Recensies

‘Mijn lieve gunsteling’ door Marieke Lucas Rijneveld

Mijn lieve gunsteling borduurt voort op Marieke Lucas Rijneveld’s debuutroman De avond is ongemak. Ook dit verhaal is gesitueerd op het platteland. Het perspectief van de verteller is alleen anders. De hoofdfiguur/ik figuur is nu de 49-jarige veearts. In een lange monoloog vertelt deze pedofiele man over zijn liefde en seksuele gevoelens voor het 14-jarige meisje op de boerderij, waar hij als veearts de koeien insemineert en die hij bij ziekte behandelt. Het verhaal speelt in het ‘anonieme’, gereformeerde dorp ‘The Village’ rond de eeuwwisseling. Een boer heeft zich opgehangen na een mond en klauwzeer uitbraak, waardoor hij zijn veestapel kwijtraakte.

Het meisje woont bij haar broer en vader. Haar moeder is overleden of vertrokken, toen het kind drie jaar oud was. In haar fantasie kiest ze (prinses) Beatrix als vervangende moeder. De man – door het meisje Kurt genoemd – is getrouwd met Camilla en ze hebben twee tienerzonen.

De man plaatst het meisje op een voetstuk. Ze is zijn “lieve gunsteling, mijn hemelse uitverkorene, mijn kleine praaldier, mijn minnegodje.”  Hij houdt van haar en verlangt obsessief naar haar als zijn vrouw. Langzaamaan werkt hij met gebruikmaking van haar kwetsbare gevoelens, toe naar een seksuele, levenslange relatie.

Het onbevangen meisje fantaseert haar eigen leven. Nu eens is ze een kikker, dan weer een vogel die door veel te oefenen zal kunnen vliegen. Ze voert gesprekken met Hitler (want ze is op dezelfde dag geboren en dat moet wat betekenen) en met Freud. Ze wordt gekweld door schuldgevoel, want ze is ervan overtuigd, dat zij met het vliegtuig de TwinTowers doorboorde. Het meisje wil een jongetje worden; ze is gefascineerd door penissen en verlangt hartstochtelijk naar een eigen ‘geweitje’. Omdat dat nog niet vanzelf aangroeit, snijdt de veearts een penis van een dode otter voor haar af, belooft hij haar een museum vol penissen te bezoeken en laat hij veelvuldig zijn eigen penis (later moordenaarsgewei genoemd) zien en voelen. Het meisje wil ontleed worden en snijdt zichzelf. Als ze weer een keer probeert te vliegen door van een voedertrog te springen, komt ze in het ziekenhuis terecht, waar Kurt haar ook seksuele handelingen laat doen. Het meisje is weerloos en wordt ‘ingeweven’ in het web van de genadeloze Kurt. Ze hongert zichzelf uit.

Maandenlang worden de ‘seksuele’ ontmoetingen geheim gehouden. Alleen vanuit het perspectief van Kurt lezen we over de gevoelens van het meisje. Soms ziet hij, dat ze ontheemd is, angstig, maar meestal blijft ze, volgens hem, haar minnaar bewonderen en zijn bescherming en troost zoeken. Noch haar vader, noch haar vriendinnen of broer lijken haar te beschermen. Ze wordt op het matras achterin de Fiat van Kurt ‘aangerand’ of ’s nachts onder het viaduct.

Wanneer haar broer haar dagboek vindt, wordt het meisje door haar vader en door Camilla beschimpt. Kurt realiseert zich dat de ontmoetingen moeten stoppen. Hij vertelt over zijn eigen jeugd en lijkt zich min of meer te verontschuldigen. Hij had een kille moeder. Hij heeft wel geprobeerd, o.a.  door met Camilla te trouwen, niet meer naar seks met kinderen te verlangen, maar dat is niet gelukt. Hij weet ook dat hij uiteindelijk gestraft zal worden, spreekt steeds meer tot de rechters (magistraten), die hem zullen veroordelen.
“Tegen de weerzinwekkendheid in, tegen alle blaam, die mij trof, bleef ik je toch zien. En iedere keer woedde mijn begeerte krachtiger, al had ik ergens ook de ijdele hoop, dat we vrienden konden worden; ik wilde je niet langer zo giftig de oorlog van mijn lusten verklaren. Ik wilde je gaaf houden in plaats van doorzeefd met kogelgaten, maar er bestond geen grammetje vrede in mij, geen broederschap. Ik wist, dat ik, zodra ik mijn soldatenpak aantrok, mijn veeartsenjas, dat we allebei meer en meer gehavend zouden worden en ik zweer het, beste magistraten, dat ik dit noodlot niet langer wilde tarten….maar waarom ik dan dat wezen, met die onbedorven kinderlijkheid nog meer besmeurde, dat kon ik niet uitleggen. Ik kon alleen maar zeggen, dat ik al van jongs af aan wilde spelen met wat ziek of stuk was, met dat wat ieder moment kon breken.”            (pag. 214)

Marieke Lucas Rijneveld bezit zonder meer een creatieve, dichterlijke geest, waarmee ze de meest banale feitjes tot belangrijke gebeurtenissen omvormt. Echter, de talrijke passages over snot, plas, poep, seks en het snijden in mens en dier, zijn walgelijk om te lezen en lieten mij het boek een paar dagen wegleggen.
Het verhaal waaiert ook wel erg uit met verwijzingen naar citaten van zangers, politici, filosofen en uit de bijbel. Dat voegt weinig toe en leidt eigenlijk af van de dichterlijke wijsheid waarmee ze over het kleine dorpse kinderleven praat, zoals over knikkers en het zwembad.

De vorm van het verhaal, een hele lange monoloog, slechts gescheiden door komma’s en met veel herhalingen van de seksuele fantasieen van de man, vond ik soms wel wat irritant. Maar misschien is dat ook wel omdat je niet graag leest over onwenselijk gedrag, waarvan je weet dat het toch bestaat en onoverkoombaar is. Al lezend voel je de spanning oplopen. Zal het meisje zich toch nog verzetten? Zal ze weglopen? Zal ze sterven? Zal de man veroordeeld worden?

Uitgeverij      AtlasContact, 2020
Pagina’s       363
ISBN              978 9025 470 142

Recensie door Ammy Langenbach, maart 2021

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress