Recensies

‘Wolf Hall’ door Hilary Mantel

De Spiegel en het Licht is de titel van het in april verschenen 3e deel van Hilary Mantel’s lijvige biografische roman over Thomas Cromwell. Ze heeft er vijftien jaar over gedaan om haar trilogie te schrijven. Het is daarom goed de eerdere delen nog eens onder de aandacht te brengen. Het eerste deel, Wolf Hall,verwijst naar Wulfhall, het huis van John Seymour, wiens dochter Jane later met Hendrik VIII zou trouwen. Wolf Hall refereert ook aan het gezegde ‘homo homini lupus’, de mens is de mens een wolf.
Het verhaal beslaat de tijdsperiode 1500 tot 1535 en speelt in Engeland in de tijd van Koning Henry VIII. De vroege jeugd van Thomas Cromwell, zijn onwaarschijnlijk snelle, maar waargebeurde, opklimmen op de sociale ladder, zijn dienstverband bij kardinaal Wolsey en koning Henry VIII en zijn grote politieke betekenis wordt beschreven. Het boek eindigt met de dood van Thomas More en de rol die Cromwell daarbij speelde.

Ervan uitgaande dat er talloze boeken geschreven zijn over de Tudortijd, had Hilary Mantel daar het zoveelste boek aan toe kunnen voegen, maar ze heeft gekozen voor een heel andere vorm. Ze laat haar karakters op een 21e eeuwse manier praten, afgewisseld met verouderde woorden, tegen een 16e eeuwse achtergrond. Heel vaak beginnen zinnen met ‘hij’ en moet je maar afwachten naar wie verwezen wordt. De tegenwoordige tijd wordt voornamelijk gehanteerd om te benadrukken dat ze schrijft vanuit het heden van de wereld waarin ze zich in gedachten bevindt. In een interview met de BBC gaf zij dan ook aan dat zij tijdens het schrijven leeft ín die tijd, niet erna.

Het lezen van Wolf Hall is als het springen in een draaikolk. Het verhaal springt voorwaarts en achterwaarts en is volgestopt met een overstelpende hoeveelheid feiten, die als bekend worden verondersteld. Een schrijver van historische fictie maakt gewoonlijk een keus uit al zijn feitenmateriaal om het verhaal boeiend te houden en de lezer niet te overladen met wetenswaardigheden. Dat doet Hilary Mantel niet: alles wat ze aan kennis vergaard heeft, en dat is heel veel, wordt in haar boek gestopt. Bovendien heeft ze gekozen voor een relatief weinig beschreven hoofdpersoon: Thomas Cromwell, niet te verwarren met de veel latere Oliver Cromwell, die gerelateerd was aan een neef van Thomas.

Thomas Cromwell leefde van ± 1485 tot 1540. Hij was het zoontje van een gewelddadige smid en bierbrouwer en groeide op als straatvechtertje. Op jonge leeftijd loopt hij weg, komt in Vlaanderen terecht bij stoffenhandelaren, schijnt later als een soort huurling geleefd te hebben, komt dan in Italië waar hij werkt bij handelsbankiers en heeft ook in dienst gestaan van een kardinaal in Rome. Eenmaal terug in Engeland komt hij in dienst bij kardinaal Wolsey en wordt zijn grote vertrouweling. Als Wolsey uit de gratie raakt, keert Thomas zich richting Henry VIII en wordt dan diens meest vertrouwde raadgever. Hij is inmiddels advocaat, maar heeft daarnaast een enorme algemene ontwikkeling opgedaan tijdens zijn afwisselende leven. Aan het hof heeft hij de allerhoogste functies bekleed. Waar Wolsey faalde om het huwelijk van Henry VIII en Anna Boleyn te bewerkstelligen, lukt dat Cromwell wel. Daarmee is hij een van de meest verantwoordelijke personen die voor de afscheiding van de Engelse Kerk van Rome gezorgd heeft. Hij is ook degene die een zeer actieve rol heeft gespeeld in de ontmanteling van de kloosters en dus de dood van velen op zijn geweten heeft. Geen lekkere jongen dus, maar wel een van de belangrijkste mensen in de politieke geschiedenis van Engeland. Zijn onwaarschijnlijke, maar echt gebeurde levensgeschiedenis verdient zeker een deze biografische roman.

Hillary Mantel wijkt af van het gangbare beeld van Thomas Cromwell als de meest gehate man van Engeland en beschrijft hem als een rustige, sympathieke man die weloverwogen zijn beslissingen neemt. De vechtersbaas van vroeger heeft plaats gemaakt voor een man die precies weet wat hij wil en recht op zijn doel afgaat. Niet als een wolf, maar meer als een soort slang, die stil en onopvallend overal aanwezig is en over elke hobbel glijdt. Is die hobbel een mens, dan wordt die uit de weg geruimd. Belangrijk is evenwel om op te merken dat zijn negatieve kanten uitsluitend naar voren komen door interpretatie en nergens door beschrijving.

Cromwell is een moeilijk te doorgronden man met een onduidelijke achtergrond, maar in ieder geval van lage komaf, met een enorm uitgebreide kennis van allerlei onderwerpen, opgedaan in zijn woelige jeugdjaren, die precies aanvoelt wat hij moet doen om het eerst Wolsey en later Henry VIII zodanig naar de zin te maken dat hij er zelf beter van wordt. Hij trekt zich niets aan van snierende opmerkingen over zijn afkomst en doet er zelfs zo geheimzinnig over, dat eigenlijk niemand precies weet hoe het met hem zit. Hij heeft de kunst van ondoorgrondelijkheid goed geleerd en laat zich nooit kwaad maken.

Bijna alle andere hoofdpersonen worden als onbetrouwbaar, kwaadaardig, onbenullig en afstotelijk neergezet. Dat geldt voor Katharina van Aragon, Anne Boleyn en haar hele familie, de Dukes of Norfolk en Suffolk, Thomas More enz. maar alleen niet voor Henry VIII. Die wordt menselijker afgebeeld dan in welk boek van andere schrijvers dan ook. De lezer wordt dus geconfronteerd met een totaal ander beeld van de geschiedenis dan doorgaans in boeken van andere schrijvers beschreven wordt. Dat toont maar weer eens aan dat geschiedenis is wat mensen ervan maken.

Wolf Hall biedt een goed beeld van Cromwells tijd waarin de adel en de R.K. Kerk een enorme machtspositie hadden. De immense verwarring en onrust, veroorzaakt door de strijd tussen Rooms-Katholicisme, Lutheranisme en Anglicanisme, bracht dood en verderf. De koning was een grillige man met een serie vriendjes om zich heen die zomaar in- en uit de gratie konden raken. Het gewone volk leefde in armoede en onwetendheid en in voortdurende vrees iets te doen wat de koning niet aan stond, want dan volgde de brandstapel, de galg, of onthoofding. Op die situatie slaat het idee van homo homini lupus. Cromwell manoeuvreerde uiterst behendig tussen alle voetangels en klemmen door, maar wij weten inmiddels dat ook hij uiteindelijk het loodje zal leggen. Dat deel van zijn levensgeschiedenis wordt in het derde deel beschreven.

Je weet van te voren wat er gaat gebeuren, als je bekend bent met de Engelse geschiedenis, maar toch beleef je alles van binnenuit. Dat is het knappe van dit boek, dat niet voor niets de Booker Prize heeft gewonnen in 2009. Daarbij moet wel aangetekend worden dat de Booker Prize omstreden is. Er is nogal wat protest tegen het idee dat een klein groepje literaire insiders, die bijna een boek per dag moeten lezen, wel even kunnen bepalen wat het boek van het jaar is. Al wordt Wolf Hall ook nog zo geprezen, het zou zomaar kunnen dat lezers afknappen op de woest op en neer gaande verhaallijn, talloze personages en als bekend veronderstelde geschiedenis, al staan er dan achterin overzichten van personages en stambomen. Dat neemt niet weg dat Hilary Mantel een springlevende wereld heeft neergezet die je met al je zintuigen kunt waarnemen. Haar taalgebruik is schitterend, al blijft het vreemd om een 16e eeuwse figuur 21e eeuwse dingen te horen zeggen.
Al met al een verrassend en fascinerend boek.

Uitgeverij          Signatuur, 2010
Pagina’s            672
Vertaald            uit het Engels door Ine Willems (Wolf Hall)
ISBN                  978 9056 723 620

Recensie door Janny Wildemast, december 2020

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress