Recensies

‘Holy Trientje’ door Anne-Gine Goemans

Anne-Gine Goemans is een rasvertelster van verhalen met een gruwelijke ondertoon, maar altijd boeiend, onderhoudend en grappig.

Tante Trientje is een oude non en holy/heilig. Ze heeft het volste vertrouwen in
‘Lief Heertje’ en haar leven in Zijn dienst gesteld. Ze is de tante van Regina, die als kind al bij haar – toen nog jonge – tante logeerde: “Ze was een vreemd soort kruising tussen een elfje en de lichtgevende kwal die ik een keer in zee zag.”

Tante Trientje klaagt nooit. Ze is nooit boos. “Dat komt doordat er – Lief Heertje zij geprezen – geen praatjesmaker in mij woont,…., die vervelend begint te wauwelen. Zodra een praatjesmaker de kop opsteekt, moet je zwabberen. Zwabber tot je weer helemaal schoon bent.”
Het is een grappige uitvoering van een psychologische oefening die tante Trientje ook Regina aanleert, namelijk disidentificatie van negatieve oordelen of vooroordelen en terugkeer naar het authentieke zelf.
Regina is eind veertig als de ruim 70-jarige tante Trientje van ‘Lief Heertje’ de opdracht heeft gekregen, om in navolging van de 81-jarige Amerikaanse non Kathleen (in werkelijkheid non Megan Rice) in Europa iets tegen kernwapens te doen. Kathleen wist in de VS het allergrootste kernwapencomplex binnen te dringen om mensen te wijzen op het grote gevaar van atoomwapens. Tante Trientje wil met spoed een nucleair object bezetten: “Kernwapens zijn duivels, die kun je beter kwijt dan rijk zijn.”

Regina moet haar helpen, maar die is getrouwd en heeft kinderen. Haar oude dementerende vader woont bij hen in de schuur van hun woonboerderij. Regina is gestopt met haar werk als fixer voor een TV-programma. Zij heeft jaren voor het programma mensen gezocht met extreme kenmerken en ze onder zware, maar ook misleidende druk gezet om aan de programma’s mee te doen, zodat de kijker zich kon verlustigen aan de buitenbeentjes van de maatschappij. Uiteindelijk walgt Regina van zichzelf. Ze noemt de fixer ‘het monster’ en zodra dat monster de kop opsteekt ‘zwabbert’ ze heftig, maar voor de missie van Tante Trientje is ze ideaal, omdat ze mensen kan overreden het onwaarschijnlijkste te doen. Zo gaat ze naar de VS om kennis te maken met non Kathleen om haar en haar medestanders uit te horen over de manier waarop ze hun actie hebben uitgevoerd en wat de aanvankelijke problemen en de uiteindelijke succesfactoren waren.

Om een groepje mensen samen te stellen, die samen met tante Trientje de actie kunnen uitvoeren, reist  Regina de wereld rond op zoek naar mensen, van wie het leven door atoombommen of nucleaire rampen een desastreuze wending heeft genomen. Japanse ICT-er Yoshida had een bescheiden boerderij met koeien in de buurt van Fukushima, waar zijn ouders met 15.000 anderen zijn verdwenen in de zeebeving en tsunami in maart 2011. Drie van de vier reactoren van de kerncentrale explodeerden: het stralingsgevaar is tot op de dag van vandaag nog zeer hoog. Yoshida is wanhopig, weet niet wat te doen, reist suïcidaal naar het bos rond de berg Fuji.

Bonnie Batlock woonde op Eboye, een atol van de Marshall-eilanden in de Stille Zuidzee, waar tussen 1946 en 1958 de VS op de dichtbijgelegen atol Bikini een serie van 67 atoombommen lieten ontploffen als experiment. Daarna werden alle 85 bewoners, slachtoffers van nucleaire straling, geëvacueerd naar een ander eiland, waar veel van hun mensen stierven. Na vijf jaar mochten ze terug. Er werden jellyfish-baby’s geboren: zonder botten, ogen of oren. Als Bonnie twaalf is, worden er weer metingen verricht, waarbij de geigertellers heftig tikken. Alle bewoners worden overgebracht naar een groter eiland, op kosten van de VS. Bonnie ontmoet Maarten, een Nederlander die op de Marshall-eilanden op vakantie is.

Hansje raakt op haar 16ezwanger van ene Jan, tijdens een avondje stappen. Hansje trouwt met een vriendelijke man, Sjoerd, die Jan Willem als zijn  wettig kind erkent. Ze krijgen nog een dochter en een tweeling. Hansje is zo’n gehuwde vrouw uit de 60-er jaren die verkommerde in het huwelijk en door de 2e feministische golf als vrouw werd opgetild en langzamerhand een eigen leven veroverde. Ze verzeilt in de fotografie en in de sociale en feministische demonstraties, waar ze goede foto’s maakt en daar zelfs een prijs mee wint. Haar kleinzoon Arend trekt bij haar in. Hij is de zoon van Jan-Willem, die een keurige ambtenaar is geworden. Arend studeerde economie voor zijn vader, maar stopte ermee, en bekwaamt zich als fotograaf.

Met Yoshida, die bij zijn oom en tante in Amstelveen logeert, met Bonny, die met Maarten in Nederland woont, met fotograaf Arend en met de dementerende vader van Regina gaat tante Trientje de bezetting organiseren. Maar waar?
Trientje hoort van ‘Lief Heertje’ dat “de weg leidt naar het levendig glanzen.  Fonkelen, Volkel! De plek waar de kernwapens liggen opgeslagen. Ze bereiden de bezetting voor in navolging van non Kathleen. En voeren hem uit, wat met de epiloog een knetterend slotstuk vormt. ‘Zuster Trientje is het krachtigste wapen in de strijd voor de Vrede.”

Hoewel het thema van het verhaal treurig stemt, wordt het grappig gebracht, waardoor het goed te lezen valt en tegelijk veel indruk maakt. Al was de humor niet helemaal afdoende om het gevoel van ongemak te neutraliseren. Wat waarschijnlijk precies de bedoeling van de schrijfster is. Misschien moeten we heroverwegen wat we doen met kernenergie, kernwapens, en andere nucleaire ongewisheden. Zeker in deze tijden, nu er in verband met energieschaarste weer positiever naar kernenergie wordt gekeken.

Uitgeverij          Ambo/Anthos, 2019
Pagina’s            416
ISBN                 978 9026 334 221

RecensHannah Kuipers, november 2019

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress