Recensies

‘Virrie’s Kinderen’ door Rob Oudkerk

Herinneringen van Virrie Cohen die in de oorlog vijfhonderd kinderen redde uit de crèche

Wie onlangs de indrukwekkende televisieserie ‘De Joodse Raad’ heeft gevolgd, weet wie Virrie is. Virginia Rivka Cohen (1916 – 2008) was kinderverzorgster, later verpleegster en werkte in een crèche in Amsterdam tegenover de Hollandsche Schouwburg. Ze was een dochter van David Cohen, die samen met Bram Asscher voorzitter was van de omstreden Joodse Raad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zowel vader als dochter probeerden zoveel mogelijk Joden te redden, maar vaders namenlijsten speelden de Duitsers juist in de kaart, terwijl de dochter honderden kinderen uit een crèche wist weg te smokkelen met hulp van anderen. Vader werd de schurk, dochter de heldin, terwijl toch beiden voor dezelfde keuze stonden: wie redden we en wie niet? De televisieserie maakt duidelijk dat de waarheid omtrent de vader heel wat genuanceerder gezien kan worden. Virrie beschouwde zichzelf helemaal niet als een heldin. Ze deed wat ze vond dat ze moest doen. Ze zou zich altijd diep schuldig blijven voelen over de vijfduizend kinderen die ze niet had kunnen redden. Later zou ze de moeder worden van Rob Oudkerk. Ze zou hem beschouwen als een van haar vele kinderen, want ‘haar’ kinderen uit de crèche vergat ze nooit.

Rob Oudkerk, ex-politicus, ex-huisarts en publicist, is helaas bekend geworden door zijn term ‘kut-Marokkanen’, zijn cocaïnegebruik en voorkeur voor pornografie en prostituees. In zijn boekje over zijn moeder is hij echter “dat kleine bange Joodse jongetje” dat als volwassene verbijsterd is over het verschijnsel antisemitisme. Op de flaptekst van zijn boek staat: “In dit boekje staan authentieke herinneringen van Virrie aan haar familie en de oorlog, van ver voor de oorlog tot na de oorlog, opgeschreven in een schrift met veel foto’s, dat zij vlak voor haar dood in 2008 aan haar zoon Rob Oudkerk gaf. Hij zat veel jaren soms nachtenlang bij zijn moeder die met haar handen voor haar ogen zwijgend en soms pratend haar verschrikkingen met hem deelde. In dit boekje staan ook zijn herinneringen hieraan. Tevens heeft Rob Oudkerk vijf van de door haar geredde kinderen geïnterviewd, om het beeld over de oorlog en het naoorlogse leven in zo breed mogelijke zin te schetsen. Ook deze interviews zijn in dit boekje opgenomen.”

Over de relatie tussen Rob en zijn moeder wordt opvallend weinig verteld. Hij moet het als kind toch niet makkelijk gehad hebben met een zwaar depressieve vader die zelfmoordpogingen deed en daar uiteindelijk in slaagde, en een moeder die niet één, maar vijfhonderd kinderen had en wier zus ook een eind aan haar leven maakte. En dan was er natuurlijk opa David Cohen die zo verguisd werd. Misschien wordt daar zo weinig over gezegd omdat het boekje over Virrie moest gaan. Haar aantekenschrift is echter summier en bovendien retrospectief. Het staat vol met opmerkingen als ‘dat herinner ik me niet meer’ of ‘daar weet ik niets meer van’. Het wegstoppen zat diep in haar wezen. Ergens schreef ze: “Het zou zo prettig zijn als je zelf mocht kiezen wat je mag vergeten.” We worden als lezers dus maar beperkt wijzer over wat haar betreft. Ik heb zelf meer geleerd over Virrie door de film dan door het boek.

Haar zoon Rob heeft tijdens haar leven ook weinig tot niets te horen gekregen, omdat de herbeleving voor haar niet te doen was, zoals hij pas later begreep. Haar altijd maar bezig zijn en zorgen voor anderen “moest zo sterk zijn om zelf niet te veel te hoeven voelen van het immense verdriet en schuldgevoel over de vijfduizend kinderen van wie ze er velen van naam kende en die ze niet had kunnen redden.

Ook de interviews met vijf voormalige crèche kinderen dragen niet echt bij aan grotere kennis omtrent Virrie. Hoe zou dat ook kunnen? Die kinderen waren ongeveer vier jaar oud toen ze in de crèche zaten, en ze werden geïnterviewd toen ze in de tachtig of negentig waren. Wel leveren de interviews nieuwe, aangrijpende oorlogsliteratuur op.

Virrie’s Kinderen lijkt een impulsief geschreven boek te zijn. Gedachten worden hap-snap op papier gezet. Stilistisch rammelt het en veel -te veel- wordt niet genoemd, waardoor het je inleven in de situatie veel moeilijker wordt dan bij het zien van de film. Als de film De Joodse Raad er niet was geweest, wie had dan geweten wie Virrie Cohen was? Robs boekje zal nu heel wat beter verkocht worden dan anders het geval geweest zou zijn. Toch geloof ik wel in de oprechtheid van Rob Oudkerk. Hij ziet ‘De Joodse Raad’, is er helemaal kapot van, leert eindelijk een belangrijk deel van het leven van zijn moeder en opa kennen en wil dan iets doen. Dat moet dan een eerbetoon aan zijn moeder worden. Dat is mooi, maar wat zinnen uit een interview (‘Naborrelen met Rob Oudkerk’, 13-3’24, Eveline van Gils) brachten me dan weer aan het twijfelen: “Weet je wat mooi is: doordat haar leven nu weer volop in de aandacht staat, is er eindelijk minder interesse in mijn affaire. Jarenlang ging het alleen maar over mijn fouten, maar dankzij haar lijkt daar een einde aan te komen. Ik hoop zo dat ik haar nu weer trots kan maken.” Hij heeft dan inmiddels wel zestien jaar(!) gewacht met dat eerbetoon, waarbij een film hem op het idee moest brengen.

Positiever is het resultaat dat Rob Oudkerk zich met antisemitisme is gaan bezighouden, zeker na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober ’23. “Turken hier in Nederland worden er nauwelijks aangesproken op hoe Erdogan Koerden uitmoordt; Chinezen worden niet aangesproken op wat China met de Oeigoeren doet. Joden worden aangesproken op alles.” Zijn “zoektocht door die woestijn” is begonnen. Misschien zou Virrie daar trots op geworden zijn.

Uitgeverij       Amphora Books 2024
Pagina’s        182
ISBN              978 9064 461 934

Recensie door Janny Wildemast, mei 2024

image_pdfimage_print
Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Powered by: Wordpress
Geverifieerd door MonsterInsights