Recensies

‘Dagen van Glas’ door Eva Meijer

Eva Meijer is beeldend kunstenares, filosofe, schrijfster en singer-songwriter. Haar nieuwste roman, Dagen van glas, gaat over een gezin van drie leden die stuk voor stuk aan bod komen in heel verschillende tijdperken. Alle drie hebben ze grote moeite met het leven. Er zit een duidelijke opbouw in het verhaal. Eerst wordt de vrouw beschreven, dan de dochter en tenslotte de man. Daarna komen ze in omgekeerde volgorde voorbij. Het eerste deel is al eerder verschenen, Haar vertrouwde gedaante, een novelle uit 2021.

Het verhaal begint in 2019 met een vrouw, Emel Kara. Ze is filosofe en gaat helemaal op in haar werk, een monografie over de Frans-Algerijnse filosoof Jacques Derrida, waarvoor ze zich letterlijk en figuurlijk afsluit voor haar gezin. Hij is de grondlegger van het deconstructivisme, waarin niets een vastleggende betekenis heeft. Dat boeit haar mateloos.
Van de ene op de andere dag ziet ze in de spiegel een vrouw die kleiner is dan zij is, maar verder op haar lijkt. Dat beeld, dat ze lang niet altijd zomaar kan oproepen, wordt voor haar een obsessie, want wat wil die vrouw haar zeggen?
Meer nog dan haar werk leidt de spiegel ertoe dat ze vervreemd raakt van haar man. Vroeger was ze in therapie en nu denkt haar man dat ze opnieuw aan wanen lijdt. Zij zoekt echter alleen zichzelf en ontdekt hoe ze gevangen zit in zichzelf en in regels, opgelegd door haar werk en haar man. Ze besluit weg te lopen en koopt met haar spaargeld een huisje in een Belgisch bos.

De tijd verspringt naar 2025 en dochter Doris. Zij is een ongelukkige tiener die aan haar vriendje vraagt: “Heb jij ook weleens het gevoel dat er een gat zit tussen jou en de wereld?” Ook zij ziet af en toe geesten, maar houdt zich daar verder niet mee bezig. Ze fotografeert veel: “Foto’s maken is goed, zo krijgt de wereld nog eens gestalte, maar dan mooier.”  Ze is in therapie omdat ze zich nergens thuis voelt en ongelukkig is, maar wat ze haar therapeut zou willen zeggen, zegt ze niet: ‘vergeefsheid’ is het bij haar overheersende gevoel.
Haar moeder is weer thuis. Doris weet van het huisje in Henegouwen waar haar moeder naartoe vluchtte. “Ze was toen van plan om te verdwijnen, het lukte haar ook even. Ik weet eigenlijk niet waarom ze weer terug is gekomen. Ze zei dat ze ons miste.” Doris besluit naar het huisje te gaan. Ze zegt dat ze haar vriendje mee zalnemen, maar gaat alleen. Haar ouders reageren nauwelijks en vinden het wel best.
Met moeite vindt ze het huisje in het donker en in de sneeuw. Als ze de volgende dag boodschappen doet, bedenkt ze: “De mensen in de supermarkt deden het gewoon, leven, alsof er niets aan de hand is – waarom komt niemand in opstand tegen de tijd? Het is toch verschrikkelijk dat alles voorbijgaat?“. In dat licht past haar fotograferen goed, een werkelijkheid zoeken en onveranderbaar vastleggen.
Weer thuis vindt ze in het bos een kuil waar ze precies in past en gaat erin liggen. Ze weet dat ze op moet staan, al is de sneeuw nog zo zacht. Dit is een voorbereiding op haar ‘performance’ die later aan bod zal komen.

Terug naar 1997, naar echtgenoot en vader Johannes, die Neerlandicus is. Hij is bezig met een promotieonderzoek over de briefwisseling tussen twee (fictieve) vrouwen, Philippa Draw en Marie Vanderbeecke. De vrouwen correspondeerden vanaf 1920 als geliefden, al waren beiden getrouwd. Marie heeft een roman Kamers achter glas gewijd aan haar depressieve man die zelfmoord pleegde.
Daarnaast houdt Johannes zich bezig met het proberen te kiezen tussen twee vrouwen. “Linksaf Emel, moeilijk, pijnlijk, bonkend van verlangen. Rechtsaf Sonja, lief, slimmer dan ik, helder als een bergrivier.”
De verhalen over Johannes en over de twee vrouwen lopen dwars door elkaar, zonder samenhang.

Nu gaat het verhaal in omgekeerde volgorde verder. Het is echter nauwelijks Johannes die beschreven wordt, maar veel meer de vrouwen van de briefwisseling. Marie Vanderbeecke’s Kamers achter glas levert wel een verklaring op voor de titel van Meijers roman: “Het glas uit de titel is een wand die tussen de hoofdpersoon en de anderen staat. Maar het is ook een vergrootglas, waardoor ze hen beter ziet en waardoor ze zichzelf te scherp laat zien.” Ook leren we van Marie dat je in je hoofd vrij kan zijn, vooral door te schrijven. Daar staat tegenover dat Doris al eerder zei: “We hebben te weinig woorden voor gevoel.

Dan volgt een Verslag van een Performance van Doris Schouten uit 2033. Ze heeft zich 31 dagen getraind in het steeds langer buiten op de grond blijven liggen om ‘de tijd te leren kennen’ en ‘al het willen uit te bannen’. Haar vader is gestorven en ze moet dit doen. Haar moeder is verdwenen.
Dit deel is geschreven in een vorm tussen proza en poëzie in. Als lezer kun je je alleen maar laten meedrijven op de gedachten van een ander. Wat die gedachten toevoegen aan het grote geheel is mij niet echt duidelijk geworden.

De roman eindigt met een beschrijving van Emel in 2060. Ze zit in een inrichting en is niet helemaal bij zinnen. Ze verlangt naar haar dochter aan wie ze talloze niet-verzonden brieven heeft geschreven. Echt contact is er niet meer. Emel loopt stiekem weg, de sneeuw in, en kijkt door het raam van de tijd.

De eerste twee delen, over moeder en dochter, zijn verreweg de mooiste door de breekbare, haast mystieke sfeer ervan. Johannes komt daarentegen nauwelijks uit de verf. Hij lijkt de meer nuchtere tegenhanger van zijn vrouw en dochter te zijn, maar vlucht voortdurend in de levens van twee vrouwen uit het verleden. Wat de functie is van zoveel correspondentie tussen Marie en Philippa, de memoires van Marie en delen van Johannes’ dissertatie, met voetnoten en al, heb ik niet goed begrepen. Die delen maken het verhaal minder sterk.
Daar staat tegenover dat er prachtige natuurbeschrijvingen worden gegeven en alle gefilosofeer boeiend is. Allerlei thema’s komen aan bod, zoals eenzaamheid, je niet thuis voelen, identiteit, depressiviteit, tijd, reden van bestaan en menselijke relaties. De hele roman staat bol van de symboliek. Het geheel is chaotisch en heeft geen begin of eind. Mogelijk is dat opzettelijk en helemaal in het kader van filosoof Derrida. Hoe dan ook, deze roman geeft genoeg stof om over jezelf na te denken.

Uitgeverij      Cossee, 2023
Pagina’s        232
ISBN             978 9464 521 009

Recensie door Janny Wildemast, januari 2024

 

 

Share

One comment

  • Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Powered by: Wordpress
    Geverifieerd door MonsterInsights