Recensies

‘Wat ze zeiden’ door Miriam Toews

Elke vrouw of man die ooit is weggegaan uit een door mannen gedomineerde geloofstraditie zal getroost worden door deze roman van Miriam Toews. Het gaat over bewustwording van eigen keuzemogelijkheden, en over samenwerken en kracht ervaren bij het ontwaken uit een geslachtofferde, monddood gemaakte positie.

Een groep vrouwen heeft 48 uur de tijd om te beslissen wat ze doen, voordat hun mannen terugkeren uit de stad. Ze overwegen om met elkaar een levensvatbaar plan uit te denken om herhaling van verkrachtingen door de mannen van hun eigen geloofsgemeenschap te voorkomen. Ze willen de regels vanaf nu zelf gaan bepalen en durven na te denken over weggaan. Dit weggaan is moedig, omdat ze geen idee hebben van de wereld buiten die van henzelf. Ze spreken de taal niet en hebben geen enkele ervaring met daarbuiten. Behalve Ona, die zich in gedachten los kan maken, zij droomt en verzint buiten de kaders; en Nafra, maar die is gek en ongehuwd. De vrouwen stellen een manifest op waarin zij de regels van een nieuw samenleven vastleggen en de enige aanwezige man, August Epp, notuleert. Wie hij is en waarom hij schrijft wordt prachtig in het vrouwenverhaal verweven. De vrouwen besluiten dat ze niet kunnen vergeven, zoals de mannen van hen zullen eisen vanuit de geloofstraditie. De vrouwen durven door veel discussie en elkaar serieus nemen een uniek en waardig plan te bedenken

Je leert de vrouwen kennen doordat de tegenstrijdige persoonlijke belangen op tafel komen te liggen en emoties uitgesproken worden. Uur voor uur wordt het duidelijker wat ze willen: WEGGAAN.

De theologische discussies en de ontroerende, kwetsbare onderlinge verstandhoudingen zijn geschreven in prachtige beeldende taal en met veel metaforen. Om een indruk te krijgen een reeks van citaten:
Agata negeert het gepraat over gek geworden zijn en komt terug op wat Ona heeft gezegd. De mannen vragen weg te gaan Je bedoelt de daders en de oudsten die achter hun terugkeer staan? En Peters natuurlijk, zei Ona.  Greta tilt haar arm op, onhaalbaar, zegt ze. Met welke reden zouden ze gaan? Om alles wat we hebben besproken zegt Ona.”
Dat we, om ons te houden aan de grondbeginselen van ons geloof, ons moeten toeleggen op pacifisme, vergeving en liefde. Dat de nabijheid van de mannen ons hart verhardt en gevoelens van haat en agressie bij ons oproept. Dat we, als we goede mennonieten  willen blijven (of weer willen worden), de mannen van de vrouwen moeten scheiden tot we het rechte spoor kunnen vinden of hervinden.”

Maar hoe kunnen we verwachten dat onze mannen en jongens zullen veranderen en leren ons anders te behandelen als we weggaan zegt Mariche. Ona zwijgt even. Salomé komt tussenbeide. Het is niet onze verantwoordelijkheid om de mannen en de jongens op te voeden!”

Greta zegt: ga me nou niet vertellen dat we overwegen om te blijven om die mannen en jongens te leren hoe ze zich als normale mensen moeten gedragen! We hebben onze mannen nog nooit iets gevraagd, merkt Agatha op. Helemaal nooit, zelfs niet om het zout door te geven, geen stuiver of om een gordijn open te trekken, of wat milder te zijn tegenover de kleine jaarlingen, of om een hand op mijn onderrug te leggen terwijl ik alwéér, voor de twaalfde keer probeer een kind uit mijn lijf te persen. Is het niet interessant dat het enige wat we ooit aan de mannen vragen is of ze alsjeblieft weg wilden gaan? De vrouwen barsten in lachen uit. Het is geen optie, zegt Agata uiteindelijk. Nee, beamen de anderen. De mannen vragen weg te gaan is geen optie.”

Waar het mij omgaat, zegt Salomé, is dat we door weg te gaan onze mannen niet per sé volgens de Bijbel ongehoorzaam zijn, omdat wij vrouwen niet precies weten wat er in de Bijbel staat, aangezien wij niet kunnen lezen. We denken dat we onderdanig moeten zijn omdat de mannen ons dat vertellen. Salomé vraagt aan Mejal: als jou man vertelt dat hij door de woorden van God heeft gehoord dat hij, jouw man, jou een harde klap in je gezicht moet geven en dat hij zijn kinderen met een zweep van langs moet geven en jou zegt dat jij dat ook moet doen, zou je het dan met hem eens zijn? Het probleem is de mannelijke interpretaties van de Bijbel en hoe het aan ons wordt overgeleverd.”                              

De vrouwen eigenen zich het Woord van God toe. Hun manifest luidt:
1 wij willen gelijk beslisrecht.
2 wij denken zelf.
3 wij willen leren, taal en levenskennis van buiten.
4 wij willen vasthouden aan ons Geloof.
5 wij eisen veiligheid van onze kinderen.
6 wij zijn gelijkwaardige leden van de kolonie, geen productiemiddelen.
7 wij kunnen niet vergeven als we worden behandeld nog minder dan beesten.

Om dit aan zichzelf en hun kinderen te waarborgen besluiten zij weg te gaan voordat de vrijgekochte daders en de mannen uit de geloofsgemeenschap terugkomen.

Miriam Toews (1964) werd geboren in een mennonitische gemeenschap in Manitoba, Canada. Op haar 18e verliet ze deze gemeenschap en ging film en studeren aan de universiteit van Manitoba en journalistiek aan de universiteiten van Kings College, Halifax. Ze heeft verschillende literatuur prijzen ontvangen. Met Wat ze zeiden haalde zij de bestsellerlijst in Canada en vele andere landen. Het is gebaseerd op een waargebeurd verhaal in een mennonitische gemeenschap.

Uitgever      Cossee, 2020.
Pagina’s     223
Vertaald      vanuit Engels door Josephine Ruitenberg en Claudia Visser (Women talking)
ISBN          978 9059 369 177

Recensie door Lies Boerman, maart 2021

 

 

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress