Recensies

‘Geen tijd verliezen’ door Jolande Withuis

Jeanne Bieruma Oosting 1898 – 1994

Al heb je nog nooit gehoord van de schilderes en graficus Jeanne Bieruma Oosting (1898 tot 1994), ook dan is de biografie die Jolande Withuis over haar schreef meer dan de moeite van het lezen waard. Niet alleen is het leven van Jeanne uitermate boeiend, maar ook wordt een gedetailleerd beeld geschetst van bijna een eeuw kunst en kunstenaars. Daarnaast wordt pijnlijk duidelijk hoe moeilijk het leven was voor een vrouwelijke kunstenaar. In feite is het dat nog steeds. Onlangs stond in de krant dat vrouwelijke kunstenaars 50% minder verdienen dan mannen.

Jeanne Bieruma Oosting was de dochter van de steenrijke grootgrondbezitter Jan Bieruma Oosting en Adriana Janke barones van Harinxma thoe Slooten. Deze twee Friese families bezaten een hele serie landgoederen en buitenhuizen. Jeanne werd in Leeuwarden geboren. Een jaar later kreeg ze een zus, Lot, en elf jaar later een broer, Hans. Ze groeide op in kasteel De Cloese bij Lochem.
Het was de bedoeling dat Jeanne genoeg opleiding zou krijgen om een redelijke conversatie te kunnen voeren en verder moest ze zo snel mogelijk aan een man uit hetzelfde milieu zien te komen zodat ze erfgenamen kon baren. Zus Lot deed dat inderdaad, maar Jeanne niet. Het huwelijk van haar ouders was een slecht voorbeeld. Vader was een afgrijselijke potentaat die zijn personeel honds behandelde. Zijn vrouw had niets in te brengen, want tot 1957 was een getrouwde vrouw handelingsonbekwaam en haar geld was het zijne.

Jeanne maakte van jongs af aan tekeningen en daar wilde ze zich verder in bekwamen. Daar was natuurlijk geen sprake van. En toch lukte het Jeanne keer op keer om toch een opleiding te volgen, dankzij haar moeder die haar enerzijds kleineerde en tot op hoge leeftijd haar invloed deed gelden op het leven van haar dochter, maar haar anderzijds hielp. Dat was vrij bijzonder, want in hun kringen “hield men wel van schilderijen maar niet van schilders en zeker niet van schilderessen. Kunstenaarschap betekende armoede, alcohol en ontucht. Voor mannen minderwaardig, voor vrouwen een doodzonde.”

Onder strikte voorwaarden verbleef Jeanne van tijd tot tijd buitenshuis voor haar opleidingen. Voor geld was ze volkomen afhankelijk van haar vader. Ze had het naar haar zin, maar bevrijd van haar ouders was ze nog niet. Ze had het thuis op zijn zachtst gezegd niet makkelijk. Wel knipte ze haar haar af en liep zonder hoed. Jeanne werkte keihard en ze wordt aangenomen bij een kunstenaarsvereniging. Dat betekende erkenning door vakgenoten. Stap voor stap worstelt ze zich omhoog. Ze had af en toe relaties, met mannen en met vrouwen, maar trouwen wilde ze nooit: je kunt geen twee heren dienen en zij was getrouwd met de kunst. Ze is haar hele leven een gedreven kunstenares geweest die ‘geen tijd te verliezen had’.

In 1929 komt de grote verandering in haar leven; ze gaat zich in Parijs vestigen. Daar is niemand die haar verzorgt. Ze moet leren hoe niet rijke mensen zich in leven houden. Vaak is ze eenzaam, vaak lijdt ze honger, want haar vader chanteert haar met haar toelagen. Maar ze leeft, ze is vrij. Ze maakt kennis met alle mogelijke beroemdheden op schildersgebied, zoals Picasso, Matisse en Cézanne, maar ook op literair gebied waarin ze zeer geïnteresseerd is. Met haar moeder wisselt ze voortdurend boeken en commentaren daarop uit. In Nederland heeft ze een lange relatie met Adriaan Roland Holst.
In Parijs leert ze de onderkant van de samenleving kennen. Om die weer te geven heeft ze een nieuwe techniek nodig en zo wordt ze naast schilderes ook graficus. Ze overtreft al gauw haar meester en wordt uitzonderlijk goed in haar vak, vooral omdat voor grafische werken geduld nodig is, waardoor haar afbeeldingen beter werden. Ze wordt bewonderd en verguisd om haar werk. Voor velen is het allemaal te ‘mannelijk’.
Intussen pleegt haar vader zelfmoord nadat zijn jarenlange frauduleuze praktijken aan het licht gekomen waren. Zus Lot bekritiseert Jeanne voortdurend om haar levensstijl en heeft niets met haar gemeen, en broer Hans blijkt een lapzwans die renteniert van zijn vaders centen. Alleen met haar moeder wordt het contact geleidelijk aan beter.

Rond het begin van de Tweede Wereldoorlog gaat Jeanne weer terug naar Nederland. Ze weigert lid te worden van de Kulturkammer en weet zich toch staande te houden. Haar moeder krijgt Duitse inkwartiering in haar enorme huis.
Na de oorlog reist Jeanne veel. Haar moeder sterft in 1954, waardoor Jeannes leven een stuk comfortabeler wordt. Ze koopt dan van haar erfenis een landgoed, Het Elger, bij Almen. Daar zal ze blijven tot haar dood. Ze was daar ‘Juffrouw Oosting’ en ondanks haar afkeer van haar rijke achtergrond kwam zij door haar houding en manier van doen altijd over als een ‘dame’ voor wie men ontzag had. Ze werkte afwisselend in Almen, Amsterdam en Parijs en was een veel gevraagd kunstenares. In 1970 stelt ze de Jeanne Oosting Prijs in, voor jonge kunstenaars die per jaar uitblinken in een figuratief schilderij.
Toen ze 96 was, stierf ze als zeer gefortuneerde vrouw. Haar werk was voor haar geweest: “… geen bezigheid, geen bedrevenheid – het is een bezetenheid. Je bent er altijd mee bezig, verveelt je nooit, het is mijn adem.” Haar worsteling met haar achtergrond, haar vrouw-zijn in een mannenwereld, was ten einde gekomen. Op haar graf staat alleen: Jeanne Bieruma Oosting schilderes.

Het stemt wat treurig dat er zoveel beroemde kunstenaars zijn, waarvan er zoveel in de vergetelheid zijn geraakt, ongeacht hun enorme inzet en alles wat ze voor hun kunst hebben opgegeven. Ze gaven hun leven voor iets dat zo vergankelijk blijkt. De ene dag beroemd, de andere dag vergeten. Jolande Withuis heeft met haar biografie Jeanne uit de vergetelheid gehaald. Ze kon putten uit een enorme hoeveelheid achtergrondinformatie – uit Jeannes eigen memoires en duizenden brieven -, laat weinig details weg en wordt toch nooit saai in haar beschrijving. Naast haar scherpe portret van Jeanne krijgt de lezer niet alleen een beeld van een eeuw kunst, maar ook van een eeuw sociale omstandigheden, die sterk aan het veranderen waren en met name wat betreft de positie van de vrouw.
Jolande Withuis heeft ons een waar kunstwerk geschonken. Haar hele boek staat vol zwart-wit afbeeldingen en in het midden zit een uitgebreide kleurenkatern van werken van Jeanne, zowel de macabere uit Parijs als de bloemen en stillevens van na de oorlog. Dit jaar zijn er op initiatief van Jolande Withuis in allerlei plaatsen exposities van Jeannes werk. De meeste zijn er nog tot in oktober.

Uitgeverij      De Bezige Bij, 2021
Pagina’s       477
ISBN             978 9403 151 014

Recensie door Janny Wildemast, september 2022

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress