Recensies

‘Een vrouw apart en de stad’ door Vivian Gornick

Een memoir

Dit boek is deels een autobiografie, waarin de ik-figuur (schrijfster/docente) herinneringen beschrijft aan honderden ontmoetingen en gesprekken, die ze al lopend door New York heeft met voorbijgangers en vrienden.

Deels zijn het bespiegelingen over de thema’s die in de min of meer toevallige ontmoetingen aan de orde komen, waarbij het thema vriendschap als belangrijkste komt boven drijven, maar ook eenzaamheid, armoede, racisme, zingeving aan relaties en de ‘typisch New Yorkse cultuur’. Ze spreekt dan ook met een groot scala aan New Yorkers: zwervers, rijken, schrijvers, losers, buschauffeurs, gehandicapten, winkeliers, snobs, zwarten, witten, latino’s, travestieten enz.

Haar eigen jeugd in de Bronx met een ontevreden, harteloze moeder en haar ontwikkeling tot ‘een vrouw apart’ krijgen op anekdotisch/humoristische wijze ook een plekje tussen alle ontmoetingen door. Ook maakt ze vele ‘uitstapjes’ naar het leven, de vriendschap en de gemoedstoestand van andere schrijvers door de eeuwen heen.

“Zij ontmoetten elkaar in 1880 in Florence: Constance Woolson, een veelgelezen Amerikaanse auteur en Henry James…..Het lijdt geen twijfel dat zij hem meer gaf, dan hij haar. In 1893 is Constance in een diepe depressie weggedoken in haar huis in Venetie. James lijkt, bijna moedwillig, nooit te hebben doorzien hoe diep haar angsten waren. Misschien wist hij dat hij meer verantwoordelijkheid voor de vriendschap moest nemen en als er iets was wat Henry James haatte en uit de weg ging, was het verantwoordelijkheid. Uiteindelijk springt Woolson uit het raam en zo spat haar ernstig onttakelde leven uiteen op een stoep overspoeld door het water van de meest sprookjesachtige zeeweg ter wereld. Waar het om draait, is dat noch Woolson, noch James tegen de verplichtingen van vriendschap was opgewassen.”          (pag. 123)

Vivian Gornick is evenals haar wekelijkse gesprekspartner en homoseksuele vriend Leonard de ‘armoede’ van haar jeugd ontgroeid en zij begeven zich dankzij hun dromen en ambities samen pratend en lopend op het pad van de ontdekking van vele andere levens en mogelijkheden in alle delen van New York.
“Leonard en de vrouw vinden elkaar in een verongelijkte grondhouding van historisch revisionisme: de inmiddels ingeburgerde neiging om de wereld iedere dag door de ogen van misdeelden te zien. Het intense gevoel geboren te zijn in een bij voorbaat ongelijke positie. Hij is gay en ik ben een ongebonden vrouw, een vrouw apart.”       (pag. 8)

“Mijn enige wens is altijd geweest, dat mijn moeder in mijn gezelschap blij was dat ze leefde. Ik weet zeker dat ik ongeschonden volwassen was geworden als dat het geval was geweest. Stel je voor, zeg ik tegen Leonard; zo oud en nog steeds heeft ze dit effect op me.’ ‘Niet haar leeftijd frappeert me,’ zegt hij, ‘maar de jouwe.”      (pag. 89)

”Je bevrijden van de wonden uit je kindertijd is een taak, die nooit zal worden afgerond, zelfs niet als je op sterven ligt.”       (pag. 155, deel van een grappig verhaal)

Vivians Gornick’s bespiegelingen over wat eenzaamheid en wat vriendschap is of zou kunnen zijn, zijn weloverwogen, verfrissend en vaak teder van toon. Daardoor ontstaat het gevoel, dat de schrijfster uiteindelijk zichzelf wordt – wellicht dankzij de stad waar ze zoveel van houdt -. Een vrouw apart is dan een onafhankelijke sterke vrouw, die na twee huwelijken, tevreden en blij is met zichzelf en het leven.

De (op moment van schrijven van dit boek) 80-jarige Vivian Gornick beschrijft aan de hand van de ontmoetingen/ervaringen, bijna haar hele leven en de maatschappelijke context, waartegen zich dit heeft afgespeeld. Ze beschrijft zichzelf als een linkse feministe en relativeert tegelijkertijd de jeugdige onbevangenheid en is verontwaardigd over het ‘vastzitten’ van oudere feministen.
Ik schaarde me achter de ongebreidelde woede van het losbarstende radicale feminisme. Het huwelijk is een instituut van onderdrukking! Liefde is verkrachting! Slapen met de vijand. Als ik er nu aan terugdenk realiseer ik me, dat wij, feministen van de jaren zeventig en tachtig, eigenlijk gewoon primitieve anarchisten waren.”         (pag. 186)
“Waar wij naar verlangen is ons gekend weten, met wratten en al: hoe meer wratten hoe beter. Het is de grote illusie van onze cultuur, dat wat we over onszelf onthullen, is wie we zijn.”       (pag. 28)

Over de 85-jarige Alice in een verzorgingstehuis:
Alice had haar leven gewijd aan het streven een bewust mens te worden wier grootste genoegen het was haar eigen geest te gebruiken; en nu zat ze opgesloten in een omgeving, waarin die lange, moedige inspanning werd genegeerd. Terwijl het enige wat men een mens verschuldigd is – ja, van het prille begin tot de laatste zucht – de erkenning is van dit streven.      (pag. 107)

De verschillende stijlen bij informatie, bespiegeling, dialoog, herinnering kloppen bij het soort tekst, maar maken het boek ook wat erg compact en vermoeiend leesbaar, maar je kunt natuurlijk ook alleen de dialogen lezen en dan is het wel een pareltje. Laat je niet afschrikken door het wellicht wat lastige begin, zeker de oudere lezer niet én geïnteresseerden in de New Yorkse cultuur. Vivian Gornick geeft blijk van groot inzicht in de menselijke natuur en relaties en we kunnen alleen maar hopen, dat ze gauw nog een boek schrijft.

Uitgeverij      Nijgh & van Ditmar, 2019
Pagina’s       206
Vertaald        uit het Engels door Caroline Meijer (The odd woman and the city)
ISBN             978 9038 807 607

Recensie door Ammy Langenbach, april 2020

 

 

                                                                                                                                           

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress