Recensies

‘De Jaren’ door Annie Ernaux

Alle beelden zullen verdwijnen”.  Zo begint De Jaren van Annie Ernaux.
Er volgen flarden beschrijvingen van beelden; ‘het betraande gezicht van Alida Valli dansend met Georges Wilson in de film ‘Une aussi longue absence’ of ‘de in kanten lompen gehulde mummies bungelend aan de muren van de Catacombe dei Cappucini in Palermo’. Ze vervolgt: “De werkelijke of de gefantaseerde beelden…. Ze zullen allemaal in één klap verdwijnen, zoals ook zijn verdwenen de miljoenen beelden achter de voorhoofden van grootouders die een halve eeuw geleden zijn overleden, van ouders die intussen ook dood zijn.”

De Jaren kwam in 2008 uit in Frankrijk maar is pas recent vertaald in het Nederlands. In Frankrijk is Annie Ernaux een gevestigd auteur. Daar was die roman er een in een lange schrijversloopbaan, een die ook buiten Frankrijk grote weerklank vond. Misschien omdat velen herkennen wat er op de achterflap staat: ‘Dit boek is een collectieve autobiografie van onze tijd.’

Annie Ernaux werd geboren in 1940 in Normandië, in een eenvoudig milieu. Zij studeerde romanistiek en is sinds 1974 docente én schrijfster. Lege kasten en Meisjesherinneringen zijn enkele andere romans, die in het Nederlands werden vertaald. Al haar werk is autobiografisch, geïnspireerd door het werk van de invloedrijke Franse socioloog Pierre Bourdieu. Volgens hem wordt wat individuen doen niet volledig bepaald door ‘de maatschappij’. Maar die maatschappij bestaat ook niet volledig uit de optelsom van de handelingen van individuen, er is sprake van een wisselwerking. Het gaat in het werk van de Franse schrijfster dan ook nooit om dat ene leven, maar om de inbedding daarvan in de sociale en historische ontwikkelingen.

In De Jaren vond zij een bijzondere vorm om haar leven te beschrijven en dat tegelijkertijd te verbinden met de geschiedenis van Frankrijk. Het boek had een lange ‘incubatietijd’. Je vindt verwijzingen naar het ontstaan daarvan in de tekst. “Ze heeft het over een palimpsestgevoel, volgens het woordenboek een ‘manuscript dat wordt afgekrabd om er opnieuw op te kunnen schrijven’. Ze ziet er een mogelijk instrument van kennis in, niet alleen voor haarzelf, maar algemene, haast wetenschappelijke zin – kennis waarvan, dat weet ze niet…. Het gevoel in kwestie trekt haar stukje bij beetje weg van de woorden en van elke taal.”      (pag 192)

Bij het lezen van de roman krijg je de indruk dat Annie Ernaux weeft en borduurt tegelijk. Ze spant de slagdraden van de grote historische gebeurtenissen, weeft daarin de draden van de sociaal-economische geschiedenis van Frankrijk en borduurt daarop de herinneringen aan haar leven. Zij schildert een spiegelpaleis van herinneringen die vertakken, verdwijnen én blijven. Nergens gebruikt zij het woord ik. Wel beschrijft ze herinneringen van een ik-persoon, ze schetst regelmatig beelden van tafels waaraan mensen zich door de tijd heen verzamelen en het gedrag dat zij daar vertonen, de gesprekken die zij voeren. Je ziet als het ware een klein filmpje van een bepaalde periode, waarin je veranderingen ziet. Daaruit trekt zij weer grotere lijnen, die van het sociale discours in Frankrijk in de jaren tussen 1940 en heden; wat vond men belangrijk, waarover discussieerde men, wat werd uiteindelijk besloten?

Het meest wonderlijke vond ik nog dat het boek vol staat met verwijzingen naar Franse nieuwsfeiten, Franse liedjes, Franse boeken en populair Frans vocabulaire zonder dat me dat hinderde bij het lezen van mijn collectieve biografie. Ik las De Jaren van Annie Ernaux en het riep tegelijkertijd mijn eigen spiegelpaleis van herinneringen op. Als ik lees over een familiebijeenkomst in de jaren zestig, wat mensen deden, zegden en aten, komen eigen herinneringen naar boven aan blauw gerookte kamers vol druk pratende ooms en tantes. Dat is een verdienste van Annie Ernaux, maar zeker ook van vertaler Rokus Hofstede.

Wat bijblijft na lezing van de roman is hoe gebeurtenissen zich welhaast onbewust voordoen, hoe er langzaam andere collectieve beelden en talen ontstaan. Bijvoorbeeld als zij schrijft over de jaren tachtig: “het was niet duidelijk wanneer precies de Crisis, een duister, vormeloos gegeven, voor iedereen de oorsprong en verklaring was geworden, de zekerheid van het absolute kwaad”. Maar toen kwamen Yves Montand en Catherine Deneuve uitleggen dat er een wondermiddel bestond, namelijk Ondernemerschap…. “Het Ondernemerschap was natuurwet, moderniteit, intelligentie.” En ik vraag me af: dit beeld roept herkenning bij mij op. Hoe veranderde voor mij ook alweer die Crisis in het wonder van het Ondernemerschap, hoe gebeurde dat collectief? Het is maar een van de vele voorbeelden van herkenning en reflectie die Annie Ernaux oproept in haar roman. Tegelijkertijd met de plezierige kennismaking met een stukje Franse geschiedenis bouw ik langzaam ook een andere vorm van kennis op; die over mijn eigen collectieve autobiografie.

Uitgeverij       Arbeiderspers, 2020
Pagina’s        229
Vertaald         uit het Frans door Rokus Hofstede (Les annees)
ISBN               978 9029 540 650

Recensie door Ine van Emmerik, juli 2021

Share

One comment

  • Wat een mooie en goede recensie! Ik las dit verrukkelijke boek ook en werd -net als de recensente-naar mijn eigen verleden en dat van mijn omgevingsgeschiedenis gekatapulteerd.

  • Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

    Powered by: Wordpress