Recensies

‘Laten we er het beste van hopen’ door Carolina Setterwall

Laten we er het beste van hopen is de autobiografische debuutroman van de Zweedse Carolina Setterwall (1978) en gaat over de periode voor en na dat Carolina haar vriend Aksel op een ochtend in oktober dood in bed vindt. Hun laatste nacht samen zijn ze niet bij elkaar: Carolina brengt de nacht door op een matras in de slaapkamer van hun acht maanden oude zoontje Ivan, die last heeft van nachtangst en bijna non-stop huilt.

In korte hoofdstukken van slechts een paar pagina’s wisselen verleden (de periode vanaf hun ontmoeting op een feestje in de lente van 2009 tot aan de dood van Aksel in oktober 2014) en heden elkaar af. Dit is een effectieve keuze, want met iedere terugblik ziet ook de lezer het onvermijdelijke moment van het overlijden van Aksel steeds dichterbij komen en wordt een simpele hoofdstuktitel bestaande uit een maand en jaartal opeens heel beladen.

Carolina Setterwalls taalgebruik is weinig literair, maar dat doet er bij dit boek eigenlijk niet toe. Het verhaal overtuigt en is rauw, eerlijk en soms hartverscheurend. Wat vooral sterk is aan deze aan Aksel gerichte ‘bekentenisroman’ is dat Carolina alles behalve een geromantiseerd beeld van hun relatie schetst. Ze schrijft rauw en eerlijk – en spaart daarbij ook zeker zichzelf niet. Ze beschrijft onstuimige verliefdheid, maar ook een relatie vol met meningsverschillen, ruzies en verschillende toekomstdromen. Een relatie die zijn langste tijd misschien al wel had gehad.

“Steeds vaker vind ik de laatste tijd ook troost in een pragmatische houding ten opzichte van jou en onze relatie. Het is draaglijker om te denken dat die zijn langste tijd gehad had. Ik denk dat we misschien uit elkaar waren gegaan als je in leven was gebleven. Dat ik hoe dan ook vroeg of laat een alleenstaande moeder was geworden. Ik bedenk dat we er niet in slaagden om elkaar gelukkig te maken, dat ik er niet in slaagde jou gelukkig te maken, dat je waarschijnlijk vroeg of laat genoeg van me zou hebben gekregen en bij me weg was gegaan. Waarschijnlijk zou je met een ander gelukkiger zijn geweest. Ik troost mezelf met de gedachte dat ik allang alleen was, zelfs toen je nog leefde, zelfs in onze relatie. Gedurende korte momenten schenkt die me troost. Om kort daarna verruild te worden voor andere gedachten, waarin geen greintje troost te vinden is, hoe verwoed ik ook zoek.   (pag 201-202)

Na Aksels overlijden laat ook de gedachte dat zij misschien wel eens de indirecte oorzaak van zijn dood kan zijn Carolina niet los. Carolina is dominant, wil dat alles altijd op haar manier en op haar tempo gaat, zet hem in zekere zin onder druk. Het kan haar allemaal niet snel genoeg gaan, hij is introvert, terughoudend, wil niet de hele tijd samen zijn maar ook af en toe even tijd voor zichzelf. “Je zegt dat ik altijd mijn zin moet hebben.”
Hij is tevreden met wat ze hebben – meer is voor hem niet altijd beter en huisje-boompje-beestje niet het hoogste romantische goed. Maar wel dat van haar. Ze wil toekomstplannen maken: samenwonen, een koophuis, een huisdier, een kind. Als Aksel twijfelt en beslissingen het liefst nog even voor zich uit schuift, hakt Carolina zelf de knoop door. Ze besluit buiten Aksel om en koopt zelf het huis dat ze bezichtigd hebben – of stelt een ultimatum: bij elkaar blijven zonder kind is voor haar geen optie meer.
Twee maanden na ons eerste gesprek worden we het eindelijk eens. Of nou ja, eens, jij geeft het ten slotte op. Met tegenzin kom je tot de conclusie dat het gunstigste alternatief is om bij elkaar te blijven en een kind proberen te krijgen, je blijft beweren dat je er nog niet klaar voor bent. Ik blijf beweren dat dat nog wel komt, mettertijd. Ik ben opgelucht dat we een oplossing hebben maar bedroefd omdat het zo gegaan is. Ik ben verdrietig omdat ik weet dat ik er de oorzaak van ben dat jij je nu in het nauw gedreven voelt, maar ik ben ook boos omdat ik werd gedwongen dit voor elkaar te krijgen met onze relatie als inzet.”      (pag 115)

Na de geboorte van hun zoontje blijkt het leven met een pasgeboren kindje heel anders dan Carolina zich had voorgesteld. Ivan huilt iedere avond urenlang aan één stuk door en Carolina voelt zich machteloos. Ze is gestrest omdat ze haar eigen zoon niet kan troosten, is niet zo flexibel als ze had gedacht en blijkt privé niet de “bekwame projectmanager” die ze in haar werkende leven altijd was. Als Aksel een paar dagen na de geboorte van Ivan weer aan het werk gaat, is ze jaloers dat hij weer aan het werk kan en zij alleen thuis zit met hun ontroostbare zoon. Slechts een paar maanden later, vlak voor Aksels vaderschapsverlof begint, blijft Carolina écht alleen met Ivan achter.

De tweede helft van het boek beslaat de periode 2015-2016 en wordt chronologisch verteld. Carolina begint langzaam gewend te raken aan het leven als alleenstaande moeder en alles in haar leven draait om Ivan.
Hier zakt het verhaal een beetje in, tot Carolina plotseling een nieuwe liefde ontmoet. Ook hij is weduwe en alleenstaande ouder. Ze is halsoverkop verliefd en denkt de hele dag aan deze (in het verhaal naamloze) man, maar voelt zich ook schuldig.
Ze schaamt zich voor haar puberale verliefdheid, vertelt haar vrienden niet hoe vaak ze elkaar zien en durft Aksels ouders überhaupt niet te vertellen dat ze iemand ontmoet heeft, iemand die in veel opzichten het tegenbeeld van hun zoon is.
Zijn temperament is intenser dan het mijne. Veel intenser. Zijn hele wezen is intenser dan ik. […] “Misschien heb ik mijn hele leven gewacht op dit soort verliefdheid, alsof ik al die tijd op hem heb gewacht. Hij is het type waarover ik op de middelbare school gedichten schreef. Hij is het type dat het best bij me past. Intensief, uitdagend, iemand die hier en nu wil leven, niet wil wachten tot later. Iemand die in hetzelfde tempo wil leven als ik. Ik kan bijna niet geloven dat ik uiteindelijk toch zo iemand heb ontmoet”       (pag 331-332).

De hartstochtelijke relatie met deze man houdt haar ook een spiegel voor. Dit is een pijnlijke realisatie, maar geeft de roman een mooie extra dimensie die ook zeker compenseert voor het wat minder sterke middenstuk.
Plotseling is Carolina degene voor wie alles te snel gaat, degene die liever een pas op de plaats wil doen, het goed vindt zoals het is – degene die geen kind wil. Nu zijn de rollen omgedraaid. Nu is hij degene die een ultimatum stelt – met alle mogelijke gevolgen van dien.
“Als hij niet zo’n intens karakter had, waren we het erover eens geworden dat het te snel gegaan is voor ons. Als hij niet zo vasthield aan zijn verlangen naar meer kinderen zou hij het begrijpen. Als hij maar een klein beetje naar me wilde luisteren, naar wat ik probeer aan te stippen maar nooit hardop durf te zeggen, zou ik me nu niet zo alleen voelen. Maar zo is hij niet, dat doet hij niet. Hij heeft er geen oor voor. Hij jakkert voort […]. Ik heb niets in te brengen. Het laatste woord is erover gezegd en het is zoals het is. Ik heb me er maar bij neer te leggen. […] Dus ik zwijg. En ik vlucht. Ik kruip in mijn schulp, steeds afweziger word ik. Het doet me denken aan een eerdere situatie. Van drie jaar geleden, om precies te zijn. Alleen zijn nu de rollen omgedraaid. Voor het eerst van mijn leven en tegen mijn zin in ben ik nu degene die op de rem trapt, de spelbreker, degene die niet durft en niet weet of ze het wel wil. Als ik eventjes niet intens veel medelijden heb met mezelf, of met hem, denk ik aan jou en hoe jij je gevoeld moet hebben tegen het einde van onze jaren samen. Dan richt mijn medelijden zich op jou.”      (pag 372-373)

Hoewel het ook bij autofictie eigenlijk niet echt interessant is of alles ook daadwerkelijk écht is gebeurd, knaagt het toch ergens dat de uitgever ervoor heeft gekozen om in de korte biografie op de achterflap te vermelden dat Carolina Setterwall met haar zoon in Stockholm woont. Hoewel deze ‘spoiler’ niets afdoet aan het verhaal, geeft dit toch iets weg wat je als lezer misschien liever nog niet geweten zou hebben.

Uitgeverij      AmboAnthos, 2020
Pagina’s       408
Vertaald        uit het Zweeds door Sophie Kuiper (Låt oss hoppas på det bästa)
ISBN            978 9026 349 904

Recensie door Kyra, december 2020.

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress