Recensies

‘Heida’ door Steinunn Sigurdardóttir

Schaapherder aan de rand van de wereld

‘Het leven is te kort om iets anders te doen, dan datgene waar je honderd procent achter staat’.     (pag 37)
Eén van de uitspraken van de 40-jarige Heida, die op haar familieboerderij Ljótarstadir dichtbij de IJslandse hoogvlakte haar schapenboerderij runt. Zij woont daar met haar moeder, honden, poezen en 500 schapen. Ze is alleenstaand en kinderloos, en denkt dat ze mannen afschrikt door haar zelfstandigheid.

Schrijfster Steinunn Sigurdardóttir laat Heida haar levensverhaal vertellen vanuit het ik-perspectief. Heida had een veelgevraagd model kunnen worden maar kiest voor het leven van schaapherder omdat zij zich thuis voelt op haar geboortegrond. In 2001 begint ze op 23-jarige leeftijd als boer. Ze wil zichzelf geen boerin noemen omdat er volgens haar in de schapenbusiness geen onderscheid bestaat tussen mannen- en vrouwenwerk. We volgen haar door de seizoenen heen.

In de zomer grazen de schapen in de bergen en is ze volop bezig om al het hooi voor de winter binnen te krijgen. Ze is opgegroeid op de tractor en is maanden bezig met maaien, schudden, keren en balen persen. Dit levert de nodige stress op want het hooi moet zo snel mogelijk naar binnen om de kwaliteit goed te houden. “Boeren is hooien.”  Naast het hooien moeten alle gebouwen geïnspecteerd worden. De omheiningen moeten stevig zijn en ze plaatst een nieuw dak op de stal zodat deze bestand is tegen het natuurgeweld in de herfst en de winter.

De herfst is de tijd van schapen bijeendrijven, verdelen, wegen, sorteren en scheren. Ook gaan er schapen naar de slacht: “een boer moet zijn dieren kunnen afmaken.”  (pag 98).

In de winter zijn er sneeuwstormen en dat levert stress op. De stroom kan uitvallen en er kan schade optreden aan de gebouwen. In december worden de schapen gedekt. Januari is een rustige maand en kan ze soms reizen, mits ze een vervanger heeft. Februari en maart staan in het teken van het lammeren en dan werkt ze bijna dag en nacht door. Het vergt veel organisatie en ze heeft contact met tweehonderd andere boeren. Onderlinge hulp is onmisbaar. Het lammeren tellen gebeurt door middel van echografie, zes weken lang 12-1300 ooien per dag. Je kunt dan zien hoeveel lammeren een ooi draagt en de voeding daarop aanpassen. Als de ooien bevallen worden er ook lammeren verdeeld zodat de meeste ooien twee lammeren hebben.

Naast de stress om alles overeind te houden zijn er invloeden van buitenaf als bekend wordt dat er plannen zijn voor een nieuwe energiecentrale. Heida verzet zich met hand en tand tegen de dreigende onteigening van haar land en gaat zelfs de politiek in om dit tegen te houden. Ze wordt geconfronteerd met vele soorten machtsmisbruik. Tegenstanders wordt het zwijgen opgelegd of men wordt omgekocht. Zal het haar lukken om haar land te behouden?

In Heida treed je een andere wereld binnen. De schoonheid van het IJslandse landschap (vooral in de zomer) doordrengt de bladzijden. De IJslandse taal blijft verbazen. Zo is Heida voorzitter van het bestuur van een park dat Vatnajökulsbjöogarour heet, ik bedoel maar. Het harde bestaan, het doorzetten ook als je ziek bent, het isolement waarin je je bevindt en de kracht van de natuur maakten indruk op mij. Heida zegt dat ze het dichtersbloed van haar overgrootvader heeft, maar de gedichten zijn in mijn ogen meer versjes. De uitspraak “Ik bezit het land niet, maar het land bezit mij ”, een levensmotto van Heida, verwoordt het grote respect dat zij heeft voor de natuur. Landbouw en natuurbescherming gaan hand in hand.

Uitgeverij         Harper Collins, 2019
Pagina’s           286
Vertaald           uit het IJslands door Willemien Werkman (Heida)
ISBN                978 9402 702 255

Recensie door Gretha Visser, maart 2020

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress