Recensies

‘Kintu’ door Jennifer Nansubuga Makumbi

Kintu is een intrigerend boek. Het omspant de periode van 1750 tot 2004 en beschrijft hoe de vloek die Kintu Kidda in 1750 over zichzelf en zijn clan afroept, doorwerkt tot in de 9e generatie.

Kintu Kidda is een belangrijke stamoudste van de Ganda en gaat in 1750 op reis om zijn trouw te betonen aan de nieuwe koning. De schrijfster zet hem neer als een betrouwbare, zachtmoedige en eerlijke leider. Hij heeft verschillende vrouwen, maar de belangrijkste voor hem is Nnakato. Van een andere vrouw, de tweelingzus van Nnakato, krijgt hij vier identieke tweelingen, maar voor hem is Baale, de zoon van Nnakato, het meest dierbaar. Kort na Baales geboorte komt Ntwire, een Tutsi, ontredderd in het dorp: zijn vrouw is op reis gestorven bij de bevalling van haar zoontje. Kintu en Nnakato nemen het kind Kalema op en voeden hem op als broertje voor Baale. Ntwire blijft in het dorp, maar houdt zich afzijdig. Kalema is een jongeman als hij met Kintu meegaat naar de koning. Onderweg geeft Kintu hem een klap tegen zijn hoofd voor een klein vergrijp en Kalema valt tot ieders schrik dood neer. Bij terugkomst in het dorp verzwijgt Kintu het voorval, maar Ntwire vertrouwt het niet en spreekt een vloek uit over Kintu en zijn nageslacht als Kalema niet terugkomt. Tien jaar later gaat Baale trouwen, maar op de dag voor de bruiloft overlijdt hij door een onbekende oorzaak. Zijn moeder Nnakato is ontroostbaar en pleegt zelfmoord. Kintu ziet hierin de hand van de vloek en vertrekt uit het dorp. Hij wordt niet meer teruggezien.

De vloek van Kintu blijft bestaan: zijn nazaten worden getroffen door waanzin en ongeluk. Zij zijn zich van de vloek bewust. Een van de voorzorgsmaatregelen is dat kinderen niet tegen het hoofd geslagen mogen worden. Het verhaal gaat in de familie dat Kintu Kidda niet begraven is en daardoor als een geest nog over de wereld waart, om zijn nageslacht zoveel mogelijk te beschermen tegen de gevolgen van de vloek. Hij is de bewaarder van de familie.

Jennifer Nansubuga Makumbi beschrijft vier nazaten in detail, negen generaties later, in 2004: Suubi, Kanani, Isaac en Miisi. Bij alle vier spelen tweelingen en waanzin een belangrijke rol in hun geschiedenis. Ze zijn zelf deel van een identieke tweeling (Suubi en Miisi) of ze zijn vader van een tweeling (Kanani en Isaac). Tweelingen worden traditioneel gezien als één ziel. Daardoor laat de overleden helft van de tweeling zich niet verdrijven en komt in wanen of dromen terug, of beschouwt een tweeling zichzelf zozeer als eenheid dat ze het heel normaal vinden samen een kind te verwekken.

De familie is ook berucht vanwege het grote aantal krankzinnigen: onevenredig veel van hen worden behandeld voor krankzinnigheid, plegen een moord op een broer of een kind in een vlaag van waanzin, al of niet gevolgd door zelfmoord, of hebben last van wanen. Het godsdienstfanatisme van Kanani en zijn vrouw lijkt mij persoonlijk ook niet erg gezond.

Ondanks deze ellende in ieders leven leest Kintu niet als een zwaarmoedig verhaal. Dat komt in de eerste plaats door de veerkracht van de personages: ze weten ondanks hun moeilijke omstandigheden allemaal een opleiding af te ronden en een relatie aan te gaan waarin ze zich geborgen voelen. In de tweede plaats blijft het verhaal boeien, doordat de schrijfster op intrigerende wijze de recente geschiedenis van Oeganda erin weet te verweven. Op een vanzelfsprekende manier komen verschillende thema’s aan de orde: de willekeur waarmee de koloniale machten grenzen trokken, waardoor de oude koninkrijken zoals dat van de Ganda bij elkaar gestopt of juist gesplitst werden; de spanningen tussen verschillende stammen die ook in de nieuwe staten een rol blijven spelen, zoals tussen de Ganda en de Tutsi; de bevoogding en neerbuigendheid van de Britten tegenover de oorspronkelijke bevolking; de scholing in het koloniale onderwijs en de rol van de Anglicaanse kerk die leidden tot marginalisering van de traditionele overleveringen en gebruiken; de verschillen tussen mensen uit de stad en het platteland, vooral wat betreft de aloude tradities. Ook de recente geschiedenis heeft effect op de personages, met name het bewind en de gewelddadige verdrijving van Idi Amin en de gevolgen van de aids-epidemie. Tien van de twaalf kinderen van Miisi overlijden op deze manier: vijf in de bush wars en vijf aan aids.

Het laatste deel is gewijd aan de ‘thuiskomst’: een aantal clanoudsten verzamelt zoveel mogelijk afstammelingen van Kintu Kidda en wil door een gezamenlijk ritueel de vloek verbreken. Hoewel Miisi, als academicus, gelooft dat hij alleen maar droomt en er niet aan wil dat het iets meer te betekenen heeft, blijkt hij in die dromen informatie door te krijgen over de locatie van de oude graven van Nnakato, Baale en Kalema en van het te bouwen gemeenschapshuis in het dorp van Kintu Kidda. Ook Suubi, Kanani en Isaac kunnen zich er maar moeilijk aan overgeven, maar nemen toch deel aan de rituelen. Op de reünie en onmiddellijk daarna valt uiteindelijk het meeste op zijn plaats en komen Suubi, Isaac en de (klein)kinderen van Kanani tot rust. Dat geldt op wrede wijze ook voor Miisi: de gewelddadig omgekomen man Kamu, met wie het boek begint, blijkt zijn laatst overgebleven zoon te zijn, waarna hij alleen nog een dochter overhoudt. Bij de begrafenis verliest hij zijn verstand. De dorpelingen vinden hem en krijgen van de geesten de opdracht voor hem te zorgen: hij is de nieuwe bewaarder van de familie.

Kintu leest vlot en is een rijke vertelling waarin Jennifer Nansubuga Makumbi heden en verleden van Oeganda knap weet te verbinden. Ze gebruikt mythen en volksverhalen en schrijft bijzonder beeldend. Na eerdere opleidingen en werk als docent in Kampala, studeerde Jennifer voor een MA Creative Writing in Manchester Ze schreef Kintu als haar doctoraaldissertatie aan de universiteit van Lancaster, oorspronkelijk onder de titel The Kintu Saga. Het boek werd enthousiast ontvangen en ontving vele prijzen. Naast korte verhalen publiceerde ze The First Woman (2020). Jennifer is momenteel docente Engels en Creatief schrijven in Engeland, én ze werkt als Writer in Residence bij het NIAS in Amsterdam aan haar 3e roman.

Uitgeverij     Cossee, 2020
Pagina’s      480
Vertaald       uit het Engels door Josephine Ruitenberg (Kintu)
ISBN            978 9059 369 009

Recensie door Marianne van der Weiden, maart 2021

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress