Open in juni

Wij zijn deze maand open op:

zaterdag   1 juni  10.00u – 14.00u,
donderdag 6 juni 10.00u – 14.00u,
vrijdag      7 juni  13.00u – 18.00u,
zaterdag  15 juni 10.00u – 14.00u,
vrijdag     28 juni 13.00u – 17.00u,
en op afspraak

Voor eventuele veranderingen en extra tijden zie kalender/agenda op de website. Daarnaast kun je altijd bellen of mailen om een afspraak te maken: info@vrouwenbibliotheek.nl




Literatuur door en over vrouwen, voor iedereen: Vrouwenbibliotheek Utrecht

De Vrouwenbibliotheek Utrecht wil literatuur en informatie door, resp. over vrouwen aanbieden aan een breed publiek in Utrecht.

In de vrouwenbibliotheek kun je boeken lenen en inzien, deelnemen aan een leesgroep of poëziegroep, of actief zijn als recensent/vrijwilliger. Als vriend(in) van de bibliotheek ontvang je elke maand onze nieuwsbrief met informatie over de openingstijden, het reilen en zeilen van de bibliotheek en nieuws op het gebied van literatuur en vrouwen.

De kern van de collectie wordt gevormd door literatuur geschreven door vrouwen en informatie over zaken die voor vrouwen van wezenlijk belang zijn. De collectie bevat waardevolle doch breed toegankelijke actuele werken en klassiekers op de volgende gebieden:

  • Fictie: proza en poëzie
  • Kunst
  • Biografieën
  • Filosofie
  • Geschiedenis
  • Psychologie
  • Seksuologie
  • Lesbisch en biseksueel leven.

Open:
1e donderdag van de maand 10.00u – 14.00u
1e vrijdag van de maandag 13.00u – 18.00u
1e zaterdag van de maand 10.00u – 14.00u
3e zaterdag van de maand  10.00u – 14.00u
Meestal ook vaker per maand (zie agenda op de website), en op afspraak!

Voor tarieven e.d. zie deze post.

Belangstellenden die correspondentie op prijs stellen, graag je e-mailadres doorgeven aan info@vrouwenbibliotheek.nl.

Stichting Es Scent                vrouwenbibliotheek                  tel 030-2543 450
Gansstraat 161 a                vrouwenbibliotheek.nl   
              Marjolein Datema 
3582 EG Utrecht            bank NL18 RABO 03660 43005             06-4849 8545

 




‘Dit soort kleinigheden’ door Claire Keegan

Ierland, 1985, een kort, mooi, ongemakkelijk kerstverhaal. Bill Furlong, een handelaar in kolen, turf en haardhout, is een zachtzinnige en bedachtzame man, met oog voor de mensen in zijn omgeving. Hij is getrouwd met Eileen, heeft vijf dochters die het goed doen op school, en zijn zaak loopt goed. Hij is eerlijk en behandelt zijn personeel goed. Hij ziet hoe het niet met iedereen zo voorspoedig gaat als met hemzelf. In tegenstelling tot zijn vrouw heeft hij daar geen hard oordeel over (‘eigen schuld’) en is hij zich ervan bewust dat hij geluk gehad heeft en dat het lot dat ook opeens kan veranderen. Hij geeft kinderen, die blootvoets in de kou langs de weg lopen, het kleingeld dat hij in zijn zak heeft en geeft mensen die de rekening niet kunnen betalen, nog wat respijt. Eileen is daar niet blij mee.

Hij is een zachtaardig, maar geen blijmoedig mens. Dat heeft te maken met zijn achtergrond. Hij is de zoon van een ongehuwde moeder. Mevrouw Wilson, bij wie zijn moeder in dienst was, heeft haar niet de deur gewezen toen ze zwanger bleek, maar heeft haar en haar zoontje in huis gehouden en zich in zekere zin over William (Bill) ontfermd. Ooit kreeg hij als kerstcadeau van haar A Christmas Carol, en van Ned, die daar ook werkte, een warmwaterkruik, hoewel hij om een papa en een puzzel van 500 stukjes had gevraagd. Eigenlijk wil hij dat nog steeds, weten wie zijn vader is. Als kind werd hij gepest omdat hij geen vader had, al bleven de pesterijen beperkt door de status van mevrouw Wilson.

Ook nu nog, bijna veertig jaar na zijn geboorte, staan de mensen in het stadje negatief tegenover ongehuwde moeders. De kerk is de norm, belichaamd door het klooster met internaat en school dat aan de overkant van de rivier op het stadje uitkijkt. Eigenlijk kun je alleen verder komen in het leven als je daar op school hebt gezeten. Dus je moet de nonnen niet tegen je in het harnas jagen. Ook de dochters van Bill gaan daar naar school. Toevallig merkt Bill bij het bezorgen van kolen dat daar heel ongelukkige meisjes wonen die keihard moeten werken in de wasserij van het klooster. Een meisje klampt hem aan omdat ze weg wil en zich anders het liefst wil verdrinken in de rivier. De dag erna vindt hij een meisje in het kolenhok. Ze wil zo graag haar baby zien die van haar is afgepakt, en hoopt dat Bill wil vragen waar haar baby is. Hij slaat zijn jas om haar heen en helpt haar naar de voordeur van het klooster, waar ze door moeder-overste meteen wordt binnengehaald en weggeleid. Bill krijgt thee. Moeder-overste knoopt een praatje aan en vraagt of hij het niet jammer vindt dat hij alleen dochters heeft en geen zoon om zijn familienaam voort te zetten. ‘Ik heb zelf toch ook de achternaam van mijn moeder meegekregen, eerwaarde moeder? En dat is me niet slecht bevallen.’ ‘Is dat zo?’ ’Ik heb niks tegen meisjes,’ vervolgde hij. ‘Mijn eigen moeder was ooit een meisje. En als ik me niet vergis, bent u dat zelf ook ooit geweest, zoals de helft van de mensheid.’ De non gaat daar niet op in. Later in het gesprek ligt hij ook weer dwars: ‘Zijn je zeelui deze week nog geweest?’ ‘Het zijn niet mijn zeelui, maar er is inderdaad een lading binnengekomen op de kade.’ ‘Dus je vindt het niet vervelend om al die buitenlanders hierheen te laten komen?’ ‘Iedereen moet ergens geboren worden’, zei Furlong. ‘Naar ik begrepen heb is Jezus in Bethlehem geboren.’ ‘Ik zou de Verlosser toch niet meteen met die kerels willen vergelijken.’ Ze had er nu meer dan genoeg van, (…) Bij het weglopen spreekt hij het meisje aan dat in de keuken wat te eten gekregen heeft en vraagt hij of hij wat voor haar kan doen. Daarop begint het meisje onbedaarlijk te huilen en wordt Bill de deur uit gebonjourd.

De volgende dag, de dag voor kerst, zit het hem dwars dat hij niet naar de baby van het meisje heeft gevraagd. Inmiddels is het in het stadje bekend dat hij een ‘aanvaring’, zoals ze het noemen, met de nonnen heeft gehad. Hij wordt gewaarschuwd dat het beter is te horen, zien en zwijgen, omdat de nonnen overal een vinger in de pap hebben. Hij dwaalt door de stad en omgeving, het wordt al laat, maar hij gaat niet naar huis. Hij gaat naar het klooster en vindt hetzelfde meisje daar weer in het kolenhok. Ditmaal neemt hij haar mee, op blote voeten en met zijn jas om haar schouders. De mensen in het stadje lopen met een boog om hen heen en Bill is zich ervan bewust dat hij thuis niet warm ontvangen zal worden. Toch loopt hij door: ‘Hij dacht aan mevrouw Wilson en aan haar talloze kleine goede daden, aan hoe zij hem had verbeterd en aangemoedigd, aan alle kleine dingen die ze had gezegd en gedaan, (…) Als zij er niet was geweest, was zijn moeder waarschijnlijk ook daar op de heuvel terechtgekomen. (…) Als het nu zo veel jaar terug was, had het zijn eigen moeder kunnen zijn die hij aan het redden was, als je het redden mocht noemen.’

Het is onvoorstelbaar dat dit zo kort geleden nog realiteit was. In een toelichting achter in het boek staat vermeld dat de laatste Magdalen-wasserij pas in 1996 gesloten is en hoeveel kinderen in dergelijke tehuizen onder verantwoordelijkheid van de kerk zijn gestorven.

De Ierse schrijfster Claire Keegan (1968) schrijft korte verhalen en novellen. Ze is er heel succesvol in. Het korte verhaal Foster won in 2011 de vermelding ‘beste verhaal van het jaar’ bij The New Yorker en Dit soort kleinigheden werd genomineerd voor de Booker prize. Het werd verfilmd in 2024 als Small Things Like Theseonder regie van Tim Mielant. Dit is het eerste boek dat ik van haar gelezen heb. Haar ingetogen stijl spreekt me erg aan en wat mij betreft zijn de prijzen volledig terecht.

Uitgeverij      Nieuw Amsterdam, 2021
Pagina’s       104 (inclusief ‘Een aantekening bij de tekst’)
Vertaald        uit het Engels door Harm Damsma en Niek Miedema (Small Things Like These)
ISBN             978 9046 828 502

Recensie door Marianne van der Weiden, juni 2024




‘Virrie’s Kinderen’ door Rob Oudkerk

Herinneringen van Virrie Cohen die in de oorlog vijfhonderd kinderen redde uit de crèche

Wie onlangs de indrukwekkende televisieserie ‘De Joodse Raad’ heeft gevolgd, weet wie Virrie is. Virginia Rivka Cohen (1916 – 2008) was kinderverzorgster, later verpleegster en werkte in een crèche in Amsterdam tegenover de Hollandsche Schouwburg. Ze was een dochter van David Cohen, die samen met Bram Asscher voorzitter was van de omstreden Joodse Raad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zowel vader als dochter probeerden zoveel mogelijk Joden te redden, maar vaders namenlijsten speelden de Duitsers juist in de kaart, terwijl de dochter honderden kinderen uit een crèche wist weg te smokkelen met hulp van anderen. Vader werd de schurk, dochter de heldin, terwijl toch beiden voor dezelfde keuze stonden: wie redden we en wie niet? De televisieserie maakt duidelijk dat de waarheid omtrent de vader heel wat genuanceerder gezien kan worden. Virrie beschouwde zichzelf helemaal niet als een heldin. Ze deed wat ze vond dat ze moest doen. Ze zou zich altijd diep schuldig blijven voelen over de vijfduizend kinderen die ze niet had kunnen redden. Later zou ze de moeder worden van Rob Oudkerk. Ze zou hem beschouwen als een van haar vele kinderen, want ‘haar’ kinderen uit de crèche vergat ze nooit.

Rob Oudkerk, ex-politicus, ex-huisarts en publicist, is helaas bekend geworden door zijn term ‘kut-Marokkanen’, zijn cocaïnegebruik en voorkeur voor pornografie en prostituees. In zijn boekje over zijn moeder is hij echter “dat kleine bange Joodse jongetje” dat als volwassene verbijsterd is over het verschijnsel antisemitisme. Op de flaptekst van zijn boek staat: “In dit boekje staan authentieke herinneringen van Virrie aan haar familie en de oorlog, van ver voor de oorlog tot na de oorlog, opgeschreven in een schrift met veel foto’s, dat zij vlak voor haar dood in 2008 aan haar zoon Rob Oudkerk gaf. Hij zat veel jaren soms nachtenlang bij zijn moeder die met haar handen voor haar ogen zwijgend en soms pratend haar verschrikkingen met hem deelde. In dit boekje staan ook zijn herinneringen hieraan. Tevens heeft Rob Oudkerk vijf van de door haar geredde kinderen geïnterviewd, om het beeld over de oorlog en het naoorlogse leven in zo breed mogelijke zin te schetsen. Ook deze interviews zijn in dit boekje opgenomen.”

Over de relatie tussen Rob en zijn moeder wordt opvallend weinig verteld. Hij moet het als kind toch niet makkelijk gehad hebben met een zwaar depressieve vader die zelfmoordpogingen deed en daar uiteindelijk in slaagde, en een moeder die niet één, maar vijfhonderd kinderen had en wier zus ook een eind aan haar leven maakte. En dan was er natuurlijk opa David Cohen die zo verguisd werd. Misschien wordt daar zo weinig over gezegd omdat het boekje over Virrie moest gaan. Haar aantekenschrift is echter summier en bovendien retrospectief. Het staat vol met opmerkingen als ‘dat herinner ik me niet meer’ of ‘daar weet ik niets meer van’. Het wegstoppen zat diep in haar wezen. Ergens schreef ze: “Het zou zo prettig zijn als je zelf mocht kiezen wat je mag vergeten.” We worden als lezers dus maar beperkt wijzer over wat haar betreft. Ik heb zelf meer geleerd over Virrie door de film dan door het boek.

Haar zoon Rob heeft tijdens haar leven ook weinig tot niets te horen gekregen, omdat de herbeleving voor haar niet te doen was, zoals hij pas later begreep. Haar altijd maar bezig zijn en zorgen voor anderen “moest zo sterk zijn om zelf niet te veel te hoeven voelen van het immense verdriet en schuldgevoel over de vijfduizend kinderen van wie ze er velen van naam kende en die ze niet had kunnen redden.

Ook de interviews met vijf voormalige crèche kinderen dragen niet echt bij aan grotere kennis omtrent Virrie. Hoe zou dat ook kunnen? Die kinderen waren ongeveer vier jaar oud toen ze in de crèche zaten, en ze werden geïnterviewd toen ze in de tachtig of negentig waren. Wel leveren de interviews nieuwe, aangrijpende oorlogsliteratuur op.

Virrie’s Kinderen lijkt een impulsief geschreven boek te zijn. Gedachten worden hap-snap op papier gezet. Stilistisch rammelt het en veel -te veel- wordt niet genoemd, waardoor het je inleven in de situatie veel moeilijker wordt dan bij het zien van de film. Als de film De Joodse Raad er niet was geweest, wie had dan geweten wie Virrie Cohen was? Robs boekje zal nu heel wat beter verkocht worden dan anders het geval geweest zou zijn. Toch geloof ik wel in de oprechtheid van Rob Oudkerk. Hij ziet ‘De Joodse Raad’, is er helemaal kapot van, leert eindelijk een belangrijk deel van het leven van zijn moeder en opa kennen en wil dan iets doen. Dat moet dan een eerbetoon aan zijn moeder worden. Dat is mooi, maar wat zinnen uit een interview (‘Naborrelen met Rob Oudkerk’, 13-3’24, Eveline van Gils) brachten me dan weer aan het twijfelen: “Weet je wat mooi is: doordat haar leven nu weer volop in de aandacht staat, is er eindelijk minder interesse in mijn affaire. Jarenlang ging het alleen maar over mijn fouten, maar dankzij haar lijkt daar een einde aan te komen. Ik hoop zo dat ik haar nu weer trots kan maken.” Hij heeft dan inmiddels wel zestien jaar(!) gewacht met dat eerbetoon, waarbij een film hem op het idee moest brengen.

Positiever is het resultaat dat Rob Oudkerk zich met antisemitisme is gaan bezighouden, zeker na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober ’23. “Turken hier in Nederland worden er nauwelijks aangesproken op hoe Erdogan Koerden uitmoordt; Chinezen worden niet aangesproken op wat China met de Oeigoeren doet. Joden worden aangesproken op alles.” Zijn “zoektocht door die woestijn” is begonnen. Misschien zou Virrie daar trots op geworden zijn.

Uitgeverij       Amphora Books 2024
Pagina’s        182
ISBN              978 9064 461 934

Recensie door Janny Wildemast, mei 2024




Juni nieuwsbrief

Beste leensters, leners en andere belangstellenden,

Vorige week heeft dichteres Astrid Lampe de PC Hooftprijs in ontvangst genomen. Tegelijk verscheen Zachte landing op leeuwenpootjes, haar nieuwe dichtbundel.
De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde is de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs voor een oeuvre. Deze staatsprijs, ingesteld in 1947 wordt jaarlijks toegekend, afwisselend voor verhalend proza, beschouwend proza en poëzie. De eerste P.C. Hooft-prijs werd gedeeld tussen een man, Arthur van Schendel, en een vrouw, de in de Parkstraat in Utrecht geboren Amoene van Haersolte (voor haar verhalenbundel Sophia in de Koestraat uit 1946). Tot 1955 werd de prijs toegekend voor een enkel boek, daarna werd het een oeuvreprijs.

Sinds 1947 is de prijs 73 keer toegekend, 59 keer aan een man, 1 keer gedeeld aan een man en een vrouw dus, en 12 keer aan een vrouw. Het literatuurmuseum, waar de prijs doorgaans wordt uitgereikt, heeft op 8 maart, Internationale Vrouwendag, een online expositie ‘gelanceerd’, Wel verdiend maar niet ontvangen. Hiermee hoopt het museum aan te zetten tot reflectie en discussie over het feit dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn bij literaire prijzen, én vooral de oeuvres van enkele vrouwelijke auteurs onder de aandacht brengen. Een onafhankelijke jury, bestaande uit Karin Amatmoekrim, Jacqueline Bel, Yra van Dijk, Jos Joosten en Mathijs Sanders, heeft een overzicht samengesteld van 33 overleden schrijfsters, die deze prestigieuze prijs wel verdiend hadden, maar nooit ontvangen. Uit die lijst kozen zij vijf auteurs die het verdienen om extra aandacht te krijgen: Maria Dermoût (verhalend proza; dit voorjaar verscheen een nieuwe herdruk van haar De tienduizend dingen), Sonja Prins (poëzie; over haar schreef Lidy Nicolasen de roman De eeuw van Sonja Prins), Ellen Warmond (poëzie, over wie binnenkort een biografie verschijnt), Andreas Burnier (beschouwend proza; zij schreef ook verschillende romans) en Bea Vianen (verhalend proza; over haar opnieuw uitgebrachte roman Strafhok hebben we eerder deze maand een bespreking geplaatst op onze website).
Meer info en bezoeken van de online expositie: https://literatuurmuseum.nl/nl/ontdek-en-beleef/literatuurlab/online-exposities/vrouwen-en-de-pc-hooft-prijs/het-juryrapport en https://literatuurmuseum.nl/nl/ontdek-en-beleef/literatuurlab/online-exposities/vrouwen-en-de-pc-hooft-prijs.

Ook presenteerde het museum op Internationale Vrouwendag een nieuw kunstwerk, Het Conversatiestuk. Beeldend kunstenares Renske van Enckevort portretteerde een literaire vriendengroep, bestaande uit acht vrouwen en een man: Hanna Bervoets, Maartje Wortel, Niña Weijers, Nina Polak, Marjolijn van Heemstra, Lieke Marsman, Ellen Deckwitz, Maurits de Bruijn en Alma Mathijsen. Deze vriendengroep maakt deel uit van een literaire generatie waarin vrouwelijke auteurs, meer dan voorheen, op de voorgrond treden. ‘Geen tegengeluid, maar een nieuwe realiteit.’ Het kunstwerk is te zien in het Literatuurmuseum.

Ook over Astrid Lampe staat een artikel op literatuurmuseum.nl. Hierover schreef ik al eerder in de januari-nieuwsbrief van dit jaar. Inmiddels is het aangevuld met o.a. haar uitgebreide dankwoord tijdens de uitreiking van de PC Hooftprijs. “Tijdens dit dankwoord benadrukte ze hoe bijzonder het was om de prijs in ontvangst te mogen nemen: ‘Zo gewoon is het niet. Poëzie bedrijven. Dagdagelijks boven de omgekiepte blokkendoos, in een wereld vol conflicterende belangen, in opgeruimdheid te volharden….In een wereld vol uitsluitingsmechanismen en nauwelijks verhuld cynisme. Waarin gevaarlijke gekken dronken van macht de toon zetten. Twittermessiassen het algoritme het vieze werk voor hen laten opknappen. Nostalgische populisten TikTok-politiek bedrijven om kind en lentekriebels aan hen te binden. Paljassen kans zien hun dominante narratief op te tuigen, nefast rond te pompen, uitsluitend om wat krom is recht te praten. In zo’n kromme wereld, u herkent hem, is leven een kunst en kunst een vorm van georkestreerd overleven.

Op de achterflap van haar nieuwste, inmiddels 13e dichtbundel, Zachte landing op leeuwenpootjes, staat geschreven:
Voorouders werken door in het heden. Een heden waarin de narratieven opnieuw worden opgetuigd, want aan onze schermpjes geplakt raakten we wellicht wat kort van memorie. Verre voorouders brachten de Siberische kou mee. De taiga wordt herinnerd, de Taag bezongen, en de oorlog, die niet bij naam wordt genoemd, kruipt in de krasloten.
‘Lampe dicht met een diabolische intensiteit over het moderne leven, in zinnelijke en ontembare taal die vraagt om herlezing en herbeluistering.’ Jury P.C. Hooft-prijs 2024.

Onlangs uitgebrachte titels
– Voor haar roman Onderland trok  met negen mensen op die, net als zijzelf, seksueel misbruik hebben meegemaakt. Allemaal hebben ze decennialang gebouwd aan een minutieus uitgedachte binnenwereld. Ze vonden hun eigen magische strategieën uit, die normaal verborgen blijven. In Onderland komen hun coping mechanismes voor het eerst aan het licht, in een sprookjesachtige wereld waar slachtoffers van seksueel geweld zich niet hoeven te verbergen en hun nachtmerries leven. In een interview in het Parool zegt de schrijfster: “ ‘Ik voelde een woedend vuur, er op deze manier over te schrijven bracht verlichting, ook al was het zwaar. Ik zat soms huilend tegenover mijn redacteur.’
 vertelt in Ma Yenko de geschiedenis van opeenvolgende generaties vrouwen op Anguilla, Sint Maarten, Curaçao en uiteindelijk Nederland. De verschillende vrouwen leven in een maatschappij die zich langzaam ontdoet van slavernij en kolonialisme. Ze worden allemaal gemangeld door de tijd en zijn tegelijkertijd geen van allen zielig. Ze helpen elkaar en nemen regie waar dat lukt. Steeds in zichzelf bespiegelend, op zoek naar het juiste moment. Ze hebben plezier, er wordt muziek gemaakt, er wordt gezongen en gegeten. Maar het leven kan hard, benauwend en verdrietig zijn. In contact met hen die er niet meer zijn zoeken ze naar oplossingen die op onbekende manieren en plekken gevonden worden. Ma Yenko (in de Ghanese taal twi betekent dit ‘laten we lopen’)met de ondertitel Een caraïbisch levensverhaal verschijnt in twee delen.
– Vos is het eerste deel in de historische romanreeks Het laatste weeshuis. Samen met Lotta Magnusson en Jacqueline Rogers bedacht Elle van Rijn deze romanserie en schreef zelf dit eerste deel. Het is 1961. Isabel is 17  jaar oud en groeide op in een weeshuis. Nog één jaar en dan wil ze viool gaan studeren aan het conservatorium in Parijs, samen met haar beste vriendin in het weeshuis: Victoria. Maurits, geestelijk vader van het weeshuis, probeert de nobele orde die het weeshuis altijd heeft gefinancierd, te overtuigen om de ambitieuze toekomstplannen van de kinderen te ondersteunen. Maar de orde blijkt andere plannen te hebben voor de kinderen. Gaandeweg ontdekt Maurits de verborgen agenda van de orde en probeert hij de kinderen hiervoor te behoeden.
, bekend om haar rauwe Afrikaanse poëzie, debuteert met haar eerste roman Kompoun, waarin ze, gevoed door haar diepe persoonlijke ervaringen, verlies en familiebanden verkent. Ze is geïnspireerd door de orale traditie en benadrukt dat haar schrijven een vorm van monument is voor de verloren verhalen. Ze weigert haar werk te laten reduceren tot louter politieke statements, terwijl ze haar poëzie beschouwt als een eerlijke reflectie van haar realiteit en ervaringen, ongeacht hoe heftig die voor anderen mag lijken. In Kompoun schrijft ze over leven op de Cape Flats na de apartheid, met oog voor de armoede en de omgang met vrouwen. “Meedogenloos, schandalig, giftig, maar altijd vol humor en genegenheid”, schrijft Adriaan van Dis erover.
– In De Stem van Sulina van Anneleen van Offel reist een vrouw in een busje langs de oevers van de Donau, terwijl een donkere schaduw over de weerkaarten van Midden-Europa glijdt. Ze reist van de bron in het Zwarte Woud tot de monding in de Zwarte Zee. Welke stemmen stijgen op uit de rivier? Archeologische opgravingen en eeuwenoude verhalen, confronterende vragen en dromen, lichamelijke transformaties en vergeten vrouwen geven richting aan de mentale reis van een jonge schrijfster die moeder wordt.
– In De instructies van Carolina Trujillo komt Mol na jaren zijn jeugdvriendin Nora tegen. Die blijkt flink te zijn geradicaliseerd als strijder voor dierenrechten. Net als vroeger sleept Nora hem moeiteloos mee in wat ze ook onderneemt. Ook in het activistische van haar huidige leven. Tegen de tijd dat Mol aan bezinnen toe is, ligt hij in een sloot langs het grootste slachthuis van het land dat hij zojuist met Nora en haar handlangers in brand heeft gestoken. Het tot bezinning komen lijkt goed te gaan, tot blijkt dat Nora ook daarin de richting bepaalt. Van haar moet hij instructies schrijven over hoe een slachthuis in brand te steken en welke fouten je moet vermijden. Onder protest doet hij dat.
– Lale Gül debuteerde met de openhartige roman Ik wil leven, waarin ze haar persoonlijke strijd tegen de verstikkende tradities en verwachtingen binnen haar streng religieuze gemeenschap beschreef. Ze verlangde naar vrijheid, en die zou ze krijgen. In Ik ben vrij kijkt ze terug op de eerste jaren van haar nieuwe leven. Dat heeft haar succes gebracht, prijzen, steun, nieuwe ontmoetingen en vriendschappen, en vooral vrijheid. Maar aan de andere kant is ze bedreigd en wordt ze uitgekotst door haar familie, vrienden van vroeger, de moslimgemeenschap en zelfs haar zusje, dat nog wél gelovig is en met volle overtuiging een hoofddoek draagt. Voor haar vrijheid heeft ze een hoge prijs betaald. Was die het waard? Daar schrijft ze ook nu weer openhartig over.

Vertaalde romans
Kenmerkend voor het werk van de vriendelijke Frans-Senegalese schrijfster  is dat underdogs doorgaans de hoofdrol spelen, en meestal vrouwen. Alledaagse situaties ontwikkelen zich tot steeds beklemmendere psychologische drama’s, waarbij magische, bovennatuurlijke krachten vaak als katalysator fungeren. Ze is bekend van eerdere romans als Drie sterke vrouwen, Ladivine en Lieve familie. Haar nieuwste roman De wraak is aan mij gaat over een advocate die door een oude bekende wordt gevraagd de verdediging op zich te nemen van zijn vrouw, die hun drie kinderen heeft vermoord. Ze neemt de zaak aan, maar raakt al doende verscheurd.
– Het Parool introduceert De nacht beeft van Nadia Terranova met: “Een gevoelige, ontroerende roman over natuur- en menselijk geweld  een aanrader.” De Siciliaanse schrijfster vertelt over de meest vernietigende Europese aardbeving, die in 1908 Zuid-Italië trof. Als de stad Messina in puin ligt, zullen de levens van een 11-jarige jongen en een rebelse jonge vrouw elkaar kortstondig kruisen. Maar tussen het puin en het verdriet wacht ook de vrijheid die verwoesting teweeg kan brengen. De hoofdstukken gaan afwisselend over Nicola en over Barbara, waarbij elk hoofdstuk begint met de omschrijving van een tarotkaart, met een verwijzing naar hetgeen zal volgen in het hoofdstuk. Geloof en bijgeloof spelen voor alle personages in dit boek een grote rol. Droomvisioenen krijgen ook een belangrijke plaats in het verhaal.
– Het mes in het vuur van  wordt aangekondigd als een bekroonde Noorse bestseller, een epische, historische roman met prachtige natuurbeschrijvingen en een sterke, autonome vrouw in de hoofdrol. Die vrouw is Brita Caisa Seipajærvi die zich in 1859 opmaakt voor een lange tocht van Finland naar Noorwegen. Ze is weggestuurd door de plaatselijke kerk vanwege haar affaire met een getrouwde man. Brita Caisa is een mooie, onafhankelijke vrouw met twee zoons, beiden buitenechtelijk geboren van verschillende vaders. Het doel van haar reis is Bugøynes, een plek waar de zee vol zit met kabeljauw en waar ze een vriendelijke visser hoopt te vinden om mee te trouwen.
, Russisch dichteres en activiste (bekend van Pussy Riot) debuteert met Wond, een moedig en poëtisch geschreven verhaal over rouw, lesbisch zijn en moederschap in Rusland. Bij verschijning bleek het in strijd met nieuwe Russsische wetten waarin verspreiding van informatie over ‘niet-traditionele’ seksuele relaties verboden is. De roman, die dus niet zo maar verkrijgbaar is, is geïnspireerd door de dood van Oksana’s moeder, die stierf aan borstkanker. Dat verlies vormt Oksana’s wond. Ze onderzoekt de verbondenheid met haar moeder en hoe haar moeders vrouwelijkheid zich verhoudt tot de hare. Ze brengt  haar moeders as naar haar Siberische geboortedorp, terwijl ze mijmert over haar familiegeschiedenis, haar lesbische identiteit en worstelt met de absurde bureaucratie van de Russische begrafenis.
 Kaliane Bradley is een Brits-Cambodjaanse schrijfster. Eerder schreef ze korte verhalen en nu debuteert ze met Het Ministerie van Tijd, een sciencefictionverhaal, komedie en romance over een vrouw die als ambtenaar aan de slag gaat in de functie van ‘bridge’ -een contactpersoon, helpende hand en huisgenoot- in een experimenteel project dat expats uit het verleden naar de 21e eeuw brengt.  Haar taak is om een 19e-eeuwse marine-commandant Graham Gore bij te staan. Hun volstrekt zakelijk relatie verandert in iets diepers, en er komen ongemakkelijke waarheden boven tafel. Daardoor worden ze gedwongen de werkelijkheid van het project dat hen heeft samengebracht onder ogen te zien.
– Door uitgeverij Oevers wordt de 2e roman van de Zweedse Strega, aangekondigd met “… een filmische doom-roman die zich in het grensgebied bevindt tussen ‘The Grand Budapest hotel’ en ‘Melancholia’.” En ergens anders vond ik: “modern gothic verhaal van negen jonge vrouwen die op het punt staan ​​de onderwerping van de samenleving aan geweld te erven, en de eeuwenoude mythen die dit in stand houden.” In een verlaten hotel in het afgelegen bergstadje krijgen negen meisjes de stijve uniformen van seizoensarbeiders en leren ze van het strenge personeel strijken, koken en de bedden opmaken. In hun vrije momenten zijn ze samen, plukken kruiden in de tuin, lezen in de bibliotheek en genieten van het landschap. Een van de meisjes verdwijnt tijdens een ruig feest.

Mijn eerste ingang voor nieuw verschenen boeken vind ik op de website https://www.allesoverboekenenschrijvers.nl. Daarnaast kijk ik in kranten en tijdschriften, en bekijk ik de boekentips in de VPRO-gids. Regelmatig overlapt er veel, maar deze maand vond ik bij de VPRO-boekentips juist boeken die ik elders nog niet was tegengekomen. Daarom hier een paar op een rij:
– Over Boven aarde, beneden hemel van : “Hoewel Suzu zichzelf niet als ‘radicale einzelgänger’ beschouwt, is ze graag alleen. Intimiteit gaat ze uit de weg, aan haar hamster heeft ze genoeg gezelschap. Als ze een lijst maakt van haar sterke punten noteert ze onderaan: ‘Kan goed overweg met de zwabber’. Dat treft, want wanneer ze solliciteert op een wat onduidelijk baantje, blijkt ze beland bij een bedrijfje dat zich specialiseert in het opruimen en schoonmaken van woningen waar mensen in eenzaamheid zijn gestorven. Kodokusha, noemen de Japanners zulke overledenen. In haar ontroerende, lichtvoetige roman gebruikt Milena Michiko Flašar deze eenzame doden om de sociaal onhandige Suzu uit haar zelfverkozen isolement te verlossen en de waarde van vriendschap te ontdekken.”
– Over De zomers van Alice Elliott Dark: “Het is nu al een heerlijke vakantiekofferpil. Spil is kinderboekenschrijfster Agnes Lee (80) die, nu na een derde borstkankerdiagnose het einde nadert, veel te beschermen heeft. Geheimen, zoals het feit dat ze onder pseudoniem vernietigende semiautobiografische satires voor volwassenen publiceert. Zoals een gekoesterd stuk ongerepte natuur aan de kust van Maine dat in handen van projectontwikkelaars dreigt te vallen. En bovenal haar levenslange vriendschap met één van de mede-eigenaren daarvan, Polly Wister, die zich tot Agnes’ frustratie volledig wijdde aan haar echtgenoot, een hilarisch pompeuze filosoof, en haar zoons, die dat paradijsje wél willen verkopen. Darks proza is kalm, beeldend en raak, haar psychologisch inzicht vlijmscherp.”
– Over Ballade van het bos van : “De juf is nooit bang geweest voor het bos waar ze als kind elke boomwortel kende en in het aardedonker zocht naar eekhoorntjesbrood. Nu is ze 42 en loopt ze datzelfde bos in, maar ditmaal verstopt ze zich. Een van haar leerlingen is uit het raam gesprongen en verdronken in de rivier. De juf, ‘een wat vreemde, maar bescheiden vrouw die haar hele leven probeert andermans aandacht te ontvluchten’, heeft in dat drama een rol gespeeld. Het verhaal, dat gaat over een Italiaans dorp dat in rep en roer verkeert na de verdwijning van de ongrijpbare maar geliefde juf, is geïnspireerd op een ware gebeurtenis. Een intrigerende, knappe en spannende debuutroman.
– “In Elizabeth O’Connors’ schitterende debuutroman, Walvistij wordt het doodkalme leventje van de 18-jarige Manod, met haar broer, zus en vissersvader op een afgelegen Welsh eilandje, anno 1938 stevig opgeschud. Eerst door het aanspoelen van zo’n altijd symbolisch geladen zeezoogdier. Vervolgens, veel heviger, door de komst van de Oxford-etnografen Joan en Edward, die de archaïsche, bedreigde levenswijze van eilanders komen boekstaven en de pientere Manod, die als hun tolk en assistente optreedt, ieder op hun eigen manier doen dromen van een totaal ander bestaan op het vasteland. Beschrijvingen van hun verlokkingen en verraad, afgewisseld met Manods gezinsgeschiedenis en neerslagen van de getuigenissen en volksverhalen van haar eilandgenoten, leveren een haast Claire Keegan-achtig geserreerd (=compact van stijl, MD), poëtisch en hartverscheurend geheel op.”
– Over Geliefd en gemist van Susie Boyt: “Verwaarloos je kinderen en ze zullen de rest van hun leven door je geobsedeerd zijn, las Ruth ooit, ‘maar wat als ze jou verwaarloosden?’ Deze zachtmoedige lerares Engels gaat gebukt onder een groot verdriet: haar dochter Eleanor groeide van opstandige puber uit tot een junkie die niets met haar moeder te maken wil hebben. Als ze zelf een kind krijgt, slaagt Ruth erin de baby mee naar huis te nemen. Eindelijk kan ze haar versmade moederliefde kwijt. Susie Boyt weet in haar roman de emoties van deze vrouw volmaakt overtuigend te beschrijven: het verdriet om haar verloren dochter en de constante angst om ook haar kleindochter kwijt te raken. Hartverscheurend prachtig.”

Poëzie

Verhalen

Non-fictie
– Het verhaal van Jack the Ripper (een verzonnen naam, want de moordenaar is nooit gepakt) houdt mensen al ruim een eeuw bezig. Elke dag zijn er in de Londense wijk Whitechapel rondleidingen langs de plekken waar ‘de vijf’ werden vermoord. Maar over de vrouwen zelf weet men doorgaans weinig. Met diepgaand bronnenonderzoek en een mooie stijl vertelt Hallie Rubenhold in De vijf van Whitechapel over Victoriaans Londen en zet ze alles wat je over deze zaak dacht te weten op zijn kop. Ze reconstrueert vakkundig de levens van Polly Nichols, Annie Chapman, Elizabeth Stride, Kate Eddowes en Mary Jane Kelly. Hun overeenkomst: ze belandden in de goot omdat ze als vrouw alleen in Victoriaans Engeland vrijwel onmogelijk in hun eigen onderhoud konden voorzien, maar ze waren zeker niet allemaal prostituees.
Bahareh Goodarzi en Daan Borrel schetsen in Baren buiten de box aan de hand van interviews met wetenschappers en beleidsmakers in de geboortezorg een confronterend beeld: niet onze genen of biologie, maar sociaal-maatschappelijk factoren, waaronder de geboortezorg zelf, zijn bepalend voor de verschillen in gezondheid tijdens zwangerschap en geboorte. Het geheel is een onderzoek naar ongelijkwaardige zorg tijdens de zwangerschap en baring, en het biedt handvatten voor een meer rechtvaardige geboortezorg.
– Zij/haar: een ABC van lesbische literatuur is een verzameling essays over meesterwerken uit de lesbische literatuur, samengesteld door Minke Douwesz, Marie-José Klaver en Laurie Bastemeijer. Het zijn 26 persoonlijke verhalen van verschillende bekende en minder bekende auteurs over eveneens bekende en minder bekende lesbische romans, over wat deze boeken voor hen hebben betekend en wat ze nog kunnen betekenen voor een nieuwe generatie lezers. In elke bijdrage staat de persoonlijke betekenis van auteur en roman centraal. Enkele van de auteurs zijn: Emma Donoghue, Doeschka Meijsing, Andreas Burnier, Nina Polak, Anna Blaman, Audre LordeJeanette Winterson, Dola de Jong, Angela Carter en Bernardine Evaristo.

Een kleine twee jaar geleden schreef ‘onze eigen’ vrijwilligster Gianna Mula de tweedelige verkenning Lekker lesbisch lezen voor onze website. Toen ze in contact kwam met de Vrouwenbibliotheek, beloofde ze zichzelf dat ze aandacht zou besteden aan de collectie boeken, die de ware geschiedenis van de lesbische literatuur vertelt en die sinds de jaren tachtig is aangelegd. Hierbij nog een keer de link, zie: https://vrouwenbibliotheek.nl/2022/08/22/lekker-lesbisch-lezen-een-2-delige-verkenning-door-gianna-mula/ en https://vrouwenbibliotheek.nl/2022/09/17/lekker-lesbisch-lezen-ii-een-2-delige-verkenning-door-gianna-mula/

Activiteiten in Utrecht en daarbuiten:
– In juni twee evenementen bij boekhandel Savannah Bay:
Op 2 juni is de boekpresentatie van Zij/haar: een ABC van lesbische literatuur. De essaybundel (zie ook hierboven) bespreekt 26 werken uit de lesbische literatuur. Tijdens de boekpresentatie in Savannah Bay zullen schrijfsters Minke Douwesz en Inge Schilperoord en Savannah Bay-eigenaresse Marischka Verbeek geïnterviewd worden over hun bijdragen en het belang van lesbische en queer literatuur.
Meer info: https://www.savannahbay.nl/2-juni-boekpresentatie-zij-haar/
Op 13 juni is de vierde editie van dit voorjaar van Savannah’s Feminist Book Club. Besproken zal worden Zami, a new spelling of my name van In deze roman combineert de Caraïbisch-Amerikaanse schrijfster geschiedenis, biografie en mythevertelling. Het is een coming-of-age-verhaal’ van een zwarte lesbische vrouw in New York.
Meer info: https://www.savannahbay.nl/feminist-bookclub/
– En in juni drie evenementen bij de Utrechtse Boekenbar (waarvan de eerste overigens nog vanavond):
Op 30 mei komt Alma Mathijsen vertellen over haar nieuwe roman Onderland (zie bij onlangs verschenen titels). Yentl van Stokkum zal een lofrede voordragen om te vieren dat Onderland er is.
Meer info: https://www.deutrechtseboekenbar.nl/product/ticket-onderland-live-met-alma-mathijsen-teddy-tops-en-yentl-van-stokkum-30-05-2024/
Vrijdag 7 juni komt  vertellen over haar onlangs verschenen romandebuut De dragersDaarin zoeken personages naar wat dragen betekent: kinderen en het moederschap, maar ook de tijd waarin je leeft, het verleden en de toekomst.
Meer info:https://www.deutrechtseboekenbar.nl/product/de-dragers-daan-borrel-op-naam-gesigneerd/
Boek & Brekkie’ is een leesclub-concept van de Utrechtse Boekenbar. Eens in de zoveel tijd is er een samenkomst op zondagochtend om te ontbijten en te praten over een boek. Tijdens deze tweede editie op 23 juni wordt Waar ik liever niet aan denk van Jente Posthuma besproken.
Meer info: https://www.deutrechtseboekenbar.nl/product/ticket-boek-brekkie-2-waar-ik-liever-niet-aan-denk-jente-posthuma-zondag-23-juni-0930-uur/
– Op 14 juni is er een ‘appeltaartconcert’ in de Utrechtse Domkerk. Het programma, Belle en beesten staat in het teken van Belle van Zuylen. Tijdens het concert treedt mezzosopraan Karin Strobos op met een ensemble. Er worden composities gespeeld van Belle van Zuylen, die bij ons als schrijfster veel bekender is, van haar leermeester Zingarelli en haar inspiratiebron Mozart.
Maar info: https://appeltaartconcerten.nl/speellijst/
– Op zaterdagmiddag 15 juni komt de Amerikaanse schrijfster, filmmaker en kunstenares Miranda July naar Utrecht voor de presentatie van haar nieuwe roman All Fours. Janine Abbring zal Miranda interviewen en Micha Wertheim brengt een lofrede op haar werk. Miranda July kreeg wereldwijd bekendheid met de speelfilm Me and you and everyone we know uit 2005, waarvoor ze het scenario, de regie en de hoofdrol op zich nam. All Fours gaat over een 45-jarige semi-bekende kunstenaar die zichzelf opnieuw probeert uit te vinden.
Meer info: https://ilfu.com/agenda/ilfu-book-talk-miranda-july
– Op 31 mei opent in het Cobramuseum de tentoonstelling I challenge you to love me een overzicht van het werk van fotografe en kunstenares Diana werd geboren in Montevideo uit een Nederlandse vader en een Argentijnse moeder. Ze woonde in Colombia en Guatemala en studeerde sociologie in Mexico City. In 1974 emigreerde ze naar Amsterdam en ontwikkelde zich tot een zeer succesvolle fotografe en kunstenares. In haar werk richt ze zich op het portretteren van personen voor wie gender, (culturele) identiteit en seksuele voorkeuren niet vastomlijnd zijn. In zekere zin zijn al haar projecten ingebed in vormen van samenwerking. Samenwerkingen met andere kunstenaars, met schrijvers, met acteurs en vooral: met de geportretteerden.
Meer info: https://cobra-museum.nl/tentoonstelling/diana-blok-i-challenge-you-to-love-me/
– Ana Navas is een Equadoriaanse multidisciplinaire kunstenares. Ze studeerde in Duitsland en woont momenteel in Rotterdam. Sinds januari  heeft ze voor 6 maanden haar intrek genomen in een van de ateliers van de HKU temidden van de studenten fine art op de academie. Daar gaat Ana werken aan haar praktijk en samenwerken met de studenten. Ondertussen is in zijruimtes van de Oude Kerk in Amsterdam een presentatie te zien van een serie van haar glaswerken-glascollages, De kleuren en vormen zijn ontleend aan details uit kleding en objecten uit vrouwenportretten van andere, vaak heel bekende schilders. Een rode draad in Ana’s werk is haar fascinatie voor details en motieven in de beeldcultuur die zich voortdurend verplaatsen tussen verschillende disciplines, zoals kunst en design, maar ook genres en tijdperken.
Meer info: https://oudekerk.nl/nu-te-zien/tentoonstellingen/ana-navas-a-veil-as-a-glaze/26779

Bibliotheeknieuws:
– In juni zal de bibliotheek open zijn op de aangegeven tijden.
Iedereen die wil komen rondkijken en/of boeken lenen en terugbrengen is van harte welkom.

Nieuwe boeken in de bibliotheek
Virrie’s kinderen van Rob Oudkerk, De brul van de jaguar van Micheliny Verunschk, De ovale dame van Leonora Carrington, Wonder van Victoria Mas, The surreal Life of Leonora Carrington van Joanna Moorhead, en Daar waar de rivierkreeften zingen van Delia Owens.

Nieuwe recensies van deze maand als link bijgevoegd:
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/06/klytaimnestra-door-costanza-casati/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/14/dit-verhaal-moet-goed-verteld-worden-door-jennifer-nansubuga-makumbi/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/17/strafhok-door-bea-vianen/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/05/21/de-meisjes-van-de-katoenfabriek-door-susanna-alakoski/

De leenbijdrage voor 2024 is vastgesteld op € 27,50. Je kunt hiervoor onbeperkt boeken lenen en/of vriendin/vriend van de bibliotheek zijn. Iedereen die boeken leent en/of wil gaan lenen wordt vriendelijk verzocht dit bedrag over te maken op ons banknummer NL18 RABO 0366 0430 05 ten name van Stichting Es Scent ovv naam en ‘leenbijdrage 2024’. Meer overmaken om de vrouwenbibliotheek extra te ondersteunen mag natuurlijk altijd. Eenmalig een boek lenen kan ook. De bijdrage hiervoor is € 1,- per boek, met een startbedrag van € 5,- per kalenderjaar.Op www.vrouwenbibliotheek.nl is meer informatie over de bibliotheek te vinden en veel recensies; de nieuwsbrief is ook te lezen via onze website.

Marjolein Datema                                                                                                         Utrecht,  30 mei 2024




‘De meisjes van de katoenfabriek’ door Susanna Alakoski

Deze roman is het eerste deel van een vierdelige reeks over het leven van vrouwen in Finland en Zweden gedurende de gehele 20e eeuw.

De familie Sorola komt oorspronkelijk uit Zweden, maar verhuisde omstreeks 1850 naar Finland in de buurt van Vasa, een stad aan de Baltisch golf, waar zij met meerdere gezinnen uit hun familie een boerenbedrijf startten. Hilda wordt in 1905 geboren. Haar vader is naar Amerika vertrokken om nooit meer terug te keren en haar moeder lijdt aan een levenslange (post-natale) depressie. Het gezin is zeer gelovig en het hoofd van het gezin is zeer autoritair. Hilda wordt voornamelijk opgevoed door een huishoudster/hulp op de boerderij, Sannatante. Zij leert haar huishouden, melken, maar ook veel levenslessen. Hilda is in haar jeugd eenzaam. De liefde die Sannatante haar geeft is voor haar heel belangrijk.

Tot 1914 stond Finland onder Russisch beheer. Het streven naar onafhankelijkheid mondt uit in een bloedige burgeroorlog. De familie Sorola kiest partij voor de Witten, oom Lauri vecht daadwerkelijk mee. De Roden werden gesteund door Rusland maar moesten het onderspit delven. Zo werd Finland onafhankelijk.

Nog jong wordt Hilda zwanger van de priester uit het dorp. Dit is voor de familie onvergeeflijk, zij kan niet op de boerderij blijven. Sannatante zorgt voor een oplossing. Zij stuurt Hilda direct na de bevalling met haar zoontje naar een boerderij, een eind verderop. Hier wordt zij opgevangen, maar haar zoontje wordt erg ziek en overlijdt. Hilda kan als dienstmeisje op de boerderij aan de slag. Het andere dienstmeisje van de familie Rikkola is Helli. Zij wordt de beste vriendin van Hilda en ze trekken de rest van hun leven samen op. Alhoewel de boer en boerin vriendelijke mensen zijn, dromen de vriendinnen van een betere toekomst. Zij vinden die in de katoenfabriek in Vasa. Deze fabriek is in 1860 gesticht. Hilda en Helli starten onder aan de ladder, maar klimmen op naar de fijnspinnerij. Het is zwaar en ongezond werk. Dan ontmoet Hilda Arne. Ze trouwt met hem en zij krijgen twee kinderen. Zoals veel mensen in de eerste helft van de 20ste eeuw krijgt Hilda tuberculose waarvoor zij 10 maanden in een sanatorium wordt opgenomen. Daarna gaat zij weer aan de slag in de katoenfabriek. Helli is in de tussentijd maatschappelijk geëngageerd geraakt. Zij stelt de zeer slechte werkomstandigheden in de fabriek aan de kaak en na een korte staking worden er enkele verbeteringen aangebracht. Ook richt zij een vakbond op. De rest van haar werkzame leven blijft zij strijden voor de goede zaak.

Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Finland kiest de kant van nazi-Duitsland. Deze zogenaamde winteroorlog geeft veel ontberingen. De fabriek wordt deels gesloten en door een noodlottig ongeluk komt Arne om het leven. Daarna wordt het leven nog veel zwaarder voor Hilda en haar kinderen, maar zij slaat zich er door heen. Na de oorlog wordt een zangkoor opgericht in de fabriek en dit koor gaat zo nu en dan op tournee. Zo leert Hilda vele plekken in Finland en Zweden kennen.

Dochter Greta wil niet de fabriek in, zij gaat werken in het plaatselijke hotel. Daar heeft zij het naar haar zin, maar het buitenland trekt en zij vertrekt naar Engeland. Hilda’s zoon Jonni moet al heel jong trouwen en nadat zijn zoontje geboren is, vertrekt hij met zijn vrouw naar Zweden. Hilda blijft met haar kleinzoon achter in Vasa. Zij zorgt vol liefde voor hem.

De meisjes van de katoenfabriek eindigt met het 100-jarig bestaan van die katoenfabriek, iets wat uitgebreid gevierd wordt. Een deel van deze roman gaat over de stichting van de fabriek en het wel en wee door de jaren heen. Ook wordt stilgestaan bij het procedé van het de katoenfabricage, van het zuiveren, kaarden, voorspinnen, fijnspinnen enzovoort.

De burgeroorlog en de gevolgen van de Tweede wereldoorlog worden ook uitgebreid besproken. Het geeft een mooi beeld van Finland door de jaren heen.

De mix van een romantisch verhaal, het feitelijk relaas over de leefomstandigheden in Finland, het werken in de katoenfabriek en de twee oorlogen, maakt het boek zeer leesbaar. Ik heb ervan genoten en zie uit naar het tweede deel.

Uitgeverij        Orlando, 2023
Pagina’s          399
Vertaald          uit het Zweeds door Edith Sijbesma en Neeltje Wiersma (Bomullsängeln)
ISBN               978 9083 335 728

Recensie door Emilie Jonxis, mei 2024




‘Strafhok’ door Bea Vianen

Bea Vianen werd in 1935 in Paramaribo geboren en overleed daar ook in 2019. Vanaf 1957 woonde zij afwisselend in Suriname en Nederland. Met Surinam, hai (Suriname, ik ben) was zij in 1969 de eerste Surinaamse schrijfster die een roman uitbracht bij een Nederlandse uitgeverij. Haar tweede roman Strafhokverscheen in 1971. In de jaren 90 raakte Bea Vianen echter, vooral in Nederland, in de vergetelheid. Gelukkig is er de afgelopen jaren weer meer aandacht voor haar boeken. In 2022 kwam uitgeverij Cossee met een heruitgave van Strafhok nadat ook haar eerste roman opnieuw was uitgebracht. Het literatuurmuseum heeft haar opgenomen in de lijst ´Vijf auteurs die de P.C. Hooft/prijs hadden moeten krijgen.´

In Strafhok volgen we enkele personages wier leven sterk bepaald wordt door het strafhok waar zij zich bevinden; dat wil zeggen de etnische groep waar zij toe behoren met de bijbehorende verwachtingen en beperkingen. Het wordt in het verhaal ook wel omschreven als kastenstelsel. Dit brengt een enorme onvrijheid met zich mee, zowel door druk vanuit de maatschappij als geïnternaliseerd vanuit henzelf. De roman heeft een sterke politieke lading; de koloniale invloed op het ontstaan en voortzetten van deze manier van raciaal onderscheid maken staat buiten kijf. Tel daar het keurslijf van man-vrouwverhoudingen en voldoen aan de (heteroseksuele) norm bij op, en de beklemming van alles waar de personages mee worstelen is compleet.

Het hoofdpersonage Nohar Gopalraj is 28 jaar, hoofdonderwijzer en hindoestaan. Hij leeft in de veronderstelling dat hij “met beide benen buiten het prikkeldraad van het strenge strafhokgebied” staat maar ook hij blijkt slechts een “wajangpop die op het ritme danst van muziek die hem totaal vreemd was”. Hij bewondert zijn collega Raymond van den Berg om zijn politieke inzicht, terwijl anderen hem met de nek aankijken vanwege het afbreken van zijn studie in Nederland, zijn afwijkende seksuele geaardheid en het feit dat hij gek zou zijn. Nohar toont zijn afkeer van het hokjesdenken verder door het zowel met Roebia (Javaans-Creoolse afkomst) aan te leggen als met Jamillah (hindoestaanse moslima). Het huwelijkse instituut kan zijn waardering ook niet wegdragen. Op zich niks mis mee natuurlijk, ware het niet dat de vrouwen in kwestie zonder de goedkeuring van hun gemeenschap in de vorm van (uitzicht op) een huwelijk dik in de problemen komen.

Het plot en de personages zijn ondergeschikt aan het thema, de gebeurtenissen staan allemaal in dienst van het zichtbaar maken van de strafhokgebieden en maatschappelijke onvrijheid. Alleen Nohar maakt echt een ontwikkeling door, waarmee hij terugkijkend kan zien dat hij zich schuldig maakt aan struisvogelpolitiek, zowel op politiek als persoonlijk vlak. Bea Vianen lijkt daarmee op te roepen tot bewustzijn van de systemische invloeden en om in actie te komen. In het grootste gedeelte van het verhaal vond ik Nohar echter zo’n onaangenaam karakter, dat ik er niet helemaal in kwam. De stukken vanuit het perspectief van Roebia en Jamillah kwamen veel meer tot leven. Het roept bij mij de vraag op waarom de schrijfster ervoor gekozen heeft het mannelijk perspectief centraal te stellen en wakkert mijn nieuwsgierigheid naar Surinam, hai geschreven vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon, aan. Hoopte zij met Nohar een andere lezersdoelgroep te bereiken waar zij haar politieke boodschap aan kwijt kan?

Een veelgehoorde kritiek op de toenmalige ontvangst van haar boeken in Nederland betreft het benadrukken van het exotische. Strafhok gaat boven alles over het maatschappelijke stelsel van gescheiden etnische groeperingen in Suriname en het effect daarvan op mensenlevens. De vele Surinaamse woorden en gerechten die de revue passeren roepen heerlijke beelden en geuren op van dit voor mij onbekende land. Het verlevendigt de handel en wandel van Nohar, Roebia, Raymond en Jamillah en illustreert hun liefde voor hun land. Alleen in interactie met elkaar komen de heerlijkheden van Suriname en de bittere werkelijkheid van het dagelijkse leven tot hun recht. Zoals Raymond zegt: “Hij houdt van zijn land. Hij haat het om wat het niet is (…)

Bea Vianen was zelf van gemengde etnische afkomst en zette zich af tegen de geldende normen. Strafhok geeft inzicht in de normenstelsels waar zij zichzelf waarschijnlijk ook in bekneld zag, zowel in Suriname als in Nederland. Ze veroordeelt racisme en seksisme luid en duidelijk. Psychische gezondheid en queerness komen er wat bekaaider vanaf. Wat zou ik graag meer lezen over het leven van deze schrijfster en de rol die het strafhok en de maatschappelijke onvrijheden in haar leven hebben gespeeld. Tijd voor een biografie!

Recensie over Suriname, ik ben: https://vrouwenbibliotheek.nl/2022/04/14/sarnami-hai-suriname-ik-ben-door-bea-vianen/

Uitgeverij       Cossee,  2022 heruitgave (Querido, 1971)
Pagina’s        256
ISBN              978 9464 520 248

Recensie door Kim ter Beke, mei 2024




‘Dit verhaal moet goed verteld worden’ door Jennifer Nansubuga Makumbi

Schrijven over een verhalenbundel vind ik altijd lastiger dan schrijven over een roman. Het lukt meestal wel de rode draad door de verhalen heen te vinden, maar er is geen einde of climax die het geheel afrondt. Daarom ben ik eigenlijk geen echte fan van verhalenbundels. Dat ik toch ben begonnen aan deze bundel, komt omdat ik eerder Kintu van Jennifer Nansubuga Makumbi had gelezen en daar erg enthousiast over was.

Ook uit Dit verhaal moet goed verteld worden blijkt dat de Oegandese schrijfster een goede verteller is. Ze observeert nauwlettend en kiest per verhaal een ander perspectief, meestal van een volwassene, maar soms van een kind en zelfs een keer van een hond. In alle gevallen gaat het om mensen (over de hond later meer) die vanuit Oeganda naar Manchester, Engeland, zijn verhuisd. Het eerste deel van de bundel heeft als titel ‘Vertrekken’, het tweede deel ‘Terugkeren’.

De meesten weten in Engeland hun draai wel te vinden, vaak met hulp van Oegandezen die er al langer wonen. Soms gaat het om jonge meisjes die door hun familie naar Engeland worden gestuurd om daar een goede opleiding te volgen en daarna succesvol terug te keren naar Oeganda. De meesten blijven echter. Als ze teruggaan naar Oeganda voor familiebezoek moeten ze de schijn van succes ophouden, zowel in de mate waarin ze geld uitgeven als in de beschrijving van hun situatie in Engeland.
Niet iedereen voelt zich echter even gelukkig in Engeland. Er is een continue spanning tussen wel of niet bij de Oegandese diaspora willen horen. Aan de ene kant missen de personages vaak het gemeenschapsgevoel uit Afrika en vinden ze de Engelsen in hun omgang kil en afstandelijk, aan de andere kant letten de Oegandezen allemaal erg op elkaar en dat kan ook beklemmend zijn. Ze hebben allemaal keihard moeten werken om hun positie te veroveren en ze beschermen die tegen familieleden of anderen die net uit Oeganda zijn aangekomen: die moeten er zelf maar moeite voor doen. De relatie tussen verschillende stammen en families is vaak complex en gebeurtenissen uit het verleden worden niet snel vergeten en vergeven. In de omgang met de Engelsen blijven ze continu op hun hoede, zich bewust van het koloniale verleden en voorbereid op discriminatie en neerbuigendheid. Al met al geen relaxte sfeer.

De jongste generatie wil juist weer wel terug naar Oeganda. In het eerste verhaal, En weer wordt het Kerstmis, is dat omdat de jongen ziet dat zijn moeder aan de drank is geraakt en zijn vader haar daarin niet kan tegenhouden. Hij schaamt zich er vreselijk voor en wil terug naar Oeganda, omdat zijn moeder daar nog niet dronk. In het laatste verhaal, Love made in Manchester, heeft de zoon het idee opgevat dat hij op traditionele wijze besneden wil worden. Hoewel de moeder hoopt dat het idee wel weer overwaait, is er al snel geen weg meer terug. De jongen heeft zijn voornemen namelijk op social media aangekondigd en er ontstaat een groot mediacircus omheen.

Het verhaal over de hond, Memoires van een namaaso, geeft mooi weer wat het verschil is tussen Oeganda en Engeland. Een pariahond maakt kennis met een huishond van een eigenaar die vanuit Engeland regelmatig naar Oeganda vliegt. De pariahond raakt nieuwsgierig naar het huis van de huishond, want bij huizen wordt ze normaliter direct weggejaagd. “Dit territorium, bood ze aan, inclusief de heg, de tuin rond het huis en zelfs het huis van binnen zouden van jou kunnen zijn als je mijn vriendin werd. Verleidelijk, zei ik, maar ik liep verder. Hoor eens, ik heb je mijn tijd gegeven en ik heb me ingehouden en je niet bedreigd, en dat is al heel wat. Dit piepkleine stukje grond, omheind nog wel, is me mijn waardigheid, mijn reputatie en mijn plek in de familie niet waard. Intussen was ik bij de heg.  Wil je mijn huis niet zien? Je gevangenis bedoel je zeker? Nee, het huis van mijn mens. Ik bleef staan. De obsessie van huishonden met ‘het huis’ fascineerde me destijds.” Ze gaat mee naar binnen, maar doordat de baas van de hond opeens thuiskomt, moet de pariahond zich verstoppen. Ongelukkigerwijs kruipt ze in een kist die klaarstaat om de volgende dag mee terug te vliegen naar Engeland. En zo belandt ze in Engeland, zonder vrijheid en zonder haar heldhaftige reputatie bij andere honden, maar met de zekerheid van eten elke dag.

In een aantal verhalen komen dezelfde namen/personages voor. Ik heb de indruk dat de verhalen gebaseerd zijn op reële personen en gebeurtenissen. Voor mensen die van korte verhalen houden, geven ze een fascinerende inkijk in de omstandigheden van migranten en hun voortdurende schipperen tussen het oude en het nieuwe thuis. Elk verhaal belicht weer andere facetten van de ervaringen en belevingen van hun reis naar het noorden. Zo wordt een bundel verhalen een mooi geheel.

Jennifer Nansubuga Makumbi (1967) schrijft romans en korte verhalen. Ze is docent Creatief Schrijven aan de Universiteit van Lancaster en woont in Manchester met haar man en zoon. Met de verhalen uit deze bundel, Manchester Happened, won ze verschillende prijzen. Ook haar tweede roman, The First Woman (2021, De eerste vrouw) was succesvol en werd bekroond.

Uitgeverij      Cossee, 2023
Pagina’s        314
Vertaald        uit het Engels door Josephine Ruitenberg (Manchester Happened, 2019)
ISBN             978 9464 520 941

Recensie door Marianne van der Weiden, mei 2024

ps. De recensie op de website van Marianne over Kintu van Jennifer Nansubunga Makumbi: https://vrouwenbibliotheek.nl/2021/03/11/kintu-door-jennifer-nansubuga-makumbi/




‘Klytaimnestra’ door Costanza Casati

De laatste jaren zijn er diverse romans geschreven over de Griekse mythologie gezien vanuit het gezichtspunt van vrouwen en geschreven door vrouwen. Madeline Miller, Claire North, Jennifer Saint en Claire Heywood zijn hier schrijfsters van. En vergeet Pat Barker niet met haar geweldige roman De stilte van de vrouwen. Costanza Casati heeft met haar debuut Klytaimnestra een roman aan deze traditie toegevoegd.

Klytaimnestra groeit op als prinses van Sparta in de schaduw van haar zuster Helena. Haar vader Tyndareos is een tiran en haar moeder Leda is voornamelijk dronken. Uit liefde trouwt zij met koning Tantalos uit Phrygië. Zij krijgen samen een zoontje. Als Agamemnon en zijn broer Menelaos, prinsen van Mycene, langskomen gaat het mis. De prinsen zijn twee zeer strijdvaardige, wrede en vrouw-onvriendelijke types. Helena trouwt met Menelaos. Zij heeft hem uit vele gegadigden gekozen en dat maakt Klytaimnestra boos en verdrietig.

Omdat Agamemnon met Klytaimnestra wil trouwen om een bondgenootschap met vader Tyndareos te sluiten en zo Mycene te heroveren, doodt hij Tantalos en zijn zoon. Tyndareos dwingt daarop het huwelijk af.

Begrijpelijkerwijs rouwt Klytaimnestra enorm en zij haat haar nieuwe echtgenoot intens. Toch krijgen zij 4 kinderen: Iphigeneia, Elektra, Orestes en Chrysothemis. Agamemnon is veel van huis en Klytaimnestra regeert als koningin over Mycene, iets dat niet gebruikelijk is in Sparta.

Dan komt het bericht dat Helena haar man heeft verlaten en met Paris naar Troje is vertrokken. Het is de start van de Trojaanse oorlog. Heel veel Grieken vormen een vloot onder leiding van Menelaos. Hij vraagt Klytaimnestra om met haar oudste dochter naar Aulis te komen onder het mom van het huwelijk van haar met Achilles. Daar aangekomen wordt de bruid Iphigeneia geofferd aan de goden om de wind te laten opsteken.

Klytaimnestra is woedend en verdrietig en zij zweert wraak. Zij gaat terug naar Mycene, waar allerlei hofintriges op haar wachten. Door met harde hand te regeren, lukt het haar om op de troon te blijven.

De oorlog is nog lang niet voorbij als Aigistos zich aanmeldt. Hij is geboren uit een incestueus treffen tussen Thyrestes en zijn dochter en is de halfbroer van Agamemnon en Menelaos. Klytaimnestra begint een verhouding met hem en beraadt met hem een plan om Agamemnon te vermoorden zodra die na 10 jaar terugkomt. Dit lukt, zij doodt hem in bad. Haar kinderen en vooral Orestes kunnen dit niet verkroppen, maar de koningin trouwt met Aigistos en heerst verder over Sparta.
Klytaimnestra wordt als heel sterk, wraakzuchtig en moordzuchtig neergezet, in een masculiene omgeving waarin zij stand weet te houden.

Er worden heel wat zijpaden ingeslagen in deze roman. Je moet je hoofd er goed bijhouden. Gelukkig staan aan het begin van het boek twee duidelijk stambomen als leidraad. Toch heb ik zo nu en dan toch wat moeten opzoeken. Ik vraag me af of zoveel informatie niet wat veel is, maar kan het aan de andere kant wel begrijpen: alles heeft met alles te maken. Jammer vind ik dat er een persoon Leon is toegevoegd. Ik kan hem nergens in de naslagwerken vinden. In de roman is hij de lijfknecht en soms minnaar van Klytaimnestra en speelt een flinke rol in het verhaal. De toegevoegde waarde kan ik niet vinden. Het oorspronkelijke verhaal gaat overigens na het eind van de roman nog verder: Klytaimnesta en Aigistos worden uiteindelijk ook vermoord en wel door zoon Orestes.

Klytaimnestra leest vlot en is met zwier geschreven. Er worden Griekse aanduidingen gebruikt die niet in een verklarende woordenlijst worden weergegeven. Dit echter went snel.  Soms vind ik het woordgebruik opeens een beetje uit de toon vallen, maar daar lees je makkelijk overheen. Al met al een knap debuut.

Uitgeverij         Orlando, 2024
Pagina’s          397
Vertaald           uit het Engels door Saskia Peterzon-Kotte (Clytaimnestra)
ISBN               978 9083 335 742

Recensie door Emilie Jonxis, mei 2024




Mei nieuwsbrief

Beste leensters, leners en andere belangstellenden,

In de aanloop naar het komende weekend van 4 en 5 mei zijn er weer meerdere titels verschenen die op een of andere manier gerelateerd zijn aan de Tweede Wereldoorlog, zowel non-fictie als fictie en zelfs twee ‘graphic novels’ (strip- of beeldromans). Met deze laatste worden stripverhalen bedoeld met het karakter van een roman: het beschrijven van de handelingen van personen in verband met hun karakter en innerlijk leven. Dit soort stripverhalen zijn vaak bedoeld voor volwassenen, hebben uitgebreide en ingewikkelde verhaallijnen en een literair karakter. Ze zijn vaak van een ander formaat dan de klassieke strips en ‘dikker’, en meer gewaardeerd als hoogwaardige (literaire) kunstvorm. Daardoor vallen ze tegenwoordig onder de literaire romans.

Kunstenares Nynke Kuipers verwerkte haar zoektocht naar het belaste verleden van het gezin van haar grootouders in de ‘graphic novel’ Stilte na de oorlog. Haar opa tekende in 1940 voor het lidmaatschap van de NSB. Haar oma werd na de bevrijding uit haar huis gezet en was te labiel om goed voor haar jonge kinderen te zorgen. Het gezin verwilderde. Nynke Kuipers’ moeder nam als oudste dochter de taken over en probeerde zich staande te houden in een vijandige wereld. Ze bleef altijd ‘kind van een NSB-er’ en het was verwarrend dat haar vader, met wie ze een goede band had, ook ‘fout’ was. Ook haar kinderen en kleinkinderen moeten zich verhouden tot een foute (over)grootvader.
– De andere graphic novel is van Maria van LieshoutHet lied van de merel. Daarin ontdekt de 17-jarige Annick dat van haar oma geen levende bloedverwant bekend blijkt te zijn. Ze gaat daarom het oorlogsverleden van haar oma ontrafelen. Geholpen door een zestal koperetsen, het enige jeugdbezit van haar oma, komt ze er stukje bij beetje achter. De maker van van de koperetsen, Emma Bergsma, hielp als 18-jarige verzetsstrijder in 1944 bij het redden van duizenden levens toen ze deelnam aan de grootste bankoverval in de Europese geschiedenis, vlak onder de neus van de Duitse bezetters. Zij heeft ervoor gezorgd dat Annicks oma als peuter de oorlog overleefde.

– De bewaring is het bijzondere debuut van Yael van der Wouden, een zorgvuldig opgebouwd verhaal waarin continu een aanstekelijke spanning voelbaar is tussen twee vrouwen en tussen het heden en ons donkere, collectieve verleden. In het naoorlogse Overijssel zijn de kogelgaten gedicht en de herinneringen aan de Holocaust zo veel mogelijk verstopt. Hoofdpersonage Isabel woont alleen in het huis van haar overleden moeder, waar alles rustig voortkabbelt tot plotseling haar broer Louis met zijn nieuwe vriendin Eva voor de deur staat. Eva is de tegenpool van Isabel, waar Isabel van rust houdt en bedeesd en voorzichtig is, houdt Eva van reuring en stampt ze door het huis. Wanneer er kleine dingen uit het huis beginnen te verdwijnen, vraagt Eva zich af of Isabel er iets mee te maken kan hebben. Ze houdt Eva koortsachtig in de gaten totdat ze een mysterieuze ontdekking doet waardoor netjes afgedekte geheimen haar plotseling hard treffen.
– In de oorlogsjaren hielp Virrie Cohen ruim vijfhonderd kinderen te redden van deportatie naar de concentratiekampen. Zij was een dochter van David Cohen, een van de twee voorzitters van de Joodse Raad, die door de Duitse bezetters gedwongen werd lijsten aan te leggen van Joden die later massaal vergast zouden worden in een van de concentratiekampen. De relatie met haar vader heeft altijd in het licht gestaan van hun oorlogservaringen. En in het licht van de vijfduizend kinderen die zij niet heeft kunnen redden. In  heeft haar zoon Rob Oudkerk authentieke herinneringen van Virrie aan haar familie en de oorlog beschreven, van ver voor de oorlog tot na de oorlog. Zij waren opgeschreven in een schrift met veel foto’s, dat zij vlak voor haar dood in 2008 aan haar zoon gaf. Hij zat jaren soms nachtenlang bij zijn moeder die met haar handen voor haar ogen zwijgend en soms pratend haar verschrikkingen met hem deelde. Ook zijn herinneringen hieraan heeft hij beschreven. Daarnaast heeft hij vijf van de door haar geredde kinderen geïnterviewd, om het beeld over de oorlog en het naoorlogse leven in zo breed mogelijke zin te kunnen schetsen. Deze interviews zijn ook opgenomen.
– Ursula wordt in Duitsland geboren aan de vooravond van het bombardement op Rotterdam. Op haar 20e vertrekt ze naar haar grote liefde in Amsterdam en daar lijken haar Duitse wortels vrijwel vergeten te worden. Ze krijgt vier kinderen en bouwt een leven op als Nederlandse. Dochter Wytske Feddema besluit om haar moeders verleden te gaan achterhalen. Ze komt zorgzame mannen en krachtige vrouwen tegen, maar ook trouwe en overspelige vrouwen, vrouwen die hun kinderen wel wilden troosten, maar niet wisten hoe. Moeders, uit liefde getrouwd, uit nood getrouwd, ongetrouwd. Ursula groeide op tussen de verzwegen verhalen van ouders, grootouders en overgrootouders, in een familie waarin grote geheimen de norm waren, de liefde leidend was en overspel bijna vanzelfsprekend. De onverwerkte pijn werd stilzwijgend van generatie op generatie doorgegeven, in de vrouwen in de familielijn, en zorgde voor een onvermogen om zacht te zijn naar hun eigen kinderen. Wytske is gaan zoeken naar een weg om het onbewust doorgeven van leed een halt toe te roepen.

Onlangs uitgebrachte titels
–  De Vlaamse Patricia Jozef wilde de rollenpatronen eens omdraaien in haar nieuwe roman Gentlemen, het verhaal van twee liefdes. Marieke en Vik trekken met hun gezin weg uit de stad, op zoek naar een zuiver leven op het platteland. Ze zijn elkaars eerste liefde en beste maatjes, maar in bed is het stil. Wanneer Marieke een escort bezoekt, wordt er in haar lichaam en geest iets in gang gezet dat ze niet had verwacht. Hoe kan ze terugkeren naar haar oude leven? Hoeveel geheimen kan een relatie dragen? Een betaalde dienst is geen overspel, toch? Begeerte en het nuchtere alledaagse worden verweven in het leven van een vrouw die haar grenzen, normen en waarden aftast.
– De Vlaamse Sanne Huysmans studeerde politieke wetenschappen en filosofie. Haar debuutroman Rafelen uit 2017 is een filosofische roman over liefde, leed en lot. Ze is bestuurder bij een intiem filosofiehuis, medeoprichter van een avontuurlijk platenlabel, gediplomeerd bakker en boswachter. Haar tweede roman Iemand moest het doen laat een dwarsdoorsnede van een dorpsstraat in Vlaanderen zien, met een pratende boom. In ieder hoofdstuk neemt ze je mee in het perspectief van een andere bewoner. De tijd verspringt van verwilderde tuinen en het schrobben van tegels, naar winters tijdens de oorlog, gevuld met aardappels jassen en slapen in het stro op de hooizolder
– Nog een Vlaamse roman, Blauwe achten van : “Niet elk kind groeit zorgeloos op. In blauwe achten volgen we Esmée. Haar ouders zijn gescheiden. Met een moeder die er amper in slaagt om haar eigen leven op de rails te houden en een vader die in de eerste plaats een bedreiging vormt in het leven van zijn dochters, is het zoeken naar houvast. Die vindt Esmée een tijdlang in haar knuffelbeer en haar verbeeldingskracht, bij haar beste vriendin Arisa en haar oudere zus Nel, maar uiteindelijk vooral in een hardnekkig verlangen om te verdwijnen.” En “Achten zijn oneindig (lemniscaten?). Ik gebruik ze als symbool voor wat ik nooit meer mag vergeten. Of voor wanneer ik iets niet kan vatten. Als het te moeilijk of te groot is om in mijn hersenen te passen. Dan voelt het alsof ik toch nog grip heb op wat onwerkelijk is”
Jannemieke Caspers – Het Heidi-feest schreef Wolf als theatertekst over de angst voor de ander. Afgelopen maand verscheen het verhaal als Het Heidi-feest, haar debuutroman die zich afspeelt rondom een jaarlijks ritueel waar alle personages zich toe moeten verhouden. Hierbij wordt een jonge vrouw tot ‘Heidi’ verkozen en een nacht lang achternagezeten door gemaskerde vrijgezelle mannen uit het dorp. Barbaars, vindt de een; een traditie, vindt een ander. Zo gaat dat: bij de een zet angst aan tot de drang alles precies te willen houden zoals het was, bij de ander zet het aan tot verandering.  Wat zijn de gevolgen als we ons laten leiden door de angst voor de ander?
– Over Schuilhuisje van Lena Kurzen – Schuilhuisje: “Een onevenwichtige roman”, maar “Dat het zo goed begint. Dat de eerste bladzijde bloedmooi is, … wonderschoon omdat zich hier in een halve bladzijde bijkans een heel leven, of in ieder geval een halve relatie, ontrolt, …sterker kan een schrijver je niet bij de verhaalfiguren betrekken… Maar al gauw gaat het mis…. De laatste keer dat Schuilhuisje staat & loopt & marsjeert & valt, is tegen het einde van het boek. … De Onverwachte Wending! En hee, hoe goed doet Kurzen dat,… In Schuilhuisje schuilt heel veel. Een opmerkelijke vertelinstantie, een sterke penseel, een Onverwachte Wending die -ten dele- daadwerkelijk onverwacht is. Maar meer schuilt er daar, iets teveel schuilt daar ook…” (citaten uit de recensie op de website van ‘alles over boeken en schrijvers’)

Vertaalde romans
– De Oostenrijkse Monika Helfer (1947) vertelde in de romans Bagage en Waar vader was de uitzonderlijke en tragische levensverhalen van haar grootmoeder en vader. Haar nieuwe roman Leeuwenhart, over haar jongere broer Richard, vormt het slot van de familietrilogie en is net zo aangrijpend als beide voorgangers. Richard, door vader Leeuwenhart genoemd, is letterzetter, schilder en eenzelvig fantast die mank loopt als gevolg van rachitis in zijn kinderjaren. Deze naïeve zonderling leeft voor zijn hond en de peuter, die een door hem van de verdrinkingsdood geredde vrouw plompverloren bij hem achterlaat. Richard, even onverstoorbaar als kwetsbaar, zal uiteindelijk suïcide plegen. Monika Helfer, die haar broer niet kon redden, schreef een beeldend en droefstemmend memoir. (bron: VPRO)
– In de negentien scènes van Een zandstorm, zeiden ze beschrijft de Turks-Nederlandse schrijfster  één dag. Het is de dag waarop Leyla uit het dorp Eigenheim en Bilal, een van haar verwanten, uit het dorp Ginderbuiten, zich zullen verloven. De roman begint met de feestelijke voorbereidingen voor de verlovingsceremonie, maar eindigt rampzalig. De wereld van het verloofde stel is er een waar dorpse gebruiken en grotere politieke gebeurtenissen tot een verstikkend geheel hebben geleid. De oplopende spanning culmineert in een drama, gebaseerd op de gebeurtenissen die zich op 4 mei 2009 afspeelden in een dorp in het zuidoosten van Turkije.
– Ithaka is het verhaal van Penelope van Ithaka, de befaamde vrouw van Odysseus. Voor de kust van Ithaka dicteren de grillen van de goden de oorlogen van de mens. Maar op het eiland zelf zijn het de stemmen van verlaten vrouwen – en hun godinnen – die de loop van de geschiedenis bepalen. Claire North schreef een gedurfde hervertelling die de oude mythe nieuw leven inblaast en strijdlustige vrouwen een stem geeft in een wereld die wordt gedomineerd door meedogenloze mannen. Ze hebben hun eigen verhaal.
– Het psychiatrisch ziekenhuis La Salpêtrière in Parijs is vaker het onderwerp geweest voor een roman. Zo figureert het in Het bal der gekken, de debuutroman Victoria Mas over vrouwelijke solidariteit, of in de thriller Runa van Vera Buck. In La Louisiane van Julia Malye heeft la Salpêtrière in 1720 te veel bewoners en te weinig bedden. De Franse kolonie La Louisiane heeft juist ruimte over en zijn er vrouwen nodig met wie de kolonisten gezinnen kunnen stichten. Bijna honderd vrouwelijke ‘vrijwilligers’ in de vruchtbare leeftijd -wezen, gevangenen en psychiatrische patiënten- worden naar La Louisiane verscheept. Onder hen drie onwaarschijnlijke vriendinnen: een 12-jarig weesmeisje met een scherpe tong, een gevallen aristocrate die worstelt met haar mentale gezondheid en een vermeende aborteur. Welke toekomst gaan ze tegemoet?
– Vier zussen en een fletse slungel, daar draait het om in Je bent prachtig, een Amerikaanse familieroman. Ann Napolitano liet zich naar verluidt inspireren door Little Women, maar de overeenkomsten zijn minimaal. Sterbasketballer William is de voornoemde slungel. Hij trouwt met oudste zus Julia, die daarmee haar meisjesdromen in vervulling ziet gaan. De vier zusjes Padavano zien elkaar vrijwel dagelijks, totdat de sympathieke maar nogal slome William een besluit neemt dat hun hechte band zal veranderen. De Padavano’s groeien in veertig jaar uit van naïeve bakvissen tot door het leven getekende vrouwen die elkaar kwijtraken en weer terugvinden. Een lekkere ‘soapy tearjerker’ over familiebanden in alle denkbare vormen, die ongetwijfeld verfilmd zal worden. (bron: VPRO)
– In Duivelsgreep, van Lina Wolff, arriveert een Zweedse vrouw in Florence en besluit om zich te voegen naar de rol die haar nieuwe Italiaanse vriend (dik en lelijk) voor haar in gedachten heeft. Ze zal een ‘zwak vrouwtje’ zijn, precies zoals hij het graag ziet. Ze heeft haar vorige leven voor hem opgegeven en Florence is vreemd, prachtig en overweldigend. Toch duurt het niet lang voordat de jaloezie oplaait, en die is geheel wederzijds. Pas later vraagt ze zich af wanneer ze haar grip op hem (en zichzelf?) kwijt is geraakt. En wanneer hij zijn greep onherroepelijk op haar heeft verstevigd, zijn duivelsgreep.
– De kleermaakster van Parijs van Georgia Kaufmann is een historische roman met een mix van geschiedenis en een bewogen vrouwenleven. Rosa Kusstatscher heeft een mode-imperium opgebouwd dankzij haar onfeilbare gevoel voor stijl. Maar terwijl ze zich voorbereidt op de belangrijkste ontmoeting van haar leven, laat haar zelfverzekerdheid haar in de steek. Ze begint haar ongelooflijke verhaal te vertellen, van een arm plattelandsmeisje uit de Italiaanse bergen. Van de nazibezetting en haar vlucht, over hoop en verdriet in Zwitserland, glamour en liefde in Parijs, over ambitie en verlies in Rio de Janeiro, succes en zelfontplooiing in New York. Een heel leven op de vlucht, realiseert ze zich nu.

Poëzie:
– “De dichtbundel  is een ode aan de onvolmaakte mens. Maaike de Wolf beschrijft een intens grotestadsleven waarin we het allemaal maar net bijeen weten te houden. Wat is er nodig om te bestaan, om mens te zijn? Hoe schuren onze verwachtingen langs de werkelijkheid? Mark Boog schreef bij toekenning van de Hollands Maandblad Beurs voor poëzie: ‘Die combinatie van gretigheid en treurnis, van slagroom en afhaalpizza, rijst krachtig en overtuigend op uit de poëzie van deze dichter […] Het gaat zeker niet altijd van een leien dakje, maar hier wordt geleefd – met overgave en twijfel.’” (Arbeiderspers)

Verhalen
– In het openingsverhaal van Milde klachten begint een typische roze-schrift-studente een dagboek over de bizarre tijd waarin ze belandde. ‘Omdat ik later anders vast denk dat het niet gebeurd is.’ Haar relaas speelt, net als de complete verhalenbundel van , in coronatijd, met alle herkenbaar surrealistische taferelen van dien. Maar hoe vers lockdownblues, ‘Afstand!’ of de frictie tussen rekkelijken, preciezen en onversneden wappies ons ook in het geheugen liggen, ze worden hier wel bijzonder trefzeker geschetst. Wanneer voornoemde studente liefdescontact denkt te maken met een schíjnbaar flierefluiterige huisgenoot, bijvoorbeeld, en elders in een hoogwerker haar zieke opa bezoekt. Of, tragikomisch hoogtepuntje, in die op een (cavia)ramp uitdraaiende 1 april-viering binnen het gezin Vuursteen.

Non-fictie
– In een interview vertelt  over de Griekse goden en godinnen als belangrijke archetypen in onze collectieve verbeelding en geschiedenis. De verhalen over hen zijn altijd verteld door mannen en het bestaande beeld over hen is eenzijdig en gekleurd. In De macht van godinnen werpt de Britse schrijfster een frisse blik de rol van de godinnen. Op Athene, godin van de oorlog en wijsheid en de beschermster van de stad Athene, op Artemis, godin van de jacht en beschermster van jonge meisjes, op Afrodite, godin van seks en begeerte, op de jaloerse en wraakzuchtige Hera, en op moeder en dochter Demeter en Perséphoné, Hestia, de muzen en de Furiën. Hun wel en wee, eigenaardigheden en motieven worden opgehelderd vanuit een nieuw perspectief.
– In Van licht naar duisternis vertelt  het verhaal van de stad Wenen door de ogen van drie vrouwen. Emilie Flöge, nu vooral nog herinnerd als de muze van Gustav Klimt, was een succesvol modeontwerpster. Milena Jesenská kennen we alleen nog als de Milena van Kafka’s brieven, maar zij was een journaliste met een heel eigen stem. Schrijfster Veza Canetti stond in de jaren dertig bekend als een briljant talent, werd vergeten en pas in 1990 herontdekt. De drie vrouwen veroverden tussen 1900 en 1938 met succes een plaats in het culturele leven van Wenen, maakten haar glorie, tegenstrijdigheden en ondergang van dichtbij mee. Het begin van de 20e eeuw was een tijd van een ongeëvenaarde bloei van kunst, wetenschap, muziek en psychologie.
– Met enige twijfel of deze titel in de nieuwsbrief hoort: Het geluid van de stiltehet persoonlijke verhaal van strafrechtadvocate , die op 21 april 2023 werd gearresteerd en naar een onbekende ondergrondse plaats in isolatie werd weggevoerd. Ze leek van de aardbodem verdwenen. Voor het eerst vertelt zij over die tijd in detentie, over de traumatische maar soms ook absurde gebeurtenissen.

Activiteiten in Utrecht en daarbuiten:
– Voor de Pools-Duitse kunstenares Alicja Kwade is niets vanzelfsprekend. Ze is nieuwsgierig en stelt vraagtekens bij gangbare opvattingen over de wereld om ons heen uit. Met haar sculpturen en installaties onderzoekt ze de essentie van dingen en stelt ze waarnemingen op de proef. In haar solotentoonstelling  in museum Voorlinden, waarin ook nieuw werk te zien is, laat ze de kijker nadenken over de aard van de realiteit zoals we die denken te kennen. Vragen stellen staat voorop. Haar werk begint waar ze iets niet meer begrijpt en neigt vaak naar het absurde. Ook zet ze algemeen geaccepteerde aannames om in open vragen. Zo daagt ze gevestigde normen en waarden uit waarmee we ons dagelijks leven vormgeven en stimuleert ze je om jouw begrip van het bestaan opnieuw te overdenken. T/m 9 juni.
Meer info: https://www.voorlinden.nl/tentoonstelling/alicja-kwade/
– Van maart tot juni leest en bespreekt Savannah’s Feminist Book Club vier belangrijke ‘klassieke’ feministische romans, elke maand een andere roman waarin verschillende feministische kwesties worden onderzocht. Tijdens de 3e avond op 13 mei wordt  van Marge Piercy besproken. De roman vertelt het verhaal van Connie Ramos, een vrouw die ten onrechte is opgesloten in een psychiatrische inrichting, met een bijzondere gave: ze kan in de toekomst kijken. Woman on the Edge of Time wordt vaak geprezen als een klassieker van feministische speculatieve fictie.
Meer info: https://www.savannahbay.nl/feminist-bookclub/
– Op 12 mei is in stadsschouwburg (Utrecht) een hartverwarmende persoonlijke Moederdagshow’ te zien, . Het is een muzikale theatervoorstelling die Moederdag viert door moeders te laten zien als de menselijke wezens die ze stiekem eigenlijk zijn. Moeders hoeven geen ‘Queen Mother’, heldin en ook niet perfect te zijn. Ze mogen van hun voetstuk. En dat is maar goed, want zo’n sokkel is best hoog als je ervan af valt. Met humor, muziek en verhalen wil Ma… jesteit een feestelijke viering van moederschap worden in al haar vormen.
Meer info: https://www.tivolivredenburg.nl/agenda/every-woman-25-05-2024/
– Het is niet de eerste keer: op 25 mei is in TivoliVredenburg weer een avond waarop Liza van den Brink en Katja Hagenbeuk een hele nacht alleen muziek van vrouwelijke popsterren laten horen en beleven. Er zijn er genoeg: Dua Lipa, Froukje, SZA, Nicki Minaj, SOPHIE, Ice Spice, Kim Petras, Jessie Ware, Blondie, Taylor Swift, Beyonce, S10, Phoebe Bridgers, Megan Thee Stallion, Miley Cyrus en nog veeeel meer.
Meer info: https://www.tivolivredenburg.nl/agenda/every-woman-25-05-2024/
Vestingval Elburg is een jaarlijks terugkerend evenement van Hemelvaartsdag tot Pinksteren, een cultuurfestival binnen de oude vesting van Elburg, een 800 jaar oud Hanzestadje. Het doel is om kunst te laten zien, in al haar facetten, vormen en disciplines (schilderkunst, beelden, installaties excentrieke mode en muziek). Actuele kunstuitingen en bijzondere locaties worden toegankelijk voor iedereen die belangstelling heeft voor kunst, cultuur en historie. Bij het bekijken van het programma en de exposerende en optredende kunstenaars valt op dat veel van hen (90%) vrouw zijn. Alles is vrij toegankelijk, van woensdagavond 8 mei tot en met zaterdag 18 mei 2024.
Meer info; https://vestingvalelburg.nl
– T/m 14 juli is in de Koninklijke Bibliotheek (Den Haag) de tentoonstelling Reciting Footsteps of a Female Migrant: Soerdie te zien. Soerdie was de eerste vrouwelijke contractarbeider die in 1868 van India naar Suriname emigreerde. Kunstenares en onderzoekster Sarojini Lewis wil met de tentoonstelling het proces van haar eigen bewustwording overdragen. Ze onderzoekt de geschiedenis van slavernij, contractarbeid en migratie door de lens van intieme verhalen. Uit de weinige gegevens die over Soerdie bewaard zijn gebleven reconstrueerde ze haar leven van en koppelt het verhaal van deze vrouw aan de geschiedenis van haar eigen Hindoestaanse voorouders.
Meer info: https://www.kb.nl/nieuws/binnenkort-de-kb-tentoonstelling-reciting-footsteps-female-migrant-soerdie

Bibliotheeknieuws:
– In mei zal de bibliotheek open zijn op de aangegeven tijden.
Iedereen die wil komen rondkijken en/of boeken lenen en terugbrengen is van harte welkom.
– In de vorige nieuwsbrief was al gemeld dat studenten van de School voor journalistiek rond Internationale Vrouwendag iets meer wilden weten over de Utrechtse vrouwenbibliotheek en erover schrijven. Het is een artikel geworden vanuit vrijwilligster zijn bij de vrouwenbibliotheek en het is begin april geplaatst op de website svjmedia.nlhttps://svjmedia.nl/utrechtoost/2538/vrijwilligster-in-de-vrouwenbibliotheek-hoe-is-dat/

Nieuwe boeken in de bibliotheek
Klytaimnestra van Costanza Casati, Ithaka van Claire North, Welcome to the Hyunam-Dong Bookshop van Hwang Bo-Reum, Zondagsleven van Judith Visser

Nieuwe recensies van deze maand als link bijgevoegd:
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/04/14/daar-op-het-plein-is-niemand-door-dolores-prato/
– https://vrouwenbibliotheek.nl/2024/04/19/heksenjacht-door-dick-harrison/

De leenbijdrage voor 2024 is vastgesteld op € 27,50. Je kunt hiervoor onbeperkt boeken lenen en/of vriendin/vriend van de bibliotheek zijn. Iedereen die boeken leent en/of wil gaan lenen wordt vriendelijk verzocht dit bedrag over te maken op ons banknummer NL18 RABO 0366 0430 05 ten name van Stichting Es Scent ovv naam en ‘leenbijdrage 2024’. Meer overmaken om de vrouwenbibliotheek extra te ondersteunen mag natuurlijk altijd. Eenmalig een boek lenen kan ook. De bijdrage hiervoor is € 1,- per boek, met een startbedrag van € 5,- per kalenderjaar.Op www.vrouwenbibliotheek.nl is meer informatie over de bibliotheek te vinden en veel recensies; de nieuwsbrief is ook te lezen via onze website.

Marjolein Datema                                                                                                  Utrecht,  30 april 2024




Open in mei

Wij zijn deze maand open op:

donderdag 2 mei 10.00u – 14.00u,
vrijdag      3 mei  13.00u – 18.00u,
zaterdag   4 mei  10.00u – 14.00u,
zaterdag  18 mei 10.00u – 14.00u,
vrijdag    24 mei 13.00u – 17.00u,
en op afspraak

Voor eventuele veranderingen en extra tijden zie kalender/agenda op de website. Daarnaast kun je altijd bellen of mailen om een afspraak te maken: info@vrouwenbibliotheek.nl




‘Heksenjacht’ door Dick Harrison

Een geschiedenis over angst, repressie en vrouwenhaat

Volgens de Zweedse historicus Dick Harrison zijn er in de 15e t/m de 17e eeuw in Europa zo’n 80.000 heksenprocessen gevoerd, waarbij ongeveer 35.000 mensen ter dood zijn gebracht. Tussen de 75 en 85 procent was vrouw. In Nederland zijn ‘maar’ tussen de 160 en 300 mensen geëxecuteerd wegens hekserij, vooral dankzij onze Gouden Eeuw. Een algemene verklaring voor de heksenjachten is nog door geen enkele geleerde gevonden. Dick Harrison noemt wel ‘de grimmige onderstroom van boosaardigheid die altijd in de menselijke samenleving heeft bestaan’, hoewel wij dat maar al te graag ontkennen.
Dick Harrison begint zijn Heksenjacht in de Oudheid en eindigt in onze tijd, want zonder context valt heksenvervolging niet uit te leggen. Hij richt zich voornamelijk op Noord- en West-Europa. Een speciaal deel over Nederland en België is toegevoegd en het boek bevat twee delen kleurenafbeeldingen.

Geloof in het bovennatuurlijke is een bijna universeel verschijnsel. Zolang als er mensen zijn, zijn er heksen, of liever magiërs. “In wezen komt de magie –de dromen en de handelingen– voort uit een menselijk verlangen om de natuur te manipuleren” zegt Harrison. Die manipulatie hangt samen met de uitoefening van macht. Uit de Griekse oudheid kennen we figuren als Medea, Circe en Lamia. Toen was magie iets dat ten goede of ten kwade gebruikt kon worden. Ook in de Bijbel komt die tegenstelling voor. In Exodus 22:17 staat: “Een tovenares mag niet in leven blijven.” Dat verhindert Saul niet om de heks van Endor te raadplegen. Echter, met de komst van het Christendom, verandert er het een en ander: tovenarij ging in tegen de almacht van God. Heksen en tovenaars hoorden bij de voorchristelijke wereld, die van de heidenen, en die moesten bestreden worden. Dan ontstaat de strijd van de kerk tegen de ketters. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de Joden en de Katharen. Uitgangspunt was: “Dood ze allen; de Heer herkent de zijnen wel.”
Het volksgebruik van toverij, meestal alleen gebruikt op medisch gebied, raakte verweven met ketterij. Toch waren er in de middeleeuwen geen grootschalige heksenprocessen, in tegenstelling tot de gangbare mening. De kerkelijke inquisitie sloeg alleen toe als er duidelijk sprake was van ketterij. De gedachte ontstond dat ketters zich tegen God keerden en dús samenspanden met de duivel. De volkse magie werd geassocieerd met Satan en demonen. Geleidelijk aan kreeg het nieuwe heksenbeeld theologische en juridische kaders.

In de 15e eeuw gaat het al mis. De Malleus Maleficarum, de Heksenhamer, geschreven in 1486 door dominicaner inquisiteur Heinrich Kramer, wordt een bestseller. Mannen domineerden de samenleving en vrouwen waren een makkelijke zondebok. Ook de theologen beweerden dat vrouwen veel makkelijker beïnvloedbaar zijn dan mannen.
Na de grote Jodenvervolgingen in de late Middeleeuwen en de Renaissance – vooral ten tijde van pestepidemieën – zijn in de 16e en 17e eeuw de heksen aan de beurt. Dit was de tijd van het begin van de Reformatie. Alle andersdenkenden werden een prooi voor de katholieken. Heksenjagers waren er overigens ook onder de protestanten, die de kunst afkeken van de katholieken. Ging er iets mis in de maatschappij, dan werden vrouwen op groteske wijze van de meest onzinnige dingen beschuldigd: ze brachten schade toe aan mensen, dieren en gewassen, ze stonden onder invloed van de duivel met wie ze gemeenschap hadden, ze konden verschijnen en verdwijnen, ze riepen stormen op zodat schepen vergingen, ze brouwden toverdrankjes, of…ze hadden ruzie met de buren en werden voor heks uitgemaakt.

De beschuldigde vrouwen werden gemarteld en bekenden dan alles. Ook ontstond al snel een sneeuwbaleffect: een gemartelde vrouw gaf gemakkelijk namen van andere ‘heksen’ door. En zo werden ze met duizenden tegelijk verbrand.
Een heks kon overigens ook een man zijn, vooral in Rusland, maar mannen worden nauwelijks genoemd. Hooggeplaatsten konden eveneens terecht gesteld worden als heks, maar die konden met geld vaak aan de juiste getuigen komen om aan de dood te ontsnappen. In het algemeen kan gesteld worden dat “toen de mannen het monopolie op het priesterschap kregen, kregen ze het ook te zeggen bij toverijgevallen.”

Bij alle processen, martelingen, verbrandingen en onthoofdingen moet niet vergeten worden dat men vroeger echt bang was voor de duivel, die voor hen een realiteit was. Evenzeer was er angst voor wanorde, controleverlies en machtsverlies.

Als de Verlichting ontstaat, komt het scepticisme t.a.v. heksen naar voren en gaan de brandstapels doven. Tovenarij en heksen worden nu met het verstand benaderd en daardoor in twijfel getrokken. Maar het geloof in allerlei vormen van magie verdween nog niet. Tijdens de Romantiek, die volgde op de Eeuw van de Rede, bloeide dat geloof juist weer op. Denk hierbij aan Frankenstein en andere gothic novels, de sprookjes van Grimm en de opleving van de oud-Germaanse sagen. De duivel werd nu een innerlijke demon. Gerelateerd aan heksen was de toenemende belangstelling voor weerwolven, vampiers en ondoden.

En daarna? De Harry Potter verhalen waren immens succesvol. Halloween vieren we steeds vaker. De duivel is een onderwerp van horrorfilms. “En wie heeft de duivel nodig om zich zorgen te maken als we in de schaduw leven van Auschwitz, Hiroshima en de goelags?”
Tovenarij willen we eigenlijk helemaal niet kwijt ‘want die haalt ons uit de voorspelbaarheid van het dagelijkse leven en plaatst ons in een parallelle wereld waar alles mogelijk is, zonder te rommelen met science fiction of religie.’

Wij doen tegenwoordig aan racisme en complottheorieën en lopen met de massa mee zoals tijdens de Communistenjacht in de jaren 50, of de bestorming van het Capitool of als mensen zich niet laten vaccineren. Volkerenmoorden zijn er nog steeds en Navalny is net begraven. Zoveel is er niet veranderd sinds vroeger.
Heksenjacht is daarmee geen boek over vroeger.

Dick Harrison heeft in Heksenjacht een ongelooflijk diepgaand onderzoek gepresenteerd, dat heeft geresulteerd in een uiterst leesbaar verhaal.
Twee kanttekeningen: Een groot deel van Heksenjacht wordt gevuld met een chronologisch en geografisch verslag van de tovenarijprocessen. In heel veel gevallen eindigt zo’n verslag met: we weten niet hoe het is afgelopen wegens gebrek aan documentatie. Wetenschappelijk gezien kan dit deel niet weggelaten worden, maar voor een gemiddelde lezer is hier moeilijk doorheen te komen. Uit pure verveling door al die opsomming ga je zelfs uit het oog verliezen hoe erg het was wat er gebeurde.
Een ander minpunt is dat dit boek zeker geen volledig overzicht geeft van de heksenvervolgingen, maar dat was ook niet de bedoeling van de schrijver. Toch heb ik de indruk dat het boek aan kwaliteit gewonnen zou hebben als minder landen diepgaander beschreven waren.

Dat neemt niet weg dat Heksenjacht veel stof tot nadenken geeft. Allereerst rond de vraag wat er van de heksenjacht op vrouwen nu nog over is. Daarnaast ook heel andere vragen als: waarom roepen wij denkbeeldige angsten in het leven en hoe doen we dat? Tot welk kwaad zijn wij in staat? Hoe dragen wij allemaal het heksen jagen in ons, al noemen we het nu anders?

Uitgeverij      Omniboek, 2024
Pagina’s        448
Vertaald         uit het Zweeds door Ger Meesters (Ondskans Tid)
ISBN              978 9401 920 087

Recensie door Janny Wildemast, april 2024