Recensies

‘Op de Klippen’ door Jane Gardam

Opnieuw verscheen bij uitgeverij Cossee een roman van Britse schrijfster Jane Gardam (geboren 1928, dus inmiddels 91 jaar), getiteld Op de Klippen. De Engelse titel luidt God on the Rocks en de roman kwam in 1978 uit. In datzelfde jaar stond het boek op de shortlist van de Man Bookerprijs. Jane Gardam verwierf grote bekendheid in Nederland toen Cossee een aantal van haar (30) boeken alsnog in vertaling op de markt bracht. Inmiddels is Op de Klippen de vijfde roman in Nederlandse vertaling en er is een broekzakboek.

Helaas is deze roman de minst interessante. Wellicht door het thema waarin de Nederlandse literatuur zelf goed is: godsdienstfanatisme van ouders en een vroegwijs 8-jarig kind in het nauw (o.a. Franca Treur). Het is stilistisch jammer dat het laatste hoofdstuk, na een ernstige, maar onduidelijke gebeurtenis van 12 jaar daarvoor in het voorlaatste hoofdstuk, slechts een ontknoping is. Alle opgeworpen, nog niet afgewerkte situaties, worden versneld onthuld.

Het perspectief wisselt. In het begin is het meestentijds vanuit het jonge meisje Margaret, maar verder in het verhaal is het ook vanuit een van de andere personages. De taal is in de beschrijvingen van de locaties, de omgeving of de in de monologen prachtig, sfeervol, passend bij het personage of de situatie. Soms is de toon ironisch, soms kinderlijk.

Het is een ‘klein verhaal’ rond een dorpsgemeenschap aan de Engelse kust. Er spelen herinneringen uit het verleden, (jaren ’20), gebeurtenissen in het heden, (midden jaren ’30) en gevolgen voor de toekomst, net na WOII (1948). ‘Alles wordt anders na een oorlog’, zegt een van de personages en dat klinkt hoopvol, maar de levens van de meeste mensen in het interbellum in Groot Brittannië veranderden na WOI (the Great War) niet noemenswaardig en werden –net als daarvoor- bepaald door klassenverschillen, man/vrouw-verschillen, armoede, slechte sociale omstandigheden en daarnaast nog door oorlogstrauma’s of zogezegde heroïeke oorlogservaringen. Er komt een scala aan personages in de roman voorbij die -goedbeschouwd- allemaal teleurgesteld zijn in het leven.

Margaret is acht jaar, superintelligent en dochter van Kenneth Marsh, een bankman, tevens fanatiek preker. Hij hoort bij de Heiligen, een Low Anglican Church, die overeenkomsten vertoont met het katholicisme, maar dan zonder Paus en vele malen strikter in de leer. “De Heiligen mochten geen radio, spektakel in alle vormen was verdacht, zelfs die van God zelf. Kijk in het Boek, niet naar de Zonsondergang.’ Margaret maakt indruk op haar bijbelvaste vader door hem het Bijbelboek en het vers te noemen, als hij zijn godsdienstige teksten debiteert. Moeder Ellie is eveneens gelovig, maar niet zo strikt als vader, die alle plezier, en elk menselijk genieten verbiedt. Ze is geobsedeerd door haar nieuwe babyzoon en heeft weinig tijd voor Margaret. Het gezin neemt als gezelschap voor Margaret en voor het huishoudelijke werk een jonge vrouw aan, Lydia, met een volks accent en een armoedige achtergrond. Margaret en Lydia gaan elke week als uitje met de trein naar Eastkirk aan zee, waar Margaret ontdekt dat de wereld meer is dan het gezin Marsh en het geloof. Lydia gaat in haar eentje het bos in, waar ze een man ontmoet. Margaret gaat op ontdekking uit en stuit op een landhuis, waar ze een aantal mensen met -voor haar- vreemde gedragingen observeert.

Er zitten beslist pogingen tot afwisseling in deze roman. Bij voorbeeld door het veranderen van perspectief, maar toch is het verhaal bij tijden voorspelbaar en daardoor saai. Elke geoefende lezer zal onmiddellijk doorhebben dat vaders geloof ophoudt –zodra hij zich- buiten zijn huwelijk – seksueel aangetrokken voelt. Wat hij daar ook over bralt. De ontmoetingen van dochtertje Margaret met de vroegere vriend van moeder Elinor en diens zuster die plots in hun dorp zijn komen wonen en het door haar ontdekken van hun oude doodzieke moeder in het oorspronkelijke familielandhuis, zijn nogal toevallig. Toevalligheden zijn in een plot ronduit irritant.

Toch zijn er ook juweeltjes in Op de klippen te lezen, zoals het aandoenlijke hoofdstuk waarin de stokoude doodzieke bedlegerige mrs Rosalie Frailing, de eigenares van het landhuis, in een innerlijke monoloog over haar leven mijmert en van pittig commentaar voorziet. En het grappige hoofdstuk waar moeder Elinor, die ineens alles zo zat is, dat ze naar haar oude geliefde rent, alwaar ze voor één keer standsverschillen, sociale bezwaren, geloof, huwelijk en keurigheid aan haar laars lapt.

Ach, voor de fanatieke Jane Gardam-fans valt er genoeg te genieten als je de minpunten in plot en verhaalontwikkeling accepteert.

Uitgeverij      Cossee, 2019
Pagina’s        221
Vertaald        uit het Engels door Gerda Baardman en Kitty Pouwels  (God on the Rocks)
ISBN             978 9059 368 743

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress