Recensies

‘Ragnarök’ door A.S. Byatt

De ondergang van de goden

Uitgeverij Canongate in Edinburgh was bezig een serie samen te stellen over mythen en legendes en vroeg de zeer gelauwerde en in de adelstand verheven Antonia Susan Byatt – oudere zus van schrijfster Margaret Drabble – om een bijdrage. Ze aarzelde geen moment en koos voor haar versie van Ragnarök -godenschemering-, een noordse mythe waarin de goden allemaal vernietigd worden. Als kind had ze Asgård en de Goden gelezen en herlezen naast The Pilgrim’s Progress van John Bunyan. Ze was vanwege astma vaak bedlegerig en las dus veel.
In haar bewerking van de mythe speelt ze gefictionaliseerd de hoofdrol als ‘het tengere kind’ dat Asgård en de Goden van haar moeder krijgt. Ze leest het en denkt erover na. Ze krijgt geen naam of leeftijd, maar ze leeft ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, die voor haar ouders reden was  om van de stad naar het platteland te gaan. Van de oorlog merkt ze niet veel maar ze voelt wel de angst voor het vergaan van de wereld die gekoppeld wordt aan de ondergang van de Asen.

Laat ik het eerlijk toegeven: ik weet niets van noordse mythen op wat namen na die ik ooit gehoord heb en naar Wagners Götterdämmerung luister ik niet vrijwillig. Nu lees ik A.S. Byatt’s roman en ik word overladen met drie verhalen die samengeperst zijn tot één verhaal, vol gruwelijkheden en weerzinwekkende details, en met een hoeveelheid onuitspreekbare namen die je doet duizelen. Hoe een kind zich door de wereld van strijdende goden, die werkelijk nergens voor terugdeinzen, heen heeft geworsteld is me een raadsel. Het boek was ook nog eens in het Duits. Heel verwarrend voor het kind dat zich afvroeg of de oude germanen dezelfden waren als de ‘Germans’, de Duitsers.

Het verhaal geeft het ontstaan van de wereld weer, de strijd tussen de goden met als voornaamste opponenten Odin en Loki, en vervolgens het vergaan van de wereld. De goden zijn niet onsterfelijk en hun macht is eindig. Ragnarök betekent ongeveer het noodlot van de goden en Asgård is het domein van de Asen – lees: de goden – waarin zich ook het Walhalla bevindt.
Steeds wordt de godenwereld gespiegeld aan de christelijke wereld. Het kind, met een Quakerachtergrond, leert in de wekelijkse Bijbelles over ‘de boze grootvader, de gefolterde goede man en de klapwiekende witte vogel’. Haar worden blijde en goede dingen voorgespiegeld om de moed erin te houden tijdens de oorlog, maar ze gelooft niet dat ze haar vader, die ergens in Afrika vecht, ooit zal terugzien. Door haar paradijselijke wereldje vol bloemen op het platteland loopt ze met haar gasmasker aan haar arm. Als ze de noordse mythen vergelijkt met het christelijke verhaal ziet ze alleen een andere mythe die veel minder boeiend is. Het zoete en duidelijke verhaal van The Pilgrim’s Progress lijkt in de verste verten niet op de mysterieuze chaotische magie van Asgård en de Goden.

Geleidelijk aan raakte ik toch onder de indruk van die merkwaardige wereld van de levensboom Yggdrasil, de onberekenbare Odin, de geniepige Loki en zijn dochter, de slang Jörmungandr die de wereld omvat en van zoveel anderen. Naast rommelige delen zijn er ook prachtige samenhangende delen, zoals dat over de dood van Baldur, met wie schoonheid, licht en hoop verdwijnen. Het kind vergelijkt hem met Jezus: ook ‘een en al witte zachtheid en gouden glans’ en ook een god die gedoemd was te sterven. Dat doet dan toch ook even denken aan de zoon die A.S. Byatt verloor bij een verkeersongeluk.
Daarnaast zijn er stukken waar je moeilijkt doorkomt, want Byatt kan zelden één ding noemen zonder meteen alles te noemen. Een voorbeeld: “Er waren massa’s krabben: porseleinkrabben, gewone spinkrabben, gestekelde sponspootkrabben en steenkrabben, helmkrabben, cirkelronde krabben, eetbare krabben, havenkrabben, zwemmende krabben, vierkante krabben, allemaal met hun eigen gebied.“ Daar staan prachtige poëtische beschrijvingen tegenover: “(Loki) was mooi, dat werd overal bevestigd, maar zijn schoonheid was moeilijk vast te leggen of te zien, want hij schitterde, sprankelde, flakkerde en versmolt met zijn omgeving, hij was een vormeloze vlam, hij was de wervelende kolk van naaldjes in de vormeloze massa van de waterval.”
Ook wat over het kind verteld wordt, raakt. Ze is zo eenzaam. Haar vader is er niet en haar moeder is helemaal opgeleefd omdat ze weer les mag geven, wat ze als getrouwde vrouw zonder de oorlog niet had gemogen. Alleen via literatuur lijkt ze een band te hebben met haar kind, maar verder is ze niet echt moederlijk. Daar is dan dat kind dat midden in een wereldoorlog troost en een vluchtweg zoekt in de noordse mythologie. Wat ze vaag aanvoelt aan angst over de oorlog, ziet ze verwoord in de oude verhalen. Ook de goden kenden angst. Haar verbeelding wordt erdoor gestimuleerd waardoor ze later zal gaan schrijven.

Al lezend kom je erachter dat A.S. Byatt in drie heel verschillende stijlen schrijft. Gaat het over de mythologische wereld, dan is ze niet te houden en schrijft ze vol passie in de meest kleurrijke bewoordingen en zodanig dat de vonken eraf spatten. Gaat het om de wereld van het kind, dan schrijft ze beschouwend, kalm en lieflijk. Aan het eind van haar boek geeft ze een beschouwing over mythologie en komt de academica tevoorschijn.

Het gaat in Ragnarök niet om goed of kwaad, of oorlog en vrede, maar om chaos en orde en over de vergankelijkheid van de mens én van de aarde die wij kapot maken. Ragnarök, het noodlot, is in feite klimaatverandering waaraan de wereld ten onder gaat en verstard in sneeuw en ijs eindigt. Door wat de goden doen zien wij hoe wij de wereld naar de ondergang brengen.

Om zoveel in één dun boek samen te brengen moet je van goeden huize komen en dat komt A.S. Byatt. Jammer alleen dat ze aan het slot een mini-essay heeft toegevoegd over mythologie. Het haalt de magie van het voorafgaande af. Ook jammer dat de meest prachtige staalgravures, afkomstig uit het boek van Wägner maar zonder vermelding van de maker, veel te klein zijn afgedrukt, zodat de betekenis ervan deels verdwijnt.

Byatt laat de lezer achter met een dubbele boodschap. Enerzijds blijft het tengere kind geloven in ‘de eeuwige herhaling van alles wat groeit’ maar anderzijds wil ze niets weten van het vervolg op het door haar gelezen verhaal waarin een soort wederopstanding plaatsvindt. Byatt laat dat gedeelte heel bewust weg.

Tot slot een groot compliment aan de vertaalsters die alleen al hun handen vol gehad moeten hebben aan het vertalen van talloze bekende en onbekende of uitgestorven plant- en diersoorten.

Uitgeverij      Orlando, 2023
Pagina’s        192
Vertaald        uit het Engels door Gerda Baardman en Marian Lameris (Ragnarok. The End of the Gods)
ISBN             978 9083 293 844

Recensie door Janny Wildemast maart 2024

image_pdfimage_print
Share

One comment

  • Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Powered by: Wordpress
    Geverifieerd door MonsterInsights