Recensies

‘De straat’ door Ann Petry

De straat verwijst naar de 116th Street in Harlem, New York. Een straat, waar witte, maar vooral zwarte bewoners het hoofd boven water proberen te houden. De verkrotte woningen zijn door huisjesmelkers opgedeeld in kleine vervuilde kamers. De eerste uitgave van het boek speelt in 1946.

De zwarte hoofdpersoon is Luitie Johnson, een jonge gescheiden moeder met haar zoontje Bub van acht jaar. Ze is afkomstig uit Jamaica. Eerst was ze gelukkig getrouwd met haar man Jim. Ze woonden in bij haar alcoholische vader. Helaas kon Jim, zoals de meeste zwarte mannen, geen werk vinden en moest Luitie aan het werk als ‘mammy’ (huishoudster en kinderoppas) bij een rijk wit gezin. Dit werk lijkt in 1945 nog steeds meer op slavernij. Ze werd door haar bazin vernederd en uitgebuit en kon, terwijl ze voor het zoontje van haar baas zorgde, niet meer voor haar eigen kind zorgen. Jim moest voor Bub zorgen, maar voelde zich in deze rol in zijn mannelijke trots gekrenkt. Hij zocht een andere meid en het huwelijk met Luitie liep stuk. Luiti komt dus met haar zoontje in de straat wonen Ze komt op een klein stinkend flatje op de bovenste etage van een gebouw terecht en gaat werken als archiefmedewerkster. Ze kan de huur maar net betalen. Ze probeert de opvoeding van Bub en haar werk zo goed mogelijk te combineren en voor Bub een betere toekomst te realiseren. De straat, waar Bub na schooltijd rond zwerft, is niet de veilige plek die ze voor hem zou wensen. Beneden in het gebouw woont de zwarte huismeester Jones. Hij is vastbesloten Luitie voor zich te winnen en Luitie is constant bang om door hem aangerand te worden. Ook beneden woont mevrouw Hedges. Soms beschermt ze meisjes, die aangevallen worden door mannen. Zij is een enorme vrouw en runt in het gebouw een hoerenkast. Ze is ooit zelf half verbrand en geniet nu wel de bescherming van de witte Junto, voor wie ze de mooiste meisjes zoekt.  Junto bezit een danszaal en café. Hij heeft de zwarte, wrede bediende Booth in dienst en heeft zijn oog ook op Luitie laten vallen.

Luitie blijft dromen en vechten voor een andere toekomst; over een veilig huis en een opleiding voor Bub. Ze zoekt steeds andere mogelijkheden en staat na iedere nederlaag weer op.
“Ik moet blijven vechten om hier vandaan te komen. Het was haar taak Bubs veiligheid te bewaken, hem hier vandaan te halen om hem de kans te geven op te groeien tot een goede flinke man. Want als hij te lang in deze straat bleef wonen, zou die hem en haar iets gruwelijks aandoen.”    (pag 193)

Het lukt Luitie niet haar geldzorgen voor Bub verborgen te houden. Bub probeert daarom zelf ook wat geld te verdienen, maar komt, zoals zoveel zwarte kinderen, door zijn onbevangen vertrouwen via verkeerde mannen, al gauw in de criminaliteit terecht. Luitie voelt zich schuldig tegenover haar zoontje. Luitie pakt alle ‘kansen’ aan, maar bij iedere poging lijkt ze terecht te komen in een afhankelijke positie van zwarte of witte mannen. Alleen haar lijf verkopen lijkt een middel te zijn om uit de armoede te komen, maar Luitie houdt stand als onafhankelijke vrouw en wordt steeds bozer over het racisme en seksisme. Haarfijn wordt beschreven, hoe vooroordelen konden ontstaan.

Een broodmagere, hongerige man, steelt een broodje bij de bakker en wordt doodgestoken door de witte bakker. In de krant komt te staan, dat de diefstal van een potige neger verijdeld was door de eigenaar.
“Luitie concludeerde dat je kijk op dit soort zaken geheel afhing van de uitgangspositie. Bekeek je ze vanuit het kader van een royaal weekloon en geloofde je dat zwarte mensen van nature crimineel waren, dan zag je geen enkele zwarte zoals hij werkelijk was. Dat kon je ook niet, want je zag de zwarte nooit als individu. Hij was een bedreiging, of een dier, of een plaag, of een vloek, of een grap”         (pag 197)

Ann Petri beschrijft hoe onderdrukking door wordt gegeven. Van rijke witte man naar arme witte man; van arme witte man naar zwarte man en van zwarte man naar zwarte vrouw. Zwarte vrouwen hangen onderaan de maatschappelijke ladder en worden gezien als beschikbare sekswaar voor mannen. Luitie krijgt steeds weer te horen, dat ze lief moet zijn voor de mannen, maar ze verzet zich daartegen met hand en tand, want ze voelt zich verraden en zit vol, al maanden oplopende, gistende, razende woede.

Het boek is een spannende roman, maar tegelijkertijd een kritische verhandeling over racisme. Het doet ons de wortels en het venijn ervan beter begrijpen. Het laat ook zien hoe intelligente, strijdbare zwarte vrouwen hiermee worstelen. Deze heruitgave van 1974 is ook in onze tijd van ‘black lives matter’ nog steeds actueel.

Uitgeverij      Atlas Contact, 2020
Pagina’s       415
Vertaald        uit het Engels door Lisette Graswinckel (The Street)
ISBN             978 9025 458 775

Recensie door Ammy Langenbach, september 2020

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress