Recensies

‘Anna van Saksen’ door Femke Deen

Verstoten bruid van Willem van Oranje

Historica Femke Deen was oorspronkelijk van plan een boek te schrijven over de vier vrouwen van Willem van Oranje. Zij vond echter zoveel materiaal over zijn tweede vrouw, Anna van Saksen, dat zij uiteindelijk alleen aan haar een lijvige biografie heeft gewijd.
In de geschiedenisboeken wordt Willem ‘de Zwijger’ van Oranje, Vader des Vaderlands, vrijwel altijd neergezet als de grote held en voorstander van verdraagzaamheid en vrede. Zijn tweede vrouw, Anna van Saksen, komt naar voren als een onbeheerste, drankzuchtige en overspelige vrouw die uiteindelijk krankzinnig werd nadat ze langdurig was opgesloten in een kamer met dichtgemetselde ramen in haar voorouderlijk slot in Dresden, op last van haar echtgenoot. Zo werd ze ook onnavolgbaar uitgebeeld door Linda van Dyck in de TV-serie Willem van Oranje in 1984.

Femke van Deen vroeg zich af of de stereotype beelden wel klopten en is in de archieven gedoken. Ze heeft zich door bergen gepubliceerde en ongepubliceerde brieven heen gewerkt en heeft aan de hand daarvan een portret gemaakt van een Willem die wij niet zo kennen en een Anna die tekort gedaan is. Nergens fantaseert ze. Zelfs suggesties zijn op feiten gebaseerd. Ze schrijft geen lekker weg lezende historische fictie, maar presenteert alleen wat zwart op wit staat. Om dan toch met een leesbaar boek te eindigen i.p.v. een gortdroge opsomming van feiten, is een enorme verdienste. Haar boek is op sommige plaatsen zelfs spannend te noemen. Dat neemt niet weg dat deze biografie zware kost is en vooral geschikt voor oprecht geïnteresseerden.

Het verhaal van Willem en Anna speelt tegen de achtergrond van de Tachtigjarige Oorlog. Het bestuur van de Nederlanden is van Karel V overgegaan op Philips II. Dat betekent een lange periode van steeds ergere vervolging van de protestanten, waar Philips niets van moet hebben. Als hij de hertog van Alva stuurt, die de Bloedraad instelt, breekt de hel los. De macht van de Nederlandse adel verzwakt en zo worden de edelen gedwongen oppositie te voeren en Willem van Oranje wordt hierbij al snel de belangrijkste figuur.

Willem, katholiek opgevoed, maar sympathiserend met de protestanten, zal uiteindelijk moeten kiezen voor gewapend verzet, geholpen door zijn broers. Dat doet hij vanuit zijn ouderlijk huis in Dillenburg, waar hij naartoe gevlucht is voor Alva. Hij is berooid en vogelvrij, maar niet verslagen.
In het boek van Femke Deen komt hij naar voren als iemand die op godsdienstig gebied met alle winden meedraait. In andere opzichten gedraagt hij zich op soortgelijke wijze. Hij lijkt iemand te zijn die ten koste van alles aardig gevonden wil worden én zijn zin wil hebben. In zijn privéleven duikt hij met de ene vrouw na de andere in bed, of hij nu getrouwd is of niet. Dat was overigens niet ongebruikelijk in die tijd van gearrangeerde huwelijken die om geld, gebiedsuitbreiding, bondgenootschap en dynastieke belangen gesloten werden. Niet ongebruikelijk voor mannen, wel te verstaan. Deed een vrouw hetzelfde, dan werd dat haar ondergang.
Na de dood van Anna van Egmond is het voor Willem van belang een nieuwe vrouw te vinden want hij heeft geld nodig, en gebied- en machtsuitbreiding. Hij vindt Anna van Saksen, trouwt met haar en zo zijn drie dynastieën –Hessen, Saksen en Nassau– met elkaar verbonden.

Anna is dan zestien, zeer zelfbewust omdat ze de dochter van een keurvorst is, niet mooi, maar wel uiterst gezocht om haar bezittingen. Ze is wees sinds haar tiende en daarom opgevoed aan het hof van haar oom August en tante die na haar vaders dood keurvorst- en vorstin van Saksen werden. Anna’s grootvader, landgraaf Filips van Hessen, is naast August haar tweede voogd. Zij bepalen Anna’s leven. Anna zelf heeft dan de titel van hertogin. Uitgangspunt in de opvoeding was dat de wil van een kind zo vroeg mogelijk moest worden gebroken. Dat lukt tante niet bij Anna die ‘een harde kop’ heeft. Ze is koppig en temperamentvol.

En er is iets met haar uiterlijk. Wat precies, kan Femke Deen niet achterhalen. Fysieke problemen had ze echter wel. Gesuggereerd worden de ziekte van Graves-Basedow, een schildklierafwijking, of aangeboren syfilis. Daardoor zou er een mogelijke verklaring zijn voor haar depressies, manieën, paranoia, stemmingswisselingen en prikkelbaarheid, nog afgezien van fysieke problemen met haar milt en onrustige benen. Dokter van der Ploeg zegt in Medisch Contact: “Maar naar de huidige maatstaven leed Anna aan een bipolaire stoornis.”
Toch is Anna een goede partij, maar ze is luthers en Willem is katholiek. Er moet dus heel wat gepraat worden eer het huwelijk plaats kan vinden, temeer daar Willem lager in rang is dan Anna. Anna lijkt dolverliefd. “Hij is een zwarte verrader”, doelend op zijn katholieke achtergrond,”‘maar er is geen ader in mijn lijf die hem niet liefheeft.” Ook Willem ziet haar wel zitten, dus het huwelijk komt tot stand. Oom August ziet in Willem iemand die hem het laatste nieuws van het Habsburgse hof kan verschaffen. Opa Hessen blijft langer dwarsliggen.

Anna is nu bevrijd van het Duitse keurslijf en komt in de hofwereld van Breda en later Brussel, waar overdaad en een vrije moraal heersen. Al gauw blijkt dat Anna zich niet echt als een vorstin gedraagt, maar regelmatig onbeheerste woedeaanvallen heeft. Een vrouw, die woede toont, wordt gezien als iemand die weigert haar plaats te kennen. Het is een aanval op de mannelijke autoriteit en dat gaat Willem te ver. De eerste echtelijke ruzies ontstaan, eerst verbloemd, daarna openlijk. De enige steun die Anna ontvangt uit Duitsland bestaat uit herhaalde adviezen om maar veel te bidden.
Bidden helpt echter niet tegen het overspel van Willem. Ook is hij voortdurend in geldnood omdat hij op veel te grote voet leeft. Hij kan dus in financieel opzicht niet voldoen aan Anna’s wensen. Ze raakt verbitterd en gaat Willem minachten: “Ze was als hertogin van Saksen zo vriendelijk geweest met een graaf van Nassau te trouwen, terwijl hij haar bediende kon zijn geweest.” Al die tijd wordt ze ook gedwongen er een religieus dubbelleven op na te houden én ze vindt voortdurend dat ze niet de eer en aandacht krijgt die ze verdient. Ze krijgt kinderen, maar naar de gewoonte van die tijd sterven er een aantal. Daarover staat niets in brieven.

Eenmaal in Dillenburg komt Willem met zijn gezin in zijn ouderlijk huis waar ook broer Jan van Nassau woont. Afgesneden van inkomsten moet er zuinig geleefd worden. Dat bevalt Anna helemaal niet en al evenmin dat zij in Dillenburg niet de dienst kan uitmaken. Ze vertrekt naar Keulen met een plan. Ze gaat alles op alles zetten om haar ‘weduwgoed’ te krijgen, bezittingen waaruit zij de opbrengsten krijgt. Willem is weliswaar niet dood, maar de regeling geldt ook als de echtgenoot niet bij zijn geld kan komen. In dat plan stopt ze al haar energie, terwijl ze zich meer en meer miskend en tekort gedaan voelt. Al lukt het haar niet, uit al haar handelingen blijkt wel dat Anna een slimme zakenvrouw is. Ze krijgt hulp van een jurist, Jan Rubens, de vader van Pieter Paul.

Het zat er al die tijd al aan te komen, dus verbazingwekkend is het niet dat Anna een verhouding met Rubens krijgt waaruit een kind voortkomt, alhoewel Anna blijft beweren dat het kind van Willem is. Dat is het begin van het eind.
Als Rubens in de gevangenis bekent, kan zij geen kant meer op. Samen met Rubens’ vrouw, die haar vergeeft, vecht ze voor behoud van zijn leven en haar eer. Voor Willem is de maat vol. Twijfel over de afkomst van een kind brengt de hele Oranjedynastie in gevaar. Hij trekt zijn handen van haar af.
Ook haar Duitse familie laat haar in de steek. Daar heerst de opvatting dat haar val drie oorzaken heeft: “..haar ongodvruchtige aard, haar trotse, rebelse en vreemde karakter, en haar wereldlijke en vleselijke lusten”. Van Anna zelf wordt steeds minder duidelijk of ze de waarheid spreekt of niet. Dat weet ze zelf ook niet meer in haar toenemende wanhoop.
Geld speelt eveneens een rol: niemand wil voor Anna en haar hofhouding betalen. “Opsluiten en huisarrest werd gezien als dé manier om aanstootgevend gedrag aan banden te leggen.”  Dat gebeurt dan ook. Anna’s dochter, mogelijk van Jan Rubens, is eerst nog bij haar, maar wordt later weggehaald.
Pas als Willem gaat trouwen met Charlotte de Bourbon, komt de Duitse familie in opstand, want de Nassaus zijn na een scheiding niet meer financieel verantwoordelijk voor Anna. Overigens heeft die scheiding nooit een wettige status gehad. De keurvorst en de landgraaf gaan zich ijverig bezig houden met het terugvorderen van de bruidsschat, niet met Anna’s welzijn.

Anna verzwakt en is uiteindelijk doodziek. Femke Deen suggereert baarmoederhalskanker. Pas een paar maanden voor Anna’s dood wordt er gesproken over het nut van een dokter i.p.v. een predikant. “In Anna’s geval werd tot vrijwel het allerlaatst vastgehouden aan het idee dat ze eerder zondig was dan ziek, een oordeel dat vooral over vrouwen werd geveld.” Maar het is te laat. Anna sterft, bijna 33 jaar oud. Pas 440 jaar na haar dood, in 2017, krijgt ze een grafsteen met haar naam erop.

In een epiloog zegt Femke Deen dat ook haar boek slechts een versie is, gebaseerd op wat er is overgeleverd. Er kunnen nog nieuwe brieven opduiken die het verhaal weer veranderen, maar ze vindt dat in haar boek Anna tenminste eindelijk naar voren is gekomen uit de schaduw van haar man, als een onafhankelijke en trotse vrouw. Verder zegt ze: “Anna’s lot werd bepaald door haar positie als vrouw, al zag zij het zelf niet zo.” Daaruit moet de lezer dan concluderen dat haar onbeheerste gedrag toegestaan zou zijn geweest als ze een man was geweest. Dat vraag ik me af. Ik geloof niet dat een man met haar karaktereigenschappen wél acceptabel zou zijn geweest, in welke tijd dan ook.

Wat heeft Femke Deen nu toegevoegd aan het standaard beeld van Willem en Anna? Geen mens is alleen maar goed of alleen maar slecht. Willem heeft veel voor Nederland betekend, maar was daarnaast een rokkenjager, kon niet met geld omgaan, was berekenend en liet in alle omstandigheden zijn eigenbelang voorgaan. Aan zijn imago zijn dus heel wat negatieve kanten toegevoegd.
Anna was behalve trots, eigenzinnig, onbeheerst en gepassioneerd ook dapper, volhardend, strijdlustig en intelligent, maar zat als een vreemde exotische vogel gevangen in een gouden kooi waarin ze steeds maar tegen de tralies bleef opvliegen tot ze stierf. Ze doet me denken aan Belle van Zuylen en haar uitspraak: “Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.
We weten, na lezing van deze biografie, wel meer over Anna, maar lang niet alles. Er zijn geen brieven over hoe ze zich voelde na de dood van twee van haar kinderen, wat ze voelde voor haar levende kinderen, wat er in haar omging toen ook haar jongste dochter haar werd afgenomen, niets over haar gevoelens voor Jan Rubens, niets over haar diepste innerlijk. Het enige wat we van haar lezen, zijn haar brieven die vol staan met haar frustraties. Het was voor al die mannen in haar leven kennelijk niet mogelijk daar een eind aan te maken en dat was waarschijnlijk eenvoudig geweest. Met minder aandacht voor geld en macht en met wat meer liefde had haar leven niet zo hoeven te verlopen.

Kortom, er is inderdaad ‘een’ versie van het leven van Anna van Saksen gepubliceerd, die met veel moeite, zorg en aandacht tot stand is gekomen, maar het is geen eindversie.
Femke Deens slotzinnen zijn: “Anna streed om te overleven in een wereld die haar niet paste. Maar het grootste gevecht voerde ze uiteindelijk met zichzelf.” Daar kan ik me helemaal in vinden.

Uitgeverij                  Atlas Contact, 2018
Pagina’s                   416
ISBN                          978 9045 024 721

Recensie door Janny Wildemast, juli 2019

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress