Recensies

‘Verzonken stad’ door Marta Barone

Marta Barone (1987) is manuscript-beoordelaar bij een uitgeverij en schreef eerder kinderboeken. Deze debuutroman is haar zoektocht naar het verleden van haar vader, Leonardo Barone, geboren in 1945 in een dorp in Puglia en gestorven in 2011. Hij trouwde in 1985 met haar moeder Margharita en scheidde drie jaar later van haar.

In een document in bezit van haar moeder stond dat vader in de gevangenis had gezeten, wegens zijn deelname aan een ‘gewapende organisatie.’ Marta kreeg daardoor belangstelling voor een vader waar ze haar (en zijn) leven lang een moeizame verhouding mee had. “Volwassenen zijn een gegeven en een onpeilbare mysterie…hij had niets vaderlijks, was zonder regels, onverantwoordelijk, tiranniek, irrationeel, grillig, een parodie op een volwassene. Wist niet wat hij moest aanvangen met een klein meisje.” Hoe was hij echt, vraagt ze zich af. De eerste vrouw van vader, Agata, vond hem: ‘een fascinerende man. Vrolijk. Iedereen die bij hem in de buurt was werd er ook vrolijk van.’” Ze waarschuwt Marta dat informatie over hem moeilijk te krijgen zal zijn: “Ze hebben alles uitgewist, alleen de moordenaars zijn overgebleven.”

Het blijkt moeilijk voor de dochter mensen te vinden die hem kenden. Ze krijgt steeds weinig, meestal vage informatie. Dat maakt het ook voor de lezer moeilijk om het leven van vader Barone te kunnen volgen. Marta zelf beschrijft het als: “…de verhalen die van hun rijkdom zijn ontdaan door de tijd die is verstreken, verwrongen door het geheugen.” Zo’n zin illustreert wel het bijzondere van haar taal en haar schrijfstijl. Dat op zich maakt de roman de moeite waard. Net als haar oprechte observaties over haar eigen proces in deze zoektocht, over de sfeer van Milaan dat ze ontdekt na een verhuizing, de natuur in Italië, de beweegredenen van haar vader en de prachtige zin aan het eind van haar zoektocht: “Mijn vaders verhaal bevatte dus, als een parelmoeren schelp, mijn eigen verhaal in zijn binnenste; mijn verhaal waarvan ik dacht dat ik het al bezat, maar waarin nu juist een nieuwe lijn, een nieuwe waarheid vond. Mijn echte leven, wat ik ook van plan zou zijn ermee te doen.’

Vader, wiens bijnaam Il Barone was, studeerde medicijnen eind jaren ‘60. Hij was tijdens de studentenstakingen (in Rome) een bevlogen studentenactivist, en vanaf 1968 lid van de Unione dei Comunisti Italiani. Hij stopte met zijn studie en werkte als arbeider in een van de fabrieken (FIAT?) in het Noorden van Italië om de omstandigheden van de arbeiders te verbeteren. Leonardo Barone was een arbeider met een geneeskundige bul, toen getrouwd met Agata. De duizenden arbeidsmigranten uit het Zuiden van Italië hadden slechte huisvesting, weinig loon; er waren geen scholen, geen ziekenhuizen en nauwelijks transport. Barone werd lid van de communistisch-marxistische groep Servire il Populo: alle leden kreeg een korte opleiding, moesten hun bezittingen en inkomen inleveren en kregen een minimale toelage per maand terug. Leonardo had vaak honger. Hun omstandigheden waren net zo slecht als die van de arbeiders, wat de loyaliteit moest vergroten. De leden werden gedwongen tot vroege huwelijken waarbij de leider, Brandinali, zelfs regels gaf voor de huwelijkse seks. Orale seks mocht niet, want dat was burgerlijk. Il Barone gedijde bij dit regime, waar veel anderen van wegliepen. Hij leefde in het heden, zonder overspannen verwachtingen over de wereld en zichzelf. “Hij had een groot rechtvaardigheidsgevoel, en een hang naar avontuur, een vaag maar machtig sentiment van de die tijd….

De hevige arbeidsprotesten mondden uit in ware veldslagen, van politie en leger tegen de protesterenden. Het waren niet alleen links-extremisten, maar later ook neofascisten en rechts-extremisten. Er zijn duidelijk aanwijzingen dat de regering contacten had met recht-extremisten en verdekt optrad bij geweldssituaties. Het waren de jaren van het lood, Gli Anni di piombo, (1968–1980) waarbij door bommen veel doden en gewonden vielen. Toen Aldo Moro, ex-premier, werd ontvoerd, 55 dagen gevangen werd gehouden en tenslotte vermoord, sloeg de situatie om. De toenmalige premier Andreotti ‘weigerde principieel met de terroristen te onderhandelen.’ Hierna trad de overheid openlijk op. Er kwamen anti-terreurwetten en de wet op de spijtoptanten (la legge dei pentiti), wat inhield dat wie zich aangaf als ‘pentito’ ontslag kreeg van rechtsvervolging in ruil voor het verlinken van zijn kameraden.

De roman begint met een afschuwelijk aanslag door een jaloerse ex op een vrouw en haar gezelschap. De vrouw wordt meermalen met een mes gestoken. Een aanwezige kameraad wordt ook neergestoken en smeekt een jongeman, die alleen een snee in zijn hand heeft en arts is, meer hulp te gaan halen om te voorkomen dat ze doodbloeden. Hij gaat hulp zoeken. De jongeman blijkt Leonardo Barone.

Bij terugkomst met hulp wordt duidelijk dat de ex de kameraad meer steken heeft toegebracht en dat die dood is. Leonardo Barone wordt later, voor zijn aanwezigheid daar, gearresteerd onder verdenking van ‘lid te zijn van een gewapende organisatie’. De dader blijkt een van de leiders van Servire il populo. Hij is een gewelddadige jaloerse man die door kortzichtigheid van zijn superieur een belangrijke functie heeft gekregen. Marta Barone schrijft over deze gebeurtenis: “...alle variabelen die het lot van meerdere mensen kunnen bepalen: toeval, eenzaamheid, wraak, domheid, arrogantie, persoonsverwisseling, blinde koppigheid.”

Il Barone wordt geïsoleerd gevangen gezet en na enkele maanden zomaar vrijgelaten. Geen proces. Hij wordt als spijtoptant ‘pentito’ gezien. Zijn makkers zwijgen hem dood, negeren en isoleren hem. “Hij stond alleen, niet kapotgemaakt door de gevangenis, maar door zijn eigen kameraden.”

Marta schrijft: “Ik wou dat hijzelf me dit verhaal had verteld. Ik wou dat ik de tijd had gehad er naar te luisteren.” Ze realiseert zich “dat ze geen boosheid meer had over zijn sterfbed, maar weemoed bij zijn dood.”

Het sterke thema van deze roman is dat we mensen die we beter leren kennen, kunnen begrijpen. En dat begrip mildheid brengt.

Uitgeverij      Ambo/Anthos, 2021
Pagina’s       316
Vertaald        uit het Italiaans door Manon Smits (Città Sommersa)
ISBN             978 9026 353 468

Recensie door Hannah Kuipers, november 2021

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Powered by: Wordpress