Recensies

‘Storegga’ door Élisabeth Filhol

Storegga betekent ‘grote rand’ in het Noors en verwijst naar de rand van het continentale plat voor de Noorse kust. Achtduizend jaar geleden is daar een stuk van afgebroken, wat een tsunami veroorzaakte die het Doggerland verzwolg. Nu ligt daar in de Noordzee de Doggersbank die door alle omringende landen wordt geëxploiteerd voor visserij, olie- en gaswinning en windmolenparken.

De roman Storegga begint met de aankondiging van een abnormaal heftige storm die de naam Xaver krijgt. Die storm leidt ertoe dat vluchten geannuleerd moeten worden en dat automobilisten er behoorlijk last van ondervinden, maar door de dreigende beschrijving verwachtte ik eigenlijk dat er weer een natuurramp zou ontstaan, waardoor opnieuw alle menselijke activiteit in het gebied van de Doggersbank weggevaagd zou worden. Maar dat gebeurt niet. Mensen laten zich niet afhouden van hun ambities: iedereen komt gewoon, zij het een dag later, aan op zijn of haar bestemming en de boorplatforms en windmolens staan nog steeds overeind. Dat is één van de tegenstellingen die Élisabeth Filhol neerzet.

Een tweede tegenstelling is die tussen verschillende soorten ambities. Margaret is archeologisch onderzoeker aan de universiteit van St. Andrews in Schotland en doet onderzoek naar de beschaving die vóór de tsunami op Doggerland bestond. Dat is geduldig en gedegen werk waar niet veel geld voor beschikbaar is. De onderzoekers zijn afhankelijk van de grote oliebedrijven die verkennend bodemonderzoek uitvoeren voordat ze bepalen waar geboord gaat worden. De archeologische resten die bij dat onderzoek naar boven komen worden gegund aan onderzoekers als Margaret. Alle andere hoofdrolspelers gaan voor het grote geld: Margarets broer Ted is een grote man bij de weerdienst die storm Xaver op de voet volgt, haar man Stephen werkt voor een firma die windmolenparken aanlegt en beheert, en haar oude geliefde Marc is actief in de olie-industrie.

Hier ligt een link met de eerste tegenstelling, tussen natuur en mens. Marc maakt zich namelijk zorgen over wat alle ingrepen in de Noordzee betekenen voor de stabiliteit van de bodem. Hij verwijst daarbij naar wat er in Groningen gebeurt na alle gasboringen. Zijn zorgen worden zo beschreven dat je als lezer verwacht dat de ramp zich nu direct zal voordoen, maar dat gebeurt dus niet. Hij wil een monitornetwerk opzetten met medewerking van alle landen rond de Noordzee, in de hoop een eventuele ramp vóór te zijn. De mens wil immers heersen over de natuur.

Tegen deze achtergrond speelt de derde tegenstelling, die tussen de persoonlijkheden van Margaret en Marc. Margaret hecht grote waarde aan stabiliteit en vastigheid en heeft er geen behoefte aan, is zelfs angstig, om op de voorgrond te treden of een leiderschapsrol op zich te nemen. Marc daarentegen wordt beschreven als een manisch-depressief persoon, die moet blijven hollen totdat hij niet meer kan en een inzinking krijgt. Zijn stemmingswisselingen worden vergeleken met de ups en downs in de olie-industrie. Marc en Margaret leerden elkaar kennen tijdens hun studie, maar als Marc – geheel onverwacht voor Margaret – een baan accepteert in Gabon, eindigt hun relatie. Stephen, een studiegenoot van Marc, treedt in zijn plaats en wordt haar echtgenoot. Ongeveer twintig jaar later gaan zowel Margaret, Stephen als Marc naar een conferentie in Esbjerg en hopen Margaret en Marc elkaar weer te ontmoeten. Want hoewel ze zich beiden wel op hun plek voelen in hun huidige leven, voelen ze toch ook nog de oude verbinding en vragen ze zich soms af hoe het zou zijn gelopen als ze samen doorgegaan waren. Margarets broer Ted blijkt hier een bepalende rol in gespeeld te hebben: hij vond Marc geen geschikte partner voor zijn kwetsbare zus en heeft via zijn contacten op Marcs vertrek aangestuurd. Ted heeft dat later ooit opgebiecht aan Marc en Margaret hoort het pas in Esbjerg. Dat vergroot het gevoel van spijt bij hen allebei dat ze elkaar zijn kwijtgeraakt. Met hun heel verschillende karakters zouden ze elkaar hebben kunnen versterken. Het verhaal eindigt ermee dat ze samen de laatste veerboot nemen naar het eiland Fanø tegenover Esbjerg, een open einde dus, een cliffhanger, als laatste Storegga.

Als epiloog volgt dan de beschrijving van hoe de tsunami Doggersland overspoelt en de bewoners compleet overvalt. Een treffende illustratie van de kwetsbaarheid van de mens tegenover de natuur. Gevoegd bij de dreiging van de storm Xaver en Marcs zorgen om de bodemgesteldheid van de Doggersbank, lees ik dit als een waarschuwing van Élisabeth Filhol: tot op heden redt de mens het en voelt hij zich de baas over de natuur, maar dat kan zo maar anders aflopen.

Storegga is de 3e roman van Élisabeth Filhol (1965) en de eerste die in het Nederlands is vertaald. Ook haar eerste twee boeken (La Centrale, Bois II) zijn klimaatromans. Ze kan bij haar schrijven gebruikmaken van haar werkervaring: ze werkt namelijk als consultant in de energiesector. Ik heb Storegga met plezier gelezen: het is actueel en als lezer voel je je serieus genomen. Met de soms lange zinnen en gedetailleerde informatie over de verschillende wetenschapsgebieden is het niet een boek dat je in een avond uitleest, maar er zit zoveel spanning in dat het je niet loslaat. Een aanwinst voor de bibliotheek dus.

Uitgeverij      Wereldbibliotheek, 2021
Pagina’s        270
vertaald         uit het Frans door Eva Wissenburg (Doggerland, 2019)
ISBN              978 9028 451 193

Recensie door Marianne van der Weiden, februari 2022

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress