Recensies

‘Viktor’ door Judith Fanto

Het eerste boek van Judith Fanto, Een Bundel Kracht uit 2008, was een serie non-fictie verhalen van kankerpatiënten, die ze onder haar getrouwde naam Judith G. Wermenbol publiceerde. Nu is er dan haar eerste roman, die echter voor een groot deel autobiografisch is. Er zijn twee hoofdpersonen: Viktor, oudoom van Judith, die echt bestaan heeft, en het gelijknamige alter ego van Judith die haar leven begon als Geertje. Het Viktorverhaal speelt grofweg tussen 1900 en 1945 in Wenen en is geschreven in de derde persoon terwijl het Judithverhaal in het heden in Nederland speelt en in de ik-vorm is geschreven.
Het verhaal gaat over de zoektocht van Judith naar haar Joodse identiteit die door haar ouders zoveel mogelijk wordt verzwegen. In een goed opgeborgen familiearchief duikt de naam Viktor op, het zwarte schaap van de familie Rosenbaum en de broer van haar opa. Later zal blijken dat Judith haar bestaan op de eerste plaats aan hem te danken heeft.

Het hele boek is doortrokken van de jiddische sfeer die sinds de oorlog nog maar zelden voorkomt. Dat is een ongelooflijke prestatie voor een schrijfster die de eerste achttien jaar van haar leven niets van Jodendom wist. Ook de manier waarop Judith Fanto zich weet in te leven in de geschiedenis van haar familie is verbluffend. Ze beschrijft het leven van haar grootouders alsof ze erbij is geweest. Nergens wordt ze sentimenteel. Een van de gruwelijkste momenten van de oorlog wordt in nog geen bladzij beschreven en raakt toch tot op het bot. Het hele boek bestaat uit korte schetsen die dienen als pars pro toto.

Geertje van den Berg wordt geboren in een Joods gezin dat niet Joods wil zijn. Met enige regelmaat heeft haar moeder een aanval van ‘Het’ als mensen ‘Joods doen’, bijvoorbeeld als de buren haar gut sjabbes wensen. De oorzaak is angst. Via de bibliotheek komt Geertje meer te weten over wat er met een groot deel van haar familie is gebeurd.
Rond haar 18de gaat ze in Nijmegen rechten studeren en is dan helemaal klaar met haar familie die volgens haar permanent in de onderduik zit. Zij gaat het anders doen: zij gaat zich tegenover de buitenwereld presenteren als Joodse vrouw. Ze verandert haar naam in Judith, wat Joodse vrouw betekent, en wordt lid van de Joodse gemeente van Nijmegen. Dan komt ze erachter dat ze eerst bij het opperrabbinaat moet bewijzen dat ze Joods is, waarbij haar moeder haar ineens steunt, “als je maar niet te Joods gaat doen.”
Bij het zoeken naar geboortebewijzen komt Judith erachter dat er een familiearchief is, waar niemand over wil praten. Ze zal dat regelmatig stiekem gaan bekijken en raakt geïntrigeerd door haar oudoom Viktor. In de familie van Judith wordt zelden over hem gesproken – “Viktor? Die leeft niet meer” – maar er hangt een grotere waas van mysterie om hem dan om de andere gestorven familieleden.
Judith ontdekt dat ze van het Jodendom niets afweet en gaat door met zoeken naar wie ze wil zijn. Ze gaat zelfs naar Auschwitz. De reis wordt beschreven, maar met geen woord wordt gerept over het bezoek zelf. Wel gaat ze in Nederland naar een bijeenkomst met als thema ‘Van wie is de Shoah’ en gaat zich dan afvragen met welk recht ze zich het lijden van haar familie toe-eigent en misschien zelfs koestert. De reactie van haar zus: “Je gedraagt je niet als een dief, maar als een jonge hond: je komt voortdurend terugbrengen wat zij van zich afwerpen. Hun diepste wens is het verleden te begraven en als een dolle puppy graaf jij dat weer op, alsof het een lekkere kluif is.”
Judith besluit het onderduikadres van haar grootouders in België te gaan bezoeken. Daar leert ze hoezeer haar familie zich medeschuldig voelt aan de dood van de achterblijvers, diegenen die niet konden vluchten. Ze zal in België dingen over haar familie ontdekken die haar hele bestaan overhoop lijken te halen en dan is haar verhaal uit.

Met Viktor maken we kennis als kleine jongen die ziet hoe een andere jongen wordt gepest. Onmiddellijk schiet hij te hulp. Hij zal dat zijn verdere leven blijven doen: wat hij lief heeft beschermt hij, en onrecht bestrijdt hij zonder daar ook maar een seconde over na te denken. Dat is zijn ene kant, maar die wordt in de ogen van zijn familie overschaduwd door zijn andere kant, die van vrouwenversierder die geen enkele studie afmaakt, gokt, drinkt en zich bezig houdt met schimmige handeltjes.
Terwijl de dreiging van de Tweede Wereldoorlog toeneemt, is hij degenen die de realiteit onder ogen ziet, in tegenstelling tot zijn vader die maar blijft geloven dat alles goed komt als je je maar aan de regels van de wet en het fatsoen houdt. De broer van Viktor, Judiths opa, wordt katholiek evenals zijn vrouw en een ander lid van de familie. Niet uit overtuiging maar om hun bestaan veilig te stellen. Dat zal ze later het leven redden.
Het antisemitisme neemt steeds meer toe. Viktors vader wordt opgepakt en naar Dachau gestuurd. Judith zal later een verslag van zijn ervaringen lezen dat ze vond in het familiearchief. Het is een van de meest indrukwekkende delen van het boek. Het is Viktor die hem eruit weet te halen en zelfs dan blijft hij nog tekortschieten in de ogen van zijn vader. Pas als Viktor voor de rechtbank moet verschijnen vanwege zijn relatie met een niet-Joodse vrouw die zwanger van hem is, verdedigt zijn vader hem en spreekt hij eindelijk zijn bewondering uit voor zijn zoon.
Er wordt gesproken over vluchten, maar daar is geen geld genoeg meer voor. Viktor besluit achter te blijven zodat zijn broer weg kan, met zijn vrouw en hun kind en ook zijn eigen kind. Viktors verhaal eindigt met een indrukwekkende beschrijving van zijn laatste momenten op aarde in een vernietigingskamp in de buurt van Minsk.

Bij dit ontroerende boek heb ik ook wat kanttekeningen.
Judith maakt niet echt een ontwikkeling door. Ze is en blijft een zoekende naar haar Joodse identiteit, maar of ze wat leert, wat ze vindt van wat ze leert, waar haar zoektocht toe leidt, dat komt allemaal niet ter sprake. Natuurlijk gaat het boek op de eerste plaats over Viktor, maar Judith neemt een zodanig deel van het boek in beslag dat dat toch meer uitgewerkt en verdiept had mogen worden.
De slechte kant van Viktor komt overigens niet erg uit de verf. Die blijkt dan ook niet zozeer door zijn daden, als wel door verhalen van anderen over hem.
In het gedeelte, dat over Viktor en zijn familie gaat, wordt vaak een wat gezwollen taalgebruik gehanteerd dat afgewisseld wordt met erg populaire woorden. Inhoudelijk blijft het inlevingsvermogen van de schrijfster in een wereld van ver voor haar geboorte bijzonder knap, maar de bewoording is niet helemaal evenwichtig.
Judith Fanto schrijft vanuit haar hart, laat mensen spreken naar hun aard en doorspekt haar verhaal met veel humor. Soms stijgt ze boven zichzelf uit, zoals in het laatste hoofdstuk, en wordt haar proza poëzie.

Uitgeverij     AmboAnthos, 2020
Pagina’s       397
ISBN             978 9026 350 764

Recensie door Janny Wildemast, juni 2020

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress