Recensies

‘Schorshuiden’ door Annie Proulx

Er is het lézen van een boek. En er is een ná het lezen van een boek. Eerst dompel je jezelf onder in een verhaal en ga je mee in de stroom beelden die dat bij je oproept. Als je het dan eindelijk sluit, werkt het nog een tijd in je na en lees je het als het ware opnieuw. Dat geldt zeker voor Schorshuiden van Annie Proulx, een episch verhaal van bijna 800 pagina’s. Het beslaat een indrukwekkend stuk Noord-Amerikaanse geschiedenis: de ontbossing en ontwikkeling van het oosten van Noord-Amerika rond New England en delen van Canada, vanaf eind 17e eeuw tot nu.

Schorshuiden (Barkskins, 2016) beslaat meerdere eeuwen, waarin een caleidoscoop aan figuren de revue passeert. Ontwikkeling en ontbossing zijn in de context van deze roman twee tegenstrijdige begrippen. Houtkap brengt welvaart voor wie de bossen exploiteert. Maar de bossen die aanvankelijk oneindig lijken zijn dat niet, het kappen heeft een enorme ecologische impact op de natuur en de mensen in het gebied. Hoe actueel dat nog steeds is, zie je vandaag de dag aan de controverse rond het rooien van de Poolse oerbossen.

Annie Proulx is een romanschrijfster met een rijk oeuvre. Ze werd in 1935 geboren in Norwich (Connecticut) en begon haar carrière als journaliste. Op latere leeftijd is ze romans en korte verhalen gaan schrijven. Met haar eerste roman, Ansichten, won ze meteen een prijs, de PEN/Faulkner Award for Fiction. Haar tweede roman, The Shipping News (Scheepsberichten), won de Pulitzerprijs en de National Book Award in 1994. Annie Proulx kocht een uitgestrekt stuk land in Wyoming en liet er haar droomhuis bouwen, de Bird Cloud Ranch. Dit ging in het gure klimaat van Wyoming met de nodige moeilijkheden gepaard. In die omgeving ontstonden Brokeback Mountain en Bird Cloud: A Memoir.

In Schorshuiden schildert Proulx de historische ontwikkelingen aan de hand van de levens van twee Franse “barkskins”, René Sel en Charles Duquet, en van hun nakomelingen over een periode van meer dan 300 jaar. Ze waren contractarbeiders, die in 1693 vanuit de sloppenwijken van Parijs naar de wildernis van Nieuw-Frankrijk werden vervoerd. Sels en Duquet hebben een contract voor drie jaar om zo hun eigen land te verdienen.

Charles Duquet rent weg bij de eerste gelegenheid, op zoek naar een fortuin voor zichzelf. René Sel daarentegen blijft plichtsgetrouw de bijl hanteren in dienst van zijn meester. Later wordt hij gedwongen te trouwen met Mari, de verstoten Mi’kmaq-vrouw van de meester, een genezeres die hem kinderen schenkt. De Mi’kmaq zijn een inheems volk in het oosten van Noord-Amerika, rond New England.
Duquet, die zijn helse ontsnapping door de wildernis overleeft, weet een fortuin te verdienen met de verkoop van bont, waarvoor hij via Nederland naar China reist. Op basis van die inkomsten bouwt hij een bedrijf op voor de exploitatie van hout. Hij trouwt met de dochter van een Nederlandse zakenpartner, opent een kantoor in Boston en verengelst de familienaam tot Duke. Hij en zijn (deels adoptieve) kinderen bouwen het Duke & Sons-houthakkersimperium. Om dit alles te bereiken is hij niet vies van oplichting en zelfs niet van moord.

De nazaten van René Sel zijn minder fortuinlijk. Door de jaren heen zoeken zij een weg in hun wereld die door blanken wordt gekoloniseerd. Hun leven speelt zich af in de marge van de economische groei die in de eeuwen na de aankomst van René Sel explodeert maar die hun steeds verder vervreemdt van hun autarkische levenswijze. Indiaanse houthakkers stonden bekend als goede houthakkers en werden vaak gerekruteerd voor gevaarlijk werk, zoals het begeleiden van de lange boomstammen die via de rivier werden vervoerd. Daarbij moesten ze handig balanceren, een verkeerde beweging kon de dood betekenen. Dit gevaarlijke werk waartoe de Sels en hun stamgenoten steeds weer zijn gedwongen, maar ook hun slechte leefomstandigheden, decimeert door de tijd heen hun aantal.

De familielijnen worden in afwisselende hoofdstukken geschetst. Ze lijken zich los van elkaar te ontwikkelen, maar er zijn verrassende verbindingslijntjes die stammen vanaf de kinderen van Charles en René. Dat leidt uiteindelijk in de 21e eeuw tot verrassende ontknopingen en de verkoop van wat dan Breitsprecher-Duke heet aan International Paper. Nazaten van de familie Sel zijn tegen die tijd actief als milieuactivisten.

Annie Proulx schrijft een meeslepend verhaal met duizelingwekkend veel informatie. De chaotische en ongebreidelde ontbossing van grote delen van de Verenigde Staten ontvouwt zich voor de ogen van de lezer in al zijn omvang en verschrikking. Ze gebruikt sterke beelden, kan mensen in een paar zinnen neerzetten: “Marchand leek zijn leven te zijn begonnen als een es, ontschorst, afgekrabd en in vorm gesneden tot op de pezige vezel. Zijn halfgeloken ogen glinsterden. Zijn hals werd omringd door stuf haar dat vanaf zijn borst omhoogschuimde. Het was een halsstarrige man uit Maine die zich trappend omhoog had gewerkt en was blijven trappen”. (pag 338).

De psychologische uitdieping van haar karakters is soms minder sterk. Er zijn positieve uitzonderingen. De haast koortsachtige drive van Charles Duke om fortuin te maken sleept je mee, ook door de beeldende details van mondiale handelsbewegingen tussen Noord-Amerika, Europa en China. Lavinia Duke is eveneens een karakter uit één stuk. De karakters van de nazaten van Sel komen veelal wat magerder uit de verf. Ook daar zijn er uitzonderingen, zoals het verhaal van de vrolijke Jinot Sel. Hij wordt uiteindelijk van houthakker bijlenmaker en reist mee met Albert Bone naar Nieuw-Zeeland. “Meneer Albert Bone stak zijn babygezicht naar voren, het witste gezicht dat Jinot ooit had gezien, diepliggende ijsblauwe ogen en een toegeknepen mond. Hij leek op een rimpelig kind, maar sprak met een stem die onevenredig hard was”. Hun onfortuinlijke reis geeft een levendige schets van de ecologische kaalslag van de bossen van Nieuw-Zeeland. Dat continent komt vaker voor in het boek. Het zwaartepunt van Schorshuiden speelt zich af in Noord-Amerika, maar Annie Proulx laat zien dat ecologische kaalslag en kolonisering al eeuwenlang een mondiaal proces zijn.

Sommige karakters worden heel schetsmatig beschreven, maken soms de indruk te dienen als zetstukken voor het overdragen van informatie, of dat nou bomen, kapmethoden of historische ontwikkelingen zijn. Dat leidt tot houterige schoolse dialogen met een overload aan informatie. Ze lijkt dan de aloude wet “Show, don’t tell” vergeten te zijn, een wet die kennelijk nog teruggaat naar Tsjechov; ga geen dingen uitleggen maar geef ruimte voor de verbeelding van de lezer. Maar Annie Proulx verstaat die wet uitstekend, vaak juist als er sprake is van gewelddadige uitbarstingen van een van de protagonisten, zoals James Duke of later Conrad Breitsprecher. Dan zit je als lezer bijna te grinniken over hun verwikkelingen. Humor is er dus zeker, maar vaak lijkt het Grote Thema de schrijfster tot Grote Ernst te bewegen, dan krijg je als lezer soms net even te weinig lucht.

Annie Proulx heeft oog voor het beeldende detail. Een heel grote vergadertafel, eigendom van Outger Duke en een ingelegd tafeltje dat een rol speelt in het verhaal van James Duke en mevrouw Brandon duiken regelmatig op in het verhaal. Ze geven het verhaal kleur. Maar soms lijkt ze die details ineens weer te vergeten. Net als je denkt: ‘O ja, die tafel’, dan is hij plotsklaps verdwenen. Een historische roman van deze omvang zit natuurlijk vol informatie, een bonte stoet aan figuren passeert de revue. En dan mis je een middel dat kan helpen om die veelheid van personen in hun verband en in de tijd te plaatsen. De stambomen achter in het boek zijn, zacht gezegd, onvolledig en onoverzichtelijk.

Annie Proulx heeft duidelijk een grote ambitie: het verbeelden van de immer nog voortdurende ecologische ramp die ontstaat door de kolonisatie en ontbossing van het Noord-Amerikaanse continent en andere delen van de wereld. Maar ze dreigt soms te bezwijken onder die ambitie. De spanningsboog van de roman verloopt niet echt soepel: sommige delen zijn heel spannend en levendig maar soms zakt het verhaal in en wordt bijna saai. Vaak vanwege een bijna irritante overload aan informatie. Ze heeft enorm veel werk verzet om deze roman te schrijven, maar ik denk dat het geheel aan kracht had gewonnen als er nog eens kritisch was gekeken of die indrukwekkende hoeveelheid encyclopedisch informatie nou altijd echt zo nodig was om het punt van het boek te maken. Ook daar geldt: Show, don’t tell.

Ik zei al: er is het lezen van een boek en er is ook nog een na het lezen van een boek. Een verhaal dat je zo lang meesleept in een turbulente historische ontwikkeling gaat onder je huid zitten. Het verdiept je waarneming, je gaat lijnen trekken door de tijd. In een van de afleveringen van ‘De wereld van de Chinezen’ is Ruben Terlou op Madagaskar en praat met de Chinese vissers die het vissen daar grootschalig aanpakken. Ze exporteren hun vangst naar China. Een van die vissers zegt: ‘De mensen hier zijn dom, ze vissen alleen wat ze nodig hebben voor zichzelf. Wij vissen om er rijk van te worden’. Het doet me denken aan de spanning tussen de Amerikaanse hout-exploitanten die de bossen kwamen kappen en de oorspronkelijke bevolking, die autarkisch leefde. Het maakte me er eens te meer van bewust dat kolonialisme van alle tijden is. De ecologische gevolgen zijn dat ook.

Onverwacht zag ik nog een continuïteit van de nietsontziende gewelddadige mentaliteit van pioniers en settlers. Ik zag geen bos maar het Capitool dat werd bestormd. Dat gebeurde op een manier die mij sterk deed denken aan de bestorming van de bossen in de eeuwen daarvoor zoals Annie Proulx die beschrijft. De VS zijn eigenlijk nog maar jong, de mentaliteit van Charles Duke en zijn nazaten zit misschien dichter onder de oppervlakte dan je zou denken.

Deze epische roman was naar mijn smaak nog sterker geweest als er wat meer was gekapt in het verhaal. Maar Annie Proulx bewerkstelligt wat ze beoogt: bij mij als lezer kweekt ze een groter bewustzijn van de ecologische kaalslag, die mensen al eeuwenlang over de hele wereld teweegbrengen.

Uitgeverij      De Geus, 2017
Pagina’s        795
Vertaald        uit het Engels door Regina Willemse (Barkskins)
ISBN             978 9044 536 805

Recensie door Ine van Emmerik, maart 2021

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress