Recensies

‘Harpie’ door Hannah van Binsbergen

“Het loopt tegen zonsondergang, de lucht heeft al de zomerse regengeur van nat krijt, en tussen de wolken speelt af en toe een roze streep. Geluk is altijd toegankelijk.”   (pag 140-141)

Deze passage duidt mijn gevoel als ik met zonsondergang voorzichtig mijn eerste stapjes naar buiten doe op een bijna voorjaarse dag. Door corona zitten we collectief binnen, maar is er wél tijd om boeken te lezen en aandacht te geven aan de wolken. Toch geeft bovenstaand citaat de lezer van Harpie valse hoop: een alinea later zegt Harpie dat ze niet kan leven van dat geluk en dat ze van een brug zou willen springen.

Harpie is een surrealistische dialoog tussen Harpie, de hoofdpersoon, en Satan. Harpie is depressief en suïcidaal: in de openingsscène snijdt ze haar polsen door, waarna Satan verrijst uit de plas bloed. Geen gezellige opening, al helemaal niet in deze toch al sombere tijden. Harpie is gestopt met haar studie en om de huur van haar kamertje te betalen neemt ze twee baantjes. Eén als baliemedewerker bij een bedrijf en één als escorte. Een opvallende terugblik is de scène waarin Harpie als 13-jarige naar het bos gaat om zich door een willekeurige man te laten ontmaagden. Betekenisloze seks, waarin Harpie eerder onderdanig wil zijn dan plezier wil hebben, is een terugkerend thema in Harpie’s leven. Haar ex-vriend heeft ze dan ook leren kennen via een – tot in details beschreven – orgie.

De ongepolijste seksscènes en het droge taalgebruik maken Harpie tot een onwerkelijk boek. Scènes waarin ze haar polsen doorsnijdt of fantaseert over plassen bloed lees ik vluchtig en met een zekere afkeer. De pagina’s waarop één van Harpie’s klanten de seksuele wens heeft om Harpie in haar eigen armen – die gemarkeerd zijn met eerdere littekens – te laten snijden, doen me huiveren. Of ik Harpie zou aanraden? Een ontkennend antwoord ligt voor de hand.

Tot ik De Groene Amsterdammer van maart opensla. Saskia Pieterse, een recensent met mogelijk meer verstand van zaken dan ik, schrijft dat Hannah van Binsbergen zich met Harpie afvraagt hoe je feministisch kunt zijn als vrouwenhaat diep geïnternaliseerd is.[1] De recensie laat me inzien dat Harpie ook thema’s aansnijdt als eenzaamheid, de notie van het kwaad en seksuele taboes. “Het boek scheert zo rakelings langs het hedendaagse paranoïde rechtse verhaal over de geëmancipeerde vrouw, dat stelt dat die vrouw deze seksuele emancipatie weliswaar met de mond belijdt en opeist, maar op lichamelijk niveau helemaal niet wil, dat ze niet kan wachten tot ze de brave geëmancipeerde westerse man een mes in de rug kan steken, omdat haar seksuele wezen erom vraagt om door een macho onderdrukt te worden”, aldus Pieterse.

Oh. Ik denk iets gemist te hebben en lees stukken opnieuw. Harpie telt maar 175 pagina’s en heeft een groot lettertype: misschien was het verleidelijk om de roman snel en te haastig uit te lezen. Bij het herlezen en tijdens het schrijven van deze recensie kom ik opnieuw tot de conclusie dat ik niet tot die diepere laag van Harpie ben doorgedrongen. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik Harpie een gek, soms zelfs onaangenaam boek vind.

Misschien bent u een doorgewinterde lezer met een beter oog voor onderliggende thema’s en voelt u zich alsnog aangesproken tot de – uiteraard relevante – thema’s. Door de coronacrisis is er toch meer dan genoeg tijd om te lezen. En tegen Harpie zou ik willen zeggen: meid, het leven is (ook) maakbaar en geluk is altijd toegankelijk. Kijk maar naar de roze streep tussen de wolken.

Uitgeverij       Pluim, 2020
Pagina’s         175
ISBN               978 9492 928 689

Recensie door Lieke Polak, maart 2020

[1] Zie https://www.groene.nl/artikel/gaten-in-de-wereld-slaan, geraadpleegd op 20 maart 2020.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress