Recensies

”t Hooge nest’ door Roxane van Iperen

‘t Hooge Nest is de naam van een villa in de bossen bij Naarden. De schrijfster woont sinds 2012 met haar gezin in deze te restaureren villa. Ze wordt gegrepen door de geschiedenis van dit huis, dat in de tweede wereldoorlog jaren een belangrijke toevlucht en onderduikadres was voor tientallen joden en verzetsmensen.
De roman/biografie (een groot gedeelte is non-fictie) beschrijft de geschiedenis van de Joodse familie Brilleslijper uit Amsterdam vanaf 1936 tot 1945. Vader Joseph en moeder Fietje hebben een groente- en fruithandel. Het echtpaar krijgt drie kinderen, de meisjes Lien en Janny, en het nakomertje Jaap.  Aan de hand van de levensloop van de hoofdpersonen Lien en Janny wordt het kunstenaarsmilieu in Amsterdam en Den Haag en later de oorlog en de Holocaust beschreven.

De zusjes zijn vanaf de jaren ’30 politiek actief en steunen het verzet in de Spaanse Burgeroorlog. Janny is een nuchtere vrouw en is fabrieksarbeidster. Het dan 19-jarige meisje heeft een ijzeren wil en verbindt zich aan Joodse verzetsorganisaties. Zij ziet al vroeg het dreigende karakter van het fascisme in Duitsland en denkt niet zoals veel anderen, ‘dat het wel mee zal vallen’. Lien is luchthartiger. Ze zit op dansles en beweegt zich vooral in het Amsterdamse en later Haagse kunstenaarsmilieu.

Janny trouwt met Bob. Ze krijgen de kinderen Robbie (de latere beelden kunstenaar Robert Brandes) en Liselotte. Lien trouwt met de uit Duitsland gevluchte deserteur Eberhard. Hij is musicus. Zij krijgen een dochter, Kathinka.

De zusjes vervalsen zo veel mogelijk persoonsbewijzen en bieden in hun Amsterdamse woningen onderdak aan tientallen onderduikers. Lopend en fietsend van de ene verzetsgroep naar de andere, enigszins beschermd door hun kleine kinderen, verspreiden ze hun soms levensreddende documenten en roepen op tot verzet.

‘Terwijl de Joden steeds meer worden geïsoleerd en de rest van de bevolking zich verder terugtrekt en de oogkleppen opzet, bereikt het ondergrondse netwerk van de uitgebreide familie Brilleslijper zo een almaar groter deel van Nederland. Met gevaar voor eigen leven solderen zij tussen Amsterdam en Den Haag een as van verzet of een as van kwaad, afhankelijk van welke kant je het bekijkt.’            (pag. 80)

Wanneer de kampen Westerbork en Auschwitz worden gebouwd vervliegt alle hoop, dat de oorlog en vervolging gauw voorbij zal zijn.
Soms kruipt de familie met de hulp van andere verzetsmensen door het oog van de naald. Vaker mislukken hun creatieve oplossingen, zoals de bewuste uithongering van Eberhard om onder de oproep van Duitsland uit te komen. Ze moeten steeds meer zelf onderduiken (o.a. in Bergen). Persoonlijke ellende, zoals een miskraam en de noodzakelijke scheiding van de echtparen doen er niet meer toe.

Verzetsman Jan Hemelrijk vindt het noodzakelijke nieuwe onderduikadres  ’t Hooge Nestin Naarden.
“Zo gaat in februari 1943 het bijzondere huishouden van de familie Brilleslijper van start in het  ’t Hooge Nest – als gastgezin, onderduikplek en centrum van verzet. De treinen rijden vanaf halverwege 1942 onafgebroken naar Westerbork en verder en in heel Nederland zoeken Joden, die zich niet hebben gemeld, plekken, waar ze kunnen schuilen. In dit derde oorlogsjaar zijn er geen grenzen meer aan de agressie en wordt de nazi-ideologie ook zonder Duitse dreiging in de praktijk gebracht. Zoals een jonge Gronings agent het verwoordt: “het is geen zondag, als we niet eerst een paar joden halfdood hebben geslagen.”’  (pag. 150)

Gedurfd is het, om midden in de Gooise NSB omgeving, door te gaan met leven, geïnspireerd door het lied van Dirk Witte:
Het leven is heerlijk, het leven is mooi
Maar vlieg uit in de lucht; kruip niet in een kooi,
Mensch, durf te leven
Je kop in de hoogte, je neus in de wind
En lap aan je laars hoe een ander het vindt
Wat je zoekt kan geen ander je geven; Mensch durf te leven.             (pag. 362)

De kinderen spelen in het bos; er wordt gemusiceerd, toneel gespeeld; ondanks alles houden de onderduikers er samen de moed in en gaan door in het verzet.
Als lezer voel je in grote spanning het onvermijdelijke verraad aankomen. Samen met de familie Frank ondergaan de twee zussen de alles vernietigende onmenselijkheid van de kampen Westerbork, Auschwitz en Bergen Belsen. Hun doorzettingsvermogen en onderlinge band en verantwoordelijkheid voor elkaar sleept hen er door.

Daarmee is het boek een aanklacht tegen de onmenselijkheid van het fascisme en tegelijk een eerbetoon aan alle verzetsmensen. Het leest als een ‘spannende’ roman en zet aan tot het (opnieuw) nadenken over de onverschrokken rol van vrouwen in het verzet; over vertrouwen, verraad, antisemitisme en racisme. Lezend over deze ellende relativeert het boek ook de eigentijdse problemen.  Het boek is dankzij de vele (ook levende) bronnen zeer goed gedocumenteerd en verliest nergens de nuances van de geschiedschrijving. Verplichte kost voor iedereen, jong en oud!

Uitgeverij          Lebowski, 2019
Pagina’s           383
ISBN                 978 9048 841 783

Recensie door Ammy Langenbach, november 2019

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress