Recensies

‘Werelden uit elkaar’ door Julia Franck

Julia Franck heeft er tien jaar over gedaan voordat ze over haar jeugd in Oost- en West Duitsland kon schrijven en ze heeft haar moeder afgeraden het eindproduct te lezen. Julia’s verhaal is dan ook verbijsterend. Wie wel eens denkt een moeilijke jeugd gehad te hebben moet dit boek eens lezen, en al helemaal omdat Julia zonder enige rancune terugblikt op haar jeugd.
In de proloog van Werelden uit elkaar schrijft Julia Franck: “Onze ervaringen veranderen ons en onze kijk op de dingen. Vaak liggen onze verhalen en onze blik op de werkelijkheid werelden uit elkaar.” Daarmee benadrukt ze dat háár visie in haar verhaal wordt gegeven en dat dat niet de enige of de juiste hoeft te zijn. Een roman of autobiografie wil ze haar boek niet noemen. Liever gebruikt ze het woord ‘autofictie’.

Julia is de dochter van actrice Anna Katharina Franck en regisseur Jürgen Sehmisch, en kleindochter van beeldhouwster Ingeborg Hunzinger. Julia en haar tweelingzus hebben dezelfde vader, maar hun oudere en jongere zus hebben twee andere vaders. Hun grootmoeder mocht als Jodin niet met de vader van haar kinderen trouwen vanwege de raciale wetten van de nazi’s. Ze was een eigenzinnige communiste die in het geheim voor de Stasi werkte en twee bastaardkinderen kreeg, waarvan de zoon zelfmoord pleegde en de dochter de moeder van Julia werd. Deze Anna had een zoon gewild om het verlies van haar broer te compenseren, maar ze kreeg een meisjestweeling . Julia en haar zus zijn dus in Oost-Berlijn geboren als ongewenste kinderen, maar ja, kinderen kiezen zelf hun ouders, dus moesten ze niet zeuren, vond Anna.

Middenin de Koude Oorlog verhuist Anna met haar vier kinderen naar West-Berlijn, waar ze in opvangkamp Marienfelde terecht komen. Daar zijn ze Ossies en ze zijn ook nog eens Joods. Ze zijn ‘sociale gevallen’.
Van jongs af aan weten de kinderen dat ze niet moeten praten over hoe het er bij hun thuis aan toegaat. Hun moeder is zorgzamer voor de varkens dan voor haar kinderen. Die moeten zelf maar voor hun eten zorgen, hun eigen ruzies oplossen en zonder regels leven. Jezelf en je kleren schoonhouden is burgerlijk. Knuffelen is nergens goed voor. Verjaardagen en schoolrapporten worden vergeten en een ziek kind wordt vanzelf wel beter. Moeder komt en gaat wanneer het haar uitkomt en haar huis is een chaos, want ze kan niets weggooien.
Uit het vluchtelingenkamp komen ze terecht op een vervallen boerderij in Sleeswijk-Holstein, waar de kinderen op een Steinerschool geplaatst worden. Het gezin leeft van een uitkering, dus pakt Julia van alles aan om wat geld te verdienen. Daarnaast vlucht ze in haar dagboeken waarvan ze er wel twintig heeft geschreven. Als daaruit geciteerd wordt, schakelt de schrijfster consequent over van ‘ik’ naar ‘het meisje’.

Als Julia 13 is, is de maat vol. Ze wil weg, hoewel, het is ook heel goed mogelijk dat haar moeder genoeg had van haar, en ze gaat bij vrienden van haar moeder in Berlijn wonen. Als die gaan scheiden, komt ze in een leefgemeenschap terecht van mensen die op hun persoonlijke groei gericht zijn en niet op haar.
Intussen is Julia op zoek gegaan naar haar biologische vader. Ze vindt hem, maar hij blijkt ongeneeslijk ziek te zijn. Wel laat hij twee dagboeken na voor haar en haar tweelingzus die verhelderend werken.
Gelukkig leert ze dan tijdens haar studie Stephan kennen, haar grote liefde. Hij komt uit een keurig burgerlijk gezin, heeft nog nooit gewerkt want er is geld genoeg en hij is helemaal gefascineerd door Julia met haar bohémienachtige achtergrond. Als ze nog maar kort samenwonen gaat het mis. Stephan wordt door een vrachtwagen overreden.
Julia stopt met haar rechtenstudie en gaat naar San Francisco om te voorkomen dat ze zelfmoord zal plegen. Ze werkt daar een tijdje met aids patiënten en gaat dan naar Mexico, waar het verhaal zomaar eindigt.
Uit interviews blijkt dat ze nu zelf twee volwassen kinderen heeft en net als haar grootmoeder en moeder zonder man leeft. Met haar moeder heeft ze eens in de drie, vier jaar contact. Ze heeft haar vergeven want: “‘Een mens kan niet kiezen om van een kind te houden dat hij op de wereld heeft gezet. Het was geen kwade wil.” Julia is nu een veel geprezen en gelauwerde schrijfster.

Het is duidelijk waar de titel Werelden uit elkaar op slaat. Naast de eerder genoemde uiteenlopende visies op dezelfde gebeurtenissen is dat niet zozeer het verschil tussen Oost- en West-Duitsland dat meer als achtergrond dient, maar evengoed regelmatig gruwelijk door het verhaal heen sijpelt. Al iets meer zijn de totaal verschillende werelden van Julia en haar geliefde Stephan van belang, maar het hoofdthema is toch wel het enorme verschil tussen de wereld van moeder Anna met haar kinderen en de wereld daarbuiten. Daarnaast is mogelijk het meest belangrijk hoe de wereld van de jonge Julia verschilt van de Julia die zij later geworden is.

Dit mooie, eerlijke en aangrijpende verhaal is jammer genoeg heel chaotisch op papier gezet. Het kost moeite om het van begin tot eind te lezen. Veel namen, veel sprongen in de tijd, Julia die ook ‘het meisje’ is, maar die zich daarnaast een tijd Susanne heeft genoemd, veel verwijzingen naar boeken en films die hier niet erg bekend zijn – dat alles maakt het de lezer niet gemakkelijk.
Misschien is hiervoor de reden dat mensen vaak niet op een ordelijke en chronologische manier aan hun jeugd terug denken. Toch doet de chaos af aan de uiteindelijke waarde van Werelden uit elkaar.

Uitgeverij      Wereldbibliotheek, 2021
Pagina’s:      318
Vertaald        uit het Duits door Els Snick (Welten auseinander)
ISBN             978 9028 451 896

Recensie door Janny Wildemast, juni 2022

 

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Powered by: Wordpress