Recensies

‘Daar op het plein is niemand’ door Dolores Prato

Dolores Prato is kind van een ongehuwde moeder, zij wordt opgevoed door haar neef en nicht die in de 60 zijn en die zij oom en tante noemt. Haar vader is overleden en haar moeder kijkt niet naar haar om. De familie is van gegoede afkomst maar nu verarmd. Tante Paolina is erg afstandelijk en je merkt aan alles dat Dolores naar liefde verlangt die tante haar echter niet kan geven. Dolores benoemt deze pijn niet, toch blijkt overal in haar herinneringen dat zij daaronder lijdt. Oom Dominica die priester is, is wel erg op haar gesteld. Dolores vindt hem oprecht, terwijl tante de schone schijn ophoudt. Toch proberen zij haar naar beste kunnen op te voeden. Wegens geldgebrek vertrekt oom naar Argentinië mede om haar bruidsschat te vergaren. Hierdoor wordt Dolores nog eenzamer. Oom zal niet terugkeren.

Dolores beschrijft het leven in Treja, een Italiaans provinciestadje zeer uitgebreid. Zij geeft een zeer gedetailleerd beeld van het leven aan het eind van de 19e eeuw. Zij kan lang uitweiden over de inrichting van kamers, het bereiden van eten, de palazzo’s in de stad, en ook planten, dieren en de vele mensen die zij kent, waarbij zij de lichaams- en karaktereigenschappen van kennissen uitgebreid beschrijft. Hierbij spaart zij niets en niemand. Bij al deze beschrijvingen voel je de afstandelijkheid en eenzaamheid omdat zij met niemand echt vriendschap sluit.
Pas veel later beseft Dolores dat haar moeder en tante alleen aan zichzelf dachten maar dat zij zelf ook niet om haar moeder geeft.

Deze 832 bladzijden tellende roman is geen makkelijk leesvoer. Toch intrigeert het enorm als eenmaal op gang bent. De beschrijvingen zijn zo levendig, haar observaties zo treffend gekozen dat je er ook een beetje verslaafd aan raakt. Dolores schrijft met ironie en zelfspot, maar ook raadselachtig. Het hele boek door heb je geen idee waar het naar toe gaat en eigenlijk is er geen verhaal, meer een opsomming van allerlei observaties.
In recensies worden deze memoires vergeleken met ‘À la recherche du temps perdu’ van Marcel Proust. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Natuurlijk, Proust schrijft ook minutieus over zijn leven, maar meer uit zijn innerlijke zelf. Dolores Prato is veel afstandelijker, zij beschrijft haar omgeving en laat maar zelden haar diepe emoties gelden. Later gaat zij op kostschool in Rome en leert een heel andere wereld kennen. De mensen spreken er anders en zij lijkt wat opener te worden.

Er is een appendix aan het eind van deze biografische roman. Allereerst zijn er overeenkomstig de wil van de schrijfster de slotpagina’s van het typoschrift. Hierin schrijft zij openhartig hoe moeilijk haar jeugd was. ”Er werd mij geen liefde betoond en ik heb niet geleerd liefde te tonen.” Ook blijkt dat zij te vondeling was gelegd. Zij voelde zich een bastaard.

Het 2e deel van de appendix beslaat het nawoord van vertaler Jan van der Haar. Hij beschrijft het ontstaan van het boek en hoe dit in de loop der tijd is uitgegeven. Dolores Prato (1892-1983) heeft gedurende een aantal jaren haar herinneringen over haar jeugd opgeschreven. Pas op hoge leeftijd werden deze memoires uitgegeven, eerst in verkorte vorm. Zij was daar erg ongelukkig over en pas na haar dood werd het geheel uitgegeven. Dit boek is de vertaling van het origineel.
Ook beschrijft Jan van der Haar de kenmerken van Dolores’ jeugd. Daarnaast wijst hij op de moeilijkheden bij het vertalen, de diversiteit, de gedetailleerdheid en de taligheid die zich uitstrekt over vele registers. Er wordt vaak gebruikt gemaakt van dialect.

Het 3e deel van de appendix is geschreven door Elena Frontaloni met als titel: over de auteur en haar tekst. Het bestaat uit een beknopte biografie, de geschiedenis van de opzet van de eerste uitgaves en de ontvangst ervan (recensies).

De appendix is een welkome bijdrage aan dit bijzondere boek. Hoewel ik het geen gemakkelijk boek vind, heb ik het met genoegen gelezen. Maar het is waarschijnlijk geen boek voor een groot publiek.

Uitgeverij       Arbeiderspers, 2021
Pagina’s        829
Vertaald        uit het Italiaans door Jan van der Haar  (Giù la piazza non c’è nessuno)
ISBN             978 9029 541 459

Recensie door Emilie Jonxis, april 2024

image_pdfimage_print
Share

One comment

  • Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Powered by: Wordpress
    Geverifieerd door MonsterInsights