Recensies

‘Simone de Beauvoir’ door Kate Kirkpatrick

Simone de Beauvoir  (1908 – 1986) was filosofe, schrijfster en feministisch icoon. Ze was ‘de moeder van de tweede feministische golf’ door haar boek Le deuxieme sexe, De tweede sekse, dat in 1949 verscheen. Er werden honderdduizenden exemplaren van het boek verkocht over de hele wereld in vele vertalingen. De Beauvoir werd er wereldberoemd mee. Ook wereldberoemd was ze door haar levenslange relatie met Jean-Paul Sartre, die ze ontmoette als medestudent filosofie, aan de Parijse universiteit, de Sorbonne.

De eerste biografie over het leven van Simone de Beauvoir werd in 1981 geschreven door Deidre Bair. De Amerikaanse Bair had voor haar research vele gesprekken met de Beauvoir. Ze kon putten uit het werk van de Beauvoir, romans, essays en een viertal memoires. En uit heel veel interviews.

Kate Kirkpatrick geeft in haar nieuwe biografie een ander, genuanceerder beeld van de relatie van de Beauvoir en Sartre en een veranderd inzicht in haar originaliteit als filosofe en betekenis als schrijfster.
De biografe, docent religie en filosofie aan de University of Londen, heeft zich kunnen baseren op een schat aan nieuw materiaal. Ze vergeleek haar nieuwe bronnen met wat eerder over de Beauvoir was verschenen. Het mooie aan deze biografie vind ik dat er meer recht gedaan is aan de geweldige filosofe die Simone de Beauvoir was en dat Kate Kirkpatrick de relatie met Sartre een karakter geeft dat dichter bij de waarheid lag.

Kate Kirkpatrick stelt in haar biografie dat de relatie van Sartre en de Beauvoir slechts korte tijd een seksuele relatie was. Ze maakten als jongvolwassenen over hun individuele levens en over hun samenzijn afspraken (Pact 1 en 2). Sartre drong bij de Beauvoir aan op een vrije relatie; naast hun noodzakelijke liefde moesten ze ook de mogelijkheid hebben contingente liefdes te ervaren. In de biografie wordt het woord contingent veelvuldig gebruikt. Ik moest het opzoeken. Woordenboek: contingent = gebeurlijk. Ook geen alledaags woord. Het zou beter geweest zijn als het woord vertaald was in actueel Nederlands. Het betekent: toevallig, onverwacht, dat wat gebeurt.

Sartre hield van het veroveren van vrouwen, seks zei hem niet zoveel. Hij wees emoties en lichamelijkheid af: ‘In zijn leven was geen plaats om te huilen.’ Hij wilde denken in abstracties. Voor de Beauvoir was dat ‘in strijd met haar trouw aan de onmiddellijke aanwezigheid van het leven.’ Ze schreef in 1927: “Ik wil een vrouw blijven en mannelijker worden door mijn hersenen, vrouwelijker door mijn gevoeligheid.” In de afspraken over hun relatie was vrijheid een belangrijk doel. De Beauvoir had vrijheid nodig om te schrijven. Schrijven zag ze als haar eigenlijke taak. Ze wilde geen kinderen.

Ze kon verliefd worden op zowel mannen als vrouwen. Ze had seksuele relaties met jonge vrouwen, wat ze volgens eigen zeggen ‘prettig vond, ook al was ze niet lesbisch’. Met mannen had ze seriële relaties, die ze – als ‘heteroseksueel’ –van een hogere orde vond. Háár antwoord op contingentie. Aan al haar mannelijke geliefden schreef ze brieven, die door haar adoptief dochter, Sylvie Le Bon de Beauvoir, zijn uitgegeven. Zoals de brieven aan Sartre (1990), de brieven (1998) aan Nelson Algren, Amerikaans schrijver van The man with the golden armen 4 jaar de ‘transatlantische’ geliefde van de Beauvoir, aan Jacques -Laurent Bost, journalist, geliefde en later levenslange vriend van de Beauvoir en aan Claude Lanzmann, haar 17 jaar jongere geliefde, waarmee ze 7 jaar samenwoonde. Hij was de  maker van de documentaire Shoah.
Tot aan de dood van Sartre in 1981 was de ‘noodzakelijke’ relatie tussen Sartre en de Beauvoir een relatie van twee geniale denkers, een intellectuele vriendschap. Hun leven lang bespraken ze hun filosofische gedachten, hun ideeën over seks, liefde en vriendschap, hun boeken, hun essays en hun toneelstukken. Ze hoefden elkaar niets uit te leggen; alle begrippen hadden ze gemeenschappelijk. Vriendin Colette Audrey: ‘Ik kan niet beschrijven hoe het was als ze samen waren. Dat was zo intens, dat anderen die het meemaakten betreurden dat ze niet zo’n relatie hadden.’

Biografe Kirkpatrick toont aan dat Simone de Beauvoir een originele geest en een unieke filosofe was, die, eerder dan Jean-Paul Sartre (namelijk voordat ze hem ontmoette), ideeën ontwikkelde over L’ Être et le Néant, het Zijn en het Niet,  tevens de titel van het boek dat de grondgedachten van het existentialisme bevat en waar Sartre beroemd mee is geworden. In 2008 verscheen postuum Cahiers de Jeunesse, Dagboek van een filosofiestudente, (1926-1927), waarin de Beauvoir  ook haar gedachten beschrijft over ‘être pour soi et être pour autri’ het zelf en de anderen. Ze zocht als adolescent al ‘naar balans, in een leven waarin ze zichzelf kon geven, zonder zelfverlies’.

De biografe merkt op dat Simone de Beauvoir zich in haar uitspraken en in haar memoires ten aanzien van Sartre kleiner maakte dan ze werkelijk was. Het blijft gissen naar de reden. Zo zou de Beauvoir zich hebben ingehouden om uit te blinken, omdat ze hetzelfde publiek als Sartre wilde. Maar ook omdat ‘een vrouwelijk genie moest oppassen dat ze haar licht niet te fel liet schijnen.’ Dit gedrag moet in de tijd gezien worden. In de jaren ’40 schaamden mannen zich als ze minder presteerden dan vrouwen. Dat gaf ze een ongemakkelijk gevoel en dat probeerden vrouwen te vermijden. Vergeet niet dat tot de jaren ’60 vrouwen nog geen stemrecht hadden en geen recht op een eigen bankrekening. In De Tweede Sekse schrijft de Beauvoir: ‘Geen enkele vrouw heeft haar leven ooit vrij van conventies en vooroordelen geleefd.’

Simone de Beauvoir nam verantwoordelijkheid voor wat ze schreef. Ze wilde haar lezers bereiken. Ze deed tournees, gaf lezingen, ze liep mee in demonstraties en beantwoordde alle brieven die ze kreeg. Ze was voor de Onafhankelijkheid van Algerije en ontving daarvoor doodsbedreigingen. Ze schreef leesbare romans, gebaseerd op filosofische problemen.

Voor mij was Simone de Beauvoir de reden dat ik Frans ging studeren en in mijn vakanties twee keer drie maanden als au-pair werkte in Parijs. In de hoop haar (en Sartre) daar te ontmoeten in een van hun favoriete cafés.

Uitgeverij          Ten Have, 2020
Pagina’s            495
Vertaald             uit het Engels door Karl van Klaveren, Indra Nahoe, en Michel Meynen (Becoming Beauvoir. A life)
ISBN                  978 9025 907 693

Recensie door Hannah Kuipers, juni 2020.

 

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress