Recensies

‘De Spiegel en het Licht’ door Hilary Mantel

Acht jaar na de publicatie van deel 2 van een trilogie over Thomas Cromwell door Hilary Mantel is in 2020 het 3e deel verschenen. Deel 1, Wolf Hall, ging over het pijlsnelle opklimmen van Thomas als zoontje van een smid en brouwer tot adviseur en voornaamste drijvende kracht achter kardinaal Wolsey en vervolgens achter koning Henry VIII van Engeland. Het 2e deel, Het Boek Henry, liet naast de enorm ambitieuze kant van Thomas nu ook zijn slinkse, berekenende kant zien in zijn nauwkeurige planning van de ondergang van Anna Boleyn, tweede vrouw van Henry VIII. In het nu verschenen 3e deel, De Spiegel en Het Licht, worden de laatste vier levensjaren van Thomas Cromwell beschreven, dus de periode 1536 tot 1540.

In dit 3e deel blijft Cromwell proberen alle ballen in de lucht te houden om Henry VIII maar te vriend te houden en zo zijn eigen bestaan en positie te beschermen, maar zijn vechtlust gaat verdwijnen. Heel symbolisch hiervoor geeft hij op zeker moment een mes dat hij zijn hele leven ter verdediging onder zijn kleren heeft gedragen aan iemand anders. De dreiging van zijn naderende ondergang is door het hele boek te voelen, terwijl hij tegelijkertijd de ene onderscheiding na de andere krijgt en zelfs mag toetreden als Ridder in de Orde van de Kousenband. Hij is op het toppunt van zijn macht, wordt benoemd tot Graaf van Essex, heeft overal in binnen- en buitenland spionnen en leeft als een vorst in zijn eigen koninkrijk.
Thomas onderkent evenwel zijn afhankelijke positie: “Ik heb nog steeds geen plan, geen uitweg, ik heb geen adellijke bloedverwanten, geen beschermers, geen troepen en geen rechten. Ik kan nergens aanspraak op maken.” Steeds fanatieker gaat hij door met het ontmantelen van kloosters en het elimineren van oude adellijke families die tegen hem zijn. Hij doet dat niet uit liefde voor de koning, maar uit eigenbelang.
Ooit zegt Thomas tegen de koning: “´Uwe majesteit is de enige ware vorst. De spiegel en het licht voor andere koningen’. Niet zo heel veel later ziet Thomas zichzelf weerspiegeld in een zilveren bord en denkt: “De spiegel en het licht van alle raadsheren die er in de christenheid te vinden zijn.” Dan komt hij tot de eindconclusie: “Als Henry de spiegel is, is hij, Cromwell, de bleke toneelspeler die zelf geen luister verspreidt, maar rondgaat in weerspiegeld licht. Zodra het licht zich verplaatst is hij verdwenen.” En zo zal het ook zijn.

Grote politieke kwesties trekken voorbij: de ‘Pilgrimage of Grace’ (een RK opstand in 1536 tegen het religieuze beleid van Henry VIII en een direct gevolg van de ontmanteling van de kloosters), de dreiging van de onbetrouwbare bondgenoot Frankrijk, maar vooral van Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Uitgediept worden die zaken niet, maar ze komen wel langdurig aan bod.
Intussen hertrouwt Henry VIII met Jane Seymour, maar kort na de bevalling van haar zoon sterft ze. Cromwell zorgt voor een nieuwe vrouw: Anna van Kleef. Politiek gezien een goede keus, maar Henry moet haar niet. Ze is niet aantrekkelijk genoeg  én hij heeft de afschuw in haar ogen gezien toen ze hem voor de eerste keer ontmoette. Het is Thomas Cromwell die beschuldigd wordt van een verkeerde keus.

In het wespennest van politiek gekonkel zal Thomas uiteindelijk te gronde gaan, door verraad van iemand van wie je het niet had verwacht en natuurlijk door zijn twee aartsvijanden: bisschop Stephen Gardiner en Thomas Howard, hertog van Norfolk. Die twee karakters ontwikkelen zich door alle drie delen heen niet, maar zweven permanent als boosaardige geesten rond. De werkelijke oorzaak van de ondergang van Thomas Cromwell was dat hij “belangrijker was geworden dan een dienaar of onderdaan zou moeten zijn.” De koning was bang voor hem geworden.
Hoewel Cromwell in dit laatste deel steeds minder sympathiek overkomt, kun je niet anders dan diep medelijden met hem voelen als je leest op welke gronden deze man, die zo onnoemelijk veel voor koning en vaderland heeft gedaan – ten goede en ten kwade -, veroordeeld wordt. Zijn levenslange poging om van een dubbeltje een kwartje te worden is mislukt. Hij zal onthoofd worden, met een bijl. Als zoon van een smid ziet hij hoe onscherp de bijl is. Er wordt beweerd dat de beul drie keer moest slaan.

Despiegel en het licht roept veel vragen op. Hilary Mantel heeft een Thomas Cromwell neergezet zoals zij denkt dat hij was. Alles wordt door zijn ogen gezien, dus met historische juistheid of onjuistheid hoef je je niet bezig te houden. Je kunt je echter als lezer afvragen hoe het mogelijk is dat Thomas, die zoveel gaf om kardinaal Wolsey, probleemloos gaat werken voor degene die zijn dood bevolen heeft. Om Henry geeft hij niet of nauwelijks. Wat hij tegen hem – en anderen – zegt, is iets heel anders dan wat hij denkt. Thomas, als zeer intelligente man, ziet hoe hij willens en wetens in zijn eigen val aan het lopen is, maar doet daar niets aan. Er komt geen uitleg. Het is zoals het is.
De functie van zijn geïntroduceerde fictieve dochter Jenneke wordt niet verklaard. Mogelijk dient zij om een beeld te geven van hoe Cromwell ook had kunnen leven, onopvallend in Antwerpen.
Je kunt je ook afvragen waarom Cromwell helemaal opgaat in de wereld van de adel waarin hij niet thuishoort. In dit laatste deel is dat niet meer om maatschappelijke verbeteringen te kunnen doorvoeren, maar om zijn eigen hachje te redden. Een antwoord daarop komt niet.

Toch is dit een heel bespiegelend laatste deel, waarin Thomas veel aan zelfbeschouwing doet, met lange terugblikken naar zijn verleden en gesprekken met de overleden Wolsey,  maar wijzer word je er als lezer niet van. Hij moet de ongrijpbare, onverklaarbare man blijven zoals Hilary Mantel hem ziet.
Qua stijl is er weinig veranderd. De chaos van gebeurtenissen die naadloos overgaan in totaal andere, is er weer net zoals in Wolf Hall. Personages tuimelen over elkaar heen, heden en verleden wisselen elkaar voortdurend af. Het taalgebruik blijft 21e eeuws, afgewisseld met archaïsche taal. Steeds vaker gaat de Engelse schrijfster de ‘wij-vorm’ gebruiken.  Zozeer heeft ze zich kennelijk ingeleefd in de wereld van Thomas Cromwell.
Alle kennis die Hilay Mantel nog over had na haar jarenlange research is in dit boek gestopt en het is daarom dikker geworden dan de eerste twee delen samen. Er zitten dan ook heel veel verhaaltjes in het verhaal. Af en toe wordt dat knap vervelend om te lezen maar toch zit je helemaal in de wereld en tijd van Cromwell, die ze beschrijft met een enorm oog voor detail. Met een paar honderd bladzijden minder was dit boek evenwel indrukwekkender geweest.

Uitgeverij     Tertius Enterprises Ltd 2020 (Meridiaan), 2020
Pagina’s      1248
Vertaald       uit het Engels door Harm Damsma en Niek Miedema   (The Mirror & the Light)
ISBN            978 9493 169 043

Recensie door Janny Wildemast, maart 2021

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress