Recensies

‘Tekenares van Montparnasse’ door Pauline Broekema

Het eigenzinnige kunstenaarsleven van Edith Auerbach

De tekenares van Montparnasse is Edith Auerbach die in 1899 in Keulen werd geboren en in 1994 stierf in Parijs. Bij toeval ontdekte kunsthandelaar Guus Maris stapels werken van haar op een vlooienmarkt in Parijs. Pauline Broekema heeft het op zich genomen om zich in haar te verdiepen en een boekje aan haar te wijden. Ze heeft daarin feiten aaneengeregen tot een verhaal. Bijna alles berust op waarheid, op een fictieve vriend van Edith na, de Nederlander Bram Arnoldus die dient als haar klankbord.

Edith komt uit een liberaal Joods gezin. Ze studeert kunstgeschiedenis en ontwikkelt zich als schilderes, maar vooral als tekenares. Ze besluit zich in 1926 te gaan vestigen in het hart van de moderne kunstwereld, Montparnasse. Ze leeft bijna uitsluitend in een mannenwereld, maar dat vindt ze geen probleem. “Ze behoorde niet tot het slag vrouwen dat mannen begeren, wist ze, en dat vond ze een hele geruststelling.”
Ze is omringd door talloze beroemdheden die ze voornamelijk ziet in cafés. Op een afstandje tekent ze hen. Een sociaal mens is ze niet en gemakkelijk in de omgang al evenmin. Ze is een eigenheimer die doelbewust haar weg gaat. Over haar werk wordt weinig gezegd, behalve dat ze steeds beter verkoopt. Gevolg daarvan is dat je als lezer de neiging niet kunt weerstaan zelf op zoek te gaan naar wat Edith Auerbach allemaal maakte. Dat blijkt verrassend mooi werk te zijn.

De Tweede Wereldoorlog komt steeds dichterbij. Op zekere dag worden alle uit Duitsland afkomstige inwoners van Parijs opgeroepen zich te komen melden, mannen en vrouwen gescheiden. Ook Edith gaat naar het Vélodrome d’Hiver. Van daaruit komt ze terecht in een interneringskamp in Gurs, bij de Pyreneeën. In het begin gaat het allemaal nog wel. “De Fransen lieten ons vriendelijk in ons eigen vuil verrekken, zonder ons verder lastig te vallen.” Maar zo blijft het niet. Hitler laat hele delen van Duitsland ‘Jodenvrij’ maken en zo komen er ineens meer dan 6000 kampbewoners bij. Edith kan het leven in het kamp niet meer aan, loopt rond met een mes, bijt iemand en wordt uiteindelijk naar een inrichting gebracht. Daar komt ze weer tot zichzelf.

Na de oorlog keert ze terug naar Parijs, waar vele oude bekenden er niet meer zijn. Ze tekent geen portretten meer, maar haar kampervaringen in een reeks die ze Contre l’Oubli, tegen het vergeten, noemt. Dat is ook de naam van de catalogus bij een tentoonstelling, die in Museum Belvédère in Oranjewoud georganiseerd wordt vanaf juli 2020.

Hoe het verder gaat met Edith tussen 1949 en 1994, krijgen we alleen enigszins te horen in een nawoord. Ze houdt op met tekenen en schilderen en gaat de journalistiek in. Meer komen we niet te weten.
In datzelfde nawoord staat: “In dat lange leven [Edith werd 95] heeft ze gezien dat voor het werk van de kunstenaars, met wie zij ooit rond de cafétafel zat en die ze tekende, torenhoge bedragen werden betaald en dat hun werk een plaats kreeg in toonaangevende musea en collecties. Ze maakte mee hoe de rol van de vrouw veranderde. Ze zag hoe nieuwe oorlogen en conflicten uitbraken. Maar verloor het geloof in de mensheid kennelijk niet.” Van die paar zinnen had een deel van het boek gemaakt kunnen worden. Als Pauline Broekema toch al voor een deel fictief schrijft, dan had dat er wel bij gekund. Helaas heeft ze daar niet voor gekozen. Zoals ze zelf zegt in een interview in Trouw met Laura Baars op 16 mei 2020: “Veel laat ik ongezegd in dit boek. Dat is ook mijn stijl.” Jammer, want nu weten we nog steeds niet zo veel over Edith Auerbach.

Afstandelijkheid typeert Edith Auerbach, maar ook Pauline Broekema. Emotie worden vermeden en zakelijkheid overheerst. Nergens wordt Edith een echt mens. Alles wordt fragmentarisch beschreven. De oorlogservaringen zijn grotendeels verwerkt in twee interviews tussen Edith en een journaliste en zelden uit de eerste hand.
Pauline heeft zeer uitgebreid onderzoek gedaan naar Edith Auerbach, getuige de leeslijst achterin haar boek en kon kennelijk niet meer vinden dan wat ze beschreven heeft. Wat ze wel doet, is alle beroemdheden die Edith ontmoet van vrij uitgebreide beschrijvingen te voorzien. Pauline heeft zich aan de feiten willen houden, maar dat zijn er veel waar het anderen dan Edith betreft en weinig als het om Edith zelf gaat. Het zou leuk zijn geweest als er kunstwerken van Edith, met beschrijvingen, in het boek waren opgenomen. Als er dan niet veel bekend is over Edith Auerbach zelf, dan hadden wij haar wat beter kunnen leren kennen door haar werk.
Aardig detail is overigens wel haar ontdekking dat John Kerry die lid was van de Amerikaanse Senaat en in 2004 probeerde president te worden, familie is van Edith. Hij is de kleinzoon van Fritz Kohn, de broer van Ediths moeder. Die tak van de familie was katholiek geworden en had de naam Kohn in Kerry laten veranderen.

Dat Pauline Broekema een ‘vergeten’ kunstenares onder onze aandacht heeft gebracht vind ik prijzenswaardig. Ze heeft het met veel zorg gedaan en, als je tussen de regels door leest, ook vanuit ontroering en mededogen.

Uitgeverij     Arbeiderspers, 2020
Pagina’s      191
ISBN            978 9029 541 633

Recensie door Janny Wildemast, juni 2020

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress