Recensies

‘Dingen die ik niet wil weten’ door Deborah Levy

Dingen die ik niet wil weten is het eerste deel van een 3-delige autobiografie van Deborah Levy die gaat over haar leven als veertiger, vijftiger en zestiger. Dit deel beschrijft de achtergrond van haar als schrijfster waarbij zij zich baseert op een essay van George Orwell uit 1946 getiteld Why I Write.

Volgens George Orwell zijn er vier redenen waarom een schrijver schrijft:
– uit puur egoïsme; er wordt over je gesproken, ook na je dood, en je kunt aan al die volwassenen die vroeger tegen je zeiden dat je niks voorstelde laten zien dat je wél wat kunt
– esthetisch enthousiasme; plezier hebben in woorden en klanken en het willen delen van waardevolle ervaringen
– historische drijfveren; feiten verzamelen en ze voor het nageslacht bewaren
– politieke doeleinden; de wereld in een bepaalde richting willen duwen en de maatschappij veranderen
In vier essays reageert Deborah Levy hierop, maar in een andere volgorde.

In het eerste, Politieke Doeleinden, begint de schrijfster met een beschrijving van zichzelf als doodongelukkige vrouw die naar Mallorca vlucht. Ze is daar eerder geweest toen er nog liefde in haar leven was. Ze voelt zich nu vastgelopen in haar rol als Vrouw en Moeder. Uitgebreide citaten van Marguerite Duras en Simone de Beauvoir komen aan bod waarin een benauwend door mannen bepaald rollenpatroon beschreven wordt waarin vrouwen gevangen zitten.
Op Mallorca zit ze vlakbij het klooster waar George Sand en Frédérique Chopin gelogeerd hebben. George, eigenlijk Amantine Lucile Aurore, was net als Deborah een vrouw die niet in het stereotype plaatje paste en nergens bij hoorde. Aan een even eenzame Chinese winkelier probeert ze te vertellen waarom ze schrijver is geworden en dat gaat ze doen in de volgende drie essays.

Het verhaal verplaatst zich van Mallorca naar Zuid-Afrika waar Deborah Levy geboren is. Haar vader wordt opgepakt omdat hij lid is van de ANC en komt in de gevangenis waar hij gemarteld wordt. De kleine Deborah heeft een Barbiepop en zij wil ook van plastic zijn, “onberoerd doordoor de vreselijke dingen die er in de wereld gebeurden” en geschilderde ogen hebben “waar geen geheimen in werden bewaard”. Niemand mag weten waar haar vader is. Dat maakt haar raar op school en ze is ook nog eens Joods. Het thema van er niet bij horen komt hiermee terug in dit tweede essay. In groter verband geldt dat thema natuurlijk ook voor de zwarte en witte wereld in Zuid-Afrika die pijnlijk duidelijk wordt beschreven door een kind dat opgroeit onder de apartheid.

Als kind praat Deborah alleen maar zachtjes en ze moet gedwongen worden om harder te spreken. Haar vader schreef haar: “Denk erom dat je je gedachten hardop uitspreekt en niet alleen in je hoofd.” Dat kan ze niet, dus besluit ze woorden op te schrijven. Schrijven geeft haar een stem.
Papa komt weer terug uit de gevangenis en kort daarna verhuist het gezin naar Engeland. Daar wil Deborah nieuwe herinneringen gaan krijgen, want aan Zuid-Afrika wil ze niet meer denken. Ze weet nu dat je moet uitkomen voor dingen die je graag wilt en dat je die hardop moet zeggen. Verder heeft ze geleerd dat je in de wereld moet staan en je er niet door moet laten verslaan.
Dit tweede deel, ‘Historische Drijfveren’, is verreweg het langste deel, maar ook het meest vloeiend verteld. Het is heel ontroerend.

Het derde deel, ‘Puur Egoïsme’, speelt in Engeland waar het gezin uiteen valt. Deborah heeft te horen gekregen dat ze nu in Ballingschap leeft, niet in Engeland. Daar hoorde ze toch al niet thuis omdat haar Engels afwijkt van dat van de Engelsen en veel gewoontes kent ze niet. Opnieuw hoort ze er niet bij. Op servetjes schrijft ze alleen het woord ‘Engeland’ in allerlei variaties. Ze weet dat ze schrijver wil worden maar voelt zich door alles overweldigd en weet niet waar te beginnen.

Het laatste essay, ‘Esthetisch Enthousiasme’, speelt weer op Mallorca. Deborah realiseert zich dat ze net als George Sand op de vlucht is. “We waren op de vlucht voor de leugens die besloten lagen in het politiek taalgebruik, voor de mythes over onze rol en ons doel in het leven.” Citaten van Virginia Woolf worden gebruikt om ten slotte tot vragen te komen als: wat doe je met kennis waar je niet mee kunt leven? Wat doe je met dingen die je niet wil weten? Dan steekt ze de stekker van haar laptop in het stopcontact. Ze weet nu hoe het is om niet te voldoen aan maatschappelijke verwachtingen en durft zichzelf uit te spreken. Wat ze allemaal niet wil weten, moet de lezer zelf concluderen.

Hoewel Deborah Levy mijns inziens niet echt een adequate reactie op het essay van Orwell geeft, beschrijft ze wel aandoenlijk hoe een kind, een meisje, een vrouw die nergens bij hoort, zich ontwikkelt tot schrijfster, zij het dat in deze bundel haar schrijftalent mijns inziens niet echt uit de verf komt. Met uitzondering van het Afrikaanse deel is haar schrijven rommelig en ongestructureerd. Het blijft een verhaal over iemand die iets zeggen wil, maar er niet uitkomt hoe ze dat moet doen.
Wat een lezer aan moet met haar bekentenissen, is mij niet duidelijk geworden. Om een feministisch betoog gaat het ook niet echt, ondanks de veelvuldige citaten van feministen. Uit haar verhaal blijkt nergens dat ze moet vechten voor haar plaats als vrouw in de maatschappij, er komen nauwelijks mannen voor in haar essays en die zijn allemaal aardig en behulpzaam.
Een schrijfster die zo vaak in de prijzen is gevallen had volgens mij met een doordachter en beter geschreven boek kunnen komen. Hopelijk zijn de volgende twee delen meer de moeite van het lezen waard.

Uitgeverii           De Geus, 2020
Pagina’s            158
Vertaald             uit het Engels door  Astrid Huisman en Roos van de Wardt  (Things I Don’t Want to Know)
ISBN                  978 9044 543 896 

Recensie door Janny Wildemast, augustus 2022

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress