Recensies

‘Tot op de dag’ door Mardjan Seighali

In Tot op de dag lezen we hoe Mardjan Seighali in 1990 met haar kinderen vlucht uit Iran en in Nederland een nieuw bestaan opbouwt samen met Rasoul, haar man, die al eerder het land was ontvlucht. Mardjan is door haar ouders beschermd opgevoed, maar wordt als tiener politiek bewust. Ze is, net als veel Iraniërs, blij dat de sjah verjaagd wordt en dat er een nieuwe wind waait, maar raakt al snel teleurgesteld in de theocratische richting die het land onder Khomeini inslaat. Vanwege het verspreiden van folders voor de Volksmoejahedien wordt ze opgepakt en gevangengenomen. Sommige van haar medegevangenen overleven het niet, maar Mardjan wordt kort na haar achttiende verjaardag in 1983 vrijgelaten. De deal die haar vader met het regime heeft gesloten is dat ze trouwt met haar vriendje Rasoul en zich gedeisd houdt. Haar leven staat stil: elke twee weken moet ze zich melden bij de gevangenis en ze mag niet werken of studeren. De geboorte van haar twee kinderen, Pouya en Pasha, en de noodzaak hen te beschermen houden haar overeind.

Als Rasoul betrapt wordt bij het illegaal filmen van een executie, moet hij halsoverkop vluchten. Hij komt in Nederland terecht. Ongeveer een half jaar later lukt het ook Mardjan na vier eerdere mislukte pogingen met haar zoontjes te ontsnappen en voegt ze zich bij hem. Nu wil ze eindelijk zelf weer het heft in handen nemen: de taal leren, haar weg vinden in een nieuwe cultuur, studeren en werken. Ze wil eigen baas zijn, zich niet meer monddood laten maken en vooruitkijken. Over het verleden wil ze niet meer spreken, ook niet met Rasoul: dat is te confronterend. Ze is een sterke vrouw, wil zich niet als slachtoffer laten behandelen, ook niet door goedbedoelende instanties, en gaat buitengewoon gedisciplineerd aan de slag. Alle hobbels weet ze zo te overwinnen op haar weg naar een zinvolle opleiding en carrière. Rasoul steunt haar in alles en na een moeizame start na hun hereniging groeien ze weer naar elkaar toe. Toch houdt ze hem emotioneel altijd op afstand en wil ze haar ervaringen tijdens haar gevangenschap niet met hem delen, hoe vaak hij het ook probeert. Ook in andere contacten blijft haar verhaal bij de kale feiten en durft ze haar beschermingsmuur niet af te breken. Pas als het met Rasoul rond 1995 niet goed gaat en Mardjan er niet achter kan komen wat er aan scheelt, omdat hij daar niet op wil ingaan, ervaart ze hoe machteloos en nutteloos je je voelt als je iemand wilt helpen die dat niet toelaat. Dan realiseert ze zich dat Rasoul zich al die tijd zo gevoeld moet hebben. Dat besef is de doorbraak naar een nieuw begin, en het einde van het verhaal. In de epiloog lezen we hoe het daarna verder is gegaan en hoe Mardjan met de hulp van Job Hulsman haar verhaal op papier weet te zetten, hoe zwaar haar dat ook blijft vallen.

Tot op de dag leest gemakkelijk en houdt je van begin tot eind geboeid. Mardjan geeft mooie voorbeelden van het moeizame proces van inburgering: hoe bot sommige mensen kunnen zijn, hoe moeilijk het is de subtiele culturele verschillen te leren kennen en hoe vaak ook goedbedoelende mensen neerbuigend zijn tegenover mensen die de taal niet goed spreken. Alsof ze dan ook meteen dom zijn. Mardjan en Rasoul hadden nog het geluk dat de IND in die tijd beter georganiseerd was dan nu en ze niet jarenlang hoefden te wachten op het besluit over hun asielaanvraag. Daardoor konden ze ook vrij snel vanuit het azc verhuizen naar een huis, eerst tijdelijk in Brummen en daarna definitief in Almere. De persoonlijk beschreven belevenissen maken goed duidelijk waar vluchtelingen tegenaan lopen, maar in feite zijn die wel bekend bij mensen die zich in vluchtelingenproblematiek hebben verdiept. Zelf vind ik het meest confronterend hoe moeilijk het is ‘de zwarte bladzijden uit je verleden te wissen’, zoals de boekbeschrijving op de achterflap en diverse websites het verwoordt, en hoe ook dát haar uiteindelijk lukt, mede uit liefde voor Rasoul. Een overtuigend bewijs van haar persoonlijke kracht en een groot compliment waard.

Mardjan Seighali heeft met succes haar opleiding Maatschappelijk werk en dienstverlening afgerond en daarna bij verschillende organisaties gewerkt. Ze is op dit moment directeur van het UAF, een onafhankelijke stichting die de belangen behartigt van gevluchte studenten en professionals en hun kansen biedt om zich verder te kunnen ontwikkelen op het gebied van studie en werk. Daarnaast vervult ze een aantal bestuurlijke en adviserende functies, zoals het voorzitterschap van het Humanistisch Verbond (sinds 2020) en het lidmaatschap van de Raad van Advies van het College voor de Rechten van de Mens (sinds 2016). In 2019 won ze de Comeniusprijs. De jury prees haar als ‘enthousiast inspirator in de samenleving die mensen weet te verbinden en ondersteunen zodat ze hun eigen grenzen in de samenleving kunnen verleggen.’

Job Hulsman is een journalist en schrijver. In 2017 reisde hij door Iran en logeerde daar een paar dagen bij Mardjans zus en haar gezin, op aanraden van de zoons van Mardjan. Pas nadat Mardjans familie in Nederland op bezoek kwam, leerden Job en Mardjan elkaar kennen. Job was geïnteresseerd geraakt in haar levensgeschiedenis naar aanleiding van een aantal interviews die ze recent gegeven had, en vroeg haar of ze overwogen had alles op te schrijven. Samen beginnen ze aan een project dat in drie jaar tot dit boek heeft geleid. Mardjan leverde het materiaal, samen hebben ze er een mooi boek van gemaakt.

Uitgeverij     Ambo|Anthos, 2021
Pagina’s      250
ISBN           978 9026 353 291

Recensie door Marianne van der Weiden, april 2021

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress