Recensies

‘Lentetuin’ door Tomoka Shibasaki

Tomoka Shibasaki beschrijft gedetailleerd en voornamelijk door de ogen van haar protagonist Taro het toneel waar Lentetuin zich afspeelt: het flatgebouw waar Taro woont en de huizen en tuinen die het gebouw in stadsdeel Setagaya in Tokio omringen. Ze zorgt ervoor dat je vertrouwd raakt met het dagelijks leven van einzelgänger Taro. Japanse en Westerse elementen wisselen elkaar af en daardoor kan het voorkomen dat je enkele woorden als tatami (traditionele Japanse vloermat) en kotatsu (lage houten tafel) op zult willen zoeken. Ook de trage, beschouwende stijl waardoor heel gewone dingen bijna surrealistisch aandoen, komen op mij Japans over. Maar eerlijk is eerlijk, verder dan de boeken van Murakami (overigens ook veelal door Luk van Haute vertaald) reikt mijn kennis van Japan niet.

Taro bewoont appartement ‘Zwijn’ op de hoek van de begane grond van het gebouw. Je ziet het voor je, als de set van een film, waar de figuranten zich één voor één introduceren. “Woensdagavond, toen hij thuiskwam van het werk, zag hij op de buitentrap van het gebouw een bewoner staan van een van de flats boven (….). View palace Saeki III, zoals het flatgebouw heette, had beneden en boven telkens vier appartementen. Die waren niet genummerd, maar hadden een naam uit de dierenriem gekregen. Gezien vanaf de hal was het van links naar rechts op de begane grond: Zwijn, Hond, Haan en Aap, en boven: Schaap, Paard, Slang en Draak. Dezer dagen hadden veel mensen hun naam niet op hun deurplaatje of op hun postbus staan. De vrouw woonde in flat Slang en daarom was ze voor Taro ´mevrouw Slang´.”    (pag 8)

Mevrouw ´Slang´ heeft hetzelfde geboortejaar als Taro´s vader. Haar buurvrouw Nishi, in appartement ´Draak´, is enkele jaren ouder dan Taro en even oud als zijn zus. Er dienen zich meer soortgelijke parallellen aan gedurende het verhaal, die diepere lagen toevoegen aan het ogenschijnlijk voortkabbelende verhaal. Net als View Palace Saeki I en II en de overige dieren uit de dierenriem, lijkt er bijvoorbeeld iets te ontbreken in het leven van Taro. Zo´n tien jaar geleden heeft Taro zijn vader verloren en drie jaar geleden is zijn huwelijk op niks uitgelopen. Zijn beroep als kapper heeft hij achter zich gelaten. Terwijl de oosterse wingerd, de pruimenboom en de lagerstroemia die al jaren in de omgeving staan ontwaken uit hun winterslaap, lijkt de tijd voor Taro min of meer stil te staan. In de buurt zijn veel leegstaande huizen die “een fundamenteel andere sfeer” uitademen dan bewoonde huizen. Het flatgebouw waar Taro woont staat op de nominatie voor sloop en de bewoners vertrekken langzaamaan. En zelfs de verlaten nesten van leemwespen en bladluizen blijken geen sakéflesjes of kattenpoten, maar lege hulzen.

De opbouw met soms vertragende en dan weer versnellende tijd draagt knap bij aan het paradoxale gegeven dat er weinig en toch veel gebeurt in Lentetuin. Een gevoel van gelatenheid overheerst. Geschenken en bedankjes worden uitgewisseld en Taro is min of meer passief onderdeel van dit web van geven en ontvangen. Hij lijkt voor weinig warm te lopen, gaat geen noemenswaardige interacties aan met anderen, maar gaat bijna plichtsgetrouw in op de uitnodigingen van Nishi. Hij observeert de buurt en fantaseert mogelijke levens die hij in de leegstaande huizen zou kunnen leiden, maar hij maakt nergens werk van.

Via de fascinatie van Nishi wekt Tomoka Shibasaki onze en Taro´s interesse voor het naastgelegen hemelsblauwe huis dat figureert in het twintig jaar oude fotoboek ´Lentetuin´ met geënsceneerde inkijkjes in het leven van de toenmalige bewoners; een actrice en een regisseur van reclamespotjes. Vanuit Taro´s flat is een gedeelte van het hemelsblauwe huis nét te zien achter een betonnen muur. Ook dit huis staat leeg, tot op een dag nieuwe bewoners zich aandienen. Dit biedt Taro en Nishi de kans om het huis van binnen te vergelijken met de foto´s uit het fotoboek. Is dit het moment voor Taro om los te komen van zijn rol als toeschouwer in het script van de voortstuwende kracht van verlies en vergankelijkheid?

Deze korte roman is geen hapklaar brokje en ik vermoed dat ik er nog lang over zal blijven nadenken. Wie zich mee laat voeren door het ritme en de beeldtaal, ziet wellicht net als ik de vage contouren van een pleidooi voor authenticiteit en veranderlijkheid opdoemen. Of misschien ziet iedereen iets anders in Lentetuin.

Uitgeverij                   Zirimiri press, 2020
Pagina’s                    125
Vertaald                     uit het Japans door Luk van Haute (春の庭 – Haru no niwa – 2014)
ISBN                          978 9490 042 172

Recensie door Kim ter Beke, oktober 2021

 

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress