Recensies

‘Mary’ door Anne Eekhout

Anne Eekhout heeft een roman gewijd aan Mary Shelley (1797-1851), schrijfster van Frankenstein, en tijdgenote van de 19e eeuwse Engelse Romantische schrijvers zoals Byron, Coleridge, Keats en Percy Bysshe Shelley, die haar echtgenoot was.
De 18e en19e eeuw vormden een tijd van grote veranderingen op wetenschappelijk en industrieel gebied. Daarmee groeiden ook onzekerheden. Geloven in God werd in twijfel getrokken. De dood was misschien niet zo absoluut als gedacht, want de medische wetenschap ontwikkelde zich snel. De wereld werd ontdekt toen nieuwe vervoersmiddelen werden uitgevonden. Alles wat onmogelijk werd geacht, bleek toch vaak mogelijk te zijn. Dat alles prikkelde de fantasie van met name de schrijvers en zo ontstond de ‘gothic novel’. Dat is een literair genre waarin mysterie, romantiek en horror met elkaar vermengd worden. Denk bijvoorbeeld aan Dracula en vampierverhalen. En aan Frankenstein van Mary Shelley. Wie was die vrouw wier boek beroemder werd dan zijzelf?

Er is al veel over haar geschreven, maar Anne Eekhout kiest ervoor Mary te beschrijven in 1812 en in 1816. In 1812 verbleef Mary een tijd in Dundee om te herstellen van een huidaandoening. In die periode van opgroeiend meisje van 14 jaar ontwikkelt ze haar fantasie en haar vrouw zijn. Omdat er juist over die tijd niets bewaard is gebleven aan dagboekmateriaal of brieven, kon Anne Eekhout zich hier uitleven. Haar roman is dus geen biografie, maar een mengeling van fantasie en werkelijkheid en dat is, al dan niet toevallig, ook het thema van het boek Mary: wat is echt en wat is verzonnen en is dat verschil belangrijk?
Mary zelf vond: “Telling the best possible story matters more than the truth.”

Mary wordt door haar vader naar de hem bekende familie Baxter in Schotland gestuurd. Mary ontwikkelt een hechte vriendschap met dochter Isabella Baxter en leert met haar haar lichaam kennen. Beide meisjes zijn gefascineerd door ‘de andere wereld’ en trekken er vaak op uit in de vrije natuur van Schotland, waar ze van alles menen te zien, waaronder een vreemd ‘monster’ dat op een veel te groot mens lijkt en hen angst maar ook medelijden inboezemt. Ze mogen hier weer geloven in wat ze afgeleerd hadden te geloven.
Dan is daar ook meneer Booth, de echtgenoot van Isabella’s zus die eerst invalide wordt door een val van de trap en dan jong sterft. Hij waarschuwt Mary niet te innig te worden met Isabella omdat ze niet is wat ze schijnt te zijn, dat ze onevenwichtig is en dat ze mogelijk een spiritueel aandeel heeft gehad in de val van haar zus. Mary en Isabella denken echter dat er iets mis is met meneer Booth. Hij is bierbrouwer, maar wat doet hij nog meer in zijn laboratorium? Het ene moment is hij ‘een knappe, aimabele heer’ en op het andere heeft hij ‘een verwrongen dierlijkheid in zijn blik.’
Veel elementen van de gothic novel zijn aanwezig: onvoorspelbare krachten, mysterieuze personen, romantiek en veel onnatuurlijke gebeurtenissen. Aan de griezelige fantasieën van de meisjes komt een abrupt eind als meneer Booth Isabella ten huwelijk vraagt en Isabella tegen Mary zegt dat hun fantasiewereld maar kinderspel was. Datzelfde zegt meneer Booth ook tegen Mary en hij dwingt haar min of meer haar dagboek in zee te gooien.

Vier jaar later zit Mary met haar man Percy Shelley en haar stiefzus Claire in een huis op de oever van het meer van Genève, vlakbij Villa Diodati waar de dichter Byron woont met zijn lijfarts John Polidori. De vijf komen regelmatig bij elkaar om elkaars werk te beoordelen, maar vooral om elkaar verhalen te vertellen. Daar worden ze steeds beter in naarmate de hoeveelheden wijn vermengd met laudanum toenemen. Ze besluiten er een wedstrijd van te maken wie het griezeligste verhaal kan schrijven. Mary zal met de mannen meedoen. Claire niet. Die speelt de rol van aandacht trekkend kindvrouwtje, waar Mary grote moeite mee heeft.

Mary is de dochter van de Britse feministe Mary Wollstonecraft en filosoof William Godwin en heeft dus heel wat intellectuele bagage mee gekregen. Ondanks die achtergrond heeft ze het moeilijk zich staande te houden in de mannenwereld. In haar gedachtewereld spelen haar bij haar geboorte overleden moeder en haar eerste premature kindje dat stierf, een grote rol. Ze heeft nu een zoontje waar ze zielsgelukkig mee is. Haar man gelooft in de vrije liefde en heeft dan ook een relatie met Claire, maar Mary wil hem voor zichzelf. In haar eenzaamheid leeft ze erg in haar hoofd. Ze voelt hoe er in haar een toenemende woede ontstaat ‘die ageert tegen het vanzelfsprekende, tegen de verwachtingen, tegen het buigen, het buigen, het buigen’. Het is uit die woede dat er een monster tevoorschijn zal komen op papier. Alleen schrijvend kan ze tot uitdrukking brengen wat ze ten diepste voelt: “Haar geest. Haar denken, haar mening, haar idee. Het is allemaal van haar.

Na het lezen van Mary had ik de neiging op te zoeken wie de vertaler was; zozeer is Anne Eekhout erin geslaagd een ‘Engelse’ gothic novel te schrijven. Wat ze ook bij elkaar heeft gefantaseerd, het past allemaal in één prachtig fictief en non-fictief portret van Mary Shelley. Haar keuze voor schrijven in de eerste persoon in het Schotse deel haalt Mary dichterbij. Dat was niet nodig in het Zwitserse deel dat grotendeels op waarheid is gebaseerd en dus in de derde persoon is geschreven.
Een enkele stilistische kantekening: Anne Eekhout verliest een aantal keer de greep op haar vergelijkingen, die soms clichématig zijn en op andere momenten warrig worden. Jammer is ook dat ze de meeste emoties die in het verhaal voorkomen zelf beschrijft en niet laat blijken uit de handeling.

Inmiddels zijn de vertaalrechten van Mary aan tien landen verkocht. Geen wonder, want dit is een prachtige roman.

Uitgeverij     De Bezige Bij, 2021
Pagina’s       382
ISBN            978 9403 153 315

Recensie door Janny Wildemast, februari 2022

 

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Powered by: Wordpress