Recensies

‘De Letterkast’ door Edith Brouwer

roman over het leven van Fré Cohen

Fré Cohen (1903-1943) was een kunstenares van tekeningen en schilderijen, van grafisch werk als boekomslagen, affiches, brochures en illustraties in tijdschriften. Ze maakte ook prachtige advertenties, ex librissen en geboortekaartjes. Mensen kennen haar nog van haar ontwerp van de boekjes met overschrijfformulieren van de Gemeente Giro in Amsterdam, dat nu een absoluut stijlicoon is. Haar stijl werd beeldbepalend voor de Amsterdamse School, de architectuur van de zuidelijke uitbreiding van Amsterdam vanaf midden jaren ‘10 tot eind jaren ’30 van de vorige eeuw.

Schrijfster Edith Brouwer (zelf beeldend kunstenares) heeft een interessant portret geschetst van het bewogen en korte leven van Fré Cohen. Het is een sterk verhaal over een gedreven kunstenares.

Fré werd geboren als oudste dochter van een jong echtpaar dat in de diamantindustrie in Amsterdam werkte, en actief was in de SDAP. De socialistische beweging beoogde de verheffing van het volk en de verbetering van de omstandigheden van de arbeiders, wat in die tijd vaak gepaard ging met stakingen en arbeidersprotesten. Haar ouders waren Joods, maar behalve de vrijdagavondmaaltijd om de Sjabbat in te wijden, deden ze er niets aan, ‘want ze hadden met de SDAP en het werk geen tijd om Joods te zijn’, aldus vader Louis.

Fré kreeg op de lagere school een vel tekenpapier en een pen, en was ‘verkocht’. Vanaf dat moment stond haar leven in het teken van haar kunst. En ze deed er alles voor om ermee door te kunnen gaan.

In Amsterdam zakte de diamantindustrie in elkaar, maar in Antwerpen bloeide die nog flink. Dus verhuisde het gezin Cohen naar België. Fré was toen 9 jaar, er was nog een zusje Fie en een broertje Berry. Toen in 1914 ook in Antwerpen bijna geen werk meer was voor vader Louis, keerde het gezin -net op tijd- terug naar Amsterdam om de Eerste Wereldoorlog in het neutrale Nederland door te kunnen brengen.

Fré mocht –bij uitzondering- naar de Amstelschool voor Mulo, die opleidde voor een administratieve baan. Ze was lid van de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale) hetgeen haar sociale leven bepaalde. De jongens en meisjes van de AJC lazen elkaar voor, reciteerden gedichten, zongen liederen, dansten en leerden debatteren. In de zomer maakten ze fietstochten en kampeerden ze ergens in de Nederlandse natuur. Na de Mulo mocht ze niet naar de Kunstacademie, maar moest ze werken omdat het gezin haar bijdrage nodig had. Ze deed administratief werk, en bij de Draka viel haar talent voor het beeld op. Ze kreeg haar eerste grote opdracht: het maken van een advertentie voor het kabelbedrijf. In haar vrije tijd volgde ze lessen aan de Grafische school en later bij schilder Wim Schumacher. Hij leerde haar naar het licht kijken.

Eerst op eigen kosten in deeltijd en later voltijds met een stipendium van de Gemeente Amsterdam, kon ze alsnog naar de Kunstacademie. Henriette van Dam van Isselt van de Gemeente gaf haar veelvuldig opdrachten en door Alice van Nahuys van uitgeverij Querido, met wie ze bevriend raakte, kon ze boekomslagen maken. Het fotografen-echtpaar Annemie en Helmuth Wolff werkten met haar samen aan diverse projecten, zoals brochures en maquettes van de IJ-havens en de luchthaven Schiphol. Fré werkte keihard en groeide langzaam uit tot een veel gevraagd kunstenares. Ze was een loyale vrouw, die haar ouderlijk gezin levenslang financieel bleef steunen. Tot haar geluk kon ze zelfstandig een atelier huren in de Karel du Jardinstraat.

Ze kreeg bekendheid in het buitenland en werd gevraagd zeven lezingen te houden in Engeland. Daarin verwoordde ze haar ideeën, over kunst en de toepassing daarvan.”Gewone gebruiksartikelen moeten ook mooi vormgegeven zijn”, en “Alles wat het waard is gepubliceerd te worden, verdient het om esthetisch te zijn”, en “Schoonheid is te vinden in de harmonie van de essentiële elementen’.

De laatste tien jaar van haar leven werden beheerst door de ontwikkelingen in Nazi-Duitsland en de Tweede Wereldoorlog. Edith Brouwer heeft die periode en de schrijnende gevolgen voor het leven van Fré Cohen, haar familie en vrienden, uitgebreid en duidelijk beschreven. En met compassie neergezet.
Fré Cohen, haar vrienden en familie zagen met ontzetting en angst wat er met de Joden in Nazi-Duitsland gebeurde. In 1938 maakte de Kristallnacht duidelijk dat de Nazi’s de Joden wilden uitroeien (1400 synagogen in brand gestoken, 7500 winkels en andere Joodse bedrijven met de grond gelijk gemaakt, 30.000 Joodse mensen uit hun huizen gehaald en afgevoerd naar kampen). De Nederlandse regering onder Colijn deed niets anders dan de grenzen dichtdoen voor Joodse vluchtelingen.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak wisten de meeste Joodse mensen dat hun leven in gevaar was. Een aantal van Fré’s vrienden maakten een eind aan hun leven. Fré gaf les in grafiek, was aangesloten bij de Joodse Raad en had daardoor een vrijwaringstempel in haar pas. Maar ze was te bekend om veilig te zijn en kreeg een oproep zich te melden. Ze dook onder, vijf keer naar een ander adres, en werd uiteindelijk toch verraden. Dat leidde tot haar dood. “Ze was bang in handen van de Duitsers te vallen, bang voor de dood was ze niet.” Haar ouders en haar broer werden weggevoerd en vermoord.

De titel van deze roman is De Letterkast, een platte bak, die alle loden letters (in reliëf en spiegelschrift) bevatte om pagina na pagina een boek- of tijdschrift te kunnen drukken. Het kostte meestal ruim een uur om met de hand een pagina met de loden letters te zetten.

Uitgeverij      Orlando, 2021
Pagina’s        224
ISBN             978 9083 166 308

Recensie door Hannah Kuipers, december 2021

*Jammer dat er geen illustraties in deze roman zijn opgenomen. Die zijn – tot 4 september 2022 – te zien in Museum Het Schip (Oostzaanstraat 45 in Amsterdam). Naar aanleiding van de tentoonstelling verscheen ook Fré Cohen, Vorm en Idealen van de Amsterdamse School. Te koop in het museum.

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress