Recensies

‘Omdat de muze’ door Brigitte de Swart

Schrijfster en journaliste Brigitte de Swart schreef een roman over haar verre verwant Sara de Swart, beeldhouwster en mecenas (1861 – 1951) geboren te Arnhem. Na de dood van haar moeder (1884) verhuisde ze naar Amsterdam, waar ze een opleiding beeldhouwen volgde aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Ze werd vrienden met een groot aantal –voornamelijk- mannen uit de beweging van de Tachtigers, schrijvers, literatoren, uitgevers, componisten, musici, beeldend kunstenaars: Jan Toorop, Jan Pieter Veth, Jan Voerman, Willem Witsen, George Breitner, Isaac Israëls, Maurits van der Valk en Eduard Karsen, P.L. Tak, Willem Kloos, Frederik van Eeden, Alphons Diepenbrock.

Het is leuk te lezen over het wel en wee van de Tachtigers zoals ze leefden en werkten in Amsterdam. Ook leuk is de ‘couleur locale’ van de Amsterdamse etablissementen waar ze elkaar ontmoetten. Café Suisse, Riche, de Poort van Cleve.

Sara’s familie was rijk en zelf kon Sara over veel geld beschikken. Van haar vader erfde ze de liefde voor de kunst en van haar moeder de liefde voor de literatuur. Ze kocht werk van beeldende kunstenaars, gaf of leende hen geld om het hen mogelijk te maken de kunsten te beoefenen. Over haar eigen werk sprak zij geringschattend. Het feit dat ze als een mecenas de kunsten kon dienen, was haar grootste levensdoel.

Brigitte de Swart focust op het sociale, psychische en relationele leven van het hoofdpersonage. Ze besteedt aandacht aan de jeugd van Sara, aan de psychische gesteldheid van moeder en aan de toegeeflijke houding van vader. Door het hele boek klinkt in het hoofd van Sara de stem van moeder, die haar afkeurt op hoe ze eruit ziet en hoe ze nooit een dame zal worden. Moeder is niet in staat een liefdevolle band met haar dochter op te bouwen.

Het grootste deel van de roman gaat over de relaties die Sara met vrouwen gehad moet hebben. Zij schijnt een wat mannelijk uiterlijk te hebben gehad. ‘Een man in vrouwenkleren.’ Ze was onafhankelijk en rookte sigaren in aanwezigheid van haar vrienden, die beleefdheidshalve niet rookten in gezelschap van vrouwen. Haar eerste vriendin met wie ze samenwoonde was een acht jaar oudere alleenstaande vrouw, Baukje van Mesdag, onderwijzeres. Baukje trouwde later met schilder Maurits van de Valk. Daarna woonde Sara samen met Anna Vis, die later trouwde met Jan Pieter Veth. De schrijfster gaat er van uit dat ze lesbische relaties met Sara hadden. Maar of dat ook zo was….

Een uitzonderlijke gebeurtenis in het leven van Baukje en Sara is als hun goede vriend schilder Eduard Karsen verliefd wordt op Sara. Sara wijst hem af als a.s. echtgenoot. Wel wil zij hem behouden als vriend: ‘Ik ben geen vrouw-vrouw, maar in zekere zin juist ook weer wel.’ Zulke uitspraken vindt Karsen ‘Heerlijk filosofisch’. Maar als het werkelijk tot hem doordringt dat hij afgewezen is, voelt hij zich ‘in zijn eer aangetast’. Hij stuurt Sara tal van boze brieven. Willem Kloos geeft hem twee boekjes over seksuele perversiteiten om hem te laten beseffen dat hij geen schijn van kans heeft op een huwelijk met Sara: Monsieur Venus en Madame Adonis. Karsen raakt volkomen in de war en waarschuwt alle Tachtigers en ook de vader van Sara voor de perversiteiten van Sara en haar vriendin, die mannen in hun macht willen krijgen. Bevriende Tachtigers willen de situatie oplossen met een ‘scheidsgerecht’. Zij krijgen de medewerking van zowel Eduard Karsen als Sara. Beiden beloven zich bij de uitspraak neer te leggen. Karsen wordt in het ongelijk gesteld. Duidelijk wordt dat al zijn aantijgingen zich in zijn eigen hoofd afspelen.

Terwijl Sara haar oude zieke vader in Arnhem verzorgt, ontmoet ze Emilie Van Kerckhoff, naaldkunstenares. Zij wordt haar levensgezel. Ze wonen in Amsterdam en in Bussum, en later in Rome en op het Italiaanse eiland Capri. Ook de lesbische relatie van Sara en Emilie vormt een belangrijk onderwerp, waardoor de roman – vooral door hun dialogen – nogal tuttig wordt. Ik stoorde me aan het eigentijdse taalgebruik: ‘leeglopen op iemand’ ‘ niets meer aan doen’ en in het openbaar je vriendin aanspreken met ‘lief’. Dit is weinig 19e eeuws.

Sara blijkt op een gegeven moment failliet en omdat ze het lange tijd voor zich uit heeft geschoven, heeft ze ook schulden. Haar levensdoel kan ze niet meer verwezenlijken en het brengt een scheuring in haar relatie met Emilie teweeg, wegens gebrek aan vertrouwen.

De Eerste Wereldoorlog brengen ze in een pension in Rome door. Ze zitten op elkaars lip, hetgeen vooral Emilie benauwt. In 1920 vlucht ze alleen naar het Italiaanse eiland Capri waar een groot aantal kunstenaars en intellectuelen zich in het dorpje Anacapri hebben gevestigd. Emilie heeft daar een stukje land en een huisje kunnen kopen. Na een tijdje gaat ook Sara daarheen, zonder te weten of ze welkom is bij Emilie. Hier eindigt de roman, met een open einde.

Feitelijk is er niet veel verschil tussen een boek over een gewone hetero-relatie of over een gewone lesbische relatie. Als de relatie-op-zich niet spannend is of niet in zijn wezen is beschreven, is het boek hoe dan ook saai.

In 2016 verscheen een biografie over Sara de Swart door Jaap Versteegh, kunstcriticus en schrijver, getiteld Fatale Kunst. Jaap Versteegh focust op de gedachtewereld van de Tachtigers over hun werk en hun leven met de kunst, en over hun ontmoetingen met Sara. De biografie is rijk aan uittreksels uit brieven en uitgaven, heeft noten, een overzicht van de kunstcollectie van het werk van Sara de Swart en een personenregister. Jaap Versteegh was in 2001 op Anacapri geweest, waar hij het graf van Sara zocht. Hij schetst de levens van Emilie en Sara tot aan hun dood.

Uitgeverij     Ambo/Anthos, 2021
Pagina’s       286
ISBN            978 9026 356 278

Recensie door Hannah Kuipers, september 2021

 

 

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress