Recensies

‘De Effingers’ door Gabriele Tergit

De roman De Effingers vertelt de geschiedenis van drie Joodse families over vier generaties in Duitsland in de periode 1878 tot 1948. Aan het begin weten we dus al wat het eind zal zijn, maar daar gaat deze roman niet over. Gabriele Tergit heeft een tijdsbeeld willen schetsen of zoals ze zelf zegt: “Wat ik graag wil is dat iedere Duitse Jood zegt: ja, zo waren we, zo leefden we tussen 1878 en 1939, en dat ze het hun kinderen geven met de woorden: dan weten jullie hoe het was.

We krijgen een historisch beeld van een tijdperk voorgeschoteld. We beginnen in de tijd van Bismarck en Keizer Wilhelm I. De klassenmaatschappij heerst, maar het socialisme begint te ontstaan. Handarbeid gaat in de richting van industrialisatie en massaproductie. De economie in Duitsland kent goede en slechte tijden en de vrouwenemancipatie komt op gang. Er wordt een duidelijke lijn getrokken van de Frans-Duitse Oorlog naar de Eerste Wereldoorlog en dan naar de Tweede Wereldoorlog en zo wordt begrijpelijk gemaakt hoe Hitler met zijn nationaal socialisme alle kansen kreeg in een versnipperd land met zelfs verschillende munteenheden, grote verschillen tussen arm en rijk, dat gebukt gaat onder de herstelbetalingen van WO I, en toenemende onvrede bij het proletariaat. Zoals bekend, vond Hitler een zondebok waar alle malaise aan toegeschreven kon worden: de Joden. Die hadden zichzelf tot dan toe beschouwd als Duitsers, maar daar kwam snel een eind aan.
De hele geschiedenis van 1878 tot 1948 mag als bekend verondersteld worden, maar toch is die heel anders als die door de ogen van allerlei personages gezien en beschreven wordt. Geschiedenis wordt ineens een persoonlijke beleving.

Behalve de geschiedenis komen ook verschillende soorten mensen aan bod: de ondernemer en de fabrikant in de vorm van de familie Effinger, de bankiers zijn voornamelijk de families Goldschmidt en Oppner en in hun kringen zitten weer de romanticus, de kunstenaar, de sociaal bewogene, etcetera. Door hen kunnen allerlei maatschappelijke ontwikkelingen ook verwoord worden. Op kunstgebied bijvoorbeeld, verander er veel na de Eerste Wereldoorlog: “Jij en ik hebben darmen van nog levende mensen aan het prikkeldraad zien hangen en moet iemand dan soms een sneeuwlandschapje schilderen?”

Vreemd genoeg komen de arbeiders nauwelijks aan bod. Als ze al spreken worden ze steevast getypeerd door hun taalgebruik waarbij de letter n wordt weggelaten: ze hebbe, we make. In een tijdsbeeld hadden ze toch wel wat prominenter naar voren mogen komen. Tussen de regels door komen ze echter wel aan bod. Hun leefomstandigheden zijn erbarmelijk, hun opstandigheid neemt toe. Zij grijpen hun kansen tijdens het nationaal-socialisme.
Door huwelijken raken de Goldschmidts, Oppners en Effingers aan elkaar verwant en krijgen we meteen ook een mooi beeld van het moderne, mondaine Berlijn en het conservatieve, bijna middeleeuwse fictieve plaatsje Kragsheim, waar de Effingers vandaan komen.

De Effingers is grotendeels geschreven vanuit dialogen en wordt daardoor wat fragmentarisch. Vaak worden zoveel details gegeven dat je de neiging krijgt stukken over te slaan en dat geldt ook voor de talloze passages waarin alleen ‘gebabbeld’ wordt. We moeten ons dan wel realiseren dat dit boek geschreven is in een periode waarin de mensen meer tijd hadden om te schrijven en om te lezen. De Effingers staat bol van theorieën, filosofieën, ideeën, die hap snap te berde worden gebracht en het verhaal soms zwaar maken. Meningen geeft Gabriele Tergit niet, want ze laat haar karakters spreken.
Die karakters ontwikkelen zich overigens niet en de vrouwen zijn vrijwel allemaal onbeduidend en oppervlakkig, met uitzondering van enkelen, waaronder Marianne, dochter van Karl Effinger, die zich inzet voor sociaal misdeelden, later een hoge functie als ambtenaar bij het Ministerie van Sociale Zaken krijgt en op tijd naar Israël emigreert om daar vanuit het niets een nieuw bestaan op te bouwen.

Waarom de drie families die centraal staan Joods zijn, is alleen omdat Gabriele Tergit schrijft vanuit een wereld die ze uit eigen ervaring kent, want het Jodendom speelt geen enkele doorslaggevende rol. De ouderen houden zich nog aan sommige gebruiken, vieren Pesach en gaan naar sjoel, maar de jongeren al bijna niet meer. Even komt ter sprake dat als een van hen zich laat dopen, hij een veel hogere functie aan de universiteit zou kunnen krijgen en dat vertikt hij. Verder zijn het gewone Duitsers, van de betere klasse, die gewoon meedraaien in de maatschappij. Totdat Hitler komt. Uit een nawoord van Nicole Henneberg blijkt dat dit boek voor een groot deel autobiografisch is. Wat Gabriele Tergit wilde schrijven, was “niet de roman van het Joodse noodlot, maar een Berlijnse roman, waarin veel mensen Joden zijn.”

De titel, De Effingers, behoeft wat toelichting, die verschaft wordt door het net genoemde nawoord. Het boek begint en eindigt met een brief van Paul Effinger, maar dat is dan ook alles. Deze familie is zeker niet belangrijker of uitgebreider beschreven dan de families Goldschmidt en Oppner. De Effingers zijn degenen die vanuit een schroevenfabriek een hele autoindustrie opbouwen. Gabriele Tergit heet eigenlijk Elise Hirschmann. De fabriek van Effinger is, met dichterlijke vrijheden, dezelfde als de fabriek van Hirschmann. Kortom, ze heeft haar boek op haar eigen leven gebaseerd. Door het verhelderende nawoord weten we ook dat Gabriele zichzelf beschreef in zowel Marianne als Lotte.
Toen zijzelf in 1933 gevlucht was, heeft ze in verschillende landen en in talloze hotelkamers jarenlang aan haar boek gewerkt, om vervolgens geen uitgever te kunnen vinden. In Duitsland mochten Joden alleen nog als nobele mensen worden beschreven of men wilde niet herinnerd worden aan de rol van Duitsland in het Joodse leven, gelovige Joden vonden de burgerlijk-spilzieke Joden maar niks en de zionisten vonden dat het zionisme onjuist werd beschreven en dat Israel te weinig genoemd werd. In 1951 kwam er dan toch een publicatie met een minimale oplage. Pas in 2019 kon De Effingers onverkort opgang maken en daar mogen we blij mee zijn. Dit boek is een prachtige, heel persoonlijke tijdsbeschrijving en is zeker het lezen waard.

Uitgeverij                 Van Maaskant Haun, 2020
Pagina’s                   735
Vertaald                    uit het Duits door Meta Gemert (Effingers)
ISBN                         978 9083 007 625

Recensie door Janny Wildemast, augustus 2020

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress