Recensies

‘Iets wat helpt’ door Mona Høvring

Iets wat helpt beschrijft in korte hoofdstukken het leven van Laura, de ik-figuur, vanaf de zelfdoding van haar moeder, die de zee inloopt als Laura zes jaar is, totdat ze op 18-jarige leeftijd gaat studeren. Inhoudelijk gezien gaat het om een eenzaam meisje met een heftig verhaal, maar bij het lezen vond ik het een zacht boek, melancholiek maar niet zwaarmoedig. De stijl is nuchter, alsof Laura zichzelf van een afstandje bekijkt. Ze klinkt en oogt als een zelfstandig kind, dat zich niet uit het veld laat slaan, maar ze hunkert naar contact, ‘iets wat helpt’ tegen het verlies van haar moeder.

Deze hunkering naar contact leidt ertoe dat ze zich in relaties niet zelfstandig opstelt en haar gedrag laat bepalen door anderen, ook op seksueel gebied. Ze merkt echter dat ook hechte en zelfs intieme contacten niet blijvend zijn. Haar beste schoolvriendin gaat verhuizen en van de belofte om elkaar te blijven schrijven komt niets terecht. Vivian, een vrouw die qua leeftijd haar moeder had kunnen zijn, en vermoedelijk daarom voor Laura een grote aantrekkingskracht heeft, wijdt haar in een weekend seksueel in, maar ziet haar daarna eigenlijk niet meer staan. Haar vriendje Peter legt het tijdens een weekend met vrienden al snel ook met een ander meisje aan, Beate. Haar vader en haar broer spelen nauwelijks een steunende rol in haar leven. Haar vader is visser en vaak dagen achtereen op zee, haar broer gaat studeren en vertrekt naar een andere stad.

Een vaste figuur daarentegen is Andreas, een tuinman, met zijn vrouw Johanna. Hij raapt haar op als ze als klein kind uit een boom valt, geeft haar zijn warme jas als ze het huis niet in kan, en laat Laura helpen bij zijn tuinwerk. Andreas en Johanna hebben ook nog een filmpje waar haar moeder op staat. Door haar contact met Andreas en zijn werk raakt ze geïnteresseerd in botanie en besluit ze dat ze daar een studie in wil volgen. Op die manier geeft Andreas haar een uitweg naar een zelfstandig leven van haar eigen keuze.

Dat heeft Laura ook nodig, want toevallig hoort ze van haar broer dat hun vader een vrouw heeft leren kennen met wie hij wil gaan samenleven, in IJsland, en dat hij het huis gaat verkopen. Dat betekent dat het huis leeg moet en dat ook de herinneringen aan haar moeder zullen verdwijnen. Tegenover haar vader houdt ze zich groot en zegt ze dat ze al besloten heeft dat ze wil gaan studeren. In diezelfde periode valt het weekend waarop haar vriendje haar in de kou laat staan. Ze voelt zich alleen en vervreemd van de gasten. ‘Ik zag voor me hoe mijn vader thuis op het trapje zat, met zijn arm in de lucht om me uit te zwaaien. Wat verdomd onhandig, dacht ik. Wellicht had hij dat bij mijn moeder ook gedaan, geen stom woord over de belangrijke dingen. Misschien besloot ze om te verdwijnen vanwege al die verdraaiingen en misverstanden, misschien was het omdat ze zich niet meer kon beschermen, dat haar dat gewoon niet lukte” (….) ’Ik vervloekte mezelf. Ik was zoals mijn moeder, dacht ik bij mezelf. Het lukte mij ook niet om mezelf te beschermen. En ik was zoals mijn vader, niet in staat om ook maar iets verlossends uit te spreken”

Ze loopt weg van het weekendverblijf, toevallig samen met Beathe, die haar meeneemt naar haar appartement. Weer laat Laura de dingen over zich heen komen. “Ze ging tegen me aan staan en zoende me op mijn mond. Ik liet het gebeuren. Ze begon me uit te kleden en ik hield haar niet tegen”. De volgende ochtend voelt ze zich ontheemd en neemt een taxi naar het station, terwijl Beathe nog ligt te slapen, als iemand zonder problemen, gezegend door de goden. In de trein snijdt ze haar pols door.

Na een half jaar in een instelling gaat het beter met haar. In het laatste hoofdstuk wordt verteld hoe Laura per trein en boot teruggaat naar haar dorp om daar afscheid te nemen van Andreas en Johanna, voordat ze naar Engeland vertrekt voor haar studie botanie. Onderweg naar het dorp zit Vivian op dezelfde boot en knoopt geïnteresseerd een gesprek aan. Laura beschrijft bijna verbaasd dat het een goed contact was: “…toen dook ze toevallig op en alles was in orde, zo leek het in elk geval”.
De herinneringen aan haar moeder blijven opkomen, ook op de korte wandeling door het dorp, maar Laura klinkt nu sterker en kan erbij glimlachen. Het geeft de lezer het vertrouwen dat Laura verder haar weg wel zal vinden.

Mona Høvring (1962) is een Noorse auteur die in 1998 als dichter debuteerde. Ze heeft zes poëziebundels en vier romans gepubliceerd. Iets wat helpt is haar debuutroman. In 2018 krijgt ze de Norwegian Critics Prize for Literature voor haar nieuwste boek (in 2021 in het Nederlands vertaald als Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde) en in 2021 wordt ze bekroond met de Dobloug-prijs, de prestigieuze onderscheiding van de Zweedse Academie voor literatuur en literatuurwetenschap. Daarna wordt ook haar eerste roman in het Nederlands vertaald en in de pers goed ontvangen. Lotte Jensen omschrijft Iets wat helpt (de Volkskrant, 22 september 2022) als een mooie, pakkende en sensuele coming-of-age-roman, geschreven in een eenvoudige en doeltreffende stijl. Dieuwertje Mertens noemt het in het Parool een ingetogen verhaal waarachter grote emoties schuilgaan. Vergelijkbare kwalificaties kom je tegen in andere recensies. Die omschrijvingen passen helemaal bij hoe ik Iets wat helpt heb beleefd. Het is een mooi en lief boek over een veerkrachtig meisje dat continu op zoek is naar haar moeder en naar geborgenheid. Een aanrader.

Uitgeverij       Oevers, 2022
Pagina’s        143
Vertaald        uit het Noors door Liesbeth Huijer (Noe som hjelper, 2004)
ISBN             978 9492 068 989

Recensie door Marianne van der Weiden, oktober 2023

image_pdfimage_print
Share

One comment

  • Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Powered by: Wordpress
    Geverifieerd door MonsterInsights