Recensies

‘De onafscheidelijken’ door Simone de Beauvoir

Wat een juweeltje, deze nooit eerder gepubliceerde novelle van Simone de Beauvoir. Volgens het nawoord van Sylvie Le Bon de Beauvoir heeft de schrijfster De onafscheidelijken meermalen herschreven, hetgeen een zeer uitgebalanceerd resultaat oplevert. Het verhaal is duidelijk geinspireerd op de jeugdvriendschap tussen Simone en Zaza.

Zonder één keer het woord emancipatie, feminisme of onderdrukking te gebruiken, schrijft ze in gevoelige ‘meisjestaal’ over de worsteling van meisjes en jonge vrouwen met hun knellende rol en verplichtingen in familie en maatschappij.

Het verhaal speelt in Parijs en begint vlak na de eerste wereldoorlog (strijd voor vrouwenkiesrecht). Het is grotendeels het verhaal van Sylvie (alias Simone de Beauvoir), de ik-figuur, en Andrée Gallard (alter ego van vriendin Zaza). (zie ook: Een welopgevoed meisje van Simone de Beauvoir, 1958, waarin het verhaal min of meer geïntegreerd wordt)

Sylvie is in de novelle het keurige meisje uit de middenklasse. Ze ontmoet als 9-jarige op de katholieke school Andrée voor het eerst. Beide meisjes kunnen goed leren en worden elkaars beste vriendin. Hoe innig ook gevoeld, vooral door Sylvie, in deze tijd wordt van deze vrouwelijke intimiteit nog niet zo openlijk blijk gegeven. De meisjes praten vooral veel over hun studie en over religie, en blijven elkaar met de u-vorm aanspreken. Toch zijn de dialogen heel intiem.

Sylvie lijkt zichzelf wat meer ruimte en levensvreugde te gunnen en haar eigen mening te vormen. Ze zegt uiteindelijk niet meer te geloven. Ze mag filosofie gaan studeren aan de Sorbonne, terwijl Andrée zich, in navolging van haar oudere zus, voor moet bereiden op een gearrangeerd huwelijk. Die moet zich, net zoals haar moeder, schikken in haar rol als keurige echtgenote en moeder. De spanning van de moeder tussen de keuze voor meer geluk voor haar dochter en de noodzaak zich in haar conventionele moederrol te schikken is goed voelbaar.
Ik geloof niet meer, zei Sylvie. Soms is het moeilijk,” zei Andrée, want waarom wil God dat we ongelukkig zijn? Mijn broer antwoordt me dat het het probleem van het kwaad is en dat de Kerkvaders het al lang geleden hebben opgelost; hij herhaalt voor mij wat ze op het seminarie leren. Nee, als god bestaat, is het kwaad niet te begrijpen, antwoordde ik. Maar misschien moeten we accepteren, dat we het niet begrijpen. Het is hoogmoed om alles te willen begrijpen, zei Andrée.’     (pag. 74-75)

Andrée wordt beschreven als een meisje met een veel hartstochtelijker karakter, die worstelt met haar geloof en de zin van het bestaan. Ze wordt als 15-jarige heel erg verliefd op Bernard, maar als ze zich niet aan de stringente fatsoensnormen, vooral uitgedragen door haar moeder, houdt, is ze bang voor de hel en overweegt ze zelfmoord.

De meisjes maken kennis met de ook zeer gelovige student Pascal en eigenlijk gunt Sylvie deze man, die ze als eerste tot haar beste vriend maakt, aan Andrée. Andrée wordt opnieuw hevig verliefd en voelt voor het eerst, dat iemand van haar houdt om wie ze werkelijk is, waarop Sylvie bekent:
U hebt het nooit geweten, maar vanaf de dag dat ik u leerde kennen, bent u alles voor mij geweest, zei ik. Ik had besloten dat als u zou sterven, ik ook meteen zou sterven.”     (pag. 71)

Pascal verzoent Andrée met de menselijke schepping, de wereld van God. Hij gelooft in de Heer, maar houdt ook van het leven. Hij geeft haar het perspectief van een keurig, liefdevol huwelijksleven, maar daar zijn wel grenzen aan. “Hij houdt zijn manlijk overwicht, wat zij van hem verlangt.”       (pag. 97)

Het is heel knap hoe de schrijfster het taboe op de vrouwelijke seksualiteit beschrijft; de vleselijke lusten waartegen zowel mannen als vrouwen beschermd moeten worden
In de novelle wordt vooral het gevoelsleven van Andrée belicht. Daardoor wordt Sylvie/Simone meer neergezet als het overbezorgde meisje, dat haar beste vriendin alles gunt en alles doet om haar op te vrolijken. Ze redt zichzelf toch wel.

Een onafscheidelijke vriendin uit onze jeugd is ook nu nog sterk herkenbaar voor veel vrouwen. Het moet voor Simone de Beauvour (Sylvie) wel een dodelijk gemis geweest zijn om haar beste, intieme vriendin al jong te moeten missen. Blijkens de correspondentie tussen Simone en Zaza, die aan het boek toegevoegd is, draagt Simone dit verdriet nog vele jaren met zich mee.
Ik ben op dit moment meer dan ooit op u gesteld, dierbaar verleden, dierbaar heden, mijn dierbare onafscheidelijke. Veel liefs, lieve Zaza.’  S.de Beauvoir.”   (pag. 215)

De taal is gevoelig en toegankelijk. Je voelt als lezer hoe de meisjes, ondanks alles, lopend door het romantische Parijs of liggend op hun meisjeskamer, proberen van elkaar en het leven te genieten.

Uitgeverij      Cossee, 2020
Pagina’s       215
Vertaald        uit het Frans door Martine Woudt (Les Inséparables)
Nawoord       Sylvie Le Bon de Beauvoir en Bregje Hofstede.
ISBN              978 9059 369 375

Recensie door Ammy Langenbach, januari 2021

 

Share

One comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress