Recensies

‘De kleine de Beauvoir’ door Marja Vuijsje

Haar baanbrekende De tweede sekse samengevat

De belangstelling voor Simone de Beauvoir (1908-1986) herleeft. De vertaling van de biografie, die Kate Kirkpatrick over haar schreef, zou feestelijk worden gepresenteerd in de aula van de UvA, maar daar gooide corona roet in het eten. In de uitnodiging staat ‘Zij doordacht haar leven en doorleefde haar denken’. Naar verluidt had Simone de Beauvoir moeite zichzelf filosoof te noemen. Daarin was zij een geestverwant van generatiegenote Hannah Arendt (1906-1975): beiden zijn autonome denkers die hun leven beschouwden als een filosofisch project, vrouwen die zelfbewust hun stem lieten horen in het publieke debat.
De kleine de Beauvoir, haar baanbrekende De tweede sekse samengevat verscheen in 2019 op diezelfde golf van belangstelling. Marja Vuijsje (1955) schreef o.a. ook de biografie over Joke Smit, voorvrouw van de Nederlandse tweede feministische golf. Simone de Beauvoir schreef ver voor die golf, in 1949, De tweede sekse. Dit werk bestaat eigenlijk uit twee boeken: de grote lijn van het thema (1. Feiten en mythen) én de werkelijkheid die vrouwen leven. (2. De geleefde werkelijkheid).

Lang heb ik geaarzeld met het schrijven van een boek over de vrouw. Het is een irritant onderwerp, vooral voor vrouwen, en bovendien is het niet nieuw”, zo begint Simone de Beauvoir haar boek. Waarom zet ze zichzelf ondanks die aversie toch aan het werk? Om in kaart te brengen wat er schort aan de manier waarop er sinds mensenheugenis over ‘de vrouw’ wordt gedacht en geschreven. Dat was nodig in een tijd, net na WOII, dat er voorzichtig meer ruimte leek te ontstaan voor vrouwen. De Beauvoir denkt daarbij in termen van vrijheid.

In boek 1 doorloopt zij de feiten en mythen in drie delen. Die van Lot, de definitie van de vrouw als de Ander op basis van biologische gegevens. “Een en al baarmoeder”, is haar eerste antwoord als ze notities maakt over de vraag Wat is een vrouw?. Dan volgt het deel Geschiedenis,een schets van hoe de vrouw overwegend door Europese mannen wordt beschreven en beoordeeld. Simone de Beauvoir is sceptisch over het effect van het feit dat bij de oprichting van de VN in 1945 emancipatie van de vrouw is bestempeld als een van de officiële leidraden voor de aangesloten landen. Want het zelfbeeld en de keuzes van de vrouw zijn nog te veel door de man bepaald. Daarom moet zij eerst kijken naar de actuele situatie, de vrouw beschrijven zoals de man die zich droomt. In het deel Mythen beschrijft zij door denkende en schrijvende mannen ontwikkelde vrouwbeelden. Ze “loodst de lezer vervolgens door een woud van mythische gedachten over de moeder als deugdzame gestalte, de schoonmoeder als afschrikwekkende figuur, de ‘goede’ en dus onderworpen vrouwen, de muze, de Heilige Maagd als troostende aanvulling op de strenge God, het sprookje van Doornroosje, het gevallen meisje en overspel”.

Boek 2 Geleefde werkelijkheid, bestaat uit vier delen. De eerste drie gaan over de geleefde werkelijkheid van de vrouw, in hoofdstukken over vorming, levensloop en rechtvaardigingen voor de status quo.  “Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.” Die bekende zin opent het deel over vorming. In hun jeugd worden kinderen gekneed tot mannetjes en vrouwtjes. Ze heeft een duidelijk standpunt in wat wij nu het ‘nature-nurture’ debat noemen.  Meisjes leren zich neer te leggen bij het onvermijdelijke. Simone de Beauvoir: “Alles spant samen om haar persoonlijke ambities in te tomen en tegelijk dwingt men haar door een enorme maatschappelijke pressie om in dat huwelijk een maatschappelijke status en rechtvaardiging te zoeken.” In dit socialisatieproces is geven en nemen ongelijk.

Slotstuk is het deel: Op weg naar bevrijding. Dat wordt vaak gelezen als een eigenstandig pamflet. Simone de Beauvoir kijkt terug op de grote lijnen van haar boek en legt uit wat er moet gebeuren om ervoor te zorgen dat vrouwen zich gaan beschouwen als een autonoom handelend eigenstandige persoon, niet als een object dat is afgeleid van definities door de man. Het wordt tijd dat de vrouw de vrijheid neemt die haar al langer in allerlei revoluties is beloofd. De slotzin van het boek onderstreept dat het vooral ook een ode aan de vrijheid is: “Het is de taak en de opgave van de mens in de gegeven wereld het rijk van de vrijheid te doen triomferen. En om die allerhoogste overwinning te behalen, is het nodig dat, over al hun natuurlijke verschillen heen, man en vrouw op ondubbelzinnige wijze hun broederschap vestigen.”

Kennismaken met een boek via een ander boek is altijd een uitdaging. Zeker als het gaat om een groot filosofisch werk. Marja Vuijsje kwijt zich nauwgezet van haar taak. Het beeld van Simone de Beauvoir als de klassieke Franse intellectueel, een ‘omgevallen boekenkast’ blijft overeind. Zij schreef subjectiverend, als een filosoof, niet als een ik, maar als een wij. “Als ik mezelf moet bepalen of beschrijven moet ik al beginnen met te zeggen: ik ben een vrouw”.

Al lezend groeit het ontzag voor het belangrijke pionierswerk dat de Simone de Beauvoir deed. Zij legt de fundamenten voor een brug tussen de eerste en de tweede feministische golf. Zij geeft woorden aan belangrijke thema’s voor de vrouwenbeweging na WO2, na de oprichting van VN in 1945. Daarin heeft zij een eigen autonome stem, een stem die heikele punten zoals abortus durft aan te snijden. Zij doet wat zij zegt. En is daarin een ware voormoeder.

Uitgeveriij        Atlas Contact, 2019
Pagina’s           79
ISBN                 978 9045 037 936

Recensie door Ine van Emmerik, juli 2020

 

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress