Recensies

‘Lichter dan ik’ door Dido Michielsen

Plaatsvervangende schaamte bekroop me toen ik Lichter dan ik las. De arrogantie en het dédain van witte Nederlanders in wat nu Indonesië is, lijkt onuitroeibaar. Het verhaal speelt zich af in Djokja (nu: Jogjakarta) rond 1900. Ik las het boek in de week dat het grote historische onderzoek naar de oorlog in Indonesië tussen 1945 en 1950 uitkwam, en waarin wederom duidelijk werd dat het leven van inlanders veel minder waard werd geacht dan dat van Nederlanders. Een derde groep, die een rol speelt in dit verhaal, zijn de Indo’s, mensen van gemengde afkomst, die zoveel mogelijk Nederlands willen lijken en hetzelfde neerbuigende gedrag vertonen. De Javanen zijn geschokt door de lompheid en onhandigheid van de Nederlanders, maar voelen zich niet in de positie om er iets van te zeggen en laten het over zich heen komen, terwijl ze ondertussen zoveel mogelijk met hun eigen leven en cultuur doorgaan. Hoewel ook aan de Javaanse cultuur nadelen zitten, zo lezen we.

In Lichter dan ik vertelt Isah haar levensverhaal. Ze is Javaanse, dochter van een alleenstaande batikster. In het begin heeft ze niets te maken met de Nederlanders en speelt haar leven zich af rond het paleis van de sultan van Djokja. Gaandeweg merkt ze dat er binnen haar omgeving duidelijke standsverschillen zijn, en dat je als meisje zonder prinselijk bloed weinig in te brengen hebt. Om Isah’s positie ook voor de toekomst veilig te stellen wil haar moeder een huwelijk arrangeren met een goede partij, maar daar is Isah niet van gediend. Ze wil haar eigen keuze maken. Dat lijkt in eerste instantie te lukken: ze maakt stiekem kennis met Gey, een Nederlandse militair, en trekt bij hem in als njai, bijvrouw. Gey vindt dat wel gemakkelijk, want hij heeft niemand om het huishouden voor hem te regelen en het bed mee te delen. Gey vraagt zijn buurvrouw Lot, een Indo die met de Nederlander Arnold is getrouwd, Isah te leren hoe ze alles moet aanpakken en hoe ze Nederlandse gerechten op tafel moet zetten. De belangrijkste boodschap die Lot Isah meegeeft is dat ze onzichtbaar moet zijn, bijvoorbeeld door een witte blouse te dragen. Het geeft een bijzondere inkijk in de verschillen tussen beide culturen als je Isah hoort denken over dit soort zaken: wit is de kleur van rouw, het Nederlandse eten heeft geen smaak en alle vormen van Javaanse hoffelijkheid en traditie worden genegeerd.

Gey blijkt een slappeling. Ze hebben samen twee dochters gekregen, maar Isah’s hoop dat Gey haar een wettelijke status zal geven komt niet uit. Hij gaat terug naar Nederland om daar een vrouw op te halen met wie hij al is verloofd en gaat trouwen. Isah en haar kinderen krijgen te horen dat ze voortaan voor zichzelf moeten zorgen. Maar ze kunnen nergens terecht, want Isah’s moeder is overleden. De oplossing die bedacht wordt is wreed: de buren Arnold en Lot, die zelf twee zoontjes hebben, stemmen er in toe de twee meisjes als pleegkinderen te adopteren en Isah aan te nemen als baboe voor de vier kinderen. De meisjes zullen een Hollandse opvoeding krijgen en daarmee een goede uitgangspositie voor hun verdere leven. Ze zijn nog zo klein dat ze zich niet realiseren dat hun baboe eigenlijk hun moeder is. Voor Isah is het hartverscheurend, voortdurend gekleineerd door Lot en altijd met de angst dat ze haar kinderen zal kwijtraken. Uiteindelijk gebeurt dat ook: als de meisjes ongeveer vijftien jaar oud zijn worden ze naar Batavia gestuurd voor een opleiding in een internaat. Isah kan daar niets tegen doen. Een baboe is nu niet meer nodig en Isah wordt overgedaan aan een ander Nederlands huishouden. Daar houdt ze het niet lang vol, vooral niet omdat ze op zoek wil naar haar dochters. Ze weet wat geld te sparen en vertrekt naar Batavia waar ze als marktverkoopster en batikster in haar levensonderhoud voorziet. Haar dochters vindt ze niet, wel leest ze in een krant dat ze allebei zijn getrouwd met een Nederlandse man. Eigenlijk blijft ze haar hele leven lang hopen ze toch nog een keer terug te vinden, maar ze blijft eenzaam achter. Gelukkig vindt ze in Tjanting een vriendin aan wie ze haar verhaal kwijt kan. Tjanting is een njai die het geluk had dat haar man haar na een aantal jaren wel als echtgenote erkende. Zij schrijft het verhaal van Isah op, om haar – en alle andere njais – een stem te geven.

Dido Michielsen (1957) draagt het boek op aan haar moeder, oma, overgrootmoeder en alle moeders van wie we de naam niet kennen. Op de achterflap van het boek staat dat ze zich heeft laten inspireren door het leven van haar betovergrootmoeder. Ze stamt zelf namelijk af van een njai. Ik vind het knap hoe ze het verhaal met ingehouden emotie weet over te dragen: je voelt de verontwaardiging en boosheid over hoe er met Isah wordt omgegaan, maar nergens wordt het larmoyant of een tirade. Ik stel me voor dat dit een bewijs is van haar Javaanse achtergrond en een cultuur die waarde hecht aan zelfbeheersing en hoffelijkheid.
Eerder schreef Dido Michielsen vier non-fictie boeken. Lichter dan ik is haar debuutroman, waarmee ze in 2020 de Nederlandse Boekhandelsprijs won. Een terechte erkenning van dit aangrijpende boek.

Uitgeverij      Hollands Diep, 2019
Pagina’s       259
ISBN            978 9048 861 231

Recensie door Marianne van der Weiden, maart 2022

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress