Recensies

‘Moeders zullen nooit’ door Katixa Agirre

De moeder, de schrijfster; er is veel over te doen. De literaire canon wordt nog steeds gevuld door mannen. Toen het boekenweekthema van 2019 ‘de moeder, de vrouw’ was, werden alleen mannelijke auteurs aan het woord gelaten om hun verhaal te doen. Kinderloze schrijfsters moeten uitleggen waarom ze geen kinderen hebben, terwijl hun mannelijke collega’s teruggetrokken in een hutje op de hei boeken produceren. Renate Dorrestein voelde zich geroepen om zich te laten steriliseren, omdat zij haar schrijverschap niet kon combineren met het moederschap.[1] Moeders zullen nooit, de nieuwste roman van de Baskische Katixa Agirre, is een exploratie van dit moederschap gecombineerd met het schrijverschap.

Moeders zullen nooit begint als een thriller als een kindermeisje de moeder aantreft met twee levenloze baby’s. De moeder blijkt de baby’s verdronken te hebben in hun badje. De dubbele kindermoord wordt groot nieuws in Baskenland en bereikt zo ook de hoofdpersoon van het verhaal, een Baskische schrijfster getrouwd met een Zweedse man. Aanvankelijk laat ze het nieuws aan zich voorbijgaan, ze is tenslotte hoogzwanger. Als ze vlak voor haar bevalling beseft dat ze de vrouw, Alice – alias Jade, heeft gekend, laat het nieuws haar niet meer los. De kindermoord maakt de vraag los in de hoofdpersoon wat het moederschap (voor haar) betekent.

Aan de hand van de geschiedenis, andere bekende auteurs zoals Sylvia Plath en Simone de Beauvoir, en van het nieuws verkent de schrijfster het moederschap. Moeders zullen nooit doet uitgebreid verslag van de rechtszaak tegen Alice en het persoonlijk leven van de schrijfster. Belangrijker nog is dat tegen de achtergrond van deze verhalen het taboe wordt doorbroken dat het moederschap zaligmakend zou zijn. De hoofdpersoon was niet per se van plan zwanger te worden – haar man is fatsoenlijk, maar niet meer dan dat – en ze heeft grote ambities als schrijfster, niet als moeder. Ze geniet niet altijd met volle teugen van het moederschap, de verveling, het niet-efficiënte, het volledig in dienst staan van de pasgeborene. Als ze weer tegen de muren vliegt tussen de borstvoeding door vraagt ze zich af of haar gedachten over het moederschap kwalijk zijn. En of ze op een bepaalde manier begrip kan oproepen voor Alice en haar daden. Maar, moeders zullen nooit… toch?

Daartegenover wordt de schrijfster ook gegrepen door de verstikkende moederliefde. Zoals Marja Pruis schreef in haar column over het moederschap en het schrijverschap in de Groene Amsterdammer: “degene die het meest risico loopt om verstikt te worden door liefde is in de praktijk echter niet het kind, maar de moeder.”[2] Als Erik, het kindje van de hoofdpersoon, wordt opgenomen in het ziekenhuis laat de moeder alles uit haar handen vallen. Een flirt met een journalist, zelfs de uitspraak van de jury tegen Alice. Hierover schrijft ze als volgt:
Ik voel net als zij de overheersende drang om mijn jong te verdedigen; als ik moet brullen zal ik brullen en als ik mijn klauwen moet gebruiken zal ik die uiteraard gebruiken. Maar ik voel me ook machteloos, machtelozer dan ooit, want gebrul en klauwen helpen niet veel bij het auto-ongeluk, de ontvoering in het park, de brand in de crèche, leukemie of streptokokken. Ik voel me verlorener dan ooit, zwakker dan ooit, met mijn kleintje naast me.” (pag. 205)

Moeders zullen nooit roept vragen op over moraliteit, identiteit en gender die ook interessant zijn voor lezers zonder kind. Sommige stukken zijn spannend en gruwelachtig beschreven, andere stukken lezen met minder vaart en lijken soms overbodig. Het perspectief wisselt vaak: van voornamelijk de schrijfster vanuit de ik-persoon, naar ook de jury in de rechtbank, een anonieme geschiedverteller, en andere schrijfsters via quotes. Interessant is ook dat de schrijfster schrijft óver het schrijven van haar boek. Net zoals Roos van Rijswijk in haar recensie van Moeders zullen nooit in de NRC, vroeg ik me af waarom Katixa Agirre een fictieve schrijfster opvoert om verslag te doen van de kindermoord, in plaats van het essay te schrijven vanuit haar eigen perspectief.[3] Zou Agirre kinderen hebben? Zo ja, maakt dit uit voor haar perspectief op dit verhaal? Zo blijkt maar dat Moeders zullen nooit interessante vragen blijft oproepen.

Uitgeverij      Zirimiri Press, 2021
Pagina’s       218
Vertaald        via het Spaans uit het Baskisch door Mariolein Sabarte Belacortu (Amek ez dut/Las madres no)
ISBN             978 9490 042 196

Recensie door Lieke Polak, augustus 2021

[1] Renate Dorrestein, Het perpetuum mobile van de liefde (1988).
[2] https://www.groene.nl/artikel/de-moeder,
[3] https://www.nrc.nl/nieuws/2021/06/24/weg-is-de-schrijfster-die-moeder-werd-a4048680

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress