mannelijkheid en zijn ras, veegt ze van tafel – het is veel aannemelijker dat hij geen seks kon krijgen vanwege zijn bizarre gedrag en misogyne ideeën. Elliot Rodger was gewoon een engerd.

Uitgeverij    de Geus, 2022
Pagina’s     230
Vertaald      uit het Engels door Isabel Goethals, Anne Marie Koper en Laura Weeda  (The right to seks)                                                      ISBN           978 9044 543 636

Recensie door Sandra Bessems, februari 2024




‘Bertha von Suttner’ door Greta Noordenbos

Vredesactivist, feminist en nobelprijswinnaar

Het leven van Bertha von Suttner (1843-1914) is zeer zeker een biografie waard. Goed dat de auteur het leven van deze vredesactiviste, feministe en Nobelprijswinnares onder de aandacht brengt. Het leven van deze vrouw straalt kracht en moed uit aan het einde van de 19e eeuw en begin 20e eeuw. Ze blijft standvastig proberen, om te beginnen bij haar directe familie, de wapens neer te leggen. Bertha ziet in het militaristische Oostenrijk te veel jonge mannen sneuvelen, of gehandicapt uit de oorlog terugkomen. Ze doet dit in een periode waarin vrouwen volledig afhankelijk zijn van de inkomsten van hun man.

Met veel interesse las ik dit levensverhaal over de eerste vrouw die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, hoewel ze er lang op heeft moeten wachten. Bertha schrijft in 1889 haar roman Die Waffen nieder!. Geschiedenisboeken prijzen de heldhaftige daden van een oorlog, maar vermelden nauwelijks leed. Bertha beschrijft in haar roman de gruwelijkheden die wapens aanrichten. Ze doet dit aan de hand van het leven van Martha Althaus, een sterke 19e-eeuwse Weense aristocrate die alles lijkt te hebben: geld, plezier, aanzien en liefde. Maar haar leven wordt meermalen op zijn kop gezet wordt door oorlogen. Daardoor ontpopt haar levensgeschiedenis zich tot een aanklacht tegen de zinloosheid van de gewapende strijd. Haar levenservaringen en levensbedreigingen zijn nog altijd overtuigend.
De roman sloeg in als een bom: ze verwoordt op persoonlijke en pijnlijke wijze wat oorlog ons aandoet, hoe oorlog families verscheurt, sociale verhoudingen ontregelt en de welvaart negatief beïnvloedt. Binnen enkele jaren werd het boek vertaald in 26 talen en heeft het mensen uit de hele wereld ertoe bewogen zich in te zetten voor vrede. Zo behoorde de Russische tsaar Nicolaas II tot de lezers. Hij heeft zich door haar boek laten inspireren om in 1899 een vredesconferentie te organiseren waarmee hij geschiedenis schreef: het resulteerde in de bouw van het Vredespaleis in Den Haag.

Bertha start vredesgroepen en spreekt internationale vredescongressen toe. Ze staat in 1899 aan de wieg van het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag en is aanwezig bij de opening van het Vredespaleis in Den Haag in 1913. (*opmerking: op Wikipedia vind ik haar naam hier niet bij vermeld!) Interessant is haar contact met Alfred Nobel van wie ze jarenlang financiële ondersteuning ontvangt. De Nobelprijs voor de Vrede komt uit hun contact voort.
Bertha verzet zich tegen het opkomende antisemitisme, tegen de sociale ongelijkheid in de maatschappij, en ze komt op voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen in alle opzichten. Haar persoonlijke, strijdvaardige leven kent tragische momenten, maar Bertha blijft schrijven en spreken, overtuigd als ze is dat wapens ellende en verdriet veroorzaken. Het is erg interessant om kennis te nemen van haar leven.

Het is jammer zitten dat er zoveel slordige fouten in het boek zitten, ik heb in een bijlage een overzicht gemaakt. Nogal wat herhalingen en overlappen zijn eveneens een storende factor. Het begrip duurzame vrede kan hopelijk bij een herdruk af en toe vervangen worden door blijvende vrede. Evenals het consequent gebruik van de juiste hoofdletters bij het Hof van Arbitrage en de Nobelprijs voor de Vrede.

In Utrecht is, zoals in meerdere plaatsen, een straat naar haar vernoemd: Bertha von Suttnerlaan, in Transwijk-Noord.

Uitgeverij       Eburon, 2023
Pagina’s        222
ISBN             978 9463 014 434

Recensie door Laura Bertens, januari 2024.