Recensies

‘Circusnachten’ door Angela Carter

Circusnachten is een zgn. Schwob boek.
Marcel Schwob (1867-1905) was Frans schrijver en vertaler. Hij was een spil in de literaire salons van zijn tijd. Daarom is hij de inspiratie voor het initiatief Schwob – nieuwsgierig naar literatuur uit alle windstreken. De doelstelling van Schwob komt er in het kort op neer dat vergeten of onontdekte boeken, oorspronkelijk tussen 1880 en 1980 gepubliceerd, weer onder de aandacht komen. Met dit initiatief wil het Nederlands Letterenfonds de nieuwsgierigheid naar vertaalde literatuur verbreden en de kwaliteit en diversiteit van de literatuur in Nederlandse vertaling stimuleren.

Hooggeëerd publiek! Hedenavond krijgt u de wereldberoemde aerialiste Fere te zien. De Gevleugelde Vrouw die iedereen doet twijfelen aan de werkelijkheid. Kijk en huiver!”
Dan verschijnt een 1.85 meter lange vrouw, fors gebouwd met “Rubensiaanse vormen, haar gezicht, breed en ovaal als een vleesschaal, was uit grove klei op een gewoon potten-bakkerswiel geboetseerd” en “het moet gezegd worden dat ze van dichtbij meer weg had van een trekpaard dan van een engel. Maar dat trekpaard heeft wel twee vleugels met een spanwijdte van twee meter en ze wordt een engel als ze de lucht in vliegt.”

Het levensverhaal van Fere wordt beschreven in het eerste gedeelte van Circusnachten. Het speelt in 1899, “de smeulende sigarettenpeuk van de negentiende eeuw die op het punt staat uitgedrukt de worden in de asbak van de geschiedenis”. De Amerikaan Jack Walser, een avonturier die tegenwoordig zijn brood verdient met kopij te sturen naar een New Yorkse krant, neemt een interview af van Fere voor zijn serie ‘De grote oplichters van de wereld’. Hij spreekt een hele nacht met haar en haar peetmoeder/dienstmeid/vriendin Lizzie na afloop van een voorstelling van Fere in Londen. Het is dan al bekend dat ze een contract met zes nullen heeft getekend voor de Grote Keizerlijke Tour door Rusland en dan naar Japan gaat om vervolgens aan de Grote Democratische Tour door de VS te gaan beginnen.
De naam ‘Fere’ komt van het plat uitgesproken ‘veren’. Ze beweert namelijk dat ze uit een zwanenei is gekomen. Ze werd in een wasmandje te vondeling gelegd voor de deur van een bordeel en liefdevol is opgevoed door de hoeren, maar vooral door Lizzie. Al gauw blijkt dat het kindje dons op haar rug heeft. Dat zal later uitgroeien tot twee heuse vleugels.
Uit het interview blijkt dat Fere enorme bloemrijke zinnen ten beste kan brengen waarbij de punt aan het eind vaak gevormd wordt door een harde scheet of een boer. Ze heeft “[…] een stem die galmde als de dichtslaande deksel van een vuilnisemmer.” En dat alles dan met een Cockney accent. Ze gaat los met een woordgebruik waar een professor Nederlands zich niet voor zou hoeven schamen en dat zou je toch niet zou verwachten van iemand die door de hoeren is opgevoed. Die tegenstelling levert grandioze komische effecten op. Wat waar of niet waar is in haar verhalen, doet er niet toe: het gaat om het verhaal.

In het bordeel werkt Fere door eerst als Cupido en later als ‘Gevleugelde Victorie’ te poseren. Met mannen heeft ze niets te maken.
Als het bordeel ten onder gaat, wordt Fere voor veel geld ingehuurd door madame Schreck waar ze in haar rariteitenkabinet van vrouwelijke monsters de Engel des Doods mag spelen. Het leven is daar gruwelijk en van geld ziet ze niets. Ze weet te ontsnappen en komt terecht in het Cirque d’Hiver. Dan begint de tijd van haar triomfen als aerialiste op de trapeze.
Hiermee eindigt het interview, nadat Fere Jack heeft uitgenodigd met haar mee te reizen op Kapitein Kearneys Grote Keizerlijke Tour. Jack heeft urenlang Fere’s verhaal met veel scepsis aangehoord en zich afgevraagd waarom iemand met vleugels armen zou moeten hebben en vooral of ze wel of niet een navel heeft. Hij is echter zo geïntrigeerd geraakt door Fere dat hij besluit met haar mee te gaan. Daarmee begint het tweede deel dat zich in Rusland afspeelt.

In Sint Petersburg speelt Fere nu niet meer de hoofdrol, maar doet het circusleven dat. De verteltoon is niet meer geestig en sprankelend, maar zwaar en somber. Jack wordt aangenomen als clown. Zijn leider is Buffo de Grote die over zijn vak zegt: “De clown mag dan de bron van vermaak zijn – maar wie zal de clown aan het lachen maken? Ons slag pleegt zelfmoord.” Een bijeenkomst van de clowns is dan ook ronduit luguber en doet denken aan Edgar Allan Poe’s verhalen.
Fere krijgt het aan de stok met een familie van trapezewerkers die jaloers op haar zijn. De ruzie eindigt met het vertrek van de hele familie. En er gaat nog veel meer mis. Er verdwijnen nog veel meer artiesten, maar Kapitein Kearney blijft in alle omstandigheden optimistisch en blijft de goede raad van zijn varken Sybil volgen. Hij is dolgelukkig met Fere, want de kranten staan bol van de verhalen over of ze echt is of niet. Zijn motto is: “Belazer ze. Speel het spel om te winnen! Jawel meneer!”

In het derde deel gaat het verhaal verder in Siberië. De trein waarin het circusgezelschap door Siberië rijdt, wordt overvallen door een groep bandieten die vrijheid verkiezen boven het tsaristische regime. Er vallen doden en gewonden. Alle overlevenden worden gevangen genomen. Jack wordt meegenomen door een stel ontsnapte moordenaressen en wordt later gered door een sjamaan. Hij zal later weer bij Fere terugkeren, maar intussen sterven de olifanten en andere wilde dieren van kou en honger. Er is niet veel meer over van het circus dat ooit ‘een microkosmos van de mensheid’ was.
Fere merkt dat ze naar Jack verlangt. Ze denkt niet aan een huwelijk. “Mijn wezen, mijn eigen ik is uniek en ondeelbaar.” Nee, ze heeft andere plannen: “Ik zal van hem de Nieuwe Man maken, de passende gezel voor de Nieuwe Vrouw, en voorwaarts zullen wij gaan, hand in hand de Nieuwe Eeuw tegemoet.” ‘Nog eenmaal zal de oude wereld om haar as draaien en dan zal de nieuwe dageraad dagen, dan, ah, dan! Dan zullen alle vrouwen vleugels hebben, net als ik […] ze zal zich ontdoen van haar mentale ketenen, ze zal verrijzen en wegvliegen.’
Dan eindigt het verhaal met een daverende lach van Fere als Jack denkt dat ze ‘de enige gevederde intacta in de wereldgeschiedenis’ is. Ze heeft hem in de maling genomen en de hele wereld deelt in haar lachen.

Dit hele verhaal is beschreven zoals Karel Appel schildert: grote kwakken kleurrijke verf worden op het doek gesmeten. Groots en meeslepend is de schrijfstijl die sterk doet denken aan het vitalistische expressionisme van Hendrik Marsman. Het bombastische en hoogdravende taalgebruik wordt door alle personages op dezelfde manier gebruikt. In dialogen is Angela Carter evenwel veel geestiger en sprankelender dan in beschrijvende delen.
Opvallend is dat ondanks de titel van het boek Circusnachten geen enkele nacht in het circus beschreven wordt, maar alleen fragmenten van het circusleven. Daarnaast komen thema’s voor als machtsverhoudingen, feminisme, erotiek en anti-conventialisme.
Jammer dat Fere in deel 2 en 3 niet meer de hoofdrol speelt. Er komen zoveel vreemde figuren in beeld dat het bijzondere van Fere wegvalt. Dat neemt niet weg dat Circusnachten in alle opzichten een unieke leeservaring biedt.

Uitgeverij      Orlando, 2020
Pagina’s        351
Vertaald         uit het Engels door Leonoor Broeder (Nights at the Circus)
ISBN              978 9493 081 160

Recensie door Janny Wildemast, januari 2022

 

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Powered by: Wordpress